Parijs

Parijs, vijf uur in de ochtend. De zon is nog niet op, maar het belooft een mooie dag te worden. Ik voel me de koning te rijk wanneer ik hardloop over het Place Dauphine, op Île de la Cité in de Seine. Waar de Notre Dame al sinds de twaalfde eeuw ernstig imponerend staat. Verderop, bij de Moulin Rouge, aan de Place Blanche ziet de straat bleek. Een melkboer levert aan supermarkten en de straatvegers, gewapend met hun bezems, zijn druk. Het is vijf uur, Parijs ontwaakt.

In het achttiende arrondissement van Parijs maken de mensen zich op voor weer een nieuwe dag. Travestieten scheren het gezicht glad en de stripteaseuses gaan gekleed over straat. Onderweg naar huis. Gekreukeld beddengoed achterlatend, net als de minnaars. Vermoeid met een glimlach op de mond in de doodse kamertjes, waar een paar uur geleden nog de lust en het leven de boventoon voerde. Het is vijf uur, Parijs ontwaakt.

Kleine kopjes op schotels zijn gevuld met zwarte koffie en in de cafés worden de glazen na een lange nacht weer schoongepoetst, waarin de koffiekopjes de warme drank afgespiegeld verdampen. In de buurt van boulevard Montparnasse kan je vanaf de hoge gelijknamige toren met gemak het station zien. Het is als een kaal karkas, gelijk de bewoners van Cimetière du Montparnasse. Het is vijf uur, Parijs ontwaakt.

In de voorsteden staan de forensen op de stations en in het grootse park La Villette ten noordoosten van Parijs wordt door haar bezoekers het spek op een van de grasvelden aangesneden. Nachtelijke bezoekers van de stad zoeken de bus op en de bakkers bakken in hun kleine bakkerijen de befaamde stokbroden voor het ontbijt van de bewoners en bezoekers van de stad. Het is vijf uur, Parijs ontwaakt.

In het zevende arrondissement staan de in beton gegoten ijzeren poten van de Eiffeltoren nog in de schaduw van de omringende gebouwen en ten noorden van deze wereldberoemde toren, in het achtste arrondissement, wordt de Arc de Triomph weer omringt door het uitdijend verkeer. Rij vanaf hier de Champs-Élysées af naar de Place de Concorde, waar de Obelisk fier overeind staat bij het aanbreken van een nieuwe dag. Het is vijf uur, Parijs ontwaakt.

De kranten zijn gedrukt en op het trottoir achtergelaten voor haar lezers, de arbeiders hebben voor vandaag huis en haard achtergelaten en lezen bedrukt de krant. De mensen in de stad ontwaken en in de vroege uren voelen ze zich meer geslagen en gekweld. Voor mij is dit het moment om huiswaarts naar mijn hotel te gaan. Daar waar mijn man wacht en ik mijzelf kan zijn. Het is vijf uur, Parijs ontwaakt.

Het is vijf uur. Ik heb mijn rondje gelopen.

Boos

Op het Molenpad bij de Keizersgracht in Amsterdam zie ik tijdens een wandeling door het centrum een klein vrouwtje in een stenen raamkozijn zitten. Het raam is klein en smal met een paar tralies. Het vrouwtje zit voor de tralies en is zelf kleiner, want wanneer ze een normaal postuur heeft gehad, had ze nooit in het kozijn kunnen zitten. Ze zit er met haar armpjes over elkaar en kijkt een beetje nukkig voor zich uit. Dit gegeven, en haar kleine postuur -ze is nog geen 50 centimeter hoog- maakt mij nieuwsgierig, en ik trek de figuurlijke stoute schoenen aan.

‘Goedendag, is er iets aan de hand? U kijkt een beetje sikkeneurig,’ zeg ik met mijn meest vriendelijke stem. Het vrouwtje kijkt boos op. Mijn vriendelijkheid wordt niet door haar gewaardeerd.
‘Zeg! Bemoei jij je even lekker met je eigen zaken,’ bitst ze mij terug en vindt in mijn vriendelijke begroeting de aanleiding tot verder getier. ‘Ik raak een beetje geïrriteerd van het werk dat ik iedere nacht mag doen.’
Het vrouwtje draagt het blonde haar in een staartje en verder draagt ze een strak, lila tenue. Hierop een lichtgroen ponchootje over de schouders en zilveren laarsjes aan de voeten. Maar ze blijkt minder sprookjesachtig dan dat haar kleding mij doet geloven. Ze kijkt me aan alsof ik de oorzaak van al haar leed ben, en nog voordat ik kan vragen wat haar werk zo zwaar maakt, begint ze weer.

