Mens

Het ego is een merkwaardig ding. Je kunt het niet zien, niet vastpakken, maar het is er altijd. Als een onuitroeibare huisgenoot die geen huur betaalt, maar wel de stand van de thermostaat bepaalt.

De mens is in de eerste plaats het middelpunt van het eigen bestaan. Dat klinkt onaardig, maar het is vooral praktisch. Je wordt wakker in je eigen hoofd, niet in dat van de buurman of de wereld. Daar begint het al, de wereld komt pas daarna. Soms heel ver daarna, als er nog tijd over is en de koffie niet te koud is geworden.

Altruïsme klinkt prachtig. Het staat goed in toespraken, op muren van goede doelen en in interviews waarin iemand iets nobels wil uitstralen. Maar in de praktijk is het vaak minder verheven. Je helpt een ander omdat het goed voelt. Omdat je er zelf lichter van wordt. Of omdat je niet met het beeld van een afgewend gezicht wilt blijven zitten. Zelfs de meest onbaatzuchtige daad heeft een schaduw waar de gever in staat.

We doen graag alsof dat iets is om ons voor te schamen, maar misschien is het gewoon hoe het werkt. De mens is geen gevallen engel, hij is een geslaagde mens, met gevoel voor status, erkenning en gemak. Alles netjes verpakt in beschaving.

Neem het woord samenleving. Het klinkt alsof we met z’n allen rond een warm vuur zitten, vriendelijk knikkend naar elkaar, brood brekend in harmonie. In werkelijkheid is het vaker een wachtrij waar iedereen net iets te dicht op elkaar staat en stiekem hoopt dat hij sneller aan de beurt is dan de rest. En als iemand ‘gaat u maar voor’ zegt, is dat meestal omdat hij half het gesprek verderop in een andere rij aan het volgen is.

Grote idealen hebben het daar moeilijk mee. Het communisme bijvoorbeeld: een prachtig idee op papier, glanzend bijna in zijn eenvoud. Iedereen gelijk, niemand achtergesteld, samen delen, samen dragen. Totdat mensen ermee beginnen. Dan komt er iets in beweging dat zich slecht laat plannen: voorkeur, begeerte, vergelijking. Het idee blijft mooi, de uitvoering wordt rommelig.

En toch is dat misschien geen tragedie, maar gewoon realiteit zonder opsmuk. De mens is niet bedoeld als verheven wezen dat voortdurend boven zichzelf uitstijgt. Hij is eerder een wezen dat vooral probeert zichzelf overeind te houden, in een wereld die daar niet altijd even geduldig mee omgaat.

Zelfs vriendelijkheid heeft vaak iets van zelfonderhoud. Je doet iets goeds en voelt je daarna net iets minder scheef in je eigen spiegel. Dat is geen cynisme, dat is mechaniek. Misschien is dat de geruststellende gedachte: we hoeven er geen heiligen van te maken. Het is al ingewikkeld genoeg om gewoon mens te zijn, met alle kleine belangen die daar in rondzingen. En ergens, tussen al dat geduw en getrek in ons eigen hoofd, zit precies dat wat we zijn. Niet beter. Niet slechter. Alleen maar mens.

U mag reageren.