Eerste keer

Vandaag was het de eerste dag sinds ik me kan herinneren dat ik geen koffie heb gedronken. Het is niet bewust gegaan, maar de laatste dagen dronk ik steeds vaker thee en minder koffie. Vandaag was ook de eerste keer dat Edo op zijn werk fotomodellen over de vloer had. Dit om de folders en andere documentaties voor de magazijnstellingen op te leuken. Soms begin je iets een eerste keer om het bij die eerste keer te laten en soms een begin van een traditie.. Vandaag vijf jaar geleden was het de eerste keer dat ik hier een blog schreef.

vijf

 

Quantum of Joy

Net terug van de bioscoop. Quantum of Solace. De 22e Bondfilm alweer. Terwijl ik mijn jas ophang merk ik dat ik nog steeds in dat tempo zit. Alsof de aftiteling eigenlijk niet het einde was, maar gewoon de laatste bocht van een achtbaan waar je nét iets te hard doorheen bent gegaan.

Er is al veel over geschreven en gezegd. Over de snelheid, over de kilte, over Daniel Craig die minder charme en meer litteken is. Maar eerlijk gezegd moet ik de film eerst even laten bezinken. Dit is geen Bond die je rustig nipt als een glas goede whisky. Dit is een espresso. Dubbel. Zonder suiker.

Wat vooral blijft hangen is het tempo. De montage van de actiescènes is zo snel dat je ogen soms moeite hebben om bij te blijven. Het knipwerk is nerveus, haast opgejaagd. Achtervolgingen buitelen over elkaar heen. Op daken, op zee, in de lucht. De wereldberoemdste geheim agent lijkt geen seconde rust te krijgen. En wij als kijker ook niet. Het is intens, soms zelfs vermoeiend, maar tegelijkertijd bewonderenswaardig. De film weigert je comfortabel achterover te laten leunen.

Toch vond ik de echte schoonheid niet alleen in die vaart, maar juist in de knikjes naar het verleden. De titelsequentie bijvoorbeeld. Wat mij betreft de mooiste die ik in een Bondfilm heb gezien. De silhouetten, het zwevende lichaam tussen zand en licht, een subtiele verwijzing naar de tijd van Roger Moore. Even voelde het alsof de oude glamour en de nieuwe hardheid elkaar de hand schudden.

En dan de scène met Agent Fields. Levenloos op het bed, bedekt onder de olie. Een onmiskenbare echo van Goldfinger. Zulke momenten zijn cadeautjes voor wie al wat langer meeloopt in het Bond-universum. Je voelt dat de makers weten waar ze vandaan komen, zelfs als ze radicaal een andere toon aanslaan.

Ook de locaties hebben iets klassieks. Exotisch, ruim, met die typische Bond-uitstraling die doet denken aan de jaren zestig. Zonnig en tegelijk dreigend. Stijlvol en gevaarlijk. Het contrast tussen schoonheid en geweld is altijd een van de sterke kanten van de serie geweest, en hier werkt dat opnieuw.

En dan, bijna achteloos aan het einde, het gunbarrel-shot. Bond die zich omdraait, schiet, het scherm dat rood kleurt. Het hoort eigenlijk aan het begin, vind ik nog steeds. Dat ritueel, die vertrouwde opening, is als de eerste maten van een bekend muziekstuk. Maar misschien is het juist passend dat deze Bond de traditie even omdraait. Hij is tenslotte zelf ook nog in wording.

Als ik de film moet beoordelen, kom ik uit op vier sterren. Niet omdat alles perfect is, maar omdat hij lef heeft. Omdat hij durft te breken met verwachtingen. Omdat hij snelheid boven comfort kiest. Dit is geen Bond om gedachteloos te consumeren. Het is er een die je even bij de keel grijpt en pas loslaat als het licht weer aangaat.

Anne

Vandaag ben ik met een kennis en mede-blogger naar Amsterdam geweest. Het weer leende zich niet echt om van winkel naar winkel te lopen, dus besloten we naar het Anne Frank Huis aan de Prinsengracht te gaan. Het afgelopen halfjaar heb ik me verdiept in de geschiedenis van Anne Frank, en dit bezoek was voor mij een mooie manier om haar verhaal af te sluiten.

De tour door het huis begint in het magazijn op de begane grond. Daarna ga je via een steile trap naar boven, naar het kantoor van Victor Kugler. Vlak voordat je de trap opgaat, zie je links de echte, originele ingang van het huis. Vijfenzestig jaar geleden stapten de families Frank en Van Pels hier voor het laatst als vrije mensen naar binnen.

