Tegenwind

Er waaide een stevige voorjaarsstorm toen ik op de fiets stapte, onderweg naar een afspraak. Tegen een aanhoudende tegenwind in trapte ik chagrijnig de pedalen rond, hopend nog enigszins op tijd aan te komen. Toch haalde ik onderweg met gemak een paar andere fietsers in. Eén van hen was een mevrouw wier imposante derrière haar fietszadel volledig aan het oog onttrok. Pas toen ze afstapte verscheen het zadel weer, alsof Hans Klok zojuist een goocheltruc had afgerond. De wind deed een dappere poging haar tegen te houden, maar verloor uiteindelijk van de wetten van de zwaartekracht.

Op een viaduct fietste ik twee meisjes voorbij. Brugklassers, schatte ik. Ze slingerden over het fietspad alsof ze door de storm bestuurd werden. Het meisje met halflang blond haar, dat alle kanten op waaide, riep luid: ‘Godverdomme!’ Niet eens uit woede, maar meer als een officiële mededeling aan haar vriendin dat de wind vandaag een onuitstaanbaar kreng was. Haar vriendin, met kort donker haar onder een zwarte beanie, schoot in de lach. Ze stapte af, liet demonstratief haar fiets op de grond vallen en hurkte neer. Het vloekende meisje volgde haar voorbeeld. Daar zaten ze dan, midden op het fietspad, tussen hun fietsen, gierend van het lachen terwijl de storm om hen heen raasde. Tieners. Die weten zelfs van tegenwind nog een feestje te maken.

Eenmaal in het stadspark kreeg de wind minder vat op me. De bomen boden beschutting, al lag het fietspad bezaaid met afgebroken takken. Ik slingerde eromheen en bedacht me ineens dat zo’n tak natuurlijk ook naar beneden kon komen. Voor je het weet lig je daar, knock-out geslagen door een afgebroken tak. Buiten westen, naast je fiets, terwijl een toevallige voorbijganger besluit dat jouw portemonnee beter in zijn jaszak past dan in de jouwe. Mijn hoofd kan soms zonder enige aanleiding complete rampscenario’s produceren. Gelukkig bleef het deze middag beperkt tot een levendige fantasie en kon ik zonder ongelukken mijn weg vervolgen.

Niet veel later arriveerde ik zonder kleerscheuren op mijn afspraak. Toch keek ik stiekem al uit naar de terugweg. Die liep precies de andere kant op en dat betekende één groot voordeel: rugwind. Ik hoopte zelfs dat de storm nog even zou aanhouden. Waar ik op de heenweg tegen de wind had moeten vechten, zou ik op de terugweg als een ware renkoekoek over het asfalt naar huis worden geblazen.

U mag reageren.