Augustus 50 jaar geleden. Ik was negen jaar, in december werd ik eindelijk een tiener, maar het gaat dit keer niet over mij. Het gaat over Nederland in augustus 1976. Een land met telefooncellen, twee televisienetten, brommers, wijde broekspijpen en huiskamers waarin bruin, oranje en groen blijkbaar probleemloos tegelijkertijd gebruikt mochten worden. En het was droog. Bizar droog.
De zomer van 1976 staat nog altijd in de recordboeken. De hittegolf van 23 juni tot en met 9 juli duurde zeventien dagen, waarvan tien tropisch. Het uiteindelijke neerslagtekort liep op tot 361 millimeter, een record dat zelfs vijftig jaar later nog overeind staat. Augustus deed weinig om de boel te herstellen. Akkers verdorden, vissen stierven en zelfs militairen werden ingezet om te helpen met irrigatie. En kijk eens naar augustus 2026. We zijn vijftig jaar verder en opnieuw praten we over hitte en droogte. Ook deze zomer waren er lange droge perioden en hoge temperaturen. Het opvallendste verschil zit misschien niet eens in één hete zomer, maar in de achtergrond: Nederlandse zomers zijn tegenwoordig gemiddeld ongeveer twee graden warmer dan vijftig jaar geleden. Een zomer als die van 1976 was toen uitzonderlijk. Warmte en langdurige droogte voelen inmiddels een stuk minder uitzonderlijk.
Ook politiek was augustus 1976 allesbehalve komkommertijd. Nederland was in de ban van de Lockheed-affaire. Prins Bernhard werd ervan beschuldigd geld te hebben aangenomen van vliegtuigfabrikant Lockheed. Op 26 augustus maakte premier Joop den Uyl het onderzoeksrapport openbaar. Bernhard moest zijn militaire en andere openbare functies neerleggen en mocht zich niet meer in uniform vertonen. Dat was nogal wat in een tijd waarin het koningshuis nog met aanzienlijk meer eerbied en afstand werd bejegend dan tegenwoordig. Vijftig jaar later hebben we geen prins of vliegtuigfabrikant nodig om politieke onrust te veroorzaken. Dat kunnen we inmiddels uitstekend zelf.
Gelukkig was er ook muziek. Jesse Green, The Manhattans, Queen, Bryan Ferry en Peter Frampton kwamen uit de radio, en ABBA was met Dancing Queen bezig aan de opmars naar de eerste plaats van de Nederlandse Top 40. Wie een liedje mooi vond, kon niet even Spotify openen. Je wachtte met je cassetterecorder bij de radio en hoopte dat de diskjockey zijn mond hield tijdens het intro. Dat deed hij uiteraard niet.
Vijftig jaar later hebben we vrijwel alle muziek ooit gemaakt in onze broekzak. Net als nieuws, krant, televisie, fotocamera, encyclopedie, wegenkaart, telefoon, agenda en weersverwachting. In 1976 had je voor datzelfde rijtje ongeveer een halve huiskamer nodig. Het weerbericht zat in de krant of kwam op radio en televisie. Nu kan ik op mijn telefoon bijna op de minuut zien wanneer het gaat regenen, om vervolgens alsnog zonder paraplu naar buiten te gaan. Niet alle vooruitgang gaat snel.
Augustus 1976 en augustus 2026 liggen vijftig jaar uit elkaar. De wereld ertussenin is bijna onherkenbaar veranderd. Maar zet twee foto’s naast elkaar van geel gras, een strakblauwe lucht en Nederlanders die vinden dat het veel te warm is, en ineens lijken die vijftig jaar verrassend klein. Alleen die bruine bloemetjesbank uit 1976 mag wat mij betreft gewoon geschiedenis blijven.
