Clichés

Het heeft er mee te maken dat zanger Waylon vorige week het nummer Outlaw In Em bekende maakte als zijn, en de Nederlandse inzending voor het Eurovisie Songfestival 2018 in Portugal. Hierdoor zit ik nu 2 maanden te vroeg in mijn ‘Eurovisie-patroon’. Naast de bezongen outlaw, die volgens zanger Waylon ‘iedereen in zich heeft’, ben ik ook een beetje het vleesgeworden gay-cliché: Homoseksuelen houden van het Eurovisie Songfestival.
Ik ken genoeg homoseksuelen die hé-le-maal niets met het Eurovisie songfestival hebben (ik ben zelf met zo’n exemplaar getrouwd), maar wanneer ik voor mezelf spreek, moet ik toegeven dat ik dól ben op het circus dat Eurovision Song Contest heet.

Nu zit ik dus 2 maanden te vroeg in mijn Eurovisie-patroon: Ik check de Nationale voorrondes van de buitenlanden, ben inmiddels op de hoogte van de officiële inzendingen van diverse andere Europese lanen (inclusief Australië) en heb ik een afspeellijst Eurovision 2018 in Spotify aangemaakt. Daarnaast struin ik online diverse veilingsites af, op zoek naar de (in mijn ogen) leuke Eurovisie-herinneringen.
Het klinkt gezellig wanneer ik vertel dat ik op een zonnige middag in een achterafstraatje in Amsterdam, bij een tweedehandsplatenwinkeltje een oud vinyl singletje van Bill van Dijk (Eurovisiesongfestival 1982) op de kop heb kunnen tikken, maar dat is niet zo. Ik zag online een goedkoop exemplaar bij eBay voor nog geen € 5,00, inclusief verzendkosten. Na 2 keer klikken was het exemplaar mijn.

Als tiener in het jaar 1982 was musicalzanger Bill van Dijk een van mijn eerste mannelijke liefdesinteresses. Nog zo’n gay-cliché: mannen verliefd op mannen. Bill van Dijk was voor mij als 15-jarige tienerjongen een aantrekkelijk persoon. Waarom weet ik niet. Ik heb er later nog vaak aan gedacht. Was het de snor? Was het zijn in-1982-populaire-koraalkralenketting, of was het zijn vrolijke Sesamstraat-uitstraling? Het Eurovisie-lied Jij en Ik kan het niet zijn geweest, want het nummer stelt niets voor. Het eindigde terecht op 16e plaats van de 18 inzendingen.
Ondanks het inferieur liedje ben ik dan toch weer in het bezit van de vinylsingle uit 1982. Als het niet het lied is, dan moet het toch die smekende ogen van Bill zijn, die mij op het hoesje uitnodigen om vooral met hem mee te zingen.

🎶 Jij en ik. Zullen elkaar blijven vinden. Om weer opnieuw te beginnen.

1985

Mijn eindexamen in 1985 ging me makkelijk af. Ik slaagde in één keer zonder een herexamen. Dit had ik niet zien aankomen, omdat ik de maanden voor het examen niet vaak in de boeken had gekeken. Er was geen motivatie. Ik was van mening dat wat ik moest weten, ik wel tijdens de lessen had opgedaan. Dus wanneer ik op woensdag examen voor een vak als Engels had, ging ik de dinsdag ervoor pas in de lesboeken voor Engels kijken. Dit deed ik zo een beetje voor alle vakken en het leek me wel voldoende. En ik had gelijk.

Ik zat ’s-avonds liever op mijn kamer door tijdschriften te bladeren en te luisteren naar muziek. Ik heb avonden doorgebracht met mijn rug tegen de verwarming en de platenhoes met binnenhoes vol songteksten op schoot, om de songteksten mee te zingen. Huiswerk deed ik alleen tijdens het radioprogramma ‘De Avondspits’ en wanneer deze was afgelopen, was ook ik klaar met mijn huiswerk. Het sociale leven vond voor mij plaats op school.

In mijn vrije tijd was ik thuis of was ik tijdens de zomerse maanden op het water te vinden. Sinds mijn vijfde jaar ging ik vaak met mijn vader zeilen. Toen ik elf jaar was kreeg ik een eigen zeilboot. Dus in mijn vrije tijd was ik vaak met mijn vader of met een paar klasgenoten op het water te vinden.

Naar school gaan was een noodzakelijk kwaad en ik maakte er het beste van door me sociaal op te stellen. Ik was geen onderdeel van een specifieke groep leerlingen, maar ik kon me heel goed aanpassen. De leerstof uit de boeken vond ik te stoffig. Ik was het beste in het dagdromen en ik droomde mijzelf een zeilreis over de hele wereld of een leven in een wereldstad. De droom ook najagen zat er niet in. Ik was tevreden met het zeilen op het water en verder met het dromen zelf.

Nog voor mijn eindexamen liep ik even met het idee om naar de modevakschool in Amsterdam te gaan. Ik kon best goed tekenen en het leek me een goed idee om een grafische opleiding te volgen. Ik mocht toelatingsexamen doen, maar ik werd nadien enigszins ontmoedigd door de opmerkingen van mijn moeder. Ze vroeg zich hardop af of ik het wel aankon of leuk genoeg zou vinden om iedere dag zo ver en veel te reizen. Mijn moeder was op een missie en ik begon te twijfelen over mijn idee als reclametekenaar. Ik werd dusdanig ontmoedigd dat ik besloot om na mijn eindexamen van school te gaan om te gaan werken.

Al snel vond ik een baan als winkelmedewerker in een groot warenhuis die mijn stad rijk was. Ik mocht op de afdeling fotografie aan de slag. Tijdens mijn sollicitatie had ik gelogen over dat fotograferen een van mijn hobby’s was. Ik dacht dat ik dit wel kon maken, want ik was van mening dat ik alle fotografische vaktermen wel tijdens mijn werkzaamheden kon leren. En weer bleek dat ik gelijk had. Na mijn proeftijd werd ik in vaste dienst aangenomen en kon ik inmiddels van alles, en uitgebreid vertellen over fotografie.

Later in de zomer zag ik op een donderdagmiddag een oud-klasgenoot van mij door de winkel lopen. Rogier de Man. De populaire jongen en natte droom van alle meisjes uit de examenklassen en van de klassen daaronder. Rogier had een kop met krullen, mooie blauwe ogen verscholen achter een bril met ijzeren montuur.

Tijdens onze schooltijd gingen we vaak in groepsverband met elkaar om, maar echt close waren we niet geweest. Rogier was van het foute-jongen-type. Hij had al meerdere nachten in een politiecel mogen doorbrengen en hij kon in de schoolkantine boeiend vertellen over de nachten in een politiecel.

