Val

Vanmorgen ging ik hardlopen. Zoals wel vaker vroeg uit de veren, hardloopschoenen aan en naar buiten. Het was aangenaam, de benen werkten mee en er was geen enkele reden om aan te nemen dat dit rondje anders zou verlopen dan anders. Dat vertrouwen hield precies 2,8 kilometer stand.

Op een bruggetje bleef ik vermoedelijk met mijn voet achter een iets hoger liggende plank hangen. Vermoedelijk, want vallen gaat nogal snel. Je krijgt geen waarschuwing dat je over drie seconden horizontaal gaat. Het ene moment loop je nog, het volgende lig je op de grond en probeer je te reconstrueren welk onderdeel van het universum daarvoor verantwoordelijk was. In dit geval: een brug. En eentje met een oppervlak dat ongeveer dezelfde eigenschappen heeft als schuurpapier. Ongetwijfeld uitstekend tegen uitglijden, iets minder prettig wanneer je er met enige snelheid overheen schuift.

Mijn Apple Watch had ondertussen ook door dat er iets niet helemaal volgens plan verliep. Hij constateerde een val en vroeg keurig of de hulpdiensten moesten worden ingeschakeld. Dat leek me wat overdreven. Alles zat nog op zijn plek en ik had bovendien weinig behoefte aan mensen die zouden vragen of het wel goed met me ging. Wat denk je zelf? Ik lig hier op een brug en mis inmiddels op verschillende plekken een deel van mijn opperhuid.

Na de eerste schrik volgde toch maar een korte inventarisatie. Handen en benen deden het nog, er staken geen lichaamsdelen in richtingen die anatomisch gezien vragen opriepen en voor zover ik kon beoordelen waren alle botten heel. Mijn huid had minder geluk. Hier en daar flinke schaafwonden en huidbeschadigingen. Van die plekken waarvan je meteen weet dat douchen later op de dag een interessante ervaring gaat worden. Ook mijn ego kwam niet geheel ongeschonden uit de strijd. Er zit nu eenmaal weinig waardigheid in een volwassen man die het ene moment nog monter aan zijn conditie werkt en een fractie later languit op een brug ligt.

Het vervelendste was misschien nog dat het tot kilometer 2,8 gewoon lekker ging. Geen grootse ambities, gewoon een fijn hardlooprondje op de vroege ochtend. Kilometers maken, conditie onderhouden en daarna tevreden naar huis. Dat laatste is gelukt, alleen iets eerder dan gepland. Een persoonlijk record zat er dus niet in, tenzij er tegenwoordig een categorie bestaat voor de snelste overgang van hardlopen naar horizontaal.

Gelukkig lijkt de schade vooral oppervlakkig. Pijnlijk, gekneusd en behoorlijk geschaafd, maar alles functioneert nog. Hardlopen is gezond, zeggen ze. Daar blijf ik voorlopig ook gewoon in geloven. Alleen bruggen vertrouw ik sinds vanmorgen iets minder.

Mens

Het ego is een merkwaardig ding. Je kunt het niet zien, niet vastpakken, maar het is er altijd. Als een onuitroeibare huisgenoot die geen huur betaalt, maar wel de stand van de thermostaat bepaalt.

De mens is in de eerste plaats het middelpunt van het eigen bestaan. Dat klinkt onaardig, maar het is vooral praktisch. Je wordt wakker in je eigen hoofd, niet in dat van de buurman of de wereld. Daar begint het al, de wereld komt pas daarna. Soms heel ver daarna, als er nog tijd over is en de koffie niet te koud is geworden.

Altruïsme klinkt prachtig. Het staat goed in toespraken, op muren van goede doelen en in interviews waarin iemand iets nobels wil uitstralen. Maar in de praktijk is het vaak minder verheven. Je helpt een ander omdat het goed voelt. Omdat je er zelf lichter van wordt. Of omdat je niet met het beeld van een afgewend gezicht wilt blijven zitten. Zelfs de meest onbaatzuchtige daad heeft een schaduw waar de gever in staat.

We doen graag alsof dat iets is om ons voor te schamen, maar misschien is het gewoon hoe het werkt. De mens is geen gevallen engel, hij is een geslaagde mens, met gevoel voor status, erkenning en gemak. Alles netjes verpakt in beschaving.

Neem het woord samenleving. Het klinkt alsof we met z’n allen rond een warm vuur zitten, vriendelijk knikkend naar elkaar, brood brekend in harmonie. In werkelijkheid is het vaker een wachtrij waar iedereen net iets te dicht op elkaar staat en stiekem hoopt dat hij sneller aan de beurt is dan de rest. En als iemand ‘gaat u maar voor’ zegt, is dat meestal omdat hij half het gesprek verderop in een andere rij aan het volgen is.

Grote idealen hebben het daar moeilijk mee. Het communisme bijvoorbeeld: een prachtig idee op papier, glanzend bijna in zijn eenvoud. Iedereen gelijk, niemand achtergesteld, samen delen, samen dragen. Totdat mensen ermee beginnen. Dan komt er iets in beweging dat zich slecht laat plannen: voorkeur, begeerte, vergelijking. Het idee blijft mooi, de uitvoering wordt rommelig.

En toch is dat misschien geen tragedie, maar gewoon realiteit zonder opsmuk. De mens is niet bedoeld als verheven wezen dat voortdurend boven zichzelf uitstijgt. Hij is eerder een wezen dat vooral probeert zichzelf overeind te houden, in een wereld die daar niet altijd even geduldig mee omgaat.

Zelfs vriendelijkheid heeft vaak iets van zelfonderhoud. Je doet iets goeds en voelt je daarna net iets minder scheef in je eigen spiegel. Dat is geen cynisme, dat is mechaniek. Misschien is dat de geruststellende gedachte: we hoeven er geen heiligen van te maken. Het is al ingewikkeld genoeg om gewoon mens te zijn, met alle kleine belangen die daar in rondzingen. En ergens, tussen al dat geduw en getrek in ons eigen hoofd, zit precies dat wat we zijn. Niet beter. Niet slechter. Alleen maar mens.