Watch

Het was in het voorjaar van 1978 in Den Helder toen ik voor het eerst een James Bondfilm in de bioscoop zag. Samen met buurjongen Maarten en zijn vrienden gingen we ter gelegenheid van zijn twaalfde verjaardag naar de bioscoop. Oh, wat was ik opgewonden. Op dat moment was de Engelse spion, voor mij als elfjarige jongen, de grootste held van de hele wereld. Bond was stoer, hij was populair en had de beste gadgets. Deze kreeg hij van kwartiermeester Q. Het horloge in de openingsscène van The Spy Who Loved Me was een bijzonder snuisterij. Voor zover de vintage gadgets in de jaren zeventig van de vorige eeuw bijzonder konden zijn.  

Tijdens een flinke vrijpartij in een berghut, waarbij James Bond (Roger Moore) en een Russische spionne (Sue Vanner) liggen te flikflooien, kijkt James naar zijn horloge wanneer deze een ratelend geluid maakt. Er komt een plastic strook met tekst uit zijn horloge, zoals een strook uit een lettertang. De strook vertelt Bond: ‘007 TO REPORT HQ. IMMEDIATE M. Dit was voor een elfjarige jongen in 1978 een ultiem hebbedingetje. De beroemde Lotus Esprit die onder water een onderzeeër werd, was voor anderen het ultieme Bondmoment, maar ik wilde het horloge. Helaas heb ik nooit een digitaal horloge om mijn pols gedragen. Ik had een opwindbaar horloge met als gadget dat de wijzers in het donker licht gaven.

We hebben er toen geen trauma’s aan overgehouden. Na het bioscoopbezoek ging het leven met ons door, maar ik heb toch altijd een zwak gehad voor gadgets. In iedere nieuwe Bondfilm die later in de bioscoop kwam, wist ik wanneer Q met een nieuw dingetje aankwam, het later in de film goed van pas ging komen. In mijn eigen leven kwamen er ook meer gadgets. Wanneer ik zelf geld ging verdienen met baantjes bij de bollenboer tijdens de schoolvakanties. De walkman was het apparaat dat iedere tiener in de vroege jaren tachtig in het bezit moest hebben. Het uitzoeken hoe het allemaal werkte was een ontdekkingsreis. De walkman, origineel van Sony of niet, en cassettebandjes. Welk zelf respecterende puber kon er nog zonder?

Een paar dagen geleden ben ik eindelijk in het bezit gekomen van een horloge dat mij doet denken aan het uurwerk uit de James Bondfilm van ruim veertig jaar geleden. Ik heb jarenlang een Fitbit-horloge gedragen, maar die telt alleen het aantal stappen en het aantal traptreden die ik loop. Tegenwoordig draag ik -en zo heet het officieel, een Apple Watch Series 5 Nike. Ik noem het maar een smart-watch. Het kan net zo veel als een Fitbit-horloge, en meer. Wat het apparaat allemaal kan moet ik nog precies uitzoeken, maar een ding weet ik wel. Het spuugt geen plastic strook met boodschap uit. Jammer.

Voorpremiere

Afgelopen woensdagavond liepen Edo en ik over de rode loper van bioscoop Utopolis in Almere, tussen een paar snelle auto’s door, alsof wij zelf in de film meespeelden. Binnen hing meteen die zeldzame spanning: een zaal vol mensen die allemaal één ding wilden, de nieuwe James Bond beleven. Onze kaartjes werden theatricaal doormidden gescheurd en bovenaan de trap werd ons een glaasje prosecco aangereikt. Rond de statafels stond iedereen wat te kletsen terwijl een zangeres, begeleid door piano, meerdere Bondklassiekers bracht alsof ze ons alvast in de juiste stemming wilde zetten. Het voelde als een mini-première, maar eerlijk is eerlijk, het was allemaal een beetje braaf.