Rogier was meer crimineel dan een foute jongen, maar het idee om in te breken in een school en dat avontuur te beëindigen in een politiecel was niet mijn idee van een te gekke tijd. Zijn criminele acties maakte hem voor anderen wel interessant en zeker populair. Dat straalde hij ook uit. Deze donderdagmiddag droeg hij een spijkerjack en een strakke spijkerbroek met hierin een okergele wollen trui gestopt. Onder de trui droeg hij een grijs overhemd en verder droeg hij witte sportschoenen van het merk Nike. Hij zag er zeer modern en top uit.

Rogier liep naar mijn balie.
‘Ik wil graag een kleurenrolletje, ASA 200. 24 opnamen.’
‘Welk merk wil je?’ vroeg ik met een schuin hoofd. ‘Kodak of Fuji?’
‘Hé! Ik zie nu pas dat jij het bent. Hoe is het met je?’
‘Hé, Rogier,’ zei ik zo kalm en cool mogelijk. ‘Met mij gaat alles prima. Zoals je ziet heb ik een baan op de afdeling fotografie. Joh, hoe gaat het met jou?’
‘Met mij gaat het helemaal te gek. Ik doe hier en daar wat klusjes en dat levert genoeg op om een fijn leventje te leiden.’
‘Lijkt me fantastisch om met een paar klusjes een fijn leven te leiden.’
‘En dat is het ook!’ zei Rogier. ‘Dankzij een klus kan ik nu lekker op vakantie, Vandaar dat fotorolletje.’
‘Vierentwintig opnames is niet erg veel voor een vakantie. Ga je een lang weekend weg of zo?’
‘Klopt. Een weekend Parijs. En hoeveel foto’s moet je nu eigenlijk maken tijdens een trip naar het buitenland? Ik kan me niet voorstellen dat je meer dan 50 foto’s tijdens een weekendje Parijs wilt schieten. Je blijft fotorolletjes kopen.’
Ik lachte iets te enthousiast. ‘Dat is waar. Het lijkt me niets om de godganse dag door een lens te moeten turen om vervolgens niets van de stad te zien.’
Rogier moest lachen en ik zag nu ook wel waarom hij zo populair was. Naast een goed lichaam en opvallend lichtblauwe ogen was hij ook gezegend met een mond vol perfecte tanden. Wanneer hij lachte ontblootte zich een rechte rij met witte tanden. Wanneer Rogier lachte, werd je zelf vrolijk.

‘Hé, wat doe je vanavond?’ vroeg Rogier aan mij. ‘Heb je zin om iets te gaan drinken in Pim Pandoer of Odeklonje?’
Ik was geen uitgaanstype. Ik kende de genoemde bars van een eenmalige avondje uit. Ik vond het altijd te druk, de muziek te luid en de mensen te uitbundig. Onecht. Vooral wanneer ze enigszins aangeschoten of compleet dronken waren. De genoemde kroegen waren de populaire tenten van dat moment. Ik dacht dat het geen kwaad kon om met Rogier iets te gaan drinken.
‘Is goed,’ zei ik. ‘Hoe laat? Ik moet tot vanavond negen uur werken. Het is koopavond.’ Zonder te denken knipoogde ik naar hem.
Hij knipoogde terug en haalde zijn portemonnee uit zijn kontzak.
‘Dat is dan geregeld. Doe me nu dan maar een Kodakrolletje. Die maakt toch de meest kleurrijke foto’s. Tenminste, dat is me verteld.’
‘Een Kodakrolletje van 24 opnames, 200 ASA,’ zei ik mannelijk. ‘Dat is dan 6 gulden alsjeblieft. Wil je een tasje?’
Rogier schudde nee en ik sloeg 6 gulden aan op de kassa. Gaf hem zijn wisselgeld, terug van een tientje en overhandigde hem het fotorolletje. Hij nam het rolletje met kassabon aan en toen zijn hand de mijne raakte, kreeg ik een week gevoel en een stoot adrenaline schoot door mijn lichaam. Wat was er aan de hand met mij? Rogier lachte nogmaals en leunde over de toonbank naar mij.
‘Vanavond tien uur. Odeklonje. Zie je dan,’ zei hij op fluistertoon. Hij draaide zich om en liep naar de uitgang van het warenhuis.
‘Ik zie je dan,’ zei ik tegen niemand, want Rogier stond al buiten.

Beledigd

De afgelopen 2 weken lag ik een beetje in de lappenmand. Ik noem het een beetje, want ik ben niet ziek thuis gebleven van het werk of ben ik overdag in bed blijven liggen. Zo ziek vond ik mezelf niet. Maar dat mijn lichaam -en mijn hoofd- niet helemaal optimaal functioneerde merkte ik wel aan mezelf. Ik ben op deze zwakke momenten een beetje grumpy.  Net iets meer chagrijnig dan normaal en ik vind alles stom. Alles.

Het valt te begrijpen dat ik tijdens mijn ‘kwakkeldagen’ helemaal geen begrip kon opbrengen voor het feit dat (bijna) heel Nederland in de ban is van Juf Ank van basisschool De Klimop, en de hype over het ‘hallo-allemaal-begroetingsdeuntje’. Niet dat ik nu, weken later, wel handklappend die paar regels zit mee te zingen. Nee, ik zit niet meer in groep 3, dus die herkenning is er niet. Nooit geweest ook. Wat ik dan wel grappig vind, is dat de serie het volk een spiegel voorhoudt en iedereen vind het hilarisch.

Soms zijn mensen echt leuk. Vooral wanneer ze zichzelf zeer serieus nemen. Dat zijn van die momenten met een bling-randje. Ik vind het vooral leuk wanneer mensen boos worden en zich daarom beledigd voelen. Mensen zijn de laatste jaren zo makkelijk beledigd. Dat gaat beide richtingen op. Zo zijn mensen nog steeds zwaar gepikeerd om de hedendaagse rol van Zwarte Piet en daar zijn dan mensen weer op hun beurt beledigd over. Ook in de zomermaanden, en dit dit gaat nu al een paar jaar zo. Totaal geen vooruitgang in deze discussie.

Datzelfde geldt voor het in mijn ogen nutteloze discussieprogramma op tv: Voetbal Inside. Televisie voor en door boerenlullen. Nadat in België een transgender met haar nieuwe identiteit naar buiten treedt, komt de brildebiel van het programma met een goedkope pruik en lipgloss op de mond voor de camera. ‘Ik heet voortaan Randebilia,’ of iets van die strekking. Meteen zijn groepen mensen uit de LGBT-beweging beledigd. Terecht of onterecht. Daags erna blijkt het een bokkenpruik op het hoofd van de brildebiel te zijn geweest, want nu is hij, én de makers van Voetbal Inside beledigd. Om in voetbaltermen te spreken: een inkoppertje.

