Anne

Vandaag ben ik met een kennis en mede-blogger naar Amsterdam geweest. Het weer leende zich niet echt om van winkel naar winkel te lopen, dus besloten we naar het Anne Frank Huis aan de Prinsengracht te gaan. Het afgelopen halfjaar heb ik me verdiept in de geschiedenis van Anne Frank, en dit bezoek was voor mij een mooie manier om haar verhaal af te sluiten.

De tour door het huis begint in het magazijn op de begane grond. Daarna ga je via een steile trap naar boven, naar het kantoor van Victor Kugler. Vlak voordat je de trap opgaat, zie je links de echte, originele ingang van het huis. Vijfenzestig jaar geleden stapten de families Frank en Van Pels hier voor het laatst als vrije mensen naar binnen.

Van het eerste kantoor loop je door naar het voorkantoor van Miep Gies, Bep Voskuijl en Jo Kleiman. Hier wasten Anne en Margot Frank zich elke zaterdag tijdens hun onderduiking. Vanuit het voorkantoor ga je via een steile trap naar de opslagruimte, een etage hoger.

Vanuit de opslagruimte loop je naar de overloop, waar je uiteindelijk de bekende boekenkast ziet staan. Zodra je een stap in de schuilplaats achter de kast zet, krijg je meteen een beklemmend gevoel. Niet alleen omdat de ruimte erachter zo benauwd is, maar ook door de beladen geschiedenis die er voelbaar is.

In de kamer die Anne deelde met meneer Pfeffer wordt duidelijk hoe beperkt hun leefruimte werkelijk was. Het is bijna niet voor te stellen dat mensen zo lang met elkaar in zo’n kleine ruimte hebben moeten samenleven. Van Anne’s kamer loop je door naar de wasruimte en het toilet, om vervolgens via nog een steile trap in het bovenvertrek te komen.

In deze ruimte sliepen Hermann en Auguste Pels en leefden overdag de acht onderduikers. Hier aten ze, vierden ze verjaardagen, Sinterklaas en Chanoeka. Vanuit deze kamer loop je door naar de kleine kamer van Peter Pels. Een blik langs de trap naar boven geeft zicht op de zolder, waar Anne en Peter vele uren samen hebben doorgebracht.

Vanuit deze ruimte wordt de bezoeker naar de zolder van het voorhuis geleid, waar het verhaal van de onderduikers na hun arrestatie wordt verteld. Ook komt de bredere geschiedenis van de Jodenvervolging aan bod. Het bezoek aan het Achterhuis heeft bij mij een onuitwisbare indruk achtergelaten.

Drie!

thursdaychild

Drie jaar geleden begon ik mijn weblog met de zin: ‘Lisa Bonet (1967) is jarig! Haal de slingers uit de kast.´ Het toeval (wanneer dat eigenlijk bestaat) wil dat ik vandaag eindelijk deze bestelling, die ik een paar maanden geleden had gedaan, vandaag op de deurmat vond. Ik vind het wel een grappig gegeven.

In 2004 begon ik mijn weblog in de stijl van de Playstation2 ©, vandaar de variant hierop met de naam Draystation. Toen kon ik nog niet weten dat ik zesendertig maanden hierna nog steeds aan het loggen was. Op sommige momenten iets minder fanatiek dan op andere (soms wil je niet in de herhaling vallen), maar als het aan mij ligt ga ik nog even door.

 

Gesnapt

Het weekend was voor mij gisteren aan het eind van de middag al begonnen. Vandaag had ik een uitstapje naar mijn kapper in Oud West in de agenda staan. Het was mooi weer en iedereen is dan altijd veel mooier en vrolijker.

Ik wilde mijn zomerse wandeling delen en de camera en ik hadden er zin in! Ik schoot de digitale afbeeldingen in de, zoals ik het noem ‘Neef Martijn Mode‘. Dat houdt in dat je niet stil gaat staan voor een foto, maar dat je vanuit de losse pols plaatjes schiet.

