Vlokken

Sommige producten koop je niet. Ze horen gewoon bij je jeugd. Ze zijn er altijd, alsof ze net zo vanzelfsprekend zijn als de koffie in de pot of de boter in de koelkast. Voor mij waren dat de Choca-vlokken.

Vanmiddag zag ik ze ineens weer staan in de buurtsuper. Dat eenvoudige beige doosje met het rode vlak en de grote witte letters: CHOCA. Vrijwel onveranderd. Geen hippe verpakking, geen schreeuwerige kreten. Gewoon hetzelfde pak dat ik me herinner uit de keuken van mijn ouders. En ineens was ik weer thuis.

Bij ons stonden Choca-vlokken volgens mij standaard in de keukenkast. Ik kan me niet herinneren dat ze er ooit níét waren. Ontbijt, lunch of een boterham na school; er was altijd wel iemand die de doos op tafel zette.

Als kind was ik een enorme zoetekauw. Ik moet er kilo’s van hebben gegeten. Hoe royaler de chocoladevlokken over de boterham werden gestrooid, hoe beter. Dat de helft naast het brood terechtkwam, hoorde er gewoon bij. Je veegde het weer op je boterham of pikte het met een natte vinger van het tafelkleed. Zonde om chocolade te verspillen.

Ergens onderweg veranderde mijn smaak. Tegenwoordig hoef ik zoetigheid op brood eigenlijk niet meer. Geef mij maar een boterham met kaas, pindakaas of vleeswaren. Toen ik het ouderlijk huis verliet, verdwenen de Choca-vlokken dan ook geruisloos uit mijn leven. Niet omdat ze uit de winkels verdwenen, maar omdat ik er nooit meer naar omkeek.

Tot vandaag.
Grappig genoeg blijkt Choca al tientallen jaren nauwelijks veranderd. Het merk bestaat al sinds de jaren vijftig en werd voor veel Nederlandse gezinnen een vertrouwde naam op de ontbijttafel. Terwijl andere merken regelmatig een nieuw jasje kregen, bleef Choca gewoon Choca. Misschien is dat juist de kracht. Sommige producten hoeven zichzelf niet steeds opnieuw uit te vinden. Ze hoeven alleen maar herinneringen wakker te maken.

Ik heb het pak uiteindelijk niet gekocht. Net als die Pennywafels, waar ik eerder onverwacht weer tegenaan liep, leverde ook deze ontmoeting me geen aankoop op, maar wel een glimlach. Blijkbaar zijn er producten die je niet meer hoeft te eten om ervan te genieten.

Sommige boodschappen neem je niet mee naar huis. Die neem je, heel even, mee terug in de tijd.

Hitteplan

Vroeger had je zomer. Tegenwoordig heb je protocollen.
Zodra de temperatuur een beetje oploopt, vliegen de waarschuwingen je om de oren. Code geel. Code oranje. Nationaal Hitteplan. Apps die je vertellen dat het warm wordt terwijl je al zwetend op de bank zit. Volgens de weersverwachtingen staat ons opnieuw een snikhete periode te wachten, met temperaturen die lokaal kunnen oplopen tot 37 graden. Dat is warm genoeg om een ei op de motorkap te bakken en je slippers aan het asfalt te laten vastplakken.

Ik moet bekennen dat ik soms een beetje code-moe word van al die waarschuwingen.
Niet omdat ik denk dat ze onzin zijn. Sterker nog, hoe langer ik erover nadenk, hoe beter ik begrijp waarom ze bestaan. Zelf heb ik altijd het idee gehad dat logisch nadenken een heel eind komt. Drink voldoende. Zoek schaduw op. Ga niet midden op de dag een marathon lopen of de complete achtertuin bestraten. Dat soort dingen.

Maar vervolgens kijk ik om me heen en realiseer ik me dat logisch nadenken blijkbaar niet voor iedereen vanzelfsprekend is.

Daarom zijn die waarschuwingen waarschijnlijk toch nodig. Ik vermoed dat een flink deel van de Nederlandse bevolking zich door het leven beweegt als een mierenkolonie. Niet gestuurd door hersenen, maar door zenuwknopen. Er komt ergens een prikkel binnen en hup, ze gaan bewegen. Denken is daarbij een optionele tussenstap geworden.
Dus ja, misschien moeten we inderdaad gewaarschuwd worden dat 37 graden warm is.

Overigens ben ik niet tegen alle moderne weertermen. Zonnekracht vind ik zelfs een uitstekend idee. Windkracht kennen we al generaties lang. Niemand kijkt vreemd op van windkracht 7. Waarom zouden we dan niet weten wat zonnekracht 7 of 8 betekent? Dat is informatie waar je iets mee kunt. Je kunt er je kleding op aanpassen, een pet opzetten, zonnebrand smeren of besluiten om een wandeling een paar uur uit te stellen. Dat voelt voor mij als praktische informatie in plaats van een alarm.