Houdt het dan nooit op? Nee. Nooit. Zo had ik vorige week een gesprek over de telefoon met een mevrouw die iets van mij gedaan wilde hebben. Waar ze geen recht op had. Dat moest ik haar vertellen. Het was dit, en niet dat. Misschien kort door de bocht, maar wel duidelijk. Mevrouw was beledigd, en ze bleef maar in herhaling vallen. Weliswaar iedere keer met een andere invalshoek, maar mijn antwoord bleef onveranderd. Soms gaan de dingen zoals ze gaan. Niemand blijft droog in een regenbui. Ook niet als je schreeuwt.

Uiteindelijk had mevrouw door dat ze mij niet kon inpalmen met mooipraterij. Hierop begon ze op mijn gevoel te praten, wat haar ook geen succes bracht. Ik bleek voor haar een typische kille Nederlander. Op mijn antwoord dat ze van mij mocht denken wat ze vond, sprak ze uiteindelijk een ‘vloek’ over mij uit. Hiermee dacht ze mij te kunnen overhalen. Niet dat het uitspreken van die vloek indruk op mij maakte, want ze sprak ‘m uit over mijn vrouw en kinderen (…).

Ik was niet beledigd. Wel verbaasd. Over het feit dat je anderen een slecht leven toewenst, omdat je gewoon je zin niet krijgt. Ik ben zelf niet gelovig, en geloof al helemaal niet in alternatieve aftreksels waarbij een sjamaan met gedroogde dieren of de ingewanden door een walm van wierook staat te zwaaien, maar ik hoop eerlijk dat alles wat deze mevrouw over mij (en mijn vrouw en kinderen?) uitsprak, dubbel op haarzelf terugslaat.

Kronkelpad

Van de week had ik een afspraak in Amsterdam. Ik moest er al vroeg zijn, dus voor de rest van dag was ik vrij. Ik besloot aan het eind van deze ochtend om het voornemen het Kronkelpad in Amsterdam te bewandelen eindelijk te realiseren. Ik ben frequent in Amsterdam, maar heb het voornemen altijd uitgesteld. Tot aan deze week.

Het Kronkelpad is een paadje dat loopt door het Eerste Weteringplantsoen in het centrum van Amsterdam, langs het borstbeeld van schrijver Simon Carmiggelt. Het plantsoen is niet echt groot en het pad doet de naam geen eer aan; een paar flauwe bochten in plaats van kronkels. Echter is het pad vernoemd naar de stukjes tekst, de Kronkels, die door Simon Carmiggelt jaren geleden werden geschreven. Vandaar.

Het is deze ochtend alsof meneer Carmiggelt de regisseur van de mensen in het plantsoen is. Dat wat hij vaak beschreef doet zich vandaag voor. Aan de Spiegelgracht staat een man in blauw jack met zijn fiets tussen de benen geklemd. Hij voert de stadsmeeuwen brood. Ongeduldig vliegen en krijsen ze om zijn hoofd. Hij geniet overduidelijk van de vogels.

Ik neem plaats op het ijzeren bankje, links naast het borstbeeld van Carmiggelt. Het voelt koud aan mijn billen. Mijn voeten houd ik een beetje van de grond, want het druilerige weer van de afgelopen dagen heeft er een modderpoel achtergelaten. In de zomer is het zeker heerlijk zitten bij meneer Carmiggelt, maar vandaag voelt bijna alles koud aan.

Zo koud als de dame die knorrig en haastig voorbij loopt. Haar naaldhakken steken bij iedere stap vervaarlijk in het zand. Het Kronkelpad bloedt modder. Het doet me enorm Games of Thrones aan. Gevoelloos en priemend laat ze voetstappen achter. Koud. Een siddering kan ik nog net onderdrukken. Ze kijkt om. Niet naar mij. Wellicht verwacht ze een achtervolger, en ik zie dat ze verdriet heeft.

Ze loopt door en verdwijnt al ras in het verkeer van de Weteringschans. Een gezellig uitziende en bellende vrouw komt van links en duwt een kinderwagen van het merk Bugaboo voor zich uit. Ik ben niet thuis in de wereld van kinderwagens, maar het wagentje ziet er zeer geavanceerd uit. Je kunt er vast veel meer mee doen dan alleen kinderen vervoeren. Schaterlachend in haar telefoon loopt ze me voorbij.

Ik sta van het ijzeren bankje op. Mijn achterwerk is koud geworden en achter me hoor ik een idioot hijgend persoon aankomen. Ik denk aan een hardloper. Het blijkt een lange man in donkerblauw pak, inclusief stropdas. Raar. Een man in pak zo atletisch te zien rennen. Hij draagt een bos bloemen mee, die bij iedere stap slapper gaan hangen. Is het de geliefde van de ijzige en verdrietige vrouw op naaldhakken? Wellicht wil hij het weer goedmaken. Ik hoop het.

Blauw & Rood

De afgelopen week was het me een weekje wel. Het begon maandag al met het gegeven dat het Blue Monday was. Sinds 2005 is het de meest deprimerende dag van het jaar. Het is een verzonnen formule die berekend is door Cliff Arnal. Deze formule geeft aan dat mensen in deze bedroevende toestand raken omdat onder andere de eerste goede voornemens van het jaar mislukt zijn, en dat de vakanties nog heel ver weg in het verschiet liggen. Deze formule lijkt mij eerder verzonnen om die mensen die emotioneel al in een dal zitten nog dieper weg te trappen. Een vrolijke man die Arnal, die ook beweert dat een weekendje weg het leukst is als je niet gaat. Koekkoek.

Verder waren de weersomstandigheden vorige week ook te beroerd om verder over uit te weiden. Afgelopen woensdag, de dag voor code rood van het K.N.M.I., regende het constant. Toen -aan het einde van de werkdag, de pendelbus tussen de locatie van mijn werk en het metrostation niet reed, was ik genoodzaakt om met een open paraplu die 1.3 kilometer te wandelen. Halverwege de route, na zo’n 5 minuten bleef mijn hoofd wel droog, maar mijn pantalon raakte doorweekt. Het natte goed bleef irritant aan de kuiten plakken, en net op het moment dat je tegen niemand in het bijzonder afvraagt of de regen alsjeblieft even kan stoppen, laat het universum je weten dat het nog harder kan regenen.

Donderochtend was de dag van code rood. Als het in Nederland een beetje zal gaan waaien, dan is het K.N.M.I. er als de kippen bij om een alarmcode af te geven. De geloofwaardigheid is hierdoor een beetje aangetast doordat men voorheen vaker loos alarm heeft geroepen. Storm in een glas water. Hierdoor gingen wellicht de mensen toch de weg op, met alle gevolgen van dien. Omdat het donderdagochtend al flinke waaide ben ik vroeg op de trein gestapt richting werkvloer. Ik was, net als altijd, ruim op tijd. In Amsterdam wilde ik niet door boomtakken geraakt worden en rende ik in rap tempo over het fietspad naast de Henk Sneevlietweg. Eerst vond ik het nog een flinke wind, maar op de 10e etage van het hoge kantoorgebouw waar ik werk, merkte ik dat het toch meer was dan alleen dat.