Dus vanmorgen schoot ik ongeveer honderd snapshots. Allen vanuit de losse pols. Niet aan de mensen vragen voor een foto stil te staan. Gewoon schieten. Snap! Snap! En dan in één tempo doorlopen. Je wilt niet gesnapt worden, dat snap je natuurlijk wel.










Collegae

Gisterochtend kwam ik, op mijn verjaardag, op mijn werkplek en bemerkte ik al snel dat mijn verjaardag niet zomaar aan mijn collegae was voorbij gegaan. Ze hadden mijn kamer helemaal veranderd in een bonte aura van slingers, foto’s en ballonnen. Handig zo’n weblog met foto’s! Ik meen het als ik zeg; ‘Dat hadden jullie toch echt niet hoeven doen’…

Bond Royale

Omdat ik donderdagavond en de dagen erna druk bezig was met de voorbereidingen voor en het genieten van een fantastisch weekend, en zondagavond een altijd welkome logé had, kon ik pas op maandagavond naar de nieuwste James Bondfilm Casino Royale. En eerlijk gezegd, ik had het niet willen missen.

De film opent rauw en direct: Bond moet zijn eerste twee mensen omleggen om zijn licentie te verdienen. Keihard, ongepolijst en precies hoe je verwacht dat een Bond van het nieuwe millennium getest moet worden. Het is even wennen, maar tegelijkertijd voel je: hier wordt geen blad voor de mond genomen. Geen oude glamour, geen overbodige gadgets, gewoon een spion die zijn vak verstaat en gevaarlijk is op een manier die je gelooft.

Daarna volgt de titelsong en het titelsegment, en het is verbluffend hoe naadloos alles in elkaar overloopt. Elke beweging, elk shot en elke toon van de muziek zet je meteen in de juiste sfeer. Het voelt alsof je wordt opgetild en direct midden in het avontuur wordt gedropt. Dit is Bond zoals hij hoort te zijn: stijlvol, scherp, gevaarlijk en vol zelfvertrouwen.

En dan begint de eerste echte actiescène: twintig minuten non-stop adrenaline. Ik zat met open mond te kijken. Het is een dollemansrit in een achtbaan, waarin elke stunt, elke explosie en elk gevecht je hart een paar slagen laat overslaan. Bond voelt hier echt als iemand die leeft op het randje, en elke seconde is pure sensatie.

De locaties zijn adembenemend, de dialogen scherp en de humor precies op het randje van gevaarlijk en hilarisch. Kleine cameo’s van Richard Branson en producent Michael G. Wilson geven de film een knipoog, zonder dat het tempo ooit hapert. Q en Moneypenny ontbreken volledig, en eerlijk? Het stoort geen moment. Het verhaal heeft genoeg kracht en energie om zonder hun gadgets en plagerijen te leven, en het past perfect bij de rauwe, serieuze toon van deze Bond.

En dan Daniel Craig. Alle sceptici die riep dat hij nooit 007 kon zijn, dat hij te kil of te anders was, laat hij volledig in zijn hemd staan. Craig ís Bond. Kwetsbaar en dodelijk tegelijk, charmant en intimiderend, een man die zowel kan doden als verleiden. Hij tilt de rol naar een niveau waarop je vergeet dat iemand ooit twijfelde. Elke blik, elke beweging, elke confrontatie voelt geloofwaardig en intens.

Eigenlijk kan ik het hele spektakel samenvatten in één woord. Wow. Casino Royale is een film die je overdondert, je laat lachen, huiveren en ademloos achterlaat. Gelikt, brutaal, spectaculair en tegelijk menselijk. Wie dacht dat Bond stoffig was geworden, krijgt hier het tegendeel te zien. Daniel Craig laat zien dat hij 007 is, dat hij de sceptici domweg te slim af is en dat hij Bond op een manier neerzet die zowel klassiek als vernieuwend voelt.

