Poesie

Als kind had ik een gezonde jaloezie richting de meisjes uit de klas en bij mij in de buurt. Het ging niet om jurkjes of make-up — daar had ik nooit iets mee gehad en nog steeds niet, eerlijk gezegd. Het was iets anders. Iets dat je niet kon dragen of op je gezicht smeren. Ik wilde een poëziealbum. Een echt poëziealbum, met die zachte, geurende kaft, misschien met een bloemmotief of een engeltje dat iemand wakker maakte in de tuin om een versje te schrijven. Zoiets had ik nodig, iets waar herinneringen in konden blijven hangen.

Ik wilde schrijven: ‘Dit album is mij lief, wie dit steelt is een dief. Wie het vindt, breng het vlug naar André in Den Helder terug.’ Ik wilde dat iemand voor mij een versje bedacht, met een rijm dat klopte en waar ik stiekem trots op kon zijn. Maar zoals altijd waren de poëziealbums eenrichtingsverkeer. Jongens mochten er nauwelijks in schrijven. Dus schreef ik zelf. Voor vriendinnetjes, op een pagina, een rijmpje dat meer instructie dan poëzie was: ‘Schrob de keuken, boen de gang. Vang de spinnen, wees niet bang. Schil de piepers en kook de pap. Dan vindt iedereen je knap.’ Als je dat nu leest, denk je: arme kinderen, arme meisjes, wat een ouderwetse wereld. Maar toen voelde het alsof je magie op papier zette. En natuurlijk stond er boven de datum, na de tip-tap-top, altijd een klein hoedje. Zo’n dag markeren, een moment in het leven vangen, een herinnering veiligstellen.

Wat had ik toen graag eens in een eigen album willen bladeren, denken aan klasgenootjes en vriendjes uit de buurt, lachen om fouten en complimentjes tegelijk. En nu, zo vlak voor mijn veertigste verjaardag, krijg ik een soort herkansing. Vandaag zag ik op de site van ApartDesign.nl een poëziealbum voor volwassenen. Of bedoelt men eigenlijk: voor volwassenenprijs? Het is een kruising tussen een poëziealbum en een vriendenboekje, een soort nostalgie met een likje moderniteit. Misschien, dacht ik, kan ik dit boekje gebruiken als gastenboek op het gezamenlijke veertigste verjaardagsfeest dat Edo en ik in december vieren. Een plek waar mensen schrijven, een beetje poëzie, een beetje grap, een beetje herinnering. Zoals vroeger, maar nu met wijn, bitterballen en misschien een klein engeltje dat niemand wakker maakt, behalve in onze herinnering.

Eén

nummer-1Alweer één jaar geleden dat ik met dit log aan mijn weblog begon. Ik had niet gedacht dat ik het zo lang zou volhouden. Meestal ben ik ergens enthousiast over en dan kakt zakt dat na een maandje weer in.. Echter is het dit keer anders gelopen. Ik ben van plan om het nog lang vol te houden, maar of dit mij nog op dagelijkse basis zal lukken..?

Maandag 22 november 2004 – Top

Vanmiddag waren er twee sollicitanten voor gesprek op onze afdeling en vandaag nam ik voor het allereerst deze gesprekken af. Om 12:45 uur werd mij gemeld dat ik om 13:00 uur het eerste gesprek had… Instant headache!  Leuk hoor sollicitatiegesprekken, maar dan moet je wel de tijd krijgen om deze te kunnen voorbereiden. Maar ja, alles is goed gegaan (of course) en over één kandidate ben ik wel heel enthousiast..

Waar ikzelf ook wel enthousiast over ben is het TV-programma ‘America’s Next Top Model’. Dit is laatste tijd iedere maandagavond om 22:00 uur bij Yorin te zien. Waarin 10 Amerikaanse meisjes zich in etappes (afleveringen) moeten opwerken tot het volgende topmodel. Een volkomen nietszeggend programma. Wat, als je er nuchter naar kijkt, heerlijk & dolkomisch is. Het modellenwereldje is zo oppervlakkig. Zo heb je presentatrice Tyra Banks die zichzelf opwerpt als ‘Girl-Guru’ en voor elk probleem een welgemeende tip heeft. Dan is er Janice Dickinson, een sneu jurylid die claimt ’s werelds allereerste Top Model te zijn. Eigenlijk is ze een vrouw van middelbare leeftijd, met borsten steviger dan die van een twintigjarige. En dan nog een handjevol nichten. En last, but not least: de kandidaten zelf. Zij zijn eigenlijk de slimste van het stel, maar per aflevering zie je gewoon dat er IQ-roof wordt gepleegd. Als ze een iets te slimme (lees: kritische) vraag stellen, worden ze afgezeken. Heerlijke kost dus! En over kost gesproken: sommige kandidaten kijken soms wel heel chagrijnig. Dat komt vast omdat ze niet eten…



Zondag 21 november 2004 – Sinterklaas

21 november 1968: ‘I’m Gonna Make You Love Me’ wordt uitgebracht.


‘Look out boy, ‘cause I’m gonna get you’.

Zak van Sinterklaas

Vandaag las ik op nu.nl het volgende:

Zwarte piet slaat automobilist ziekenhuis in

FINSTERWOLDE – Een 21-jarige zwarte piet heeft zaterdagmiddag bij de intocht van sinterklaas in Finsterwolde in Groningen een 21-jarige automobilist uit Winschoten een hersenschudding geslagen. De knecht van de goedheiligman vond dat de man te onbesuisd langs de sinterklaasstoet reed.