Toen ik met een collega bij het koffiezetapparaat stond te praten over dat men in Nederland niet meer gewend is aan stormachtig weer, was het alsof ik even licht in mijn hoofd werd. Dit was niet het geval. Het gebouw bewoog met de wind mee, waardoor je dit gevoel kreeg. Tot 11 uur in de ochtend ging het schudden door de wind door. Met dat er af en toe iets voorbij vloog, wat je anders nooit op deze etage ziet. Sommige collega’s werden misselijk van het kort trillend gevoel, maar als je een beetje zeebenen hebt, wen je er uiteindelijk wel aan en kijk je collega’s na een korte schudpartij aan en bevestig je elkaar: ‘Ja, dat was er weer eentje.’ Het creëert toch een gevoel van saamhorigheid, omdat je het samen meemaakt.

Inmiddels was rond 11 uur ook alle treinverkeer uitgevallen. Ik dacht nog positief: de storm is gaan liggen en tegen de tijd dat ik naar huis moet, draait alles weer. Volgens de reisplanner op mijn smartphone waren er genoeg treinen uitgevallen, maar mijn vaste verbinding reed volgens schema. Dus met een blij gevoel stapte ik de metro in, richting thuis. Op station Amsterdam-Zuid moest ik overstappen en zag ik dat wat ik op mijn smartphone meekreeg niet correspondeerde met de realiteit. Iets van honderd mensen stonden te wachten op het station. De toegang tot de perrons waren met afzetlint geblokkeerd. Het enige dat we medegedeeld kregen was dat er geen treinen reden en dat er gratis koffie was.

Het verbaast me dat mensen mij nog steeds kunnen verrassen. Toen een reiziger genoeg koffie had gedronken besloot deze onder het afzetlint door naar het perron te lopen. Alsof er met deze actie wel een trein op het perron staat. Gelijk aan het water dat na het verwijderen van een badstop wegstroomt, ging er een stroom van mensen de stationshal uit, omhoog naar het perron. Raar. Na een uur wachten had ik het wel gezien. Familie had al aangeboden dat ik naar hen kon komen, wanneer ik Amsterdam niet uit kon. Ik besloot maar bij hen te stranden. Dan moet je er maar het beste van maken.

Mies Bouwman

Het viel me van de week al op. Wanneer ik ‘s-ochtends-vroeg vanuit huis naar het station loop, kwetteren de zangvogeltjes in de bomen er weer vrolijk op los. Een geluid dat voor mij gelijkstaat aan het voorjaar. Ik weet het: een blik op de kalender leert me dat we nog in de eerste helft van de winter zitten, maar toch. Ook wanneer ik ‘s-middags vanuit het werk weer terug naar huis is het nog licht. Het voorjaar komt er aan, en dat maakt me vrolijk.

Gisteravond dacht ik er aan om een flink stuk te gaan hardlopen. Na maanden van korte afstanden, wilde ik wel weer eens die 10 kilometer aantikken. Na het wakker worden had ik al vlot mijn hardloopoutfit aan, ik hoefde alleen nog in mijn hardloopschoenen te stappen tot er energiek op het raam werd getikt. Er stond iemand in de voortuin. Ik weet niet wat het is, maar ik woon op een uniek stukje Almere. De coördinaten waarop ik woon zijn heel populair bij de bevolking. Zeer geliefd om te bezoeken. Ook wanneer een Kazachstaans hoertje haar klanten níet op ons adres uitnodigt.

Het leek er op dat Mies Bouwman met haar ring tegen het keukenraam had staan tikken. De vrouw in de voortuin had een strak geföhnde kapsel dat iets te donker was geverfd voor een dame van haar leeftijd. De mevrouw gaf warrig aan dat ze op zoek was naar de Haagbeukweg in Almere. Een straat die overigens niet in onze wijk ligt. Haar plan was om een wandelroute te volgen, en die begon op de Haagbeukweg. Een goed begin: de weg al kwijt voordat je begonnen bent.

Ik dacht eerst de ze naar haar bestemming moest lopen. Een makkie om uit te leggen: langs het spoor een kilometer verder wandelen tot je de Albert Heijn ziet, want daar is de Haagbeukweg. Maar ik zag dat ze haar auto op onze oprit had geparkeerd. Ook van die dingen die je maar accepteert, want anders kan je om alles boos worden. Met mijn oranje hardloopschoenen in de hand, legde ik uit dat ze de straat uit moest rijden, bij de stoplichten links afslaan. Daarna bij de stoplichten rechtdoor en bij de rotonde…

De mevrouw onderbrak me en begon met haar hoofd te schudden. Geen alzheimer. Ze  vroeg me of ik mijn uitleg wilde herhalen. Drie dingen die ik niet leuk vind: mij onderbreken wanneer ik aan het woord ben.
‘Ik zeg het u nog één keer, dus wel graag opletten. Het is ook mijn vrije zaterdag en die wil ik zelf naar wens invullen,’ zei ik misschien plomp, maar ook duidelijk en vriendelijk.
Mevrouw Bouwman was stil en luisterde. Ik herhaalde wat ik zojuist had gezegd en vertelde verder waar ze de Haagbeukweg kon vinden. Ik wenste haar succes en een fijne dag toe. Ik sloot de deur en stapte eindelijk in mijn hardloopschoenen.

Het hardlopen ging lekker. Het was mistig, dus bijna geen wind. Na een paar kilometer te hebben gelopen had ik even last van mijn scheenbeen, maar na een wandeling van 50 meter was dit al snel voorbij. Hierdoor kwam ik al snel in een flow terecht. Mies Bouwman aan mijn voordeur was ik al ras vergeten. In mijn hardloopenthousiasme dacht ik er zelfs even aan om een paar kilometers extra om te lopen. Mijn verstand hield me tegen. Langzaam opbouwen gaat snel genoeg.

Onderweg kwam ik veel andere sportievelingen tegen. Ook de mensen die denken dat ze de enige zijn in een grote stad als Almere. Die nemen alle ruimte, terwijl de gedachten zeer smal zijn en alleen gericht op het beeldscherm van hun telefoon. Maar ik ging lekker en veel mensen waren wel aanwezig in de wereld waarin ze bewogen. In een vlot tempo ging ik vrolijk verder. Vlakbij huis liep ik een groep Nordic wandelaars tegemoet. Een groepje actieve senioren. Een van de wandelaars herkende ik aan het te donkere, strakke kapsel.