Kortom: dit is Bond zoals het hoort. Intens, geniaal en onweerstaanbaar. Nobody Does it Better.

Poesie

Als kind had ik een gezonde jaloezie richting de meisjes uit de klas en bij mij in de buurt. Het ging niet om jurkjes of make-up — daar had ik nooit iets mee gehad en nog steeds niet, eerlijk gezegd. Het was iets anders. Iets dat je niet kon dragen of op je gezicht smeren. Ik wilde een poëziealbum. Een echt poëziealbum, met die zachte, geurende kaft, misschien met een bloemmotief of een engeltje dat iemand wakker maakte in de tuin om een versje te schrijven. Zoiets had ik nodig, iets waar herinneringen in konden blijven hangen.

Ik wilde schrijven: ‘Dit album is mij lief, wie dit steelt is een dief. Wie het vindt, breng het vlug naar André in Den Helder terug.’ Ik wilde dat iemand voor mij een versje bedacht, met een rijm dat klopte en waar ik stiekem trots op kon zijn. Maar zoals altijd waren de poëziealbums eenrichtingsverkeer. Jongens mochten er nauwelijks in schrijven. Dus schreef ik zelf. Voor vriendinnetjes, op een pagina, een rijmpje dat meer instructie dan poëzie was: ‘Schrob de keuken, boen de gang. Vang de spinnen, wees niet bang. Schil de piepers en kook de pap. Dan vindt iedereen je knap.’ Als je dat nu leest, denk je: arme kinderen, arme meisjes, wat een ouderwetse wereld. Maar toen voelde het alsof je magie op papier zette. En natuurlijk stond er boven de datum, na de tip-tap-top, altijd een klein hoedje. Zo’n dag markeren, een moment in het leven vangen, een herinnering veiligstellen.

Wat had ik toen graag eens in een eigen album willen bladeren, denken aan klasgenootjes en vriendjes uit de buurt, lachen om fouten en complimentjes tegelijk. En nu, zo vlak voor mijn veertigste verjaardag, krijg ik een soort herkansing. Vandaag zag ik op de site van ApartDesign.nl een poëziealbum voor volwassenen. Of bedoelt men eigenlijk: voor volwassenenprijs? Het is een kruising tussen een poëziealbum en een vriendenboekje, een soort nostalgie met een likje moderniteit. Misschien, dacht ik, kan ik dit boekje gebruiken als gastenboek op het gezamenlijke veertigste verjaardagsfeest dat Edo en ik in december vieren. Een plek waar mensen schrijven, een beetje poëzie, een beetje grap, een beetje herinnering. Zoals vroeger, maar nu met wijn, bitterballen en misschien een klein engeltje dat niemand wakker maakt, behalve in onze herinnering.

Eén

nummer-1Alweer één jaar geleden dat ik met dit log aan mijn weblog begon. Ik had niet gedacht dat ik het zo lang zou volhouden. Meestal ben ik ergens enthousiast over en dan kakt zakt dat na een maandje weer in.. Echter is het dit keer anders gelopen. Ik ben van plan om het nog lang vol te houden, maar of dit mij nog op dagelijkse basis zal lukken..?

Reisverslag

Sinds jaar en dag houd ik in de vakantie een dagboek bij (bloggen met pen & papier) en zo ook deze keer. Hieronder een verslag van het afgelopen weekend, inclusief foto’s. Zondag om even voor 21:00 uur thuisgekomen van een weekend Parijs. Vrijdagochtend met de Thalys (zie foto links) richting het zuiden gereden. Ikzelf had deze trein ietsje comfortabeler ingeschat, (meer beenruimte) maar het is niet zo dat je de rit oncomfortabel reist. Vier uren later waren we dan eindelijk aangekomen in Parijs. Het hotel was simpel maar okay. Niets te klagen, eigenlijk. Het lag vlakbij Gare Du Nord, dus de ritjes met de Metro waren ook te doen. (nadat je een beetje doorhebt hoe die werkt).

