6.52 Miles

Distance: 10,5 kilometer
Time: 00:55:56 hours
Calories: 899
August: 45,5 kilometer

Vrij

Aangezien de NS vanaf vandaag tot en met volgende week zondag geen treinverkeer op de trajecten Almere-Weesp en Almere-Naarden-Bussum aanbiedt, behalve een paar geïmproviseerde busritjes, en omdat men op mijn werk van mening was dat ik enkele vakantiedagen mocht opnemen, heb ik besloten om vanaf vandaag een weekje vrij te nemen.

Ik heb deze dagen geen vakantieplannen in de agenda staan. Ik doe het gewoon een weekje kalm aan. Af en toe lekker hardlopen, een beetje aanklooien en vooral zo min mogelijk gebruik maken van de klok. De tijd zoekt het maar even lekker uit. Ik doe even niet mee. Misschien hier en daar een afspraak inplannen, maar verder zie ik wel wat de dagen me brengen.

Genieten van een week niet om 06:00 uur opstaan. De meteorologen beloven nu nog voor volgende week aangename temperaturen. Dat wordt langzaamaan wakker worden en dan maar eens te besluiten wat te gaan ondernemen. Valt er regen, dan ga ik naar het leescafé in de Nieuwe Bibliotheek en als de zon schijnt, spring ik op de fiets. Richting strand. Kortom: ik vermaak me wel.

 

Poeslief

 De laatste weken loopt er af en toe een jong katertje bij ons door de achtertuin. Dat is op zich niet zo vreemd, want er lopen wel vaker meerdere katten door de achtertuin. Zo heeft Amsterdam zijn poezenboot, en wij een poezentuin. Het grappige aan het jonge katertje -of poesje, ik heb het beestje niet goed onder de staart bekeken, is dat het heel voorzichtig  naar de schuifpui komt aanlopen en zodra het beestje maar even denkt bij ons binnen iets te zien bewegen, schiet het weg. Om daarna steeds eventjes snel om te kijken. Wat het ook grappig maakt is dat het poezenbeest een heel lief, guitig kittenkoppie heeft. Je zou het dier bijna willen adopteren.

Ik denk niet dat onze huidige katten, Oprah en Harpo, een adoptie zouden appreciëren. Ze zijn inmiddels bijna 10 jaar oud en nieuwe kattenaanwinst zal niet enthousiast ontvangen worden. Daarbij zijn we thuis inmiddels nieuwsgierig naar een huishouden zonder harig huisdier. Gelukkig zijn we nog net niet nieuwsgierig genoeg om de behaarde, bejaarde huisgenoten het huis uit te zetten. Maar mochten ze naar de kattenhemel zijn vertrokken, dan nemen we voorlopig even geen nieuw huisdier. Echter, niets is zo veranderlijk als een mens. Hoewel, ik voel er niets voor om een laatste afscheid, zoals bij poes Molly van een paar jaar geleden, nog eens mee te maken. Afscheid nemen is niet iets om naar uit te kijken.

Mijn hele leven heb ik met tussenpozen afscheid van huisdieren mogen nemen. Het maakt niet uit hoe vaak je het meemaakt, het went nooit. Het eerste afscheid van een huisdier was onze kat Mickey. Het moet rond 1970 geweest zijn. Ik zat nog niet eens op de kleuterschool en toch kan ik me het moment nog levendig herinneren. Op een ochtend nam mijn vader Mickey mee naar het werk in Den Helder, om hem daar bij fort Erfprins achter te laten. Zo af en toe heb ik de hoop dat het een nare droom uit mijn vroege jeugd is geweest. Ach, zo gingen die dingen eind jaren zestig van de vorige eeuw. Een dier, daar moest je niet al te moeilijk over doen.

Na Mickey hebben we jarenlang geen huisdier over de vloer gehad. Het heeft toch minimaal 10 jaar geduurd voordat mijn ouders weer een kat in huis namen. Het was een half Perzische poes met de naam Muffy. Deze deftige poes heeft bij mijn ouders gewoond tot ik het ouderlijk huis al had verlaten en ik op mezelf ben gaan wonen. Daar, op mijn eigen flat heb ik 2 jonge kittens uit Heerhugowaard geadopteerd. Een katertje en een poes met de namen Bono en Disney. Deze 2 katten waren erbij toen Edo en ik gingen samenwonen en op Valentijnsdag 1995 beviel Disney van een nestje, waarvan we de 2 katertjes, Choppy en Marvin bij ons lieten wonen.