Zij herkende mij ook. Ze wees naar mijn oranje hardloopschoenen, zwaaide en riep: ‘Ik heb het toch gevonden hoor!’ Ik salueerde met mijn wijsvinger, begroette alle wandelaars van de groep en rende mijn laatste kilometer naar huis. Blijkbaar had ik een uur geleden een niet al te negatieve indruk achtergelaten bij mevrouw Bouwman, toen ze in haar auto vertrok naar de Haagbeukweg.

Vinylzucht

Aan het einde van de jaren 80 van de vorige eeuw kwam de compact-disc in opgang. In die tijd was ‘hoe kleiner, hoe fijner’ het credo. Mijn muziekverzameling veranderde zo langzaamaan in een collectie van kleine zilveren discs in plastiek vierkante doosjes. Alle nieuw uitgebrachte albums werden compact bij de platenboer gekocht en op mijn nieuw aangeschafte multi-disc cd speler van Pioneer afgespeeld. Digitaal was het nieuwe genieten. Geen krasjes en tikjes meer te horen. Zo zachtjesaan verving ik de oude vinyl langspeelplaten voor de cd’s.

Mijn langspeelplaatverzameling heb ik nooit weggedaan. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om ze weg te doen. Iedere verhuizing sinds de jaren 90 heb ik de verzameling van huis naar huis meegesleurd. In het begin gaf ik ze nog een prominente plek in het huis, maar later toen we ook geen platenspeler meer hadden, bleven de lp’s en 12″-uitvoeringen van de hits van weleer in de verhuisdozen bewaard. Helaas ben ik door een faillissement een groot deel van mijn platencollectie verloren, maar huilen om de dingen die zijn geweest heeft mij nooit plezier gebracht, dus laten we dat achterwege.

Na onze laatste verhuizing heb ik, een paar jaar geleden, toch weer een platenspeler aangeschaft. Van de vinylplaten die ik nog wel in mijn bezit heb zijn sommige albums nooit digitaal opnieuw uitgebracht en de nieuw aangeschafte platenspeler bood de mogelijkheid om de analoge albums digitaal als mp3 op te slaan. Die oude pareltjes kan ik nu nog steeds beluisteren. Met de opkomst van het vinyl overweeg ik de aanschaf voor een nieuwe draaitafel. Eentje die een prominente plaats in ons huis verdient.

Sinds een paar jaar koop ik af en toe een nieuw album in vinyluitvoering. Het luisteren naar muziek met zo’n grote, vierkante albumhoes op schoot is niet alleen maar luisteren. Het is muziek beleven. Genieten. Groot was dan ook mijn aangename verrassing toen mijn schoonmoeder laatst vroeg of wij de oude langspeelplaatcollectie die altijd bij hen heeft gestaan met ons mee naar huis mocht. Langspeelplaten van 5 decennia geleden. Wat een verrijking.

Oud en Nieuw

Wanneer je op oudejaarsdag nog niet alles in huis hebt gehaald, ben je afhankelijk van de supermarkten die de winkeldeuren op deze laatste dag van het jaar openen voor de vergeetachtige mensen onder ons, en de mensen die alles op het laatste moment beslissen. Zo stond ik ook vanmiddag nog in de supermarkt. Niet omdat ik iets was vergeten of de dingen altijd tot het laatst uitstel, ik wist dat mijn vaste buurtsuper open zou zijn. Wanneer je dat weet stel je jezelf er op in. Oliebollen? Die haal ik 31 december!

Hier ben ik overigens geen uitzondering op, want er waren voldoende mensen in de supermarkten die genoeg in het mandje of boodschappenkar gooiden. Mensen van allerlei allooi die nog een paar dingen echt nodig hebben in die laatste uren van 2017. De een doet het op zijn gemak en leest nog eens heel uitgebreid en op het dooie gemak de ingrediënten van een blik soep, en de ander heeft haast en doet alsof de supermarkt een atletiekbaan is. Verstand op nul en blik op oneindig. De kassa’s in dit geval. Zo ook het meisje met brandweerwagenroodhaar.

Het meisje had zo’n haast dat ze niet door had dat ze met haar half gevuld boodschappenmandje een paar pakken koeken op de grond liet vallen. Door een kleine twijfel in haar snelheid wist ik dat ze heel goed doorhad dat er door haar doen een paar artikelen op de supermarkt vloer waren gevallen. Een oudere mevrouw sprak haar hierop op aan, maar het meisje met het te rode haar speelde doof. Hierop heb ik haar er op geattendeerd dat ze een paar pakken koeken had laten vallen, en gevraagd of ze het even wilde opruimen.

Met een nijdig gezicht en de opmerking: ‘Ja, dat kan gebeuren,’ liep ze chagrijnig terug naar de gevallen koeken.
‘Inderdaad,’ reageerde ik. ‘Maar als je het op de laatste dag van het jaar opruimt, ben je dit jaar toch nog een goede burger geweest.’
Zwaar beledigd legde ze de koeken terug in het schap, tussen de andere koeken.
Op dat moment wist ik mijn goed voornemen voor het nieuwe jaar: Dit jaar ga ik mensen aanspreken op hun a-sociaal gedrag. Niet dat dit altijd gewaardeerd zal worden, net als deze middag. Misschien zijn er momenten dat ik er lichtelijk spijt van krijg, maar als niemand het doet zakken we alleen nog verder weg in een onbeschaafde maatschappij.

De allerbeste wensen voor het nieuwe jaar, waarin we iets meer sociaal met elkaar om mogen gaan.

Moraalridder

In de wijk waar ik woon zijn ze momenteel druk bezig met het aanpassen, verleggen en opknappen van het fietspad dat langs het spoor van het centrum naar Parkwijk loopt. Fietsers en voetgangers worden door middel van afzettingen er op attent gemaakt niet verder te gaan. Het pad ligt er al ruim 2 maanden braak. Ik ben inmiddels wel een beetje moe van alle modder en regenplassen. Op mijn route van, en naar huis is het hink-stap-springen om het enigszins schoon en droog te houden. Eigen schuld, want ik laat me niet zomaar door een paar hekken tegenhouden. Ik ploeter eigenwijs door.

Inmiddels is er een beperkt en zeer minuscuul stukje fietspad opnieuw geasfalteerd. Na 2 maanden. Waarom dit zo lang moet duren begrijp ik niet, want wat er nu na al tijd is opgeknapt, ziet er niet uit. Die paar meters die bedekt zijn met asfalt lijken door een dronken ome Harry te zijn gewalst. Rol er met je rollerskates overheen en je verliest geheid een sleutelbos. Wellicht bezuinigt ProRail, de spoorinfrastructuurbeheerder van Nederland, op de werkzaamheden en worden er stagiaires ingehuurd. Het is een aanfluiting en een belediging voor die mannen die vroeger met passie alle bestraatte straatjes plat hebben gewalst, en zo ploeter ik straks in 2018 nog steeds door.

