Tussenstop

Je leest er wel eens over. Over de mensen die levenloos worden aangetroffen. Vaak worden deze mensen gevonden door hardlopers die tijdens hun hardlooprondje op zo’n dood persoon stuiten. Ik heb nooit de morbide gedachten gehad om zo een situatie mee te willen maken. Stel je toch voor.

Je ziet de honduitlatende personen al naar het Lumièrestrand in Filmwijk loeren. Alsof ze iets zien, maar niet zeker zijn over wat ze zien. Of niet durven te gaan kijken. Ikzelf denk nog: ik loop er straks sowieso langs. Ik zie het dan wel,. Wanneer ik linksaf sla, het strandje op, zie ik in het midden van het strandje een stapeltje kleding liggen, en wanneer ik dichterbij kom blijkt het een persoon te zijn, met de capuchon over het hoofd.

Ik loop al roepend naar de persoon, maar krijg geen reactie. Wanneer ik er naast sta, zie ik dat het een man is, tussen de 30 en 40 jaar. Misschien dat hij jonger is, maar de donkere baard oogt hem ouder. Met luide stem vraag ik hem of alles oké is, maar weer geen reactie. Ik schop lichtjes tegen zijn schoen. Nog steeds geen reactie. Ik schop nogmaals. Iets harder nu. De man geeft een reflex. Hij leeft.

Met een duim omhoog laat ik de mensen op afstand weten dat de persoon oké is. Ik besluit mijn laatste kilometers te lopen. Ik voel me er toch niet lekker bij en besluit tóch de politie te bellen. Ik kan niet wennen aan het idee dat het toch niet in orde is, en dat ik dan ben doorgelopen. Ik bel het algemeen nummer, doe mijn verhaal en binnen een minuut ben ik doorgeschakeld naar de meldkamer in Almere.

Ik sta intussen weer op het strandje. Onderweg heb ik het verhaal nog eens verteld en bij de slapende man aangekomen geef ik zijn signalement door en omschrijf de plek waar hij ligt. De politie is, volgens de agent in de meldkamer, onderweg. Op mijn vraag of ik moet blijven wachten antwoordt deze dat dit niet nodig is. Ze hebben mijn gegevens. Ik geef aan de omstanders door dat de politie onderweg is.

Inmiddels is er een oudere hardloopster naast me komen staan en kwalificeert zichzelf als toezichthouder. Ik vind het prima. Ze weet me te vertellen dat de man slaapt. Ik kijk haar aan en ben enigszins verbaasd over het feit dat Miss Marple tegenwoordig in Almere woont. Ik vertel haar dat ze niet hoeft te wachten, maar dat ze dit zeker mag doen. Ik loop de laatste 2 kilometer richting huis. In best nog wel een mooie tijd, ondanks de kleine opschorting.

 

Dodenherdenking

Ik had laatst mijn moeder aan de telefoon en ineens kwam ze met de mededeling dat ze met dodenherdenking het liefst alleen wil zijn. Zo out of the blue. Ze heeft voor vanavond geen behoefte aan mensen over de vloer. Mijn moeder woont zelfstandig. Ze heeft thuiszorg en mijn 2 zussen delen dezelfde vier cijfers van haar postcode, dus ze wonen vlakbij. Veel mensen zal mijn moeder vanavond rond de klok van 8 uur niet voor de deur hebben staan, maar ze wilde toch even kwijt dat ze vanavond alleen wil zijn.

Ze vertelt me over haar oudere broer die nooit is teruggekomen uit de Tweede Wereldoorlog. Alles wat ze weet is dat hij op oudejaarsavond van 1944 op 20-jarige leeftijd is overleden in het concentratiekamp te Neuengamme. Het was de eerste keer dat ze haar vader, mijn opa, heeft zien huilen. Ze weet mij, met dezelfde overtuiging als vroeger, te melden dat mijn opa de dag nadat hij het nieuws mocht vernemen met grijze haren is wakker geworden. Je maakt mijn moeder niet meer wijs dat persoonlijke stress geen invloed heeft op het lichamelijke omhulsel.