‘Iedere nacht mag ik tanden en kiezen van kleine kinderen verzamelen, en in ruil daarvoor krijgen deze tandloze kids een traktatie van hun ouders. Waren de kinderen vroeger nog tevreden met een beetje geld, wordt nu mijn goedheid ondermijnd door de ouders, die buiten proporties denken! Dat varieert van traktaties om mee te pronken tot belachelijk en jaloersmakende cadeaus. Man, ik ben er zó klaar mee.’
Ik kijk haar aan. Ze kijkt boos en gefrustreerd terug. Haar schouders hangen. Alsof ze de strijd al heeft opgegeven. Ik ben slecht in het lezen van lichaamshoudingen, want ze gaat rechtop zitten en tiert verder.

‘Echt, ik zeg het je. Ik ben nu zoveel langer bezig dan wanneer ik alleen muntstuk onder het kussen kan achterlaten. Op deze manier kom ik tijd te kort en iedereen verwacht maar dat ik al het werk in 1 nacht kan doen.’
Ik knik bevestigend en probeer haar een beetje tegemoet te komen. ‘Het lijkt me ook niet echt makkelijk om alles in je eentje te moeten doen.’
Ze kijkt naar me met een blik van “je-bent-niet-goed-bij-je-hoofd”, en ik heb gelijk.
‘Ben je wel goed bij hoofd?’ vraagt ze mij geïrriteerd. ‘Natuurlijk doe ik dit werk niet in mijn eentje. Niemand redt het om in één nacht een paar honderd kinderen te bezoeken. Ik ben toch zeker Sinterklaas niet?’

Ik besluit niets meer te zeggen. Ik heb het idee dat alles wat ik zeg wordt weerlegd met een spraakwaterval, waarbij het beledigen van anderen heel normaal is. Maar mijn zwijgen weerhoudt het kleine vrouwtje niet om door te gaan met schelden.
‘Ik heb er wel 32 muntstukken voor over om bij die idiote ouders al hun tanden en kiezen uit hun bakkes te slaan! Dan heb ik in één vuistslag mijn target gehaald!’
Licht geschrokken van deze agressiviteit, stap ik weg, de Keizersgracht op. Het is een klein vrouwtje, maar de felle boosheid is enorm.

‘Hé,’ roept ze mij na, wanneer ik wegloop. ‘Waar ga je heen? Kom terug!’
Ik negeer haar. Ik heb geen zin meer in de felle vermaning, en het is mijn vrije dag. Die wil ik beter besteden dan naar het luisteren van een verdicht persoon. Na een paar meter heeft ze me bijna ingehaald en haalde ze uit naar een van mijn broekspijpen.
‘Ik zei hé,’  roept ze me na. ‘Waar ga je heen? Ik ben nog niet klaar met jou!’
Wanneer ze een broekspijp te pakken heeft en in mijn benen wilt klimmen, schud ik haar van me af. Ze valt hierbij een paar meter verder op de grond, naast een transformatorzuil, bedekt met opzichtige reclameposters.

Snel staat ze weer op en met haar kleine, graaiende handjes uitgestoken rent ze op me af. Ik recht mijn rug, zet beide voeten stevig op de grond en wanneer het gewelddadige vrouwtje op een meter afstand van mij is, geef ik haar een berekende schop. Met een uitgestoten en schriele schreeuw vliegt ze in een mooie boog richting de gracht en belandt ze met een plons in het water. Ze komt meteen weer bovenwater waarbij het groene ponchootje half over haar gezicht hangt. Ondanks dat ze bijna verdrinkt blijft ze non-stop tekeer te gaan en slaat ze daarbij met haar vuisten op het wateroppervlak. Ik haal mijn schouders op en loop weg. Wanneer ik langs de gracht wandel, richting de Leidsestraat, hoor ik haar nog foeterend tekeer gaan.

HIIT Not.

Na een week van stormachtig weer ben ik vanmorgen gaan hardlopen. In mijn enthousiasme wilde ik en high intensive interval training (HIIT) tijdens mijn loop inplannen, maar toen ik ruim 3 kilometer had gelopen en eenmaal een flinke wind tegen had, heb ik dat idee laten varen. Heel even heb ik bij de opgang boven de Hoge Ring een intensieve sprint gedaan, waarbij ik na zo’n 40 seconden echt moest bijkomen van deze inspanning. Ik heb hiermee overigens (volgens Strava) een persoonlijk record gelopen en het blijkt nu dat dit -tot nu toe- de snelste tijd van het jaar te zijn, op dit kleine traject in Almere (van geregistreerde Strava-gebruikers).

Run 19.
Start: 07:38 uur.
Afstand: 7,09 kilometer.
Tijd: 0:34:33 uur.
Tempo: 04:52 per kilometer.
Calorieën: 770 cal.

img_2093

Onderweg

De trein staat stil op station Duivendrecht. Enkele reizigers stappen uit en er stapt een jongen van rond de 20 jaar in de trein. Hij is druk in gesprek met een voor ons onzichtbare gesprekspartner. Mijn ogen blijven gericht op mijn telefoonscherm, maar mijn oren luisteren stiekem mee naar wat de jongen heeft te melden. Hij vertelt enthousiast wat hem vandaag is overkomen. Hij houdt hierbij het witte snoertje van zijn oordopjes met zijn vingertoppen fijngevoelig vast.

