Alarm

Er verdwijnen in Nederland wel vaker dingen ongemerkt. De gulden. De videotheek. Telefooncellen. Hyves. Dingen waarvan je pas jaren later denkt: hé ja, dat bestond ook nog. En binnenkort, ergens in 2028, verdwijnt dus ook het maandelijkse luchtalarm.

Ik moet zeggen: ik ga het wellicht missen. Waarschijnlijk niet meteen overigens, zo sentimenteel ben ik nu ook weer niet. Ik verwacht niet dat ik straks jankend voor het raam sta wanneer die eerste maandag ineens stil voorbijgaat. Grote kans dat het besef pas jaren later komt, ergens op een dinsdagmiddag, wanneer mijn iPhone ineens begint te krijsen met zo’n NL-Alert. Dat geluid waarvan je onmiddellijk denkt dat er óf een kernramp is uitgebroken, óf je telefoon bezeten is geraakt.

Dan denk je: o ja. Vroeger hadden we daar een ander geluid voor. Dat luchtalarm hoorde namelijk bij Nederland zoals motregen, kringverjaardagen en een broodje kroket op het station. Je hoorde het en wist meteen: het is twaalf uur. De maand is officieel begonnen. Sommige mensen zetten er zelfs letterlijk hun klok op gelijk. Dat blijft toch prachtig.

Eigenlijk was het luchtalarm misschien wel het meest betrouwbare geluid van het land. Treinen kwamen te laat. Politici draaiden door. Buienradar zat ernaast. Maar die sirene? Die was er altijd. Eerste maandag van de maand. Twaalf uur precies. Een minuut en zesentwintig seconden nationale paniek waar allang niemand meer van schrok. Juist daardoor werd het iets geruststellends.

Toch zat er ook iets moois in die ouderwetse eenvoud. Geen scherm. Geen app. Geen batterijpercentage van vier procent. Gewoon een enorme sirene die tegen het hele land zei: let even op, het is een test.

Nu wordt dat vervangen door een NL-Alert. Waarschijnlijk efficiënter. Je krijgt meteen te zien wat er aan de hand is en wat je moet doen. Dat is natuurlijk handig, maar subtiel is anders. Een NL-Alert klinkt alsof iemand met een megafoon rechtstreeks je zenuwstelsel binnenkomt. Zeker als je net rustig koffie zit te drinken. Modern betekent niet automatisch rustiger.

Ik denk dat vooral de stilte vreemd gaat zijn. Die eerste maandag van de maand waarop het ineens stil blijft om twaalf uur. Geen loeiende sirene boven de stad. Geen halve seconde verwarring. Geen mensen die toch even opkijken alsof de Derde Wereldoorlog misschien nét begonnen is. Alleen een telefoon die complete paniek simuleert. Waarschijnlijk kijken we daar straks één seconde naar, drukken we het weg en gaan we weer verder met waar we mee bezig waren. Want zo werkt dat tegenwoordig.

Maar ergens, heel even, zal ik dan toch denken aan dat oude luchtalarm. Aan een land waarin je vroeger nog zonder smartphone wist dat het precies twaalf uur was, ook al was dat maar op één maandag in de maand.

Making Your Mind Up

De kogel is door de kerk. Nederland doet volgend jaar niet mee aan het Eurovisie Songfestival.

Het circus dat Eurovisie Songfestival heet, gaat dus door, maar Nederland stapt uit. AVROTROS heeft besloten dat deelname aan het festival, zolang Israël meedoet, voor ons niet te verenigen is met het ernstige humanitaire leed in Gaza en de onderdrukking van persvrijheid. Een staakt-het-vuren of vredesakkoord zouden daar niets aan veranderen; de grens is bereikt, zeggen ze. En ik kan me daar wel iets bij voorstellen.

Je ziet het meteen voor je: glitter, rookmachines, presentatoren die net iets te luid roepen dat muziek ons samenbrengt, terwijl achter de schermen de wereld nog altijd verdeeld is. Vorig jaar was er al politiek gekonkel: Israël investeerde een miljoen euro in een mega-campagne rondom het festival, iets dat volgens de apolitieke gedachte van het Songfestival volstrekt misplaatst is. De EBU erkende de inmenging en trof maatregelen, maar ja, wat is er eigenlijk veranderd aan wat al gebeurd is? Niets. En dat telt.

Nederland is niet het enige land dat afhaakt. Spanje en Ierland doen ook niet mee. Twee landen die nog altijd hun tradities hooghouden, maar blijkbaar net als wij de grens voelen bij wat acceptabel is. Het voelt een beetje als een stille polonaise van landen die even niet willen meedoen met het circus, omdat ze vinden dat het hun morele kompas overschrijdt.

Laat ik maar eerlijk zijn: ik vind het een goed idee dat we niet meedoen. Dat is mijn mening. Ik respecteer elk land dat besluit wél mee te doen. Iedereen moet zelf zijn eigen evenwicht vinden tussen entertainment en ethiek. Maar voor mij voelt het alsof we hiermee aan de juiste kant van de geschiedenis staan. Niet dat we de wereld redden met één liedje, of juist met geen liedje, maar soms moet je een grens trekken, al is het maar om te laten zien dat je principes hebt.

En ja, ik word er ook moe van, van de manier waarop op sociale media vaak de antisemitische kaart wordt getrokken. Alsof dat belangrijker is dan duizenden levens van anderen. Het is vermoeiend en kleinzielig tegelijk, en het maakt duidelijk dat je soms gewoon een stap terug moet doen, je eigen koers volgen en je laten leiden door fatsoen en feiten, in plaats van door het kabaal online.

Als groot fan van het Eurovisie Songfestival vind ik het eerlijk gezegd jammer dat we niet meedoen. Het voelt als een gemis, een stukje vrolijkheid dat we even moeten laten gaan. Maar het leven is niet altijd weg te lachen. Soms moet je keuzes maken die zwaarder wegen dan Waterloo, Ding-a-dong of Euphoria, ook al doet dat een beetje pijn.

Het Songfestival zelf gaat natuurlijk gewoon door. Windmachines, modeshows die nauwelijks te volgen zijn en een eindeloze puntentelling. De muziek zal doorgaan, de confetti zal vallen en de camera’s zullen blijven draaien.

Nederland zit thuis. Rustiger. Misschien zelfs opgelucht. En misschien, heel misschien, met het stille gevoel dat stilstand in dit geval meer zegt dan drie minuten muziek ooit zouden kunnen. Soms is wegblijven een statement, en soms is het genoeg om te weten dat je hebt gekozen om aan de juiste kant van de geschiedenis te staan.

En het circus dat Eurovisie Songfestival heet, heeft volgend jaar voldoende clowns om het door te laten gaan.