DRAY BOSMA

It's just graffiti with punctuation.

Het is vroeg. Ik wandel een ommetje. Dat doe ik sinds een paar weken. Voorheen rolde ik ’s-ochtends vroeg mijn bed uit, zo door naar de werkplek op de kamer ernaast. Nu doe ik iedere ochtend, voor de werkzaamheden, een wandeling van 2 kilometer. Het is een blokje om een bedrijventerrein hier in de buurt en zo doe ik ook mee aan de app van de Hersenstichting. Het is een zelfgecreëerde pendelaarsbestaan, en het helpt om de zaken op orde te krijgen. In mijn hoofd.
Een paar dingen vallen mij op. Net als het pendelen tussen thuis en de werklocatie zie je vaak dezelfde mensen. Voorheen met het openbaar vervoer en tegenwoordig tijdens de wandeling in de vroege ochtend. Een jonge vrouw loopt dagelijks met haar drie hondjes een rondje. Het zal een uitdaging zijn om op dit vroege tijdstip met je hondenuitlaat-job bezig te zijn, of gewoon gekkenwerk om je eigen drie honden uit te laten. Het zijn naast mij de hondeneigenaren en hondenuitlaat-werkers die zo vroeg rondwandelen.
In de verte zie de man die al eerder mijn aandacht heeft getrokken. Hij wandelt met een drietal big shoppers met daarin zijn hele hebben en houden. Hij is dakloos en zwerft door de straten van Almere. Heel even moet ik denken aan mijn ouders. Die hebben altijd beweerd dat ik als kind op de vraag; wat wil je later worden? steevast het antwoord gaf dat ik later als zwerver onder de bruggen van Parijs wilde leven. Waar dat idee vandaan komt is voor mij tot op vandaag een raadsel. Parijs is een van de mooiste steden ter wereld, maar ik hoef er niet dakloos onder een brug te liggen.
Wanneer de man en alles wat hij bezit in zijn drie tassen dichter bij me in de buurt komt speel ik even met de gedachte hem aan te spreken. Ik ben benieuwd hoe hij in deze situatie is gekomen, maar ik ga het hem niet vragen, want ik ben er niet nieuwsgierig genoeg voor en voor je het weet zit zo’n persoon in no time bij je thuis op de bank om er vervolgens nooit meer te vertrekken.
Het is een vooroordeel. Deze rare, onsympathieke gedachte, en ik vergoelijk het met de gedachte dat het misschien met groepsinstinct heeft te maken: Buitenstaanders zijn gewoon niet welkom. Ze passen niet in het groepsplaatje, zeg maar. Wederom weet ik dat ook deze gedachte een onsympathiek vooroordeel is. Wanneer de man met zijn tassen mij passeert groet ik hem vriendelijk. Hij rochelt wat vastzittend slijm omhoog. Hoestend en kuchend groet de man mij binnensmonds terug.

Categorieën:Read

U mag reageren.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: