Begin deze maand ging ik tijdens het hardlopen onderuit. Niet zo’n elegante struikel waarbij je jezelf met twee sierlijke passen weet te redden en vervolgens doet alsof er niets is gebeurd. Nee, gewoon vallen. Knie en handen op de grond, vel eraf en meteen weten: hier ga ik nog wel even plezier van hebben.
Inmiddels zijn we drie weken verder en is de wond op mijn knie zo goed als genezen. De korst is verdwenen en daarvoor in de plaats zit nieuwe huid. Nog roze, gevoelig en duidelijk niet klaar voor een enthousiast rondje schuurpapier.
Mijn handen waren in de eerste dagen misschien nog wel hinderlijker dan mijn knie, al is ook mijn rechterhand inmiddels bijna helemaal genezen. Vooral mijn vingertoppen waren ontzettend gevoelig. Logisch ook: daar zitten nogal wat zenuwuiteinden en ineens merkte ik bij allerlei doodgewone handelingen hoeveel je die dingen gebruikt. Maar het grappige was dat die extreme gevoeligheid na een dag of twee alweer duidelijk minder werd.
Alsof mijn lichaam zei: rustig maar, we zijn ermee bezig.
Want eigenlijk is het wonderlijk wat daar in drie weken tijd is gebeurd.
Op het moment dat ik viel, hoefde ik mijn lichaam geen enkele instructie te geven. Ik hoefde niet tegen mijn knie en handen te zeggen: ‘Luister, volgens mij missen we hier wat huid. Graag herstellen en een beetje tempo maken.’ Er hoefde geen werkbon te worden aangemaakt en nergens verscheen een monteur met een gereedschapskist. Mijn lichaam begon gewoon.
Eerst moest het bloeden stoppen. Daarna werden de beschadigde plekken beschermd en begon het herstel. Er ontstonden korsten en daaronder werd ondertussen hard gewerkt aan nieuwe huid en het herstel van kleine bloedvaatjes. Een complete bouwplaats, maar dan zonder steigers, bouwradio en mannen die om zeven uur ’s morgens al naar elkaar staan te schreeuwen.
En ik? Ik hoefde eigenlijk alleen maar een beetje geduld te hebben.
Het mooie is dat we dit herstelvermogen meestal volkomen vanzelfsprekend vinden. Een sneetje, een blauwe plek, een schaafwond: we constateren het, mopperen er een beetje over en gaan verder. Pas wanneer je meerdere wonden gedurende een paar weken dagelijks ziet én voelt veranderen, valt op hoeveel werk het lichaam ondertussen verzet.
Natuurlijk kan het lichaam niet alles repareren. We zijn geen salamanders die achteloos een verloren lichaamsdeel opnieuw laten aangroeien. En nieuwe huid blijft voorlopig kwetsbaar. Maar het principe blijft indrukwekkend: er ontstaat schade en vrijwel onmiddellijk begint het herstel.
Drie weken geleden keek ik naar bebloede handen en een kapotte knie. Nu zie ik vooral verse huid die nog wat tijd en bescherming nodig heeft.
Terwijl ik slaap, werk, eet en mezelf wijsmaak dat ik met belangrijkere zaken bezig ben, draait ergens in mijn lichaam de reparatiedienst gewoon door.
Vierentwintig uur per dag.
En het mooiste is: ik ontvang nooit een factuur.