Half acht, de zaal gaat open. Op het grote scherm volg je een liveverbinding met Tuschinski in Amsterdam en daar stokt even je hartslag. Nederlandse glitter en glamour bestaat gewoon niet. Bekende Nederlanders vertellen met een ‘ons-kent-ons-houding’ dat ze geen Bond-fans zijn en laten dit braaf aan een ingehuurde presentator over. Anti-climax. Echt, Bond verdient beter. Volgende keer gaan we gewoon later de zaal in of wachten een dag, want dit soort geforceerde sterrenpraatjes verpest alleen maar de magie.

Dan begint SPECTRE op de ouderwetse Bond-manier en alles valt op zijn plek. De openingsscène is een meesterwerk. Minutenlang, perfect geregisseerd, op een locatie die je bijna overstijgt wat je van een Bondfilm verwacht. Mexico-Stad schittert en de Plaza de la Constitución met een helikopter die boven duizenden hoofden stuntvliegt is duizelingwekkend. Het zal me niets verbazen als toeristen straks massaal komen voor Día de Muertos, gewoon om Bond te voelen. Bond is het excuus voor die menigte, niet Mexico.

En dan de titelsequentie, een juweel zoals altijd sinds GoldenEye. Sam Smith zingt Writing’s On The Wall en de keuze is perfect. De beelden flitsen voorbij, hier en daar een spoiler die je bijna mist, maar die je nieuwsgierigheid alleen maar prikkelt. Anticipatie is een kunst en hier beheerst de film die volledig.

De rest van de film kan ik niet verklappen zonder het plezier te verpesten, maar geloof me, SPECTRE entertaint zoals alleen Bond dat kan. Actie, stijl, gevaar en charme in precies de juiste mix. Fans van de oudere Bondfilms krijgen hun nostalgie, terwijl nieuwe kijkers worden meegesleurd in een rit van bijna tweeënhalf uur die bijna niet te stoppen is.

SPECTRE is Bond zoals hij hoort te zijn: gelikt, brutaal en met een gevoel voor drama dat de wereld van spionage glanzend en gevaarlijk maakt. Die bescheiden Nederlandse première met haar geforceerde presentatorenpraatjes doet er eigenlijk niet toe. Bond compenseert alles. De adrenaline, de locaties, de stunts en de iconische Bondgirls maken dat je bijna vergeet dat je gewoon in Almere zit. Het is bijna wraakzuchtig goed. Nobody Does it Better.

Skyfall

Gisteren ging eindelijk het 23e James Bond-avontuur in première in Nederland. Voor het eerst kon ik een Bondfilm op de allereerste dag zien. De zaal zat bomvol—een zeldzaam gezicht tegenwoordig. Het deed me denken aan eind jaren zeventig, toen ik Grease zag en de bioscoop nog een soort heiligdom was.

De film opent met een knal. Bond arriveert na een gewelddadige shoot-out in Turkije, waarbij veel slachtoffers vallen. Meteen daarna zit hij de crimineel Patrice op de hielen, die een harde schijf heeft gestolen met gegevens van geheime agenten. Het is een adembenemende achtervolging: auto, motor, trein. Bond raakt dodelijk getroffen en stort tientallen meters naar beneden. En dan klinkt Adele met “This is the End…”, de iconische titelsequentie laat zien wat we allemaal mogen verwachten.

Het verhaal neemt daarna een serieuze wending. De toekomst van de Engelse geheime dienst ligt onder vuur en M, Bonds baas, wordt aan alle kanten bekritiseerd. Bond keert terug uit de dood en wordt opnieuw op missie gestuurd. Natuurlijk zijn er de mooie locaties en de oogstrelende Bondgirls, maar al snel verschijnt de echte dreiging: Silva, meesterlijk gespeeld door Javier Bardem. Silva is volledig gestoord, maar op een vreemde manier ook onweerstaanbaar en grappig. Het is een slechterik die je haat en tegelijk intrigeert.