Dat wordt voorlopig tot aan maart volgend jaar langs en over de wegversperringen lopen. Of erger, meters ómlopen. Ik had eerst de illusie dat medewerkers van ProRail al de neergehaalde wegversperringen terug in originele staat terugbrengen, maar dat blijkt niet helemaal waar te zijn. Afgelopen kerstweekend zag ik vanuit het slaapkamerraam een man van het type kansloos, de omvergehaalde wegversperringen terugzetten. Op zijn manier worden de bewoners van Almere heropgevoed. Nu kunnen ze niet langer ‘illegaal’ langs het spoor doorlopen. Op zich niet helemaal erg, deze wereldverbeteraars, maar dan moet je zelf niet verder fluitend, met je hondje over het afgesloten, braakliggend fietspad lopen.

Kerst 2017

De kerstliedjes horen we nu tot in den treuren sinds de goedheiligman zogenaamd weer naar Spanje is. Van de klassiekers van Bing Crosby tot de hedendaagse tot-kerstlied-bewerkte hit “Sunny Days” van Armin van Buuren. Ikzelf luister al sinds oktober naar diverse kersthits. Dat houdt in dat ik overmorgen overgelukkig ben wanneer de kerstliedjes niet langer meer regulier te horen zijn. Het is geen klagen. Ik ben het zelf die al twee maanden naar de met sleebellen bewerkte hits luister. Het maakt me vrolijk. In de drukke winkels hoopt men dat de kerstliedjes de stress onder het winkelend volk doet vergeten. Dat lukt niet.

Gistermiddag. Ik zie een verhitte en gehaaste vrouw in rap tempo langs de kledingrekken in de C&A lopen, gevolgd door haar zwijgende echtgenoot. Er worden truien onder zijn kin gehangen en met een ‘Nah, da’s niets,’ worden diezelfde truien weer snel terug in het rek gehangen. Men is vooral op zoek, maar weet niet precies naar wat. Doelloos winkelen. Probeer dan maar met een succes thuis te komen. De vrouw loopt even later gefrustreerd, zonder aankopen, naar de roltrap en de man ergert zich stilletjes aan dit verloren bezoek aan de C&A. Zeer waarschijnlijk staat hem hetzelfde script te wachten bij de H&M. Of WE Fashion Store.

Kerstmis. Het moment aan het einde van het jaar waar we wensen stil te staan bij het hectische bestaan en bij de medemens. Men wenst elkaar het beste toe voor de feestdagen en het komende nieuwe jaar. Behalve voor de persoon die in de rij voordringt bij het winkelen. Men ergert zich aan die brutale dame in de boekenwinkel, die net voor jou het laatste exemplaar van een cadeau bestemd voor tante Jans weggrist. Dag Goede Dochter van Karen Slaughter. Dit jaar met Kerstmis geen plek voor jou bij ons in de familie! Ja, dan zijn mensen geneigd stiekem (sommigen doen het verrassend overtuigend duidelijk) iets minder begaan te zijn met onze medemens. Vrede op aarde, maar zeker niet voor iedereen. Een fuck you voor al die andere egoïsten en zelfzuchtige mensen. Daarbij zichzelf vergeten.

Misschien is het nog te vroeg in onze geschiedenis om verdraagzaamheid voor anderen op te brengen. Ik ben bang dat de hype ‘geduld-voor-een-ander’ voorlopig toekomstmuziek blijft. Misschien is het een idee voor de kerstman om iedereen op deze wereld een spiegel cadeau te doen? Ik bedoel niet zo’n stuk glas waarin je, je eigen reflectie ziet. Ik denk aan een waarin je jezelf als een compleet mens ziet. We denken altijd wel meegaand, tolerant of edelmoedig te denken, of te zijn. Wanneer iemand iets in onze ogen verkeerd doet mopperen we en laten we dat ook weten, maar als we ons zelf schuldig maken aan hetzelfde, dan moet dat kunnen. Ik herken het ook bij mezelf. Ik kan soms, in bepaalde situaties  mensen de hel toewensen, om een dag later hetzelfde te doen. Daarom wens ik iedereen (én mijzelf) voor vandaag en morgen twee fantastische feestdagen toe, en vooral ook een empathisch 2018.

Stukjes

In de metro, onderweg naar huis, staat een jonge vrouw, druk pratend tegen een andere vrouw die verveeld voor zich uit staart, terwijl zij zelf haar kinderwagen, een maxi cosi, op en neer schudt. Ze doet het om het kind in de wagen stil te houden. Niet dat het veel helpt. Ze is zelf constant luid aan het woord. Met een aangeleerd buitenlands accent praat ze ook veel. Ze heeft de nodige drama in haar leven meegemaakt en het gezegde ‘gedeelde smart is halve smart’ moet haar lijfspreuk zijn. Iedereen moet meegenieten en wie niet wil luisteren kijkt ze met boze ogen aan. Haar heldere lichtblauwe ogen steken af tegen haar donkerpaarse hidjab, maar ik kan er niet vrolijk van worden.

Veel van haar levensdrama gebeurt in de familiekring, en in die van de schoonfamilie in het bijzonder. Door de giftige taal die ze uitkraamt wenden de andere reiziger hun gezicht van afschuw af. In de 4 minuten durende rit van metrostation Henk Sneevliet tot aan het metrostation van Amsterdam-Zuid heeft ze 5 keer iemand dood gewenst, en niet alleen dat: ze is bereid het allemaal zelf te doen. ‘Ik snij ze allemaal in stukken en gooi ze zo in de vriezer,’ braakt ze uit. Het jonge kind in de maxi cosi wordt er niet stiller van. Wanneer de omroepstem ons aangeeft dat we bij metrostation Amsterdam-Zuid zijn gearriveerd, kan ik niet wachten om naar buiten te gaan.

Met versnelde pas loop ik het perron op. Mijn fantasie gaat met me aan de haal en ik zie het al voor me: dan lig ik daar in tientalle stukken gesneden, rillend van de kou in de vriezer van de boze mevrouw met haar lichte ogen. Wanneer ik de trap af wil lopen naar een ander perron, draai ik me nog even snel om. Ik haal opgelucht adem. De boze mevrouw blijft in de metro achter. Als ze dan toch iemand in stukjes moet hakken, dan toch liever haar schoonfamilie.