Met deze vier katten zijn we in 1998 van Den Helder naar Almere verhuisd, waar wij en de katten zich al snel thuis voelden. Bono, Disney, Choppy en Marvin terroriseerden al snel de buurt waarbij bijna iedere hond in onze buurt slachtoffer werd van het kattengeweld. Wanneer een opgeschoten hondeneigenaar de hond opjutte naar onze katten toe, zagen deze dit juist als een vermakelijke uitdaging. Als een groep jagers omsingelden de 4 katten de enthousiaste hond, welke er dan snel vandoor ging met de staart tussen de poten. Dit tot groot ongenoegen van de hondeneigenaar. Nog voordat de boze hondenbezitters iets konden ondernemen, waren onze katten al  lang verdwenen.

3.10 Miles

Distance: 5 kilometer
Time: 00:25:37 hours
Calories: 427
August: 35 kilometer

Bang

 Een groep van een paar jongens zitten in de bus naar Utrecht Centraal en hebben een gesprek over angst. Een van de jongens, met een capuchon over zijn hoofd, beweert dat hij geniet van horror- en griezelfilms. Hij zegt er op te kicken om te schrikken. Griezelfilms als Nightmare on Elmstreet en Scream doen hem niet zoveel. Die vindt hij eerder flauw en kinderachtig. De betere enge films kijkt hij het liefst in het donker en alleen.
‘Dat is kicken, man.’, zegt hij enthousiast. Ik denk niet dat hij veel bijval van een vriendinnetje zal krijgen. Een ander vindt griezelfilms niet eng. Hij vindt sommige dieren niet tof.

Hij is niet dol op muizen. ‘Die beesten rennen zo langs je poten voorbij. Doodeng.’ zegt hij met een vol afschuw vertrokken gezicht. Een ander trekt hierbij zijn schouders op, vindt kakkerlakken viezer. Hij kijkt graag met afschuw naar filmpjes met verkeersongelukken op YouTube. Een beetje bloed mag daarbij wel in beeld komen. Maar voor hem geen snuff movies, want dat is echt ziek. De anderen zijn het met hem eens en een blonde knul zegt dat je juist bang moet zijn voor de mensen die deze filmpjes maken. Wanneer de stille jongen van de groep zegt niet dol te zijn op spoken of geesten, wordt hij uitgelachen.
‘Ja, daar was ik ook al een beetje bang voor. Dat jullie me uit zouden lachen.’

De bus stopt bij busstation Jaarbeurszijde en de groep jongens stappen druk pratend en lachend de bus uit. Wanneer ik achter hen loop, door station Utrecht Centraal, bedenk ik dat ook ik niet bang ben voor griezelfilms. Misschien voor sommige dieren. Ik ben niet dol op slangen en ook niet op haaien, maar dat is meer een soort van gereserveerdheid maak ik mezelf wijs. Het is niet zo dat ik binnenkort met een boa constrictor om de nek zal rondlopen, of dat ik me in een kooi laat afzakken in de Gansbaai bij Zuid-Afrika om daar tussen de witte haaien mijn wetsuit te bevuilen. Gelukkig hebben we hier niet zoveel slangen of haaien. Ja, ik prijs mezelf gelukkig.

6.83 Miles

 Distance: 11 kilometer
Time: 00:59:26 hours
Calories: 943
August: 30 kilometer

Oudtante

 Iedereen heeft wel een familielid die je de beste verhalen kan vertellen. Zo had ik een oom die schitterend en in detail je dingen kon laten geloven. Of ze waar waren, daar moest je zelf achter zien te komen. Het verhaal over zijn oudtante Boukje staat me nog altijd bij. De ouders van oudtante Boukje-het is mij onbekend of ze echt familie was of aangetrouwd, hadden vroeger een kroeg. Als kind moest ze ‘s-ochtends niet alleen ontbijt voor haarzelf maken, maar ook die van haar heit en mem.

Wanneer haar ouders nog in bed lagen bij te komen van een nacht zwaar kroegwerk moest Boukje een paar eieren klutsen. ‘Doe er maar een flinke scheut uit dat vaatje in,’ had haar vader gezegd. En dat deed ze. Dat er cognac in het vaatje zat, had ze later pas begrepen. Maar omdat heit en mem het lekker vonden deed Boukje ook maar een scheut bij haar eigen eitjes. Mijn oom herinnerde dat Boukje had gezegd: ‘Ik was acht jaar, maar ik kwam elke ochtend dronken op school. Hierbij keek ze mijn oom ernstig aan en voegde eraan toe: ‘En dat is niet om te lachen.’

