Ruim twee weken reden er tijdelijk geen treinen tussen Almere en Weesp. Werkzaamheden aan het spoor. Natuurlijk begrijp ik dat rails, wissels en bovenleidingen onderhoud nodig hebben. Alleen betekent zoiets voor duizenden reizigers hetzelfde probleem. Ineens moet iedereen een andere manier vinden om in Amsterdam te komen. Die eerste maandag deed ik nog braaf wat van mij als treinreiziger werd verwacht: ik nam de bus. Dat bleek een vergissing.
Ik was namelijk niet de enige die dat lumineuze idee had. Een groot deel van forenzend Almere leek zich in precies dezelfde bus richting onze hoofdstad te willen persen. Binnen de kortste keren stond en zat het voertuig zo vol dat het begrip ‘persoonlijke ruimte’ tijdelijk uit de Nederlandse taal kon worden geschrapt. En dat tijdens tropische temperaturen. Nu weet ik niet hoe andere mensen hun maandagochtend beginnen, maar bij sommigen lijkt douchen geen hoge prioriteit te hebben. Misschien stond de wekker te laat. Misschien was de douche stuk. Misschien geloven ze principieel in het behoud van hun natuurlijke aroma. Hoe dan ook: in een overvolle bus leer je je medemens soms kennen op een manier waar je niet om hebt gevraagd.
Alsof de heenreis nog niet genoeg was, moest ik die middag natuurlijk ook weer terug. Met naar schatting vijftig mensen zaten en stonden we in dezelfde bus richting Almere. Buiten was het zo’n 32 graden. Binnen voelde het alsof iemand de verwarming op stand crematorium had gezet en daarna de knop had afgebroken. Een kwelling die je simpelweg ondergaat. Een soort sauna in hysterie, maar dan zonder dompelbad en zonder mogelijkheid om vrijwillig naar buiten te lopen.
Het meest bizarre moment kwam bij iedere bushalte. De deuren gingen open, er wilden nóg meer mensen naar binnen en ineens kwam er een golf koele lucht de bus in. Koele lucht. Terwijl het buiten 32 graden was. Dan weet je dat het binnen echt goed mis is. Na die maandag vond ik het dan ook wel mooi geweest. Ik had mijn bijdrage aan het vervangend vervoer ruimschoots geleverd. Eén retourtje menselijke snelkookpan was voldoende.
Als corona ons dan toch iets positiefs heeft nagelaten, is het thuiswerken. Voor 2020 leek een dag thuiswerken bij sommige werkgevers nog bijna op een gunst waarvoor je een schriftelijk verzoek in drievoud moest indienen. Inmiddels weten we dat veel werkzaamheden ook gewoon worden uitgevoerd wanneer je niet fysiek op kantoor zit. Dus werkte ik de daaropvolgende dagen thuis. Geen overvolle bus, geen omweg, geen wachttijd en vooral geen oksel van een onbekende medepassagier op neushoogte. Mijn woon-werkverkeer bestond ineens uit een paar meter tussen koffiezetapparaat en werkplek. Zelfs bij ernstige vertraging was ik binnen een minuut op kantoor.
Inmiddels is die periode alweer twee weken geleden en rijden de treinen weer. Achteraf was het vooral een bevestiging van iets wat ik eigenlijk al wist: niet iedere kantoordag hoeft per se op kantoor plaats te vinden. En er zat nog een prettige gedachte aan vast. Zodra ik weer gewoon naar Amsterdam zou reizen, waren het minder dan tien werkdagen tot mijn vakantie. Daar kan geen vervangende bus tegenop. Werkzaamheden aan het spoor zijn tijdelijk. Vakantievoorpret gelukkig niet.