Van het eerste kantoor loop je door naar het voorkantoor van Miep Gies, Bep Voskuijl en Jo Kleiman. Hier wasten Anne en Margot Frank zich elke zaterdag tijdens hun onderduiking. Vanuit het voorkantoor ga je via een steile trap naar de opslagruimte, een etage hoger.

Vanuit de opslagruimte loop je naar de overloop, waar je uiteindelijk de bekende boekenkast ziet staan. Zodra je een stap in de schuilplaats achter de kast zet, krijg je meteen een beklemmend gevoel. Niet alleen omdat de ruimte erachter zo benauwd is, maar ook door de beladen geschiedenis die er voelbaar is.

In de kamer die Anne deelde met meneer Pfeffer wordt duidelijk hoe beperkt hun leefruimte werkelijk was. Het is bijna niet voor te stellen dat mensen zo lang met elkaar in zo’n kleine ruimte hebben moeten samenleven. Van Anne’s kamer loop je door naar de wasruimte en het toilet, om vervolgens via nog een steile trap in het bovenvertrek te komen.

In deze ruimte sliepen Hermann en Auguste Pels en leefden overdag de acht onderduikers. Hier aten ze, vierden ze verjaardagen, Sinterklaas en Chanoeka. Vanuit deze kamer loop je door naar de kleine kamer van Peter Pels. Een blik langs de trap naar boven geeft zicht op de zolder, waar Anne en Peter vele uren samen hebben doorgebracht.

Vanuit deze ruimte wordt de bezoeker naar de zolder van het voorhuis geleid, waar het verhaal van de onderduikers na hun arrestatie wordt verteld. Ook komt de bredere geschiedenis van de Jodenvervolging aan bod. Het bezoek aan het Achterhuis heeft bij mij een onuitwisbare indruk achtergelaten.

Drie!

thursdaychild

Drie jaar geleden begon ik mijn weblog met de zin: ‘Lisa Bonet (1967) is jarig! Haal de slingers uit de kast.´ Het toeval (wanneer dat eigenlijk bestaat) wil dat ik vandaag eindelijk deze bestelling, die ik een paar maanden geleden had gedaan, vandaag op de deurmat vond. Ik vind het wel een grappig gegeven.

In 2004 begon ik mijn weblog in de stijl van de Playstation2 ©, vandaar de variant hierop met de naam Draystation. Toen kon ik nog niet weten dat ik zesendertig maanden hierna nog steeds aan het loggen was. Op sommige momenten iets minder fanatiek dan op andere (soms wil je niet in de herhaling vallen), maar als het aan mij ligt ga ik nog even door.

 

Gesnapt

Het weekend was voor mij gisteren aan het eind van de middag al begonnen. Vandaag had ik een uitstapje naar mijn kapper in Oud West in de agenda staan. Het was mooi weer en iedereen is dan altijd veel mooier en vrolijker.

Ik wilde mijn zomerse wandeling delen en de camera en ik hadden er zin in! Ik schoot de digitale afbeeldingen in de, zoals ik het noem ‘Neef Martijn Mode‘. Dat houdt in dat je niet stil gaat staan voor een foto, maar dat je vanuit de losse pols plaatjes schiet.

Dus vanmorgen schoot ik ongeveer honderd snapshots. Allen vanuit de losse pols. Niet aan de mensen vragen voor een foto stil te staan. Gewoon schieten. Snap! Snap! En dan in één tempo doorlopen. Je wilt niet gesnapt worden, dat snap je natuurlijk wel.










Collegae

Gisterochtend kwam ik, op mijn verjaardag, op mijn werkplek en bemerkte ik al snel dat mijn verjaardag niet zomaar aan mijn collegae was voorbij gegaan. Ze hadden mijn kamer helemaal veranderd in een bonte aura van slingers, foto’s en ballonnen. Handig zo’n weblog met foto’s! Ik meen het als ik zeg; ‘Dat hadden jullie toch echt niet hoeven doen’…

Bond Royale

Omdat ik donderdagavond en de dagen erna druk bezig was met de voorbereidingen voor en het genieten van een fantastisch weekend, en zondagavond een altijd welkome logé had, kon ik pas op maandagavond naar de nieuwste James Bondfilm Casino Royale. En eerlijk gezegd, ik had het niet willen missen.

De film opent rauw en direct: Bond moet zijn eerste twee mensen omleggen om zijn licentie te verdienen. Keihard, ongepolijst en precies hoe je verwacht dat een Bond van het nieuwe millennium getest moet worden. Het is even wennen, maar tegelijkertijd voel je: hier wordt geen blad voor de mond genomen. Geen oude glamour, geen overbodige gadgets, gewoon een spion die zijn vak verstaat en gevaarlijk is op een manier die je gelooft.

Daarna volgt de titelsong en het titelsegment, en het is verbluffend hoe naadloos alles in elkaar overloopt. Elke beweging, elk shot en elke toon van de muziek zet je meteen in de juiste sfeer. Het voelt alsof je wordt opgetild en direct midden in het avontuur wordt gedropt. Dit is Bond zoals hij hoort te zijn: stijlvol, scherp, gevaarlijk en vol zelfvertrouwen.

En dan begint de eerste echte actiescène: twintig minuten non-stop adrenaline. Ik zat met open mond te kijken. Het is een dollemansrit in een achtbaan, waarin elke stunt, elke explosie en elk gevecht je hart een paar slagen laat overslaan. Bond voelt hier echt als iemand die leeft op het randje, en elke seconde is pure sensatie.

De locaties zijn adembenemend, de dialogen scherp en de humor precies op het randje van gevaarlijk en hilarisch. Kleine cameo’s van Richard Branson en producent Michael G. Wilson geven de film een knipoog, zonder dat het tempo ooit hapert. Q en Moneypenny ontbreken volledig, en eerlijk? Het stoort geen moment. Het verhaal heeft genoeg kracht en energie om zonder hun gadgets en plagerijen te leven, en het past perfect bij de rauwe, serieuze toon van deze Bond.

En dan Daniel Craig. Alle sceptici die riep dat hij nooit 007 kon zijn, dat hij te kil of te anders was, laat hij volledig in zijn hemd staan. Craig ís Bond. Kwetsbaar en dodelijk tegelijk, charmant en intimiderend, een man die zowel kan doden als verleiden. Hij tilt de rol naar een niveau waarop je vergeet dat iemand ooit twijfelde. Elke blik, elke beweging, elke confrontatie voelt geloofwaardig en intens.

Eigenlijk kan ik het hele spektakel samenvatten in één woord. Wow. Casino Royale is een film die je overdondert, je laat lachen, huiveren en ademloos achterlaat. Gelikt, brutaal, spectaculair en tegelijk menselijk. Wie dacht dat Bond stoffig was geworden, krijgt hier het tegendeel te zien. Daniel Craig laat zien dat hij 007 is, dat hij de sceptici domweg te slim af is en dat hij Bond op een manier neerzet die zowel klassiek als vernieuwend voelt.

Kortom: dit is Bond zoals het hoort. Intens, geniaal en onweerstaanbaar. Nobody Does it Better.

Poesie

Als kind had ik een gezonde jaloezie richting de meisjes uit de klas en bij mij in de buurt. Het ging niet om jurkjes of make-up — daar had ik nooit iets mee gehad en nog steeds niet, eerlijk gezegd. Het was iets anders. Iets dat je niet kon dragen of op je gezicht smeren. Ik wilde een poëziealbum. Een echt poëziealbum, met die zachte, geurende kaft, misschien met een bloemmotief of een engeltje dat iemand wakker maakte in de tuin om een versje te schrijven. Zoiets had ik nodig, iets waar herinneringen in konden blijven hangen.

Ik wilde schrijven: ‘Dit album is mij lief, wie dit steelt is een dief. Wie het vindt, breng het vlug naar André in Den Helder terug.’ Ik wilde dat iemand voor mij een versje bedacht, met een rijm dat klopte en waar ik stiekem trots op kon zijn. Maar zoals altijd waren de poëziealbums eenrichtingsverkeer. Jongens mochten er nauwelijks in schrijven. Dus schreef ik zelf. Voor vriendinnetjes, op een pagina, een rijmpje dat meer instructie dan poëzie was: ‘Schrob de keuken, boen de gang. Vang de spinnen, wees niet bang. Schil de piepers en kook de pap. Dan vindt iedereen je knap.’ Als je dat nu leest, denk je: arme kinderen, arme meisjes, wat een ouderwetse wereld. Maar toen voelde het alsof je magie op papier zette. En natuurlijk stond er boven de datum, na de tip-tap-top, altijd een klein hoedje. Zo’n dag markeren, een moment in het leven vangen, een herinnering veiligstellen.