Tante Boukje leefde altijd samen met een oude, eenzame man die ze in het café opdeed. Het was telkens een andere, want ze liepen op hun laatste benen en bewaarden hun laatste adem voor tante Boukje. Daardoor kreeg ze een zekere routine in het verkeer met de dood. Ze sprak erover met een soort galgenhumor. Toen oom Gerrit bij het ontwaken geen teken van leven meer gaf, had ze de buurman erbij gehaald. Deze hield een zakspiegeltje voor de mond van de oude man en stelde, toen het spiegeltje niet besloeg, vast dat hij gestorven was. Tante Boukje vertelde het ‘s-middags in het café.

De Kastelein, die de omvang van oom Gerrits dagelijkse consumptie kende, zei: ‘Nog goed dat-ie er een spiegeltje en geen lucifer had bijgehouden, anders was ie uit mekaar geknald.’ Dat was het treurzang voor oom Gerrit. Tante Boukje lachte een beetje afwezig mee. Ze heeft na oom Gerrit nog twee oude mannen versleten. Het laatste jaar was ze alleen. Na een ziekbed van een kleine maand, waarin ze geen woord meer heeft gesproken, stierf ze. De hemel zal zonder de geringste twijfel vriendelijk voor haar zijn. Ze weten daarboven vast van die flinke scheut uit het vaatje, toen ze 8 jaar was. Kon zij het helpen? Oudtante Boukje vond het zelf niet om te lachen.

3.10 Miles

Distance: 5 kilometer
Time: 00:25:38 hours
Calories: 427
August: 19 kilometer

Aankomen

 Ik voelde me als een sporter die zojuist een Olympische medaille omgehangen heeft gekregen. Zo stond ik van de week voorover op de weegschaal, te turen naar het getal op de display dat het aantal kilo’s aangaf. Het bleek al rap dat ik naast de fictieve plak ook nog eens een paar kilo’s extra had gewonnen. Weg euforisch gevoel. Ik had nu enigszins het idee hoe teleurgesteld Yuri zich moet hebben gevoeld.

Het is allemaal ook niet zo verwonderlijk dat ik wat kilo’s rijker ben. Sinds ik weer 40 uur per week zittend werk doe, en ik ook nog eens 15 uur per week met het openbaar vervoer op mijn achterwerk zit, is het geen verrassing dat ik een paar kilo aan overgewicht mag meesjouwen. Ik houd de afgelopen maanden minder tijd over om te gaan hardlopen, dus dat maakt het ook zwaarder om het gewicht aan de gezonde BMI te houden.

Nu wil ik die kilo’s wel kwijt maar niet met behulp van een dieet. Ik kan het niet opbrengen om mijn eetgedrag aan te passen. In het verleden ben ik die kilo’s ook niet kwijtgeraakt door het aanpassen van mijn eetpatroon. Ik weet ook wel dat alternatieven niet helpen. De wondermiddelen waarmee op het internet geadverteerd wordt zijn kansloos, maar ineens moest ik denken aan een middeltje dat ik een paar jaar geleden heb gebruikt.

Via een Surinaamse collega bij mijn vorige werkgever werd ik destijds geattendeerd op kowru dresi. Het is een Surinaams huismiddeltje om de innerlijke mens te reinigen, maar ook wat overtollige kilo’s kwijt te raken. Het goedje is te koop bij de traditionele toko en het betreft een zwarte vloeistof van gekookt sennablad, anijszaad, zeezout, bitterzout en andere ingrediënten. Kowru dresi wordt in flesjes van 125 ml verkocht, die in één keer lauw moeten worden leeggedronken.

Een paar jaar geleden heb ik de opgewarmde drank op een zaterdagochtend genuttigd, waar na een uurtje de laxerende werking in gang werd gebracht. Het is even een raar praatje, maar alles uit maag en darmen werd via de natuurlijke weg naar buiten gewerkt. Ondanks dat het wat ongemakkelijk en onaangenaam klinkt, kan ik me herinneren dat ik me na de korte kuur weer lekker en prettig voelde. Dat ik daarnaast nog eens paar kilo’s verloor is wellicht een reden om weer eens een flesje kowru dresi aan te schaffen.