Ik ken het verhaal van de in de oorlog gestorven oom al sinds mijn kinderjaren. Net als de andere verhalen die mijn ouders zelf als kinderen hebben meegemaakt. Verhalen over mijn moeder die met een zus tijdens de winter door de sneeuw op de fiets met touwbanden een kleine 30 kilometer moest afleggen voor melk, en mijn vader die door zijn brutaliteit (door op de daken te lopen) door de nazi’s werd beschoten. Het zijn gebeurtenissen uit de jeugd van mijn ouders. Zo zijn er natuurlijk meer verhalen die zijn verteld zijn en nog steeds worden gedeeld.

Vanavond ben ik, ondanks alle ellende die nog steeds in de wereld gebeurt, wél 2 minuten stil. Ik herdenk alle oorlogsslachtoffers. Ook zal ik even aan mijn moeder denken, voor wie net als iedereen de oorlog lang geleden is, maar nog wel altijd aanwezig. Via de website van de Stichting Vriendenkring Neuengamme kreeg ik meer informatie over de laatste maanden van mijn oom Sjouke. Het is mogelijk om op de website achtergrondinformatie over de gevangen van het concentratiekamp in te voeren. Gelukkig zie ik mijn moeder aanstaande zondag weer. Op Moederdag. Ik wil informatie over mijn oom op zijn pagina delen, zodat ook hij nooit vergeten zal worden.

 

Gedachtenloos

    ‘Waar denk je aan?’
    ‘Nergens aan.’
    ‘Nah, dat kan niet. Iedereen denkt wel aan iets.’
    ‘Hoezo? Ik zit gewoon even nergens aan te denken.’
    ‘Maar je bent zo stil.’
    ‘Dus..?’
    ‘Dan moet je toch wel ergens aan denken? Ik kan me niet voorstellen dat je zo lang nergens aan kunt denken.’
    ‘Toch is het zo.’
    ‘Echt? Ik kan dat niet. Ik denk áltijd wel aan iets.’
    ‘Aan wat dan?’
    ‘Aan bijvoorbeeld de boodschappen die ik nog in huis moet halen, of aan Beyoncé die haar laatste album, Lemonade, alleen via Tidal liet streamen. Alleen omdat die app van haar man Jay Z is.’
    ‘Heeft Beyoncé een nieuw album uitgebracht?’
    ‘Hallo..! Onder welke steen heb jij gezeten, de laatste dagen?’
    ‘Onder geen enkele. Maar het nieuws van Beyoncé’s laatste album is gewoon even aan mij voorbij gegaan.’
    ‘Ja, dat zal wel. Als je beweert dat je ook al nergens aan kunt denken, dan gaat er veel aan je voorbij.’
    ‘Ik vind het wel lekker rustig zo.’
    ‘Ik wou dat ik dat kon. Nergens aan denken.’
    ‘Probeer het eens. Misschien gaat er een wereld voor je open.’
    ‘Nah, da’s niets voor mij. Nergens aan denken kan ik nog altijd na mijn dood, tot in de eeuwigheid doen.’

Familiebezoek

Vandaag ben ik voor een verjaardagsfeestje in Den Helder. Mijn moeder hoopt binnenkort de fortuinlijke leeftijd van 85 jaar te behalen, en dat is op z’n minst wel een feestje waard. Vroeger, een paar eeuwen geleden werden de mensen niet oud, en wanneer je de nieuwsberichten van de afgelopen maanden leest, weet je dat ook tegenwoordig niet ieder mens nog in de gelegenheid wordt gesteld om oud te worden. Maar dat terzijde. Vandaag reizen we af naar Den Helder.

Ik was een paar weken geleden nog in mijn geboorteplaats. Om er een halve marathon te lopen. Ja, een mens mag een hobby hebben. Ik geniet er wel van om in Den Helder te zijn. Niet zozeer om de stad zelf. Het ligt ver van de bewoonde wereld. Of in ieder geval ver van een autosnelweg. Afgelegen. De meeste mensen kennen de stad alleen als doortocht naar Texel, en daarmee kom je niet per se op de mooiste plekken van deze stad. Wat Den Helder voor mij zo bijzonder maakt zijn herinneringen.