Wat volgt is een kat-en-muisspel dat Bond terugvoert naar Engeland, naar plekken uit zijn verleden. Uiteindelijk belanden Bond en M in Schotland, in het ouderlijk huis van James Bond. Hier komt alles samen: het spel, het verleden, de confrontaties. Het is een intense mix van actie, emotie en het onvermijdelijke drama dat bij een Bondfilm hoort.

De film eindigt in Londen, waar Bond opnieuw wordt geconfronteerd met verrassingen die ik niet kan onthullen—spoilers zouden zonde zijn. Wat ik wél kan zeggen, is dat Skyfall Bond weer op de kaart zet als de onmiskenbare spion met stijl, lef en charme. De combinatie van spectaculaire actie, adembenemende locaties en psychologisch slimme confrontaties maakt deze Bond een van de sterkste in jaren.

Er zit iets magisch in een Bondfilm op de eerste dag. Het is niet alleen de spanning van de film zelf, maar ook het gevoel van samen kijken, de collectieve adem in een volle zaal. Iedereen weet: dit is een ervaring, geen simpele vertoning. En dat maakt het kijken extra bijzonder.

Skyfall laat zien dat Bond nog steeds relevant is. De charme, de actie, de gevaarlijke tegenstanders—het klopt allemaal. En ja, Nobody Does it Better.

Quantum of Joy

Net terug van de bioscoop. Quantum of Solace. De 22e Bondfilm alweer. Terwijl ik mijn jas ophang merk ik dat ik nog steeds in dat tempo zit. Alsof de aftiteling eigenlijk niet het einde was, maar gewoon de laatste bocht van een achtbaan waar je nét iets te hard doorheen bent gegaan.

Er is al veel over geschreven en gezegd. Over de snelheid, over de kilte, over Daniel Craig die minder charme en meer litteken is. Maar eerlijk gezegd moet ik de film eerst even laten bezinken. Dit is geen Bond die je rustig nipt als een glas goede whisky. Dit is een espresso. Dubbel. Zonder suiker.

Wat vooral blijft hangen is het tempo. De montage van de actiescènes is zo snel dat je ogen soms moeite hebben om bij te blijven. Het knipwerk is nerveus, haast opgejaagd. Achtervolgingen buitelen over elkaar heen. Op daken, op zee, in de lucht. De wereldberoemdste geheim agent lijkt geen seconde rust te krijgen. En wij als kijker ook niet. Het is intens, soms zelfs vermoeiend, maar tegelijkertijd bewonderenswaardig. De film weigert je comfortabel achterover te laten leunen.

Toch vond ik de echte schoonheid niet alleen in die vaart, maar juist in de knikjes naar het verleden. De titelsequentie bijvoorbeeld. Wat mij betreft de mooiste die ik in een Bondfilm heb gezien. De silhouetten, het zwevende lichaam tussen zand en licht, een subtiele verwijzing naar de tijd van Roger Moore. Even voelde het alsof de oude glamour en de nieuwe hardheid elkaar de hand schudden.

En dan de scène met Agent Fields. Levenloos op het bed, bedekt onder de olie. Een onmiskenbare echo van Goldfinger. Zulke momenten zijn cadeautjes voor wie al wat langer meeloopt in het Bond-universum. Je voelt dat de makers weten waar ze vandaan komen, zelfs als ze radicaal een andere toon aanslaan.

Ook de locaties hebben iets klassieks. Exotisch, ruim, met die typische Bond-uitstraling die doet denken aan de jaren zestig. Zonnig en tegelijk dreigend. Stijlvol en gevaarlijk. Het contrast tussen schoonheid en geweld is altijd een van de sterke kanten van de serie geweest, en hier werkt dat opnieuw.