Gelukkig wonen wij redelijk gunstig. Ons hoekhuis ligt op het noorden. Veel schaduw, weinig directe zon. Op warme dagen scheelt dat enorm. Terwijl sommige huizen veranderen in een pizzaoven, blijft het bij ons meestal aangenaam.

Meestal.
Want na ruim een week met hoge temperaturen begint zelfs een huis op het noorden te protesteren. De warmte kruipt langzaam naar binnen. Elke dag een beetje meer. De muren geven hun koelte op. De nachten brengen minder verlichting dan gehoopt. Je zet een raam open en krijgt warme lucht cadeau. Je doet het raam dicht en bewaart de warmte die al binnen zit.

Op een gegeven moment merk je dat ook het huis verlangt naar herfst.
Ik ook.
Dan fantaseer ik niet over een tropisch strand of een zwembad op Ibiza. Nee, dan wens ik mezelf even in het koelvak van de buurtsuper. Gewoon tussen de zuivel en de voorgesneden groente. Een minuut of vijf. Misschien tien.
Even die koude lucht diep inademen.
Geen boodschappenmandje. Geen winkelkar. Gewoon zitten.
Wanneer iemand vraagt wat ik daar doe, antwoord ik dat ik onderdeel ben van mijn persoonlijke hitteplan.

Want hoe modern de waarschuwingen, kleurcodes en protocollen ook worden, de beste remedie tegen hitte blijft verrassend ouderwets. Een beetje verstand gebruiken, voldoende drinken, de schaduw opzoeken en accepteren dat sommige zomerdagen nu eenmaal vooral bedoeld zijn om rustig door te komen.

Al moet ik toegeven dat een stoel in het koelvak van de buurtsuper daarbij geen overbodige luxe zou zijn. Misschien is dat wensdenken. Maar op het moment dat ik dit schrijf, klinkt het als een uitstekend plan.

Oververhit

Ik hoef het niet te hebben over de warmte van de afgelopen week. Iedereen in Nederland is op de hoogte van de hittegolf die ons dagen van 30° Celsius of hoger gaf. Sommige mensen in mijn omgeving waren de hitte zo zat, dat ze het uiteindelijk een Hitler-golf noemen. Niet positief. Ik kan wel met de hitte omgaan. Enigszins. Ik pas me aan. Zo ben ik de afgelopen week niet gaan hardlopen. Ik denk dat met hardlopen in een hittegolf na anderhalve kilometer mijn hardloopschoenen gaan smelen. Of ik zal uiteindelijk langs de weg dood neervallen, en ik vind het loodje leggen meteen zo definitief.

Anderen kunnen daarentegen het hoofd niet meer zo koel houden en reageren oververhit. Zoals de mevrouw in de supermarkt. Ze schreeuwt naar de onnatuurlijk blonde cassiere die haar boodschappen langs de scanner haalt. De supermarktmedewerkster schrikt, laat haar schouders hangen en vraagt wat de vrouw wat er mis is. ‘Wat er mis is!’ schreeuwt de vrouw, het is duidelijk geen vraag. De schreeuwende vrouw kijkt boos vanachter haar zwarte bril naar haar caissière. De vrouw heeft een modieus en kort blond kapsel, welke door een likje gel speels in plukjes is gebracht. Andere klanten kijken vanuit de gangpaden en vanachter hun boodschappenkarretje richting het geschreeuw om te zien wat de vrouw is aangedaan.

‘Je rekent mijn boodschappentas af! Ik had deze tas al bij me. Nog voordat ik de winkel in kwam. En nu wil je hem in rekening brengen!’ stelt de boze vrouw met overslaande stem. Ik krijg het idee dat de boze mevrouw stiekem geniet van het moment. Ze staat er een beetje triomfantelijk bij. De linkerhand rust op haar heup en in de rechterhand houdt ze haar grote roze portemonnee vast, welke bij iedere uitgesproken zin richting de caissière naar voren wordt schudt.

‘Sorry,’ stamelt de caissière en kijkt naar de andere mensen in de supermarkt. Ze lijkt inmiddels van de schrik bekomen en heeft nu een blik in de ogen alsof ze het idee heeft dat de schreeuwende vrouw op haar achterhoofd is gevallen. Met een ‘Dan corrigeer ik dat meteen even voor u,’ probeert ze de boze vrouw te kalmeren. De boze vrouw is echter van mening dat het nu haar moment is om te schitteren en begint een monoloog over dat de klant koning is.

De andere klanten beginnen de situatie inmiddels een beetje vervelend te vinden. De oplossing is allang aangeboden en doorzagen over een onterecht afgerekend artikel heeft geen zin meer. Achter de boze mevrouw staat een brede, jonge man met een kaalgeschoren glimmend hoofd. Daarbovenop heeft hij zijn zonnebril geplant. Hij is inmiddels klaar met de boze mevrouw. Wanneer de boze vrouw met verheven stem doorgaat over de klant die nog altijd koning is, meld hij droog dat de koning zich niet als een viswijf moet gedragen.