Goddelijk

Ik heb het bestaan van God nooit geloofd. Tenminste, niet dat ik me kan herinneren. Toch heeft religie altijd een zekere aantrekkingskracht op me gehad. Niet zozeer het geloven zelf, maar alles eromheen. De verhalen, de gebruiken, de geschiedenis en vooral de vraag waarom mensen zo overtuigd kunnen zijn van iets wat ze niet kunnen bewijzen.

Bij ons thuis waren we niet gelovig. Toch ging ik naar een katholieke kleuterschool en later naar de zondagsschool. Dat kon blijkbaar gewoon. Mijn ouders maakten zich er niet druk om. Toen mijn zus later helemaal weg was van The Osmonds en er zelfs mormonen bij ons over de vloer kwamen, was dat ook geen probleem. Of mijn ouders daardoor dichter bij God kwamen, betwijfel ik. Mijn zus kwam in gedachten vooral dichter bij Donny Osmond.

Wat me wel is bijgebleven, is de pausverkiezing van 1978. Ik was elf en herinner me de witte rook en vooral het gevoel dat er iets belangrijks gebeurde. Mijn moeder sprak later over de lachende paus, die na slechts 33 dagen overleed. Mijn vader wist het wel: de katholieke maffia had erachter gezeten. Bewijs had hij niet, maar een goed verhaal was het natuurlijk wel.

Die belangstelling verdween nooit. Rond 2000 werkte ik met een hindoeïstische collega die regelmatig religieuze feesten vierde. Ik werd nieuwsgierig, begon te lezen en kon haar uiteindelijk vertellen waar bepaalde gebruiken vandaan kwamen. Vooral het verhaal van Hanuman, die als kind naar de zon sprong omdat hij dacht dat het een vrucht was, vond ik prachtig. Het deed me denken aan Icarus. Twee totaal verschillende culturen die allebei iets bijzonders met diezelfde zon deden. Kennelijk zijn mensen overal ter wereld dol op verhalen waarin iemand iets te hoog grijpt.

Nieuwsgierig bleef ik. Want wat me fascineert, is hoe mensen al duizenden jaren proberen het onverklaarbare te verklaren, en hoe verhalen daarbij ontstaan, veranderen en van generatie op generatie worden doorgegeven. Soms troostend, soms inspirerend, soms ronduit angstaanjagend.

Uiteindelijk ben ik tot de conclusie gekomen dat God waarschijnlijk niet bestaat. Niet omdat ik iets tegen hem heb. Dat zou nogal lastig zijn bij iemand van wie ik het bestaan betwijfel. Ik heb eenvoudigweg nooit iets ervaren dat me van het tegendeel overtuigde. Maar stel dat dat ooit verandert? Misschien maak ik iets mee waardoor mijn hele kijk op het bestaan kantelt. Iets wat ik niet kan verklaren en waardoor ik ineens anders ga denken. Ik sluit het niet uit. Waarom zou ik?

Iemand die wijzer was dan ik zei ooit dat het om het verhaal gaat, niet om de waarheid. Daar kan ik me behoorlijk in vinden. Een verhaal hoeft niet letterlijk waar te zijn om iets te betekenen. Dus voorlopig geloof ik niet in God. Maar ik blijf geïnteresseerd in iedereen die dat wel doet.

En mocht God toch bestaan, dan mag hij zich gerust eens voorstellen. Het liefst op een zonnig terras. Ik trakteer op koffie. Hij op het wonder.