Vrijdag 18 maart 2005

Vanmorgen ging de wekker om 04:50 uur. Ik wilde eigenlijk nog tien minuutjes ‘snoozen’, maar de gedachte Parijs! gaf mij genoeg spanning om meteen uit bed te komen. Alles stond al klaar (de avond ervoor neergezet), dus heel relaxt liepen wij even voor 06:00 uur naar station Almere Centrum. Daar vertrokken we om 06:11 uur naar A’dam Centraal.
Daar aangekomen vertrokken we om 06:59 uur met de Thalys naar Parijs. Om 11:10 uur kwamen we aan. Het hotel lag op loopafstand en daar aangekomen hebben we de koffers achtergelaten (we mochten pas om 14:00 uur inchecken).
We hadden besloten om naar de Sacré Coeur te lopen. In het eerste straatje dat we inliepen (Rue de Rochechouart) was het meteen raak: op de stoep werd een man door ambulancepersoneel gereanimeerd. Geen prettig gezicht…
Al snel kwamen we aan bij de Sacré Coeur. De zon brak door en het werd echt warm! We konden gewoon in T-shirts rondlopen, zonder kou te vatten. Jammer dat het nog nevelig was, want daardoor werd het uitzicht belemmerd.
Na het bezoek aan de Sacré Coeur zijn we door Montmartre gelopen, via de Moulin Rouge, en zo weer terug naar het hotel. ’s Avonds hebben we gegeten bij Bar Brasserie L’Evasion. Dit is géén tip. Het eten was niet echt lekker en de drank was heel duur. Dus besloten we onze koffie elders te halen. Dat deden we bij Café Le Turgot (via Rue Turgot hadden we uitzicht op een verlichte Sacré Coeur).
Het is nu 22:00 uur en ik lig op het hotelbed. We nemen nog een wijntje (of twee) en daarna — moe van het lopen én de opwinding — de oogjes toe…

Zaterdag 19 maart 2005

Vandaag om 08:00 uur wakker geworden en meteen gedoucht. Ontbeten (we zaten naast Scandinaviërs) en daarna: pleite! Naar Gare du Nord gelopen en de metro genomen naar de Arc de Triomphe.
Van daaruit zijn we naar de Eiffeltoren gelopen. En die hebben we ook nog beklommen! Vanaf daar zijn we ‘even’ doorgelopen naar het kleine zusje van Lady Liberty en daarna weer terug naar de Eiffeltoren. Daar nog even in het gras gezeten en wat gegeten.
Vervolgens zijn we via de École Militaire doorgelopen naar Place des Invalides, waar het stoffelijk overschot van Napoleon Bonaparte ligt (Detail! In de souvenirshop kun je een gipsafdruk van Napoleons – dode – hoofd kopen. Yuck!).
Inmiddels hadden we kapotte voeten (Edo letterlijk, bleek later). Na zeven uur wandelen hebben we bij Place de la Concorde de metro genomen. In het hotel een bad genomen en even gerust.
Om 19:30 uur gegeten bij restaurant Hippopotamus, bij Gare du Nord. Daarna weer koffie gedronken op het terrasje bij Café Le Turgot.
Het is inmiddels 22:00 uur en we gaan zo maar slapen. Maarrrrrr… eerst nog een wijntje!

