Voordat je het spelbord hebt opengevouwen, weet je eigenlijk al hoe de avond gaat verlopen. Iemand wil de bank beheren, iemand anders gooit nét iets te enthousiast met de dobbelstenen en vroeg of laat roept iemand: “Dat is niet eerlijk!” Monopoly is misschien wel het bekendste bordspel ter wereld, maar ook een spel dat complete families op de proef kan stellen. Toch blijft het al generaties lang onweerstaanbaar.
Opvallend genoeg was Monopoly helemaal niet bedoeld om mensen rijk te laten worden. De oorsprong ligt bij The Landlord’s Game, dat in 1904 werd bedacht door Elizabeth Magie. Zij wilde juist laten zien hoe oneerlijk een systeem van grondbezit en monopolies kon zijn. Het spel was bedoeld als een les in economie, niet als een handleiding om je familie financieel uit te kleden. Pas jaren later maakte Charles Darrow een aangepaste versie, die hij in 1935 aan Parker Brothers verkocht. Lange tijd werd hij gezien als de uitvinder van Monopoly, maar inmiddels is de rol van Elizabeth Magie gelukkig breed erkend. Het blijft een mooi stukje geschiedenis: een spel dat bedoeld was als kritiek op het kapitalisme, groeide uit tot misschien wel het bekendste kapitalistische bordspel ter wereld.
Ik heb jarenlang een zwak gehad voor Monopoly. Niet alleen voor het spel zelf, maar vooral voor alle bijzondere uitgaven. Als ik op vakantie was en ergens een lokale editie zag liggen, ging die meestal mee naar huis. Zo breidde de verzameling zich langzaam uit met spellen uit verschillende landen, maar ook met speciale edities van steden en thema’s. Coca-Cola, James Bond, Pokémon… als er Monopoly op stond, was de kans groot dat ik het wilde hebben.
Dat klinkt misschien onschuldig, maar verzamelaars herkennen vast wat er daarna gebeurt. Zodra mensen weten dat je iets spaart, verandert de wereld. Vrienden, familie en collega’s komen terug van vakantie met een Monopolyspel onder de arm. Ontzettend lief natuurlijk. Alleen… waar laat je ze?
Een postzegelverzameling past nog in een paar albums. Een Monopolyverzameling vraagt op een gegeven moment bijna om een eigen woning. Dozen op dozen verdwenen naar zolder. En hoewel ik uiteindelijk besloot te stoppen met verzamelen, staan daar nog steeds ruim vijftig spellen stof te verzamelen.
Heel af en toe, meestal tijdens de donkere wintermaanden, pak ik er nog eens eentje. Dan verschijnen de plastic huisjes en hotels weer op het bord, worden de stations verdeeld en begint het bekende onderhandelen. “Wil je Kalverstraat ruilen tegen twee stations?” Na een paar uur realiseer ik me steevast waarom een Monopolyspel gerust een hele avond kan duren.
Toch merk ik dat de fanatieke bordspelavonden achter me liggen. De tijd dat ik zonder moeite urenlang straten kocht, huizen bouwde en huur inde, is voorbij. Tegenwoordig vind ik het bijna leuker om de dozen zelf te bekijken. Sommige illustraties brengen herinneringen terug aan vakanties, andere aan mensen die een spel speciaal voor me meenamen. Eigenlijk zijn die dozen een soort fotoalbum geworden, maar dan van karton.
Misschien is dat wel de echte winst van mijn Monopolyverzameling. Niet de hotels op de Kalverstraat of het bezit van vier stations, maar alle verhalen die eraan vastzitten. En zeg nou zelf: in het echte leven is dat toch veel meer waard dan een stapel roze briefjes uit de bank.