Ik ben in Den Helder opgegroeid en heb er tot mijn tweeëndertigste levensjaar gewoond. Er zijn genoeg herinneringen gecreëerd die doorgaans verborgen blijven en enkel wanneer je in de stad aanwezig bent naar boven komen. Zo had ik tijdens die halve marathon na 4 kilometer ineens de herinnering uit de jaren tachtig, van het stiekem sigaretten kopen bij het tankstation aan de Ravelijnweg, en dat alleen omdat ik er hardlopend langsliep. Ik rook niet meer, dus denk niet zo vaak meer aan het aanschaffen van sigaretten.

Vandaag zal ik niet veel van Den Helder zien, want we gaan naar een verjaardagsfeestje dat bij familie wordt gevierd. Dan blijf je op een locatie. Zolang het gezellig is. Veel verborgen herinneringen zullen vandaag verborgen blijven. Ik zal niet op de fiets langs mijn oude route naar school fietsen en daarmee zullen er niet plots jeugdherinneringen naar boven komen. Daarentegen ben ik wel bij familie en met familieleden heb je vaak dat er voldoende herinneringen gedeeld worden. Het wordt een nostalgische zaterdag.

Bestemming

Maandagochtend en in de hal van het station Almere Centrum is er al enige consternatie bij enkele reizigers. Ik hoor de woorden: “gaat niet verder dan Hilversum”, uit de mond van een vrouw met een rood gezicht, waarvan de losse plukjes haar in het gezicht hangen. Het lijkt alsof ze het afgelopen half uur heeft gerend, maar ze is niet bezweet. Het is haar uiterlijk. Haar reisgenoten kijken haar teleurgesteld en verder nietszeggend aan.

Misplaatst denk ik dat het vanzelfsprekend dagje-uit-mensen zijn, waarbij elke treinreis een avontuur is. Op het perron zie ik op het bord vermeld staan dat mijn trein naar Utrecht over 4 minuten zal vertrekken, maar eenmaal in de trein vertelt de stem van de conducteur, via de intercom, mij en mijn medereizigers dat door een botsing met een persoon de trein niet verder dan Hilversum zal afreizen.

Het idee dat een paar mensen het verschrikkelijke nieuws over het noodlottig ongeluk van een familielid, een goede vriend of de liefde van hun leven krijgen te horen, vind ik vreselijk. Dan ben ik toch liever een half uur later op mijn bestemming, dan dat ik een bericht krijg over de definitieve eindebestemming van een persoon die me na staat. Ik prijs mezelf gelukkig met deze vertraging in vergelijking tot de mensen die deze dag minder fortuinlijk zijn. De zin “Tel je zegeningen” blijkt wederom geen loze tegeltekst.

trein

Mise-en-Place

Op het station van Hilversum stapt een jongen van rond de 20 jaar in de trein. Druk in gesprek met een voor mij onzichtbare gesprekspartner. Ik blijf naar mijn e-reader kijken, maar luister met een half oor mee. Enthousiast vertelt hij in het microfoontje in een van de witte snoertjes wat hem vandaag is overkomen. Hij heeft deze middag een vertrouwenscursus gehad.
De kandidaten op deze cursus moesten zich met het vertrouwen in de medecursisten achterover in de armen van de anderen laten vallen. Hij vond het fokking vet, en hij vertelt enthousiast verder over de andere geleerde handelingen op cursus.
Om te weten of de voor mij onzichtbare gesprekspartner wel oplet, beëindigd hij elke zin met de 3 woorden: ‘weet je wel?’. Ik weet het inmiddels ook. Een hoog aanhoudend gepiep schelt uit zijn oordopjes. Voor hem klinkt het duidelijk nogal oorverdovend en geschrokken roept hij wat de fokking hel aan de hand is. Ik verneem uit het gesprek dat het de kookplaat van het fornuis van de voor mij onzichtbare gesprekspartner is.
De knul in de coupé geeft hem het advies om bij het koken alles goed voor te bereiden. ‘Je moet zorgen voor een goede mise-en-place’, zegt hij wijs. Hij spreekt het met een Almeers accent uit. Als Missanplas. Het gesprek loopt ten einde. De spreker aan de andere kant van de verbinding heeft geen zin meer om te praten.
Er klinkt nu luide beatmuziek uit de oortjes. Wat voor muziek het precies is weet ik niet. Ik hoor zware beats, maar een man van mijn leeftijd kan er niet op dansen zonder er verdacht van te worden epileptisch te zijn. Verveeld draai ik mijn gezicht naar het raam.
Het zicht is niet helder. Een vette afdruk van het voorhoofd van de persoon die voor mij op deze plek in de trein heeft gezeten ontneemt me een helder uitzicht, en we rijden het station van Almere Centrum in.20160415