Doordat de man op hoge snelheid langs de stoet reed, spatte het regenwater uit kuilen in de weg alle kanten op. Een van de pieten pikte dit niet en gooide pepernoten tegen de auto van de Winschoter. Die reed aanvankelijk door, maar moest even verderop stoppen.

Daar werd hij aangesproken door twee pieten. Tijdens de discussie tikte een van hen tegen de pet van de automobilist aan. De bestuurder reageerde met een duw in de richting van de knecht.

Voor het oog van vele verbaasde kinderen haalde zwarte piet daarop uit naar de automobilist. Die viel en liep verwondingen aan zijn mond en een hersenschudding op. De man is overgebracht naar het ziekenhuis.

Dìt vind ik dus niet kunnen. Niet zozeer omdat een ‘kleurling’ weer in een negatief daglicht wordt gebracht of dat het voor het oog van kinderen gebeurde. Tegenwoordig lijkt het alsof kids in hun 4e levensjaar niet meer in Sinterklaas geloven..

Wellicht dat we er eerst lacherig op reageren als we de kop lezen, maar dit is wel typerend voor onze hedendaagse maatschappij. Iedereen spreekt schande over de slachting op Theo van Gogh (ikzelf incl.) en vervolgens slaan we elkaar gewoon weer het ziekenhuis in. Overigens niet dat de automobilist vrij uit gaat, ook die mocht zich wel ‘ns inhouden. Het lijkt wel of we geen geduld meer hebben tegenwoordig. En dit uit zich in a-sociaal gedrag. Met files heb je àltijd personen die vinden dat ze over de vluchtstrook mogen rijden, zodat ze nèt één minuut sneller uit de file komen. Als je dit nu met een glimlach op je gezicht als herkenning bij jezelf ervaart:
shame on you!

We ergeren ons tegenwoordig aan alles (ik ook, vandaar dit blog) maar we moeten er toch eerst aan denken dat we mede dankzij ons ongeduld niet onze medemens benadelen.. Ik ga hier nu niet als een ‘bij-de-handje’ de wijsheid lopen verkondigen. Ook ik weet zo geen oplossing aan te geven. Wèl weet ik dat de slogan uit het spotje van TV en radio, waarin een dame ons meldt: De maatschappij, dat ben jij, hééélemaal fout is. Niet jij, maar wij vormen de maatschappij. We moeten het samen tot iets maken en niet alleen aan onszelf denken. Daarom wil ik eindigen met een -volgens mij- betere slogan:

‘De maatschappij, da’s niet jij. De maatschappij zijn wij!’

Dray

Woensdag 17 november 2004

17 november 1913: Panamakanaal wordt in gebruik genomen.
‘Haal je badmuts van zolder, we hoeven niet meer óm te zwemmen!’

Callcenters

Vanavond werd ik gebeld door een aardige dame van National Geographic. Ik dacht even dat ik een prijs had gewonnen, maar ik heb niet aan een wedstrijd meegedaan en aan de achtergrondgeluiden te horen, had ik al snel door dat ik door een ‘callcenter’ werd gebeld. De afgelopen jaren doe ik mijn vader een jaarabonnement op National Geographic cadeau. En als ik dit voor een bepaalde tijd verleng, krijg ik een kalender voor het komende jaar als beloning. Nu vroeg deze vriendelijke dame aan mij of ik de verlengingsbrief al heb ontvangen èn ook heb doorgelezen (*zucht*). Feit is, dat ik dit allang heb geregeld en dat ik de kalender van 2005 al enige weken thuis heb liggen. Dit deelde ik de aardige dame dan ook mee en meteen hierop beëindigde ze het gesprek met: ‘Dan weet ik genoeg’ en drukte mij heel bot weg.

Nou ja! Er is toch een ongeschreven ‘wet’ dat alléén de gebelden de callcenters mogen afkappen? Tenminste, dat is wat ik gewend ben. Ik laat de heren en dames van de callcenters altijd hun verhaal doen en zeg dan vriendelijk dat ik geen interesse heb. Of als ze een dienst aanbieden dat ik er al gebruik van maak. Hoe dan ook, ìk beëindig het gesprek. National Geographic heeft de slogan ‘De wereld blijft je verbazen’. Het is nog waar ook.

Dray

Dinsdag 16 november 2004

Lisa Bonet (1967) is jarig! Haal de slingers uit de kast en zet je feesthoed op!

LB

Poop

Vandaag had ik de hele dag managementtraining, dus ik ben nu een beetje ‘gaar’. Het ging over het motiveren van het personeel alsmede de functionerings- en beoordelingsgesprekken. Voor mij een beetje achterhaald, want vorig jaar had ik al van deze gesprekken afgenomen. Maar zoals ik al vaker tegen mensen (in real life) zei: je leert steeds weer van deze trainingen. Gelukkig maar, anders hoefde ik ze ook niet te volgen.

Het is dat ik vandaag dus training heb gehad om mensen te motiveren, dus kan ik het bij mezelf toepassen om verder te gaan, want vanavond had ik de buurman van enkele huizen verderop aan de deur. Zo een lange, grote, donkere Amerikaanse man die mij wist te vertellen dat één van onze katten ‘poop’ in zijn achtertuin heeft gedaan. Nu lijkt me dat sterk, want onze katten doen de behoefte in onze eigen tuin. Maar ik kan natuurlijk ook niet alles in de gaten houden. Dit heb ik ook de, verder best aardige, buurman verteld dat ‘I am sorry‘ maar dat ik ‘m niet binnen kan laten (de kat). Ik heb hem gevraagd of er iets is wat ik er verder aan kon doen, maar ook hij wist daar geen antwoord op. Voor mij was het onderwerp daarmee ook gesloten.

Overigens heb ik de katten hier wel op aangesproken..

Dray