Wat had ik toen graag eens in een eigen album willen bladeren, denken aan klasgenootjes en vriendjes uit de buurt, lachen om fouten en complimentjes tegelijk. En nu, zo vlak voor mijn veertigste verjaardag, krijg ik een soort herkansing. Vandaag zag ik op de site van ApartDesign.nl een poëziealbum voor volwassenen. Of bedoelt men eigenlijk: voor volwassenenprijs? Het is een kruising tussen een poëziealbum en een vriendenboekje, een soort nostalgie met een likje moderniteit. Misschien, dacht ik, kan ik dit boekje gebruiken als gastenboek op het gezamenlijke veertigste verjaardagsfeest dat Edo en ik in december vieren. Een plek waar mensen schrijven, een beetje poëzie, een beetje grap, een beetje herinnering. Zoals vroeger, maar nu met wijn, bitterballen en misschien een klein engeltje dat niemand wakker maakt, behalve in onze herinnering.

Eén

nummer-1Alweer één jaar geleden dat ik met dit log aan mijn weblog begon. Ik had niet gedacht dat ik het zo lang zou volhouden. Meestal ben ik ergens enthousiast over en dan kakt zakt dat na een maandje weer in.. Echter is het dit keer anders gelopen. Ik ben van plan om het nog lang vol te houden, maar of dit mij nog op dagelijkse basis zal lukken..?

Maandag 22 november 2004 – Top

Vanmiddag waren er twee sollicitanten voor gesprek op onze afdeling en vandaag nam ik voor het allereerst deze gesprekken af. Om 12:45 uur werd mij gemeld dat ik om 13:00 uur het eerste gesprek had… Instant headache!  Leuk hoor sollicitatiegesprekken, maar dan moet je wel de tijd krijgen om deze te kunnen voorbereiden. Maar ja, alles is goed gegaan (of course) en over één kandidate ben ik wel heel enthousiast..

Waar ikzelf ook wel enthousiast over ben is het TV-programma ‘America’s Next Top Model’. Dit is laatste tijd iedere maandagavond om 22:00 uur bij Yorin te zien. Waarin 10 Amerikaanse meisjes zich in etappes (afleveringen) moeten opwerken tot het volgende topmodel. Een volkomen nietszeggend programma. Wat, als je er nuchter naar kijkt, heerlijk & dolkomisch is. Het modellenwereldje is zo oppervlakkig. Zo heb je presentatrice Tyra Banks die zichzelf opwerpt als ‘Girl-Guru’ en voor elk probleem een welgemeende tip heeft. Dan is er Janice Dickinson, een sneu jurylid die claimt ’s werelds allereerste Top Model te zijn. Eigenlijk is ze een vrouw van middelbare leeftijd, met borsten steviger dan die van een twintigjarige. En dan nog een handjevol nichten. En last, but not least: de kandidaten zelf. Zij zijn eigenlijk de slimste van het stel, maar per aflevering zie je gewoon dat er IQ-roof wordt gepleegd. Als ze een iets te slimme (lees: kritische) vraag stellen, worden ze afgezeken. Heerlijke kost dus! En over kost gesproken: sommige kandidaten kijken soms wel heel chagrijnig. Dat komt vast omdat ze niet eten…



Zondag 21 november 2004 – Sinterklaas

21 november 1968: ‘I’m Gonna Make You Love Me’ wordt uitgebracht.


‘Look out boy, ‘cause I’m gonna get you’.

Zak van Sinterklaas

Vandaag las ik op nu.nl het volgende:

Zwarte piet slaat automobilist ziekenhuis in

FINSTERWOLDE – Een 21-jarige zwarte piet heeft zaterdagmiddag bij de intocht van sinterklaas in Finsterwolde in Groningen een 21-jarige automobilist uit Winschoten een hersenschudding geslagen. De knecht van de goedheiligman vond dat de man te onbesuisd langs de sinterklaasstoet reed.

Doordat de man op hoge snelheid langs de stoet reed, spatte het regenwater uit kuilen in de weg alle kanten op. Een van de pieten pikte dit niet en gooide pepernoten tegen de auto van de Winschoter. Die reed aanvankelijk door, maar moest even verderop stoppen.

Daar werd hij aangesproken door twee pieten. Tijdens de discussie tikte een van hen tegen de pet van de automobilist aan. De bestuurder reageerde met een duw in de richting van de knecht.

Voor het oog van vele verbaasde kinderen haalde zwarte piet daarop uit naar de automobilist. Die viel en liep verwondingen aan zijn mond en een hersenschudding op. De man is overgebracht naar het ziekenhuis.

Dìt vind ik dus niet kunnen. Niet zozeer omdat een ‘kleurling’ weer in een negatief daglicht wordt gebracht of dat het voor het oog van kinderen gebeurde. Tegenwoordig lijkt het alsof kids in hun 4e levensjaar niet meer in Sinterklaas geloven..