Janneman

 De man schuin tegenover me in de trein is me niet geheel onbekend. Ik heb hem vaker gezien. Hij is ongeveer van mijn leeftijd. Hij is altijd gekleed in een nette spijkerbroek met gestreken overhemd en fris gepoetste schoenen. Zijn kapsel is kort, ziet er verzorgd uit en is een beetje grijs bij de slapen. Verder heeft hij bolle hamsterwangen en een zuinig, samengeknepen mondje, waarmee hij een klein kind zou kunnen uitdagen om met de vingertjes in zijn wangen te laten prikken, zodat er een straaltje water uit zijn mond spuit. Wanneer ik deze man in de trein of op het perron zie, staat of zit hij altijd een beetje in elkaar gebogen. Als een bedeesd persoon dat verlegen opkijkt en om zich heen loert.

Ik kom de man, die ik voor het gemak maar Jan noem, niet iedere werkdag tegen. Ik weet ook niet of hij parttime werkt of niet. Jan is verder een mysterie. Ooit, toen de NS ons onbedoeld met een omweg naar Utrecht wilde laten reizen, zag ik hem op station Amsterdam-Zuid staan. Toen zag ik ook dat Jan mij herkende van het reizen. De eerste keer dat Jan mij opviel was op een terugreis in een volle trein, waarbij  3 moslima’s in gesprek waren met een oudere heer over het dragen van hoofddoekjes. Jan ergerde zich aan het gesprek, want hij draaide constant met zijn ogen en mompelde onverstaanbaar.

Vandaag zit Jan met een koffie to go in zijn hand en kijkt als vanouds vanuit zijn ooghoeken de trein in. Als door schrikdraad geraakt reageert hij op oogcontact. Ik verbeeld dat Jan, ondanks zijn leeftijd, nog thuis bij zijn ouders woont. Het komt overeen met het idee dat ik van hem heb. Het tegenspreken van zijn ouders is uit den boze, vandaar het binnensmonds gemompel. Thuis, op zijn eigen slaapkamer, waar hij beschikt over zijn eigen luxe gebruiksvoorwerpen waar zijn ouders helemaal niets van willen weten, zal hij vertellen over het grote onrecht dat de wereld hem aandoet. Alleen op de slaapkamer is hij de baas van de wereld. Ja, alleen daar is Jan de man.

In de trein naar Utrecht zit Jan weer onverstaanbaar en binnensmonds te mopperen. Zeker nu nadat uitzendkrachten in witte NS-jasjes kaartjes hebben uitgedeeld met de mededeling dat er binnenkort weer werkzaamheden op het traject naar Utrecht zijn. Jan schudt in ontkenning en boosheid zijn hoofd. Hij is het er duidelijk niet mee eens. Hij is echt boos, want ik hoor duidelijk, ondanks dat ze fluisterend uit zijn mond geperst worden, de woorden: tyfus en teringzooi. Vanavond wanneer hij thuis is, zal Jan op zijn slaapkamer wel even duidelijk vertellen wat hij er allemaal van vindt.

Park

Op station Utrecht Centraal zijn ze al sinds januari 2011 bezig met de renovatie. In december van dit jaar moet alles afgerond zijn. Waar je eerst door voetgangerstunnels over houten vloerplaten naar andere perrons mocht lopen, werden deze later weer gesloopt om plaats te maken voor hekwerken en andere afzettingen. Ze zijn nog hartstikke druk met verbouwen. Je kunt niet zien hoe ver ze zijn, maar je hoort het wel, en dat ruik je soms ook. Wanneer er een slijptol door staal of metaal wordt gehaald. De penetrante geur die vrijkomt brengt me dan even terug naar mijn jeugd in Sneek.

In mijn herinnering heb ik als kind iedere schoolvakantie in Sneek doorgebracht. Wanneer ik de vrijdagmiddag voor de vakantie uit school kwam stapten we meteen op de bus richting Afsluitdijk om vervolgens door het Friese landschap af te reizen naar mijn oma. Mijn oma, we noemden haar opoe, woonde in een klein huisje in de Ubbo Emmiusstraat. Achter het huis van mijn oma stond een grote machinefabriek en daar kwam ook altijd die scherpe penetrante geur van geslepen metaal vrij. Af en toe vond je er ook kleine stukjes metaal, gelijk aan staalkrullen. De dingen die je als kleine jongen oppakt om te bekijken en dan weer argeloos teruggooit.