En dan, bijna achteloos aan het einde, het gunbarrel-shot. Bond die zich omdraait, schiet, het scherm dat rood kleurt. Het hoort eigenlijk aan het begin, vind ik nog steeds. Dat ritueel, die vertrouwde opening, is als de eerste maten van een bekend muziekstuk. Maar misschien is het juist passend dat deze Bond de traditie even omdraait. Hij is tenslotte zelf ook nog in wording.

Als ik de film moet beoordelen, kom ik uit op vier sterren. Niet omdat alles perfect is, maar omdat hij lef heeft. Omdat hij durft te breken met verwachtingen. Omdat hij snelheid boven comfort kiest. Dit is geen Bond om gedachteloos te consumeren. Het is er een die je even bij de keel grijpt en pas loslaat als het licht weer aangaat.

Bond Royale

Omdat ik donderdagavond en de dagen erna druk bezig was met de voorbereidingen voor en het genieten van een fantastisch weekend, en zondagavond een altijd welkome logé had, kon ik pas op maandagavond naar de nieuwste James Bondfilm Casino Royale. En eerlijk gezegd, ik had het niet willen missen.

De film opent rauw en direct: Bond moet zijn eerste twee mensen omleggen om zijn licentie te verdienen. Keihard, ongepolijst en precies hoe je verwacht dat een Bond van het nieuwe millennium getest moet worden. Het is even wennen, maar tegelijkertijd voel je: hier wordt geen blad voor de mond genomen. Geen oude glamour, geen overbodige gadgets, gewoon een spion die zijn vak verstaat en gevaarlijk is op een manier die je gelooft.

Daarna volgt de titelsong en het titelsegment, en het is verbluffend hoe naadloos alles in elkaar overloopt. Elke beweging, elk shot en elke toon van de muziek zet je meteen in de juiste sfeer. Het voelt alsof je wordt opgetild en direct midden in het avontuur wordt gedropt. Dit is Bond zoals hij hoort te zijn: stijlvol, scherp, gevaarlijk en vol zelfvertrouwen.

En dan begint de eerste echte actiescène: twintig minuten non-stop adrenaline. Ik zat met open mond te kijken. Het is een dollemansrit in een achtbaan, waarin elke stunt, elke explosie en elk gevecht je hart een paar slagen laat overslaan. Bond voelt hier echt als iemand die leeft op het randje, en elke seconde is pure sensatie.

De locaties zijn adembenemend, de dialogen scherp en de humor precies op het randje van gevaarlijk en hilarisch. Kleine cameo’s van Richard Branson en producent Michael G. Wilson geven de film een knipoog, zonder dat het tempo ooit hapert. Q en Moneypenny ontbreken volledig, en eerlijk? Het stoort geen moment. Het verhaal heeft genoeg kracht en energie om zonder hun gadgets en plagerijen te leven, en het past perfect bij de rauwe, serieuze toon van deze Bond.

En dan Daniel Craig. Alle sceptici die riep dat hij nooit 007 kon zijn, dat hij te kil of te anders was, laat hij volledig in zijn hemd staan. Craig ís Bond. Kwetsbaar en dodelijk tegelijk, charmant en intimiderend, een man die zowel kan doden als verleiden. Hij tilt de rol naar een niveau waarop je vergeet dat iemand ooit twijfelde. Elke blik, elke beweging, elke confrontatie voelt geloofwaardig en intens.

Eigenlijk kan ik het hele spektakel samenvatten in één woord. Wow. Casino Royale is een film die je overdondert, je laat lachen, huiveren en ademloos achterlaat. Gelikt, brutaal, spectaculair en tegelijk menselijk. Wie dacht dat Bond stoffig was geworden, krijgt hier het tegendeel te zien. Daniel Craig laat zien dat hij 007 is, dat hij de sceptici domweg te slim af is en dat hij Bond op een manier neerzet die zowel klassiek als vernieuwend voelt.

Kortom: dit is Bond zoals het hoort. Intens, geniaal en onweerstaanbaar. Nobody Does it Better.