Mensen!

Midden in de nacht ben ik aanwezig bij een intergalactisch congres. Een bijeenkomst van marsmannetjes en vreemde ruimtewezens uit diverse nevels en verre melkwegstelsels. Ik weet niet precies waar ik me bevind, maar de omgeving doet me duizelen. Het is alsof ik me in een tekening van M.C. Escher bevind. Alle natuurwetten worden gebroken. Ik zie wezens over muren lopen en gedrochten bewegen onder me door, over onmogelijke trappen. Ze negeren me alsof ik niet besta. Ze zien me wel. Ik ervaar een gevoel van afkeer tegen mij. Ik kan deze ervaring niet bevatten en ik denk dat ik langzaamaan krankjorum wordt. Ik voel me eenzaam en doodongelukkig in deze vreemde, immens grote ruimte.

Verloren loop ik een horizontale trap op. Er is geen zwaartekracht. Bovenaan, of eigenlijk helemaal rechts van de trap, kom ik bij een ruimte die enigszins normaal op me overkomt. Binnen, gevormd in grote cirkels zie ik honderden uiteenlopende wezens. Geen enkele komt bekend voor of menselijk over. En toch kan ik volgen waar ze het over hebben. Er wordt gesproken over de planeet Aarde en vooral haar bewoners. Ik begrijp meteen het liefdeloze gevoel dat ik zojuist mocht ervaren. De mens is niet welkom op dit congres. Er is een verbod opgelegd voor alle intergalactische bevolkingen. Waar eerst alleen het zonnestelsel waarin de planeet Aarde zich bevind, een verboden zone is geweest, willen ze het zoneverbod nu uitbreiden naar het hele melkwegstelsel waarin de planeet Aarde zich bevind.

Zo leer ik dat ieder levend wezen in het universum niets met de mens te maken wilt hebben. Tijdens de bijeenkomst worden ik en mijn medemensen neergezet als egoïstische en verwerpelijke wezens. Een besmettelijke ziekte, die gemeden dient te worden. Er wordt gehoond en gelachen om het feit dat aardbewoners het woord menswaardigheid gebruiken om iets als sociaal of vriendelijk te omschrijven. ‘De misplaatste arrogantie!’ hoor ik een kronkelige substantie zeggen. Een donkerblauw organisme, hoger gezeten dan de andere aanwezigen en die ik zelfs met de beste wil van iedere wereld niet kan omschrijven, omdat het met helemaal met niets valt te vergelijken, is aan het woord. Ik begrijp dat het de grondlegger is van het zone-verbod om de planeet Aarde.

Waar ruimtewezens ruim een halve eeuw geleden af en toe eens voorzichtig een kijkje kwamen nemen, zijn de buitenaardsen inmiddels klaar met de Aarde en haar intelligente bewoners. De omgang van de mens onder elkaar wordt als afschuwelijk ervaren. De redenering dat mensen elkaar vermoorden voor een machtsgevoel, is voor hen reden genoeg om aan te nemen dat dit net zo zal zijn met buitenaardse bezoekers van uit de ruimte. De mens worden gezien als de laagste vorm van intelligentie in het universum. Zij creëren gevaarlijke gifstoffen op de eigen planeet en laten deze daar ook tot ontploffing komen. ‘Domme arrogantie!’ roept een vormloos wezen. ‘Ze vervuilen hun eigen planeet en met een idiote vorm van euthanasie, maken ze hiermee het leven op hun eigen planeet onmogelijk.’

Er heerst een gevoel van optimisme in de grote ruimte. ‘Zo lost het probleem zich toch vanzelf op?’ stelt een nevelachtige tegenwoordigheid. Een paar lichtgevende wezens lijken elkaar een high five te geven, maar met tentakels. Het enthousiasme wordt de kop ingedrukt. Er wordt gesproken over de activiteit in de ruimte door de aardbewoners. Het gevaar dat de mens zich verplaatst naar andere planeten dient serieus genomen te worden. Ik heb de behoefte om me te verdedigen. De mens heeft ook nog zoiets als liefde. Maar ik ben bang dat mij meteen de wedervraag wordt gesteld waar die liefde van de mens uit bestaat. En ik weet dat de mens alleen van mensen houden. Vooral van zichzelf. Geen positieve bijdrage voor deze bijeenkomst.

Wanneer er aan het einde van deze intergalactische inbeelding moet worden gestemd over het verruimen van het zone-verbod, betreffende de planeet Aarde, wordt ook om mijn mening gevraagd. Niet dat mijn stem deze nacht zal gelden, maar ik vertegenwoordig tegen wil en dank de mens. Hoe enthousiast ik het contact met buitenaardsen toejuich en hoe goed het me lijkt dat we van andere werelden in het universum leren, denk ik dat de mens nog niet klaar is voor een ontmoeting met aliens. De mens moet eerst hier op zijn eigen planeet de orde op zaken stellen, en met tegenzin geef ik toe aan alle aanwezige schepsels dat het beter is dat de planeet Aarde voorlopig niet wordt bezocht door buitenaardse wezens.

Auteur: Dray

'Je wordt met de lach leuker.'

U mag reageren.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s