Wellicht dat we er eerst lacherig op reageren als we de kop lezen, maar dit is wel typerend voor onze hedendaagse maatschappij. Iedereen spreekt schande over de slachting op Theo van Gogh (ikzelf incl.) en vervolgens slaan we elkaar gewoon weer het ziekenhuis in. Overigens niet dat de automobilist vrij uit gaat, ook die mocht zich wel ‘ns inhouden. Het lijkt wel of we geen geduld meer hebben tegenwoordig. En dit uit zich in a-sociaal gedrag. Met files heb je àltijd personen die vinden dat ze over de vluchtstrook mogen rijden, zodat ze nèt één minuut sneller uit de file komen. Als je dit nu met een glimlach op je gezicht als herkenning bij jezelf ervaart:
shame on you!

We ergeren ons tegenwoordig aan alles (ik ook, vandaar dit blog) maar we moeten er toch eerst aan denken dat we mede dankzij ons ongeduld niet onze medemens benadelen.. Ik ga hier nu niet als een ‘bij-de-handje’ de wijsheid lopen verkondigen. Ook ik weet zo geen oplossing aan te geven. Wèl weet ik dat de slogan uit het spotje van TV en radio, waarin een dame ons meldt: De maatschappij, dat ben jij, hééélemaal fout is. Niet jij, maar wij vormen de maatschappij. We moeten het samen tot iets maken en niet alleen aan onszelf denken. Daarom wil ik eindigen met een -volgens mij- betere slogan:

‘De maatschappij, da’s niet jij. De maatschappij zijn wij!’

Dray

Woensdag 17 november 2004

17 november 1913: Panamakanaal wordt in gebruik genomen.
‘Haal je badmuts van zolder, we hoeven niet meer óm te zwemmen!’

Callcenters

Vanavond werd ik gebeld door een aardige dame van National Geographic. Ik dacht even dat ik een prijs had gewonnen, maar ik heb niet aan een wedstrijd meegedaan en aan de achtergrondgeluiden te horen, had ik al snel door dat ik door een ‘callcenter’ werd gebeld. De afgelopen jaren doe ik mijn vader een jaarabonnement op National Geographic cadeau. En als ik dit voor een bepaalde tijd verleng, krijg ik een kalender voor het komende jaar als beloning. Nu vroeg deze vriendelijke dame aan mij of ik de verlengingsbrief al heb ontvangen èn ook heb doorgelezen (*zucht*). Feit is, dat ik dit allang heb geregeld en dat ik de kalender van 2005 al enige weken thuis heb liggen. Dit deelde ik de aardige dame dan ook mee en meteen hierop beëindigde ze het gesprek met: ‘Dan weet ik genoeg’ en drukte mij heel bot weg.

Nou ja! Er is toch een ongeschreven ‘wet’ dat alléén de gebelden de callcenters mogen afkappen? Tenminste, dat is wat ik gewend ben. Ik laat de heren en dames van de callcenters altijd hun verhaal doen en zeg dan vriendelijk dat ik geen interesse heb. Of als ze een dienst aanbieden dat ik er al gebruik van maak. Hoe dan ook, ìk beëindig het gesprek. National Geographic heeft de slogan ‘De wereld blijft je verbazen’. Het is nog waar ook.

Dray

Dinsdag 16 november 2004

Lisa Bonet (1967) is jarig! Haal de slingers uit de kast en zet je feesthoed op!

LB

Poop

Vandaag had ik de hele dag managementtraining, dus ik ben nu een beetje ‘gaar’. Het ging over het motiveren van het personeel alsmede de functionerings- en beoordelingsgesprekken. Voor mij een beetje achterhaald, want vorig jaar had ik al van deze gesprekken afgenomen. Maar zoals ik al vaker tegen mensen (in real life) zei: je leert steeds weer van deze trainingen. Gelukkig maar, anders hoefde ik ze ook niet te volgen.

Het is dat ik vandaag dus training heb gehad om mensen te motiveren, dus kan ik het bij mezelf toepassen om verder te gaan, want vanavond had ik de buurman van enkele huizen verderop aan de deur. Zo een lange, grote, donkere Amerikaanse man die mij wist te vertellen dat één van onze katten ‘poop’ in zijn achtertuin heeft gedaan. Nu lijkt me dat sterk, want onze katten doen de behoefte in onze eigen tuin. Maar ik kan natuurlijk ook niet alles in de gaten houden. Dit heb ik ook de, verder best aardige, buurman verteld dat ‘I am sorry‘ maar dat ik ‘m niet binnen kan laten (de kat). Ik heb hem gevraagd of er iets is wat ik er verder aan kon doen, maar ook hij wist daar geen antwoord op. Voor mij was het onderwerp daarmee ook gesloten.

Overigens heb ik de katten hier wel op aangesproken..

Dray