Eurovisie 2026

Er zijn van die bekentenissen die je pas op latere leeftijd zonder gêne kunt doen. Zoals toegeven dat je nog steeds ontroerd raakt van de begintune van De Fabeltjeskrant, of dat je liever filterkoffie drinkt dan espresso’s met havermelk. Voor mij geldt: het Eurovisie Songfestival is ongeveer het enige gay-cliché waar ik volledig en enthousiast aan voldoe. En eerlijk gezegd? Ik vind het heerlijk.

Volgende week is het weer zover: op dinsdag- en donderdagavond de halve finales, en op zaterdag de grote finale van de zeventigste editie. Nederland doet dit jaar niet mee, en daar ben ik het honderd procent mee eens. Soms moet je als land even een stap terugzetten; niet alles hoeft ieder jaar koste wat kost door te gaan. Maar kijken doe ik natuurlijk wel. Sterker nog: ik word daar intens gelukkig van.

Dat klinkt misschien overdreven voor een televisieprogramma vol rookmachines, bladblazers, hysterische lichtshows en af en toe een Moldavische panfluit, maar toch is het zo. Zodra de herkenningsmelodie begint, voel ik iets vertrouwds. Alsof ik een oude jas aantrek die nog precies goed zit.

Inmiddels kan ik me ook wel een Eurovisie-verzamelaar noemen. Dat ging ongemerkt. Eerst wat cd’tjes. Toen een programmaboek. Daarna dvd’s, oude lp’s en zelfs tijdschriften. Voor je het weet zit je op een regenachtige zondagmiddag te zoeken naar een Songfestival-uitgave uit 1978 alsof je bezig bent met cultureel erfgoed. En dat is het eigenlijk ook wel een beetje.

Want het Songfestival is veel meer dan muziek alleen. Het is nostalgie. Europa in drie minuten per land. Je ziet mode veranderen, kapsels verdwijnen en landen ieder jaar opnieuw hopen dat zij degene zijn die de douze points krijgen van hun buurland.

Ik geniet vooral van de halve finales, omdat daar nog wat rafelrandjes zichtbaar zijn. Optredens waarvan je denkt: wie heeft ooit besloten dat een man in een hamsterwiel een goed idee was? En toch gebeurt het. Dat is precies de charme van Eurovisie.

De afgelopen maand heb ik de inzendingen grijsgedraaid tijdens wandelingen, onderweg naar kantoor en terug, en zelfs tijdens het hardlopen. Italië is mijn favoriet; zij sturen altijd sfeer in plaats van een act. Cyprus heeft zo’n nummer dat na drie keer luisteren in je hoofd blijft zitten alsof het huur betaalt. Frankrijk doet weer heerlijk typisch Frans: stijlvol blijven terwijl de rest van Europa ontploft in glitter en vuurwerk.

Wat ik uiteindelijk misschien het mooist vind aan het Songfestival, is dat het tegelijk totaal absurd en volledig oprecht is. Drie minuten lang gelooft ieder land dat muziek verbindt. En voor heel even geloof ik dat ook.

Volgende week zaterdagavond zit ik dus gewoon weer klaar. Waarschijnlijk weer iets te vroeg. Koffie binnen handbereik. Telefoon op stil tijdens de puntentelling. Ergens voelt Europa voor mij dan heel even als één grote huiskamer.

U mag reageren.