Nieuw Pak

Ik moest een nieuw pak. Het tweedelig kostuum had ik een jaar geleden bij de H&M gekocht. Het voordeel van een confectiepak is dat het niet meteen een hap uit je budget is. Wat een jaar  geleden ook nog even niet wenselijk was. Ik zag er netjes uit en kon ermee voor de dag komen. Tot na een jaar, een paar weken geleden. Het jasje kon ik nog wel dragen, want zo vaak droeg ik het niet. De pantalon begon echter tekenen van slijtage te tonen.

Hoe het mogelijk is weet ik niet, want de tijd dat ik op handen en knieën over de vloer kroop ligt jaren achter me, maar de pantalon werd vooral bij de knieën erg dun. Daarbij gaf de naad in het kruis het op, waardoor er een klein luchtig spleetje ontstond. Deze heb ik nog even gerepareerd, maar het waren voor mij allemaal tekenen dat ik nu toch wel aan iets nieuws toe was. Ik twijfelde nog even of ik naar de H&M terug moest keren, maar bij terugkomst zagen de pakken die er hingen er niet uit.

Daarom afgelopen zaterdag naar een andere winkel gegaan. De prijzen liggen er iets hoger, maar ik weet bijna zeker dat de pakken uit deze winkel langer dan 1 jaar gedragen kunnen worden. Het was er druk. Veel shoppers op zoek naar nette kleren voor de komende kerstdagen. Timing is niet een sterke kant, wat betreft winkelen. Dus tussen het winkelvolk probeerde ik een fraai pak uit te zoeken. Een uitdaging: mijn schouders zijn breder dan de heupen.

Ondanks 2 verschillende confectiematen voor het pak en de drukte van de winkelbezoekers ben ik uiteindelijk geslaagd voor een grijs, wollen pak. Ik kan er weer even tegenaan. Naast het pak heb ik een tweetal stropdassen gekocht. Het is niet altijd nodig, maar het staat wel fatsoenlijk wanneer er klanten of gasten over de werkvloer lopen. Zo opgedirkt in een tweedelig pak, ik voel me er niet verkeerd bij.

Gewoonten

Ik was 12 jaar toen ik mijn eerste sigaret rookte. Eerder stom dan stoer, maar daar dacht ik toen anders over. Het was achter het fietsenhok en ik zat in de 6e klas (groep 8) van de Torpschool. Samen met Enrico, Peter, Angelique, Sheila en Yvonne stonden we stiekem een peukie weg te paffen. We dachten dat we voor anderen verscholen waren, maar het fietsenhok stond naast het schoolplein, vlakbij de Torplaan. Een drukke weg in de wijk waarin we met zijn zessen opgroeiden. Iedereen kon ons zien roken en de opmerkingen werden als figuurlijke oorvijgen aan ons uitgedeeld. Met opmerkingen als ‘Weten jullie ouders dit wel’ en ‘Je kan beter je broekspijpen dichtknopen’ werden we gewezen op deze brutale actie.

Vanaf die leeftijd heb ik af en aan een sigaret gerookt. Toen ik een jaar later naar het voortgezet onderwijs ging kwamen mijn ouders er achter dit ik stiekem rookte. Als straf moest ik van hen 3 sigaretten achterelkaar roken. Ik zie de sigaretten nog op de salontafel liggen. In een bruin pakje van het merk Caballero. Zonder filter. Dat zou mij wel leren om stiekem te roken, dachten mijn ouders. Ik kan me de verontwaardiging van mijn moeder nog goed herinneren. ‘Hij rookt gewoon over zijn longen!’ daarbij naar verwijtend mijn vader kijken, alsof het zijn schuld was dat ik met gemak 3 sigaretten kon wegroken.

Zo was het dat ik op mijn 13e van mijn moeder wekelijks een pakje shag van het merk Samson kreeg, want -zoals zij zei: ‘Ik heb liever dat je het van ons krijgt, dan van iemand met verkeerde bedoelingen.’ Die angst van mijn ouders betreffende drugsverslavingen werkte in mijn voordeel. Zo heb ik jarenlang shag gerookt. Daarbij hoorde ook de aardappelschil, die we in het pakje shag bewaarde om uitdrogen van het tabak te voorkomen. Het was geen verkeerd leven in het begin van de jaren 80 van de vorige eeuw, en ik heb er fijne herinneringen aan overgehouden.

Inmiddels rook ik niet meer. De laatste jaren dat ik rookte, rookte ik stevig. Anderhalf pakje per dag. Dat was tot het me tegen ging staan en ik er genoeg van had. Nadat het me uiteindelijk lukte om die gewoonte te doorbreken heb ik mezelf voorgenomen nooit meer een sigaret te roken. De bekende en figuurlijke knop was om. Sindsdien rook ik niet meer. Momenteel zijn er ook gewoonten in mijn leven waarvan het gebruik mij tegenstaat. Ik erger me mateloos aan de dieronvriendelijkheid van de bio-industrie en de kilo-knallers van de supermarkten. En gezond stuk vlees lijkt heel moeilijk te vinden.

Het is niet dat ik stante pede vegetariër moet worden, maar ik let wel op wat ik eet. Op het werk, tijdens de lunch, eet ik geen vlees meer. Zo stap voor stap kom ik er dichter bij. Waar ik voorheen 1 keer per week een vegetarische dag had, houd ik binnenkort 1 dag in de week een vleesdag. Alle beetjes helpen, en ik ben me ervan bewust dat niet iedere gewoonte zomaar is overwonnen.

Twintigers

‘Waar was je? Ik heb op je zitten wachten. Je was hartstikke dronken, gast!’ zei de jongen met het korte kapsel en Adidaspak.
‘Nee, man. Ik ben met mijn dronken kop door de politie meegenomen. Toen ik wakker werd ben ik ‘m stilletjes gesmeerd. Ik heb weten te ontsnappen uit het bureau!’ verklaart de andere. Hij draagt zijn nep Louis Vutton-petje scheef op zijn hoofd.
‘Weet je dat heel zeker?’
‘Leggen kippen eieren? Ja. Natuurlijk weet ik het zeker!’
‘Het is heel anders gegaan, man.’
‘Huh? Hoe dan?’

De jongeman in het Adidaspak was die avond daarvoor ook aangeschoten, maar niet zo erg als de ander met het nep-petje. Op een gegeven moment had hij een black-out. Helemaal lam en niet meer in staat om zelfstandig weg te gaan. De ander in het pak voelde zich verantwoordelijk genoeg om zijn vriend mee naar huis te nemen. Met veel moeite kreeg hij zijn vriend buiten. Door de koude, frisse lucht knapte deze heel even op, maar was al weer snel terug in lazarusland.