Opoe woonde niet alleen bij machinefabriek Hubert in de buurt, maar ook vlakbij het Wilhelminapark. Dit stadspark bevond zich aan de overkant van de Franekervaart. Het park werd ooit in 1898 aangelegd. Het werd destijds ontworpen in Engelse stijl door tuinarchitect Gerrit Vlaskamp. Wat ik me nog goed kan herinneren is dat er een eilandje was die met een bruggetje te bereiken was. Verder was er een speciaal ontworpen bankje voor de ‘ouden van dagen’ in de stijl van begin vorige eeuw. Net als de grote volière, waarin exotische vogels en doodshoofdaapjes leefden. Over de vele grasveldjes liepen pauwen statig rond. Ze waren mooi om te zien, maar afschuwelijk om te horen.

Ik heb begrepen dat het park nog steeds in originele staat is. Natuurlijk zijn bruggen en dergelijke vervangen door veilige exemplaren, maar het park ligt er nog zo bij zoals deze aan het einde van de negentiende eeuw was ontworpen. Het park ervaart als in de tijd van ruim honderd jaar geleden. Het lijkt me een plek om fijn te onthaasten en met mooi weer moet het er heerlijk zitten. Binnenkort moet ik maar eens richting Friesland afreizen, want er is niets mis met het idee om fijne herinneringen op te halen. Of nieuwe te creëren.

4.97 Miles

Distance: 8 kilometer
Time: 00:44:44 hours
Calories: 687
August: 8 kilometer

Van der Madeweg

 Het is dinsdagmiddag en ik ben een half uur te vroeg voor mijn afspraak in Amsterdam. Ik stap uit op het metrostation Van der Madeweg en besluit daar in een zeer relaxt tempo naar mijn afspraak te lopen. Van der Madeweg is een deprimerend station. Veel beton met oud en versleten graffiti. Alsof niemand meer de ambitie heeft het metrostation te taggen met frisse graffiti.

 De miezerige regen vergroot mijn deprimerende ervaring. Ik kom niet vaak op dit metrostation en ik vind dat we dit maar zo moeten houden. Wanneer ik naar de uitgang loop blijkt deze dicht te zijn getimmerd. Het metrostation wordt gerenoveerd. Er zijn dus nog wel mensen die Van der Madeweg willen opknappen. Niet met graffiti, maar dan toch echt met een nieuwe in- en uitgang.

 Ik kijk waar ik een uitgang kan vinden. Op het perron aan de overkant zie ik andere reizigers het station verlaten en even verderop staat een loopbrug over de metrorails, die beide perrons verbindt. Ik was er eerder gedachteloos voorbij gelopen. Ik mag in de miezerige regen weer het hele perron teruglopen. Word je al niet depressief van dit metrostation, dan maakt dit je inmiddels moedeloos.

 Medewerkers van het Gemeentelijk vervoersbedrijf staan bij de poortjes in het station. Een medewerker draagt een dikke snor, die op een van een walrus lijkt. De omvang van de man verraadt dat hij van vooral veel eten houdt. Zijn collega is het tegenovergestelde. Hij is dun en lang en heeft een mager gezicht. Hij draagt een ouderwets metalen bril met dikke, vette brillenglazen op zijn neus. Ze staan, denk ik, beiden stilzwijgend op iemand of iets te wachten. De dikke collega zucht diep.

 ‘Binnen twee jaar moeten alle metrostations opgeknapt zijn,’ zegt de dikke snor. ‘En in november dit station. Nou, ik heb ‘r een hard hoofd in. Kijk naar het drama dat Noord/Zuidlijn heet, hoe lang heeft dat wel niet geduurd? Dit wordt net zo een drama. Ik zeg ’t je.’ De magere collega kijkt van de vloer naar zijn collega en haalt zijn schouders op. ‘Ik denk dat het wel meevalt.’ Hiermee is de kous af. De discussie komt niet op gang. Ik loop door naar de uitgang en buiten rent een kat snel over de Van der Madeweg. Het miezert nog steeds.