Forensen

Het leven als een forens is niet meer onbekend voor mij. Sinds een week doe ik -op het tijdstip waar ik voorheen het dekbed opensloeg om op te staan- de voordeur open om het huiselijke te verlaten en naar het station in het centrum van Almere te lopen.

Na 10 minuten lopen sta ik al op het perron van Almere Centrum, waar al snel de trein aankomt om mij in 40 minuten naar Utrecht Centraal te brengen. Onderweg zitten de mensen slaperig naar het scherm van hun mobiele telefoon te staren. Een enkeling kijkt om zich heen. Zo ook de mevrouw die schuin tegenover me in de sprinter zit. Ze kijkt boos om zich heen. Alsof wij de oorzaak zijn van dat zij vanmorgen zo vroeg uit bed moest.

Bij Hilversum wordt de trein echt vol. Niet zo erg als het varkenstransport op de wegen, maar iedereen staat flink in elkaars aura. Vanaf mijn zitplaats heb ik het uitzicht op benen. Veel benen. Benen gestoken in spijkerbroeken of pantalons, en sommige vrouwenbenen laten zich zien vanonder een rok, jurk of lange jas. Mijn ogen zakken af naar de schoenen van mijn medereizigers. Geen enkel paar is hetzelfde. Dat moment bedenk ik dat de keuze die we in schoenen hebben talrijk is.

Veel voeten zijn gestoken in gymschoenen. Sommige sportschoenen zijn nieuw, maar veel gympies zien er afgetrapt uit. Ook zijn er in de trein veel voeten in lederen schoenen verstopt. Zwarte schoenen, bruine schoenen, en een uitzonderlijk wit lederen paar. Het aantal écht nette schoenen is opmerkelijk gering. Veel schoenen zijn niet gepoetst en zien er gehavend uit. Mannen in pak zien er ineens toch minder gelikt uit met schoenen waarvan de neuzen kaal en de schoenzolen afgesleten zijn.

Het is een paar minuten voor acht wanneer ik bij de bushalte Jaarbeurszijde in de lijnbus stap die mij naar Nieuwegein zal brengen. Ook hier zie ik forensen met afgetrapte sportschoenen en kapotte schoenen de bus instappen. Ik vind het een beetje jammer. Schoenen blijken tegenwoordig een ondergeschoven kindje te zijn.

img_8334

Running in 2015

Vandaag is de laatste dag van het jaar, en ik beleef er plezier aan om hier op de laatste dag van het jaar te delen hoe vaak en hoe ver ik het afgelopen jaar heb hardgelopen. Op mijn vorig weblog heb ik het de afgelopen jaren ook op de laatste dag van het jaar gedeeld: een overzicht van mijn hardloophobby van de afgelopen 12 maanden.

Ik heb in 2015 zo’n 148 keer een ronde gelopen (2014: 138 keer, 2014: 126 keer), met een gemiddelde afstand van -net als vorig jaar, 12,4 kilometer per ronde. In totaal is dit een afstand van 1.835 kilometer (2014: 1.714 km, 2013: 1.553 km). Dat is over de weg een afstand van Almere naar de Italiaanse stad Napoli (dus niet hemelsbreed). Met de auto doe je daar 17 uur en 1 kwartier over, maar ik heb er 155 uur en 3 kwartier over gedaan.

Het afgelopen jaar liep ik het meest op de maandag en op de woensdag. In de maanden juni en november heb ik het minst aantal kilometers afgelegd. In deze maanden heb ik ‘maar’ 113 kilometer afgelegd. In maart heb ik de meeste kilometers afgelegd. 203 kilometers in 31 dagen. Hiermee heb ik in het gehele jaar een kleine 152.445 calorieën verbrand.

2015 hardloopoverzicht

Paso Doble

Meneer Barend zat aan de keukentafel zijn ochtendkrant te lezen. Hij verbaasde en ergerde zich aan het nieuwsbericht dat veelplegers in Tilburg boos waren op de kerstkaart die de gemeente hen had verstuurd. Op deze kaart stond de nieuwjaarswens ‘Wij gaan u in 2016 weer trakteren op onze warme aandacht’. Nu waren criminelen die er in hun eer waren aangetast. Meneer Barend schudde afkeurend het hoofd. Alsof veelplegers de aandacht krijgen, omdat ze zoveel voor de maatschappij hebben gedaan. Zijn geïrriteerde gedachten vervlogen toen hij een sleutel in zijn voordeur hoorde draaien. Dat moet mevrouw Veenstra zijn, dacht hij.
   De buurvrouw, inderdaad mevrouw Veenstra, liep met een ‘Joehoe!’ meteen door naar de keuken om meneer Barend te vragen of ze nog wat laatste boodschappen moest doen. Meneer Barend stond op en met de vraag ‘Koffie?’ schonk hij al een kopje vol met het aromatische vocht.
   ‘Lekker’, zei buurvrouw Veenstra en nam plaats op haar vaste stoel aan de keukentafel.

   Buurvrouw Veenstra was klein en breed op de heupen. Een trotse, donkere vrouw die altijd met opgeheven hoofd over straat liep. Deze ochtend droeg ze een blauwe trui met daaronder een donkerblauwe rok, tot net over de knie. Mevrouw Veenstra was ouder dan haar bovenbuurman. Ze was geboren in Suriname en in de jaren zestig van de vorige eeuw was ze naar Nederland gekomen om hier te trouwen met meneer Veenstra, nadat ze deze eerder in Paramaribo had ontmoet.
   Meneer Barend zette het kopje van zijn buurvrouw op de keukentafel en nam plaats op zijn stoel.
   ‘Buurman Barend, u moet mij het toch eens vertellen. Bent u ooit getrouwd geweest?’ met haar hoofd schuin keek ze haar buurman aan. ‘Niet dat het mij iets aangaat, maar buurvrouw Polak van nummer 68 zei laatst dat u ooit getrouwd bent geweest. Maar dan had ik dat toch wel geweten. Toch?’ Hierbij keek buurvrouw Veenstra haar bovenbuurman even indringend aan.

   ‘Oh ja, zeker.’ zei meneer Barend glimlachend. ‘Ooit ben ik getrouwd geweest met een Argentijnse. Catalina heette ze. Ze was heel mooi. Ravenzwart haar en een volle mond die altijd rood gestift was. En ze was dol op dansen. Oh, wat was Catalina dol op het dansen. Vooral de dansen uit Latijns-Amerika zoals de tango, maar ook de paso doble. Haar favoriete dans.’ Buurvrouw Veenstra nam glimlachend een slokje van haar koffie. ‘Heel grappig’ vervolgde meneer Barend. ‘Want eigenlijk komt deze dans van origine uit Europa, maar ze danste de paso doble altijd met passie. Wist u dat in deze dans het stierenvechten wordt uitgebeeld? De man speelt de rol van de torero en de dame is el capa. De rode lap die de stier moet opjagen. De man zwiert de dame rond alsof zij die rode lap is.’ Buurvrouw Veenstra zuchtte genotvol.

   ‘Het is alleen zo jammer dat deze dans het laatste was dat ze ooit heeft gedaan. Bij een danswedstrijd, tijdens de paso doble, werd ze dodelijk geraakt door de dansschoen van een andere danseres. Tijdens het zwieren schoot de dansschoen los, en als ware gelanceerd, sloeg deze keihard tegen het hoofd van mijn geliefde Catalina. Ze was op slag dood.’
   Buurvrouw Veenstra sloeg haar handen tegen haar borst. ‘Och, nee..!’
   ‘Ik wilde haar begraven in haar dansjurk, maar haar familie vond dat onchristelijk. Ze wilden zelfs dat Catalina in Argentinië werd begraven, maar dat wilde ik absoluut niet. Ze ligt hier nu op Buitenveldert voor altijd te rusten. In haar rode dansjurk en de dansschoenen aan haar voeten.’
   Buurvrouw Veenstra keek haar bovenbuurman ongelooflijk aan, aarzelde even en begon te lachen. ‘Buurman Barend! Volgens mij zit u me weer een onzinverhaal te vertellen.’
   Meneer Barend lachte ook. ‘Wilt u nog een kopje koffie, buurvrouw?’

dans

Vooruitblikken

Vandaag is het de twee-na-laatste dag van het jaar. Ik ben blij dat het nog een paar nachtjes slapen is voordat we in het nieuwe jaar zijn beland, en ik kan haast niet wachten tot het jaar 2015 achter ons ligt.

Het afgelopen jaar was voor ons een van de minst geslaagde jaren ooit. Met het faillissement van Edo’s bedrijf als dieptepunt. We zijn wat persoonlijke (materiële) dingen kwijtgeraakt en financieel was het ook allemaal minder. Af en toe was het een flink stapje terug, maar uiteindelijk hebben we het allemaal mogen redden. Laten we vooral positief blijven en de toekomst zonnig in blijven zien. Het komend jaar mag van mij een knaljaar worden.

knaljaar

Het is jammer dat sommigen in onze naaste omgeving voorbij zijn gegaan aan dit spijtige moment, en vervolgens teleurgesteld op een enkele situaties hebben gereageerd. Het blijkt dat het empathisch vermogen een uitstervende eigenschap is. Aannames op veronderstellingen. Het brengt onrust. Eigenlijk kan je het anderen niet kwalijk nemen: iedereen heeft een eigen visie op een situatie of een belevenis.

Gelukkig kende het jaar 2015 ook wel positieve momenten. De kleine geluksmomenten en bijzondere momenten die Edo en ik samen met familie en vrienden hebben beleefd. Juist deze mooie momenten hebben het jaar toch enigszins aangenaam gemaakt, en daarmee spreek ik de wens uit dat juist de positieve, bijzondere en alle leuke momenten heel veel en vooral vaak het komende jaar mogen kleuren.

Kerstmis 2015

 

Kerst Den Helder

Kerstmis, of het kerstfeest, of het geboortefeest van de Heer, is een christelijk feest in het kerkelijk jaar. De eerste- en tweede kerstdag hebben we zonder kerkelijke gedachten in Den Helder en in Haarzuilens doorgebracht. Gevuld met animerende gesprekken, het spelen van spelletjes (Mahjong), en vele gesprekken.

20151226

De afgelopen zondagen waren die van samenzijn met familie en eten. Veel eten. Gisteren, een reguliere zondag -of volgens sommigen de derde kerstdag, hebben we hier thuis in Almere met zijn tweetjes heel relaxt gedaan. Een soort van B-dagje. Binnenshuis bankhangen, binge-watching en boekjes lezen.

20151225

Hoewel de buitentemperaturen de afgelopen dagen aan Pasen deden denken, was het mede door de harde wind geen weer voor een (kleine) wandeling buiten. Alle gegeten calorieën ren ik er de komende dagen met een paar runs af.

kerstklapdoor

 

Kerstavond

Het is vandaag de vierentwintigste december. Vanavond is het kerstavond. Deze avond wordt op verschillende manieren over de hele wereld gevierd. Variërend per land en regio. Elementen bij veel gebieden van de wereld zijn de aanwezigheid van speciale religieuze vieringen, zoals een nachtmis of het avondgebed, en het geven en ontvangen van geschenken.

Samen met Pasen, is Kerstmis een van de belangrijkste periodes van de christelijke kalender, en wordt vaak nauw verbonden met andere feestdagen in deze tijd van het jaar, zoals Adventzondagen, de Onbevlekte Ontvangenis, sinterklaasfeest, nieuwjaarsdag en Driekoningen. De samenkomsten en familiebezoeken, die wereldwijd plaatsvinden in de aanloop naar Kerstmis, betekent dat kerstavond ook een tijd van sociale evenementen en feesten is.

Kerstvieringen zijn altijd begonnen op de avond van de vierentwintigste december. Dit valt te wijten aan het feit dat de christelijke liturgische dag bij zonsondergang begint, een traditie van de Joodse traditie en gebaseerd op het verhaal van de schepping in het boek Genesis: ‘en er was avond en het was morgen – de eerste dag’. De traditie stelt dat Jezus in de nacht werd geboren en daarom wordt de nachtmis op kerstavond gevierd, traditioneel om middernacht ter herdenking van zijn geboorte.

Aangezien ik persoonlijk niet geloof, doe ik vandaag niet aan de kerstviering. Morgen (en overmorgen) zal ik, tezamen met Edo, onze families bezoeken om samen te zijn en het kerstfeest te vieren op een minder christelijke manier. Ongeacht waar je in gelooft, wens ik voor iedereen een hele fijne Kerstmis. Ook dit jaar wens ik voor iedereen: tevreden op aarde!

Xmas3

Kersttradities

Een traditie (Latijn: trádere, overleveren) is een gebruik of een gewoonte die van een generatie op de ander wordt doorgegeven. De functie hiervan is het in stand houden van de maatschappelijke stabiliteit. Tradities kunnen als waardevol worden beschouwd. Boven alle kritiek verheven, maar ook als conservatisme dat remmend werkt op de vooruitgang. Hoewel tradities statisch kunnen lijken, veranderen en vernieuwen deze voortdurend.

Tradities verschillen per land, en soms ook per provincie of streekgebied. Op Texel viert men op 12 december Ouwe Sunderklaas. Een feest dat overigens niets heeft te maken met het Nederlandse sinterklaasfeest. Het feest en andere decemberfeesten worden alleen op de Waddeneilanden gevierd. Net als de Vlaamse traditie krulbollen. Deze volkssport is alleen een eeuwenoude traditie in de Nederlandse provincie Zeeland. Dit in tegenstelling tot de Limburgse traditie van vlaai-eten. Daar waar men in de zuidelijke provincie voorheen alleen een vlaai op bijzondere dagen mocht eten, consumeert tegenwoordig heel Nederland deze taarten. Dagelijks.

IMG_5291

Waarom er zoveel Nederlanders de hakken in het zand zetten als we het in april al over het uiterlijk van Zwarte Piet hebben, blijft voor mij een mysterie. De traditie en populariteit van kerstkaarten is inmiddels ook tanende. Waar we voorheen halverwege december hier in huis al tientalle kaarten mochten ontvangen, zijn er dit jaar tot op vandaag nog maar twee exemplaren op de deurmat gevallen. De tijden veranderen: de papieren kerstkaart wordt zo langzamerhand vervangen door foto’s en wensen op Facebook of Twitter.

De kaarsjes in de kerstboom zijn al vervangen door de elektrische kerstlichtjes, en vaak hangen deze kerstlichtjes al jaren in een statige kunstkerstboom, in plaats van in een dure blauwspar, met kluit. Ik ben blij met deze veranderingen. Ik krijg een huiverig gevoel bij het idee dat het een traditie was gebleven om zelf met bijl en zaag een eigen kerstboom uit het bos te moeten halen. Ik ben een groot voorstander van vooruitgang, want terug naar de oude tradities of met een stilstand kom je tegenwoordig nergens meer.

Elf

Elf jaar geleden op deze dag, het was op een dinsdagavond, besloot ik mijn eigen weblog te beginnen. Een persoonlijk blog gevuld met persoonlijke belevenissen, ervaringen en meningen. Het laatste, de meningen, die hou ik tegenwoordig het liefst voor me. Meningen zijn er altijd al geweest, maar sinds social media als Facebook en Twitter, worden er meer dan genoeg meningen gegeven. Uitgesproken en vaak ongezouten ook.