Hij heeft vandaag een vertrouwenscursus gehad. Het standaard vertrouwensverhaal wordt verteld. Alle kandidaten op deze cursus moesten zich met het volste vertrouwen achterover laten vallen, in de armen van de andere cursisten. Hij vond het echt fokking vet, en hij vertelt enthousiast verder over de andere geleerde handelingen op cursus. Om te weten of de voor ons onzichtbare gesprekspartner wel oplet, beëindigd hij elke zin met de 3 woorden: ‘weet je wel?’ Ik weet het inmiddels ook.

Op een gegeven moment schelt er een hoog aanhoudend gepiep uit zijn oordopjes. Zelfs ik en andere reizigers schrikken ervan. Hij ervaart het zeer waarschijnlijk als een enorme aanslag op zijn gehoor, en geschrokken roept hij wat de fokking hel er aan de hand is. We vernemen even later uit het gesprek dat het de kookplaat van het fornuis van de voor mij onzichtbare gesprekspartner is. De jongen geeft hem het vertrouwelijke advies om bij het koken alles goed voor te bereiden.

‘Je moet zorgen voor een goede mise-en-place’, klinkt er bijna wijs uit zijn mond. Hij spreekt het uit met een Almeers accent uit. Missanplas. Het gesprek loopt ten einde. De spreker aan de andere kant van de verbinding heeft de focus verplaatst naar het kookplaat. Er klinkt luide muziek uit de oortjes. Het zijn hedendaagse, vette en zware beats, waar een man van mijn leeftijd niet op kan dansen zonder verdacht te worden van een epileptische aanval te hebben.

Verveeld draai ik met mijn ogen en mijn gezicht draait naar het raam. Het zicht naar buiten is wazig. Een vette afdruk van een voorhoofd, zeker van een persoon die voor mij op deze plek in de trein heeft gezeten, ontneemt me een helder uitzicht. Door de vetvlek heen zie ik in de verte de skyline van Almere, en even later rijdt de trein het station van Almere Centrum in.

Star Trek

Toen het Star Trek-hardloopshirt net op de markt kwam (februari 2014) was ik niet in de gelegenheid om het aan te schaffen. Financieel zat het even niet mee en het was destijds alleen mogelijk het te kopen via de website van Star Trek zelf, waar het met onderstaande tekst aan de man werd gebracht.

“OK, Starfleet cadets, it’s time to start running. And if you’re going to start running, you should do it in style. And to do it in style, that means sporting a Star Trek Cadet Running Shirt. Available now in the Star Trek Shop, the Cadet Running Shirts come in four colors (blue, yellow, green and orange), feature the Starfleet insignia on the front and the Star Trek logo (on the front bottom), and are made of lightweight, moisture-wicking fabric that is soft to the touch.”

We zijn nu 5 jaar later en heb ik eindelijk mijn eigen Star Trek hardloopshirt via eBay kunnen kopen. Inmiddels is het op mijn huisadres geleverd en heb het meteen aangetrokken. Het is altijd afwachten met online-aankopen. Valt een kledingmaat groot of klein uit? Ik kan gelukkig melden dat het hardloopshirt me prima past! Anders had ik een vriend of familielid blij kunnen maken. Maar dat is niet van toepassing. Nu moet ik alleen nog wachten op iets warmer weer, want het is een hardloopshirt met korte mouwen. Ik overleef dat wel. Wanneer ik 5 jaar heb kunnen wachten, dan lukt me die paar extra weken ook.

 

Nike Pegasus 34

Vanmorgen stond ik weer voor 08:00 uur buiten om een rondje te gaan hardlopen. Ik wilde vandaag ik een stukje van de Pampushavenweg meenemen. Daar had ik al anderhalve maand niet meer gelopen en de ruime, vrije ervaring dat ik daar heb, wanneer ik op mijn hardloopschoenen langs het windmolenpark loop wilde ik weer even meemaken. Flauwekul natuurlijk, ik wilde gewoon weer eens de wekelijkse 10 kilometer aantikken.

Het lopen zelf ging goed. Er is momenteel een brug afgebroken tussen het Spoorbaanpad en Dokkumlaan, waardoor je met een omweg richting het Beatrixpark moet. Ik had vrijdagmiddag vanuit de trein, onderweg naar huis van het werk, zelf gezien dat er een alternatieve brug was gecreëerd om een nieuwe te kunnen plaatsen. Ik ging ervan uit dat ik nu wel rechtstreeks, zonder omweg, mijn route kon lopen. Think again.

Ik liep vanmorgen richting de nieuwe brug, maar die bleek niet zo snel bereikbