Uitgezongen

Nederland doet volgend jaar toch niet mee aan het Eurovisie Songfestival. De NPO heeft alsnog besloten geen artiest naar Bulgarije te sturen. Aanvankelijk zou Nederland, ondanks de terugtrekking van AVROTROS, gewoon deelnemen. Maar na aanhoudende kritiek en een brandbrief van ruim vierhonderd medewerkers is dat plan van tafel geveegd. De reden zal niemand verbazen: de deelname van Israël. Ik vind het jammer. Maar tegelijkertijd begrijp ik het besluit maar al te goed.

Het Eurovisie Songfestival is voor mij altijd een heerlijk avondje televisie geweest. Een bonte verzameling artiesten, uitbundige kostuums, twijfelachtige vocale prestaties en af en toe een liedje dat echt de moeite waard is. Landen die elkaar twaalf punten geven alsof het om diplomatieke betrekkingen gaat. Prima vermaak. Ik maak me hooguit druk om een valse noot of een belachelijke outfit. Niet om oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen.

Maar die onschuld is verdwenen. Het Songfestival pretendeert een apolitiek evenement te zijn. Een evenement dat landen en mensen door middel van muziek verbindt. Een prachtige gedachte. Maar de werkelijkheid houdt zich niet altijd aan dat ideaal. Rusland werd na de inval in Oekraïne uitgesloten. Israël mag, ondanks de verwoesting en het immense menselijke leed in Gaza, blijven deelnemen. Natuurlijk zijn de omstandigheden niet identiek. Toch roept het vragen op over de consistentie waarmee de organisatie haar eigen principes toepast.

Laat ik duidelijk zijn: mijn kritiek richt zich op het beleid en de militaire acties van de Israëlische regering. Niet op de Israëlische bevolking. Niet op Joodse mensen. En al helemaal niet op een zanger of zangeres die gewoon een liedje wil zingen. Ik vind het net zo verschrikkelijk dat onschuldige Israëliërs slachtoffer zijn geworden van geweld en terreur. Menselijk leed wordt niet minder erg wanneer het zich aan de andere kant van een grens afspeelt. Juist daarom moeten we niet selectief zijn in onze verontwaardiging.

Toch raakt een boycot onvermijdelijk ook mensen die persoonlijk geen enkele verantwoordelijkheid dragen voor het beleid van hun regering. Dat is het wrange eraan. Muziek zou moeten verbinden. Nu wordt het een middel om een politiek en moreel signaal af te geven. Ik begrijp dat. Maar verdrietig is het wel. Een liedjeswedstrijd die ooit draaide om saamhorigheid is zelf onderwerp van verdeeldheid geworden.

Nederland zal het Songfestival overigens gewoon uitzenden. Ik kan dus nog steeds genieten van alle muzikale hoogte- en dieptepunten. Alleen zonder Nederlandse inzending. Wat mij betreft een teleurstellende, maar zeker verdedigbare keuze. Want soms is niet meedoen óók een manier om je stem te laten horen. Zonder ook maar één noot te zingen.

Bulgarije

We gaan naar Bulgarije!

Nederland doet volgend jaar tóch mee aan het Eurovisie Songfestival. En als fan kan ik daar eigenlijk maar één ding van vinden: leuk! Afgelopen editie moest ik het zonder Nederlandse inzending doen. Dat bleek overigens prima te overleven. Sterker nog, ik vond het best grappig om voor één keer officieel bij de ‘Rest of the World’ te horen en vanuit die positie mee te stemmen. Geen Nederlandse zenuwen, gewoon lekker liedjes kijken en mijn punten uitdelen.

Toch had ik het ook niet erg gevonden als Nederland nog een jaartje was weggebleven. Als statement. Niet tegen het Israëlische volk, absoluut niet, maar vanwege de Israëlische regering. Persoonlijk vind ik dat een land in oorlog niets te zoeken heeft op een podium waar het drie minuten lang moet lijken alsof er niets aan de hand is. Dat zou voor mij overigens voor ieder land gelden.

Maar goed, Nederland heeft besloten weer mee te doen en mijn Songfestivalhart wint het van mijn ingewikkelde gedachten. Dus: Bulgarije! Wie sturen we? En belangrijker: wat wordt de act?

Canada

Volgend jaar is het zover: Canada doet mee aan het Eurovisie Songfestival. En de eerste reacties waren voorspelbaar. “Maar Canada ligt helemaal niet in Europa!” Alsof iemand dat pas op Google Maps heeft ontdekt.

Ik vind het eigenlijk alleen maar leuk.

Sterker nog: als het aan mij ligt, mogen er nog meer landen aansluiten. The more the merrier.

Laten we eerlijk zijn: het Eurovisie Songfestival is allang geen aardrijkskundeles meer. Australië doet inmiddels al jaren mee. Niemand zet op zaterdagavond de televisie aan om te controleren of alle deelnemende landen wel netjes binnen de grenzen van Europa liggen.

De deelname van Canada komt eigenlijk helemaal niet uit de lucht vallen. Het land behoort al jaren tot de grootste fans van het festival. Canadezen stemmen massaal mee via de internationale “Rest of the World”-stemming, kopen opvallend veel kaarten voor de live-shows en volgen het evenement met meer enthousiasme dan menig Europees land. Dat de organisatie nu de deur opent, voelt dan ook eerder logisch dan verrassend.

We kijken omdat het een heerlijk spektakel is. Muziek, licht, verrassingen, soms fantastische optredens, soms acts waarvan je je afvraagt hoe ze ooit door de repetities heen zijn gekomen. En natuurlijk de onvermijdelijke discussies over de puntentelling. Dat hoort er inmiddels net zo bij als de muziek zelf.

Bovendien heeft Canada een indrukwekkende muziekgeschiedenis. Van Leonard Cohen tot Joni Mitchell, van Alanis Morissette tot Bryan Adams, van The Weeknd tot Céline Dion. Die laatste won het Songfestival ooit zelfs voor Zwitserland. Het voelt dus helemaal niet vreemd dat Canada nu zelf een inzending mag sturen.

En dan dat woordje “Euro”. Misschien moeten we dat helemaal niet geografisch uitleggen. Zie het gewoon als de valuta. Het kost een paar euro, maar het levert ontzettend veel op: muziek, amusement, toerisme, internationale aandacht, miljoenen televisiekijkers en dagenlang gesprekken over de uitslag.

Kortom: Eurovisie is gewoon een prima investering.

Ik trek voor mezelf eigenlijk maar één grens. Als een land verwikkeld is in een oorlog of een ander ernstig conflict, stel ik mezelf één eenvoudige vraag: kan dat land, of de deelnemende omroep, het Songfestival organiseren als het volgend jaar wint? Is het antwoord nee, dan vind ik deelname op dat moment niet passend. Niet als straf of als politiek statement, maar omdat het festival nu eenmaal meer is dan een zangwedstrijd. Winnen betekent óók dat je de volgende editie organiseert. Als dat bij voorbaat onmogelijk is, wringt er voor mij iets in de opzet van de wedstrijd.

Voor alle andere landen geldt wat mij betreft: schuif gerust een stoel bij. Muziek trekt zich tenslotte weinig aan van landsgrenzen. Misschien is het Songfestival ooit begonnen als een Europees feestje. Inmiddels is het uitgegroeid tot een wereldwijd evenement waar miljoenen mensen naar uitkijken.

Can-A-Da? Wat mij betreft: Can-Do.