Door al die verschillende en vooral schreeuwende uitingen door anderen heb ik niet meer zo de behoefte om mijn mening virtueel met anderen te delen. Ik deel wel wat me interesseert. Wat me zo nu en dan bezighoudt, of de dingen die ik gewoon leuk vind om te delen. Het maakt me niet uit of dat nu over het hardlopen, de mensenrechten of over het genieten van kookpudding gaat.

Het bijhouden van een weblog heeft me veel leuke dingen gebracht. Andere bloggers die zelf zeer geanimeerd schrijven (of schreven), en er zijn enkele bloggers die ik in real life heb mogen ontmoeten, waarbij er zelfs enkele vriendschappen zijn ontstaan. Hoewel het bijhouden van een weblog al lang niet meer zo hot of hip is als 11 jaar geleden, geniet ik er zelf nog steeds van om bijna dagelijks iets te schrijven.

11-elf

Voorpremiere

Afgelopen woensdagavond liepen Edo en ik over de rode loper van bioscoop Utopolis in Almere, tussen een paar snelle auto’s door, alsof wij zelf in de film meespeelden. Binnen hing meteen die zeldzame spanning: een zaal vol mensen die allemaal één ding wilden, de nieuwe James Bond beleven. Onze kaartjes werden theatricaal doormidden gescheurd en bovenaan de trap werd ons een glaasje prosecco aangereikt. Rond de statafels stond iedereen wat te kletsen terwijl een zangeres, begeleid door piano, meerdere Bondklassiekers bracht alsof ze ons alvast in de juiste stemming wilde zetten. Het voelde als een mini-première, maar eerlijk is eerlijk, het was allemaal een beetje braaf.

Half acht, de zaal gaat open. Op het grote scherm volg je een liveverbinding met Tuschinski in Amsterdam en daar stokt even je hartslag. Nederlandse glitter en glamour bestaat gewoon niet. Bekende Nederlanders vertellen met een ‘ons-kent-ons-houding’ dat ze geen Bond-fans zijn en laten dit braaf aan een ingehuurde presentator over. Anti-climax. Echt, Bond verdient beter. Volgende keer gaan we gewoon later de zaal in of wachten een dag, want dit soort geforceerde sterrenpraatjes verpest alleen maar de magie.

Dan begint SPECTRE op de ouderwetse Bond-manier en alles valt op zijn plek. De openingsscène is een meesterwerk. Minutenlang, perfect geregisseerd, op een locatie die je bijna overstijgt wat je van een Bondfilm verwacht. Mexico-Stad schittert en de Plaza de la Constitución met een helikopter die boven duizenden hoofden stuntvliegt is duizelingwekkend. Het zal me niets verbazen als toeristen straks massaal komen voor Día de Muertos, gewoon om Bond te voelen. Bond is het excuus voor die menigte, niet Mexico.

En dan de titelsequentie, een juweel zoals altijd sinds GoldenEye. Sam Smith zingt Writing’s On The Wall en de keuze is perfect. De beelden flitsen voorbij, hier en daar een spoiler die je bijna mist, maar die je nieuwsgierigheid alleen maar prikkelt. Anticipatie is een kunst en hier beheerst de film die volledig.

De rest van de film kan ik niet verklappen zonder het plezier te verpesten, maar geloof me, SPECTRE entertaint zoals alleen Bond dat kan. Actie, stijl, gevaar en charme in precies de juiste mix. Fans van de oudere Bondfilms krijgen hun nostalgie, terwijl nieuwe kijkers worden meegesleurd in een rit van bijna tweeënhalf uur die bijna niet te stoppen is.

SPECTRE is Bond zoals hij hoort te zijn: gelikt, brutaal en met een gevoel voor drama dat de wereld van spionage glanzend en gevaarlijk maakt. Die bescheiden Nederlandse première met haar geforceerde presentatorenpraatjes doet er eigenlijk niet toe. Bond compenseert alles. De adrenaline, de locaties, de stunts en de iconische Bondgirls maken dat je bijna vergeet dat je gewoon in Almere zit. Het is bijna wraakzuchtig goed. Nobody Does it Better.