De jongeman in het pak plaatste zijn vriend op het zadel van zijn scooter en ging zelf voor hem zitten. Door de armen van zijn vriend met de nep-pet  onder zijn eigen armen te stoppen, bleef deze enigszins rechtop zitten. Dit ging zo goed de eerste meters, maar bij de eerst bocht gleed een arm van zijn vriend weg en bungelde deze schuin achterover mee achter de scooter aan. Om snel thuis te zijn reed hij over de Overtoom. Een plek waar veel politiecontrole is. Zo ook die avond ervoor.

Het was te laat om nog om te keren. Hierdoor zou de vriend met het nep-petje sowieso van het zadel glijden en werd alle aandacht naar hen getrokken. Alsof dat nu al niet het geval was, want inmiddels was ook de andere arm weggegleden en leek het alsof de dronken passagier een spel als Twister op de scooter uitvoerde. De jongeman in het pak reed langzaam door, en zich verontschuldigend kwam hij aan bij de politiefuik. De politieagenten moesten wel lachen om het beeld dat ze zagen.

Afgesproken werd dat de bestuurder naar huis mocht doorrijden, maar dat zijn vriend mee moest naar het bureau, even verderop. Daar kon hij deze nacht zijn roes uitslapen. De vriend in het Adidaspak is toen naar huis gegaan en is gaan slapen, waar hij de volgende ochtend door zijn vriend werd gebeld met het verhaal van zijn ontsnapping. Niets heroïsch, want hij is met zijn schoenen in de hand heel zachtjes het bureau uitgelopen. De aanwezige agenten haalden hun schouders op en schonken nog een kop koffie in.

Bezoek

Het begon op een dinsdagavond in oktober. Er werd aan de deur gebeld en een Aziatische meneer zei dat hij een afspraak had met een Cora. Ik vertelde hem kortaf dat er geen Cora op dit adres woonachtig was. Hij keek verbaasd. Ik keek boos. Wat is dat voor een idioot, dacht ik nog. Ik heb in de deur staan wachten tot hij de voortuin uit was gelopen. Je hoort tegenwoordig over ongure types die aanbellen om te zien of er iemand thuis is. Om zeker te zijn ben ik even later met een lege plastic verpakking naar de vuilcontainer gelopen om te zien of de man echt weg was. Hij stond verderop, op de hoek van de straat druk te doen op zijn mobieltje. Ik heb ‘m daar laten staan en dacht verder niet meer aan hem.

Een paar dagen later, op donderdagavond, werd er weer aangebeld. Vermoeid van de gedachte dat het een colporteur of collectant was deed ik open. Weer stond er een man voor deur die beweerde een afspraak te hebben met een vrouw. Een déjà vu. Nu was ik verbaasd. Ik dacht er verder nog niet veel van. Het moest een vergissing zijn. De man liep teleurgesteld de voortuin uit, en ik naar binnen. Ik zei tegen Edo dat er een man aan de deur stond in de veronderstelling dat er een vrouw in de deuropening op hem wachtte. Edo reageerde ook verbaasd en zei dat er de dag ervoor ook al een man voor de deur stond en beweerde een afspraak met een vrouw te hebben. Het kwartje was gevallen. Ik wist genoeg.

Een sneu persoon die het een hilarisch idee vind om mannen naar ons adres te sturen, met het verhaal dat er op ons adres een lekker bezigheid met een vrouw valt te beleven. Tegenvaller voor de mannen, want er woont op dit adres geen vrouw. Wel 2 mannen. De dagen erna dat er ‘s-avonds aan de deur werd gebeld wisten we uiteindelijk hoe laat het was: geen colporteur, collectant of pakketbezorger, maar een licht opgewonden man die even lichamelijk plezier dacht te hebben. Het werd een beetje gênant, want ik stond een beetje verveeld uit te leggen dat de man in de maling was genomen. Verbaast en gekrenkt liepen ze dan het tuinpad af. Er was één man die zo schrok en zich schaamde, dat hij zonder iets te zeggen het tuinpad af rende.

Inmiddels bedachten we wie er achter deze geintjes kon zitten. We wisten niet zo snel iemand te noemen. We hebben geen ruzie met anderen en zijn best wel oké in de omgang met anderen, maar wellicht zijn er mensen die rancuneuze trekjes hebben en er voldoening in vinden om ons bijna iedere dag naar de deur te laten lopen. Een beetje teleurstellend. Ik vind het niet erg om van de bank te komen en naar de deur te lopen. Ik vond het eerder sneu voor de mannen die de moeite nemen ergens naartoe te gaan en dan zo teleurgesteld worden. Ik was er inmiddels van overtuigd dat de verantwoordelijke grappenmaker eerder een kneus dan alleen rancuneus was.

Na twee weken was het nieuwe wel af van de visites, en begon ik bij de mannen te informeren hoe ze aan mijn adres kwamen. Dit heeft nog een paar mannen geduurd, maar uiteindelijk kreeg ik de naam van de website. Daar ben ik gaan zoeken naar een link, maar ik werd niet veel wijzer van de borsten en billen die er aangeboden werden. Uiteindelijk gaf een vriendelijke man, die zich meermalen verontschuldigde voor zijn bezoek, mij het telefoonnummer. Eindelijk kon ik gericht zoeken op de website. Het nummer maakte een link met Escort Sara uit Almere. Een voor ons onbekende vrouw, wier foto’s volgens mij van het internet zijn geleend.

Bij navraag van een neef die bij de politie werkt bleek dat aangifte van deze bezoekacties geen zin heeft. De sneu-keutel die mannen naar ons adres stuurt doet niets strafbaars. Dan maar iets anders verzinnen. Ik heb de mensen achter de website een e-mail verstuurd met hierin het verhaal van de ongevraagde visitaties, met daarbij het verzoek het profiel te verwijderen of tenminste de persoon aan te spreken over de onzinnige acties, en wanneer er toch weer een man aan de deur stond, ik het telefoonnummer via sociale media bekend zou maken.

Ik kreeg een reply met uiting van sympathie en men ging de persoon achter het profiel aanspreken. Wanneer een bezoek zich weer voordeed wilden ze dit graag weten. Een tweetal dagen later heb ik ze maar een emailbericht gestuurd, want in het weekend hadden zich weer mannen aangemeld. Dit keer besloot ik het nummer bekend te maken op sociale media met de vraag of men het telefoonnummer (her)kende. Hier was genoeg respons op en heb ik via Whatsapp gevraagd waarom ze mannen naar mijn adres stuurde. Hierop kreeg ik 2 dagen later een respons. In foutief Engels: ‘Sorry for this, I dont repeat relly sorry.’

Nog een dag later ontving ik een emailbericht van de website-medewerkers. Ze hadden het profiel van Escort Sarah uit Almere voorlopig offline gehaald. De sneu-keutel achter het profiel, vond de grap van het repetitief mannen naar ons adres sturen inmiddels ook flauw worden, want er heeft zich sindsdien geen man meer gemeld aan onze voordeur.