Droomvakantie

Het treintje rijdt gestaag de berg op. Boven aan de top bevindt zich een adembenemend uitzicht over Oostenrijk. Zo hebben we ons laten vertellen, maar zo ver zijn we nog niet. Het oude voertuig kraakt en schud over de rails naar boven. Een Hemelvaart van een Jezus die de pensioengerechtigde leeftijd heeft behaalt. Tussen de bomen door gaan we omhoog. De berg is te steil om iets van omgeving mee te krijgen, behalve de bomen die traag voorbij gaan.

‘Zijn jullie twee broers?’ raadt de vrouw tegenover mij met een begrijpend lachje. Ze is het type dat er plezier in heeft dat men haar een geheim onthult.
‘Nee, we zijn getrouwd,’leg ik haar uit. Ze denkt een geheim te hebben onthult.
De vrouw knikt tevreden. Tussen de bomen zie ik een paar geiten op de rotsen staan. Wie heeft deze beesten ooit geleerd om zo te kunnen klimmen? Of zijn ze zonder er zelf bij nagedacht te hebben, zelf aan begonnen? Door niet te denken kom je wel voor verrassingen te staan. Dat zie ik bij te veel mensen tegenwoordig. Ze denken niet na en de verrassing komt altijd wanneer de batterij van hun telefoon nog maar 20% aangeeft.

‘Zijn jullie al lang getrouwd, met elkaar?’ vraagt ze vriendschappelijk, maar zeker wel indringend.
‘Sinds april 2000,’ zeg ik.
‘Ik niet,’ betuigt ze, met een gespeelde droevige blik. ‘Ik ben geen relatiemateriaal, lijkt het.’
Het treintje mindert vaart. Ik hoop dat we bij de top van de berg, onze bestemming aankomen. Weg van dit gesprek en de mevrouw.
‘Mannen gaan mij uit de weg, weet u? Misschien moet ik ook maar lesbienne worden,’ lacht ze theatraal.
Ze lijkt mij een persoon die iedere ochtend jammerend wakker worden en iedere avond mopperend in slaap valt.
‘Langer dan zes maanden houden ze het niet met me uit. Stuk voor stuk.’
En ik weet waarom, denk ik.

Ik glimlach en kijk door het raam naar buiten. Het uitzicht wordt ons door bergmist ontnomen, en ik draai mijn gezicht weer terug. Mijn niet-broer-maar-echtgenoot fingeert alsof hij iets heel interessants leest in een folder over deze trip.
‘Het nadeel van alleen reizen is niet dat je alleen bent, maar je betaalt ook nog eens toeslagen voor het alleen zijn. Je wordt dubbel gestraft.’
‘Dat wist ik niet,’ jok ik.
Het voertuig schudt alle inzittenden heen en weer, en we staan stil op het kleine station. We lijken ons doel te hebben bereikt. De top van de Oostenrijkse berg. De mist is weg en het uitzicht is daadwerkelijk adembenemend. Of de adem wordt ons ontnomen door de ijle lucht op deze hoogte.

Bovenop de berg staat een restaurantje waar versnaperingen voor een paar Oostenrijkse schillingen gekocht kunnen worden. Helaas geen broodjes kroket. De vrouw die geen mannen kan houden staat tussen een paar andere vakantiegangers. Ze is druk aan het praten. Of de toeristen aandachtig luisteren weet ik niet. Het zijn vast geen Nederlanders en laten ze haar beleefd doorpraten.
Mijn niet-broer-maar-echtgenoot en ik lopen weer terug naar het kleine station. Na drie kwartier is een uitzicht wel gezien, vinden wij.
In het treintje zitten we tegenover een grote, stoere meneer. Leren jack en dikke baard. Hij kijkt ons voor een korte tijd aan, en ik verwacht dat hij ons zal vragen of wij zijn motorfietser hebben gezien, maar nee.
‘Zijn jullie twee broers?’ gist de man.
Met een schreeuw schiet ik wakker. Mijn echtgenoot schrikt even op, maar ronkt daarna rustig verder en ik blijf voorlopig wakker.

U mag reageren.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s