Vroeger had je zomer. Tegenwoordig heb je protocollen.
Zodra de temperatuur een beetje oploopt, vliegen de waarschuwingen je om de oren. Code geel. Code oranje. Nationaal Hitteplan. Apps die je vertellen dat het warm wordt terwijl je al zwetend op de bank zit. Volgens de weersverwachtingen staat ons opnieuw een snikhete periode te wachten, met temperaturen die lokaal kunnen oplopen tot 37 graden. Dat is warm genoeg om een ei op de motorkap te bakken en je slippers aan het asfalt te laten vastplakken.
Ik moet bekennen dat ik soms een beetje code-moe word van al die waarschuwingen.
Niet omdat ik denk dat ze onzin zijn. Sterker nog, hoe langer ik erover nadenk, hoe beter ik begrijp waarom ze bestaan. Zelf heb ik altijd het idee gehad dat logisch nadenken een heel eind komt. Drink voldoende. Zoek schaduw op. Ga niet midden op de dag een marathon lopen of de complete achtertuin bestraten. Dat soort dingen.
Maar vervolgens kijk ik om me heen en realiseer ik me dat logisch nadenken blijkbaar niet voor iedereen vanzelfsprekend is.
Daarom zijn die waarschuwingen waarschijnlijk toch nodig. Ik vermoed dat een flink deel van de Nederlandse bevolking zich door het leven beweegt als een mierenkolonie. Niet gestuurd door hersenen, maar door zenuwknopen. Er komt ergens een prikkel binnen en hup, ze gaan bewegen. Denken is daarbij een optionele tussenstap geworden.
Dus ja, misschien moeten we inderdaad gewaarschuwd worden dat 37 graden warm is.
Overigens ben ik niet tegen alle moderne weertermen. Zonnekracht vind ik zelfs een uitstekend idee. Windkracht kennen we al generaties lang. Niemand kijkt vreemd op van windkracht 7. Waarom zouden we dan niet weten wat zonnekracht 7 of 8 betekent? Dat is informatie waar je iets mee kunt. Je kunt er je kleding op aanpassen, een pet opzetten, zonnebrand smeren of besluiten om een wandeling een paar uur uit te stellen. Dat voelt voor mij als praktische informatie in plaats van een alarm.
Gelukkig wonen wij redelijk gunstig. Ons hoekhuis ligt op het noorden. Veel schaduw, weinig directe zon. Op warme dagen scheelt dat enorm. Terwijl sommige huizen veranderen in een pizzaoven, blijft het bij ons meestal aangenaam.
Meestal.
Want na ruim een week met hoge temperaturen begint zelfs een huis op het noorden te protesteren. De warmte kruipt langzaam naar binnen. Elke dag een beetje meer. De muren geven hun koelte op. De nachten brengen minder verlichting dan gehoopt. Je zet een raam open en krijgt warme lucht cadeau. Je doet het raam dicht en bewaart de warmte die al binnen zit.
Op een gegeven moment merk je dat ook het huis verlangt naar herfst.
Ik ook.
Dan fantaseer ik niet over een tropisch strand of een zwembad op Ibiza. Nee, dan wens ik mezelf even in het koelvak van de buurtsuper. Gewoon tussen de zuivel en de voorgesneden groente. Een minuut of vijf. Misschien tien.
Even die koude lucht diep inademen.
Geen boodschappenmandje. Geen winkelkar. Gewoon zitten.
Wanneer iemand vraagt wat ik daar doe, antwoord ik dat ik onderdeel ben van mijn persoonlijke hitteplan.
Want hoe modern de waarschuwingen, kleurcodes en protocollen ook worden, de beste remedie tegen hitte blijft verrassend ouderwets. Een beetje verstand gebruiken, voldoende drinken, de schaduw opzoeken en accepteren dat sommige zomerdagen nu eenmaal vooral bedoeld zijn om rustig door te komen.
Al moet ik toegeven dat een stoel in het koelvak van de buurtsuper daarbij geen overbodige luxe zou zijn. Misschien is dat wensdenken. Maar op het moment dat ik dit schrijf, klinkt het als een uitstekend plan.