Krokussen

Ik zit in de bus naar huis, ergens tussen Amsterdam en mijn halte, en ik heb de neiging het nu hardop te zeggen. Niet tegen iemand in het bijzonder. Gewoon de ruimte in.
Kijk dan. Het is nog licht.
Een paar weken geleden zat ik hier ook. Dezelfde stoel ongeveer. Toen keek ik vooral naar mijn eigen spiegelbeeld in het raam. Buiten was het al donker. Rode achterlichten. Nat asfalt. De dag was klaar voordat ik het zelf was.
Nu niet meer.

De lucht heeft kleur. Net geen spektakel. Het is min of meer toch een applauswaardige zonsondergang. Gewoon een blauw-oranje lucht dat blijft hangen. De bomen langs de weg zijn weer bomen in plaats van schaduwen. Ik zie knoppen aan takken. Kleine verdikkingen. Alsof er iets wordt voorbereid.
Misschien begon het met de krokusjes. Ze stonden er ineens. Paars, geel, hier en daar een witte. Tussen het nog winterse gras. Alsof ze zich niets aantrekken van wat de kalender zegt. Even later kwamen de narcissen. Dat geel waar je niet omheen kunt. Ze staan daar en doen hun werk.
Sindsdien kijk ik beter.

’s Ochtends, wanneer ik naar kantoor vertrek, is het bijna licht. Dat bijna is genoeg. De straatlantaarns branden nog, maar binnenkort lijken ze het zelf ook niet meer nodig te vinden. Er hangt een blauw dat niet meer bij de winter hoort. Je voelt dat het schuift.
Nu, in de bus, schuift het ook. De stad zakt achter ons weg, maar het licht reist mee. Fietsers zonder dikke sjaals. Zelfs iemand met een open jas. Niemand zegt er iets van. Toch beweegt alles anders.
De dag houdt niet meer plotseling op. Hij loopt uit. Hij neemt zijn tijd.

Straks stap ik uit terwijl het licht is in plaats van schemer. Thuis zal er licht in de kamer vallen zonder dat er een lamp aan hoeft. Het blijft even hangen. Alsof het niet weg wil.
Ik merk dat ik daar gevoeliger voor ben dan ik dacht. Dat beetje extra dag aan het begin en aan het einde. Het maakt iets los wat moeilijk uit te leggen is. Geen uitbundigheid. Eerder een stille instemming.
De bus nadert Almere. Buiten wordt het zachter van kleur, maar donker is het nog niet. Ik glimlach. Om niets groots. Krokusjes tussen het gras. Narcissen langs de stoep. Een ochtend die niet meer zwart begint. Een avond die zich niet haast.

U mag reageren.