Minder

 Wanneer God (indien ze bestaat) en mijn gezondheid het toelaten weet ik tegen het einde van dit jaar waar Abraham de mosterd vandaan haalt. Minder poëtisch: dan behaal ik de leeftijd van 50. Mijn vader mocht de volgende tegeltekst vaak uitspreken; ‘Oud. Iedereen wil het worden, maar niemand wil het zijn.’ En daar zit wel een kern van waarheid in. Naarmate je steeds meer kruisjes achter je leeftijd mag zetten, wordt het allemaal minder.

 Het leven zelf wordt niet minder, maar het lichaam wel. Ik was nog maar net 40 toen ik na een paar maanden pijnlijke last van artrose in mijn rechtervoet kreeg. Het was weliswaar meer gerelateerd aan mijn overgewicht dan aan de leeftijd, maar de tekenen van slijtage van mijn lichaam hadden zich duidelijk aangediend. Na een paar jaar mocht ik uiteindelijk ook toegeven dat ik de kleine lettertjes moeilijk begon te lezen. Een leesbril werd een gebruiksvoorwerp waar ik al rap niet meer buiten kon.

 Zo gaat het maar door. Tegenwoordig versta ik de mensen af en toe helemaal verkeerd. Het is niet dat ik ze niet kan horen, maar ik hoor de dingen onjuist. Dan ben ik ervan overtuigd het woord piemel te hebben verstaan in plaat van het woord knieën. Geloof me, je staat heel raar te kijken wanneer iemand beweert last van zijn versleten knieën te hebben. Mijn gehoor laat me gewoon in de steek en dat terwijl mijn oren, groot als schotelantennes eigenlijk alles prima zouden moeten ontvangen.

 Van de week zat ik in de bus vanuit het werk en zag ik in de verte een jonge vrouw in een vleeskleurige legging lopen. Ik dacht nog: die is vanmorgen voordat ze deur achter zich dichttrok, vergeten in de spiegel te kijken. Die legging staat ‘r voor geen meter. Toen mijn bus de jonge vrouw voorbijreed zag ik dat deze mevrouw gewoon blootbeens over straat liep. Geen compliment voor de vrouw, maar ook voor mij een teken dat het allemaal minder met mijn ogen gaat. Ach ja. Hoe ouder de mens, hoe minder zijn kunnen.

Buiten

Tijdens de zomermaanden leven we vaker buiten. Relaxt in de tuin zitten. Tenminste, als het weer ook meewerkt. De barbecue is bij tropische temperaturen al snel aangestoken. Een minder leuke eigenschap van het buitenleven in de grote stad zijn de stadsgeluiden en met deze geluiden bedoel ik het gekrijs van de buurtkindertjes. Natuurlijk, kinderen moeten altijd kinderen kunnen zijn, maar wanneer ze als lawaaierige sirenes door de buurt lopen te blèren, dan wens ik ze voor een moment een vakantietrip naar een verre bestemming, ver uit de buurt.

Volgens de ouders van deze vrij expressief opgevoede kinderen had de Franse filosoof Rousseau zo’n ruim driehonderd jaar geleden al gelijk: Het is niet goed om kinderen te forceren. Kinderen moet je niets opdringen. Het is volgens Rousseau de bedoeling dat een kind zelf moet kunnen uitzoeken wat goed voor hen is. Ik deel die mening niet helemaal. Een kind dat zich misselijk eet aan snoepgoed, is een paar uur later alweer vergeten waardoor het ziek werd, wanneer het de hand weer in de snoeppot of koektrommel steekt.

Er zijn ouders die de kinderen fantastisch opvoeden, maar er zijn er ook ouders die verder helemaal niets met de kinderen hebben. Het enige wat hun aandacht heeft is de uitkering van de kinderbijslag. Verder hangen ze het liefst onderuit en zien ze verder wel. Dat zijn van die mensen die liever lui zijn dan moe. Van die mensen die wensen ooit te reïncarneren als een vulkaan. Dan kunnen ze de godganse dag liggen roken met de aanname dat een groepje aardwetenschappers zullen beweren dat ze hartstikke actief zijn.

Verder hebben we met betrekking tot overlast niets te klagen. Als we echt geen stadsgeluiden of geluidsoverlast wensen moeten we uitwijken naar een hutje op de hei. Helaas zijn daar de financiële middelen nog niet toereikende genoeg voor en verder ben ik stiekem toch wel een stadsmens, en wanneer de buurtkinderen niet te hoog gillen en de muziek bij de buren op een verdraagzaam volume staat, dan willen we heel graag en met net zo veel plezier buiten, in de tuin zitten.