Zondag 20 maart 2005

Vandaag, net als gisteren, om 08:00 uur uit bed gekomen en ontbeten. Om 09:15 uur naar Gare du Nord gegaan om met de metro naar het Louvre te gaan. We hebben nu door hoe het systeem werkt!
Bij het Louvre aangekomen zijn we de glazen piramide ingedoken en hebben we kaartjes gekocht. Natuurlijk geheel in de stijl van het boek De Da Vinci Code eerst naar de Mona Lisa gegaan. Stervensdruk voor zo’n heel klein schilderijtje.
Verder nog andere bekende doeken gezien. Zelf vond ik een beeld van het Paaseiland heel indrukwekkend en bijzonder. Ook de oude Egyptische kunst en de Griekse beeldhouwkunst maakten indruk, natuurlijk.
Na het bezoek aan het Louvre zijn we lopend over de Pont Neuf naar de Notre-Dame gegaan. Hier was het enorm druk en zó warm dat we besloten de metro naar de Jardin du Luxembourg te nemen. Daar een stokbrood gekocht en heerlijk, lommerrijk in het park gegeten.
We hebben daar een tijd relaxed gezeten en zijn daarna met de metro teruggegaan naar het hotel. Daar onze benen en voeten wat rust gegund (spierpijn, blaren en auw en zo).
Om 18:00 uur door Montmartre gelopen en daarna weer naar hetzelfde restaurant als gisteren. Heeeeeerlijk gegeten en later opnieuw extra koffie gedronken op ‘ons’ inmiddels vaste adres.
Edo heeft in Montmartre nog een coole zonnebril gekocht. Nu weer op de hotelkamer. Relaxen en straks slapen. We zijn moe.
Maar eerst: vin!

Maandag 21 maart 2005

We rijden net Brussel uit. Met andere woorden: Parijs is voorbij. Onderweg naar huis. Vanmorgen zijn we iets later uit bed gekomen. Hetzelfde ontbijtje, met hetzelfde jakkie koffie. Daarna met de metro naar L’Opéra gegaan en van daaruit naar La Madeleine gelopen.
Omdat we de afgelopen dagen genoeg hadden gewandeld, hebben we vandaag geen lange wandelingen gepland. Dus heel relaxt via Galeries Lafayette (waar ik Edo écht niet mee naar binnen kreeg) terug naar het hotel gelopen en meteen door naar Gare du Nord.
Daar gewacht op de Thalys. Die kwam aan op een perron dat we niet verwachtten. Dus iedereen — Edo en ik — met de koffers naar het andere perron gelopen.
Het is inmiddels 17:45 uur. Om ± 20:05 uur komen we aan in Amsterdam en dan door naar Almere. Ik denk dat we rond 21:00 uur thuis zijn. Daar maar een pizza laten bezorgen en nagenieten van de afgelopen dagen.

De afgelopen dagen waren heerlijk. We hebben enorm geboft met het weer. Wat mij betreft bezoeken we volgend jaar weer Parijs!

Dray

Dinsdag 16 november 2004

Lisa Bonet (1967) is jarig! Haal de slingers uit de kast en zet je feesthoed op!

LB

Poop

Vandaag had ik de hele dag managementtraining, dus ik ben nu een beetje ‘gaar’. Het ging over het motiveren van het personeel alsmede de functionerings- en beoordelingsgesprekken. Voor mij een beetje achterhaald, want vorig jaar had ik al van deze gesprekken afgenomen. Maar zoals ik al vaker tegen mensen (in real life) zei: je leert steeds weer van deze trainingen. Gelukkig maar, anders hoefde ik ze ook niet te volgen.

Het is dat ik vandaag dus training heb gehad om mensen te motiveren, dus kan ik het bij mezelf toepassen om verder te gaan, want vanavond had ik de buurman van enkele huizen verderop aan de deur. Zo een lange, grote, donkere Amerikaanse man die mij wist te vertellen dat één van onze katten ‘poop’ in zijn achtertuin heeft gedaan. Nu lijkt me dat sterk, want onze katten doen de behoefte in onze eigen tuin. Maar ik kan natuurlijk ook niet alles in de gaten houden. Dit heb ik ook de, verder best aardige, buurman verteld dat ‘I am sorry‘ maar dat ik ‘m niet binnen kan laten (de kat). Ik heb hem gevraagd of er iets is wat ik er verder aan kon doen, maar ook hij wist daar geen antwoord op. Voor mij was het onderwerp daarmee ook gesloten.

Overigens heb ik de katten hier wel op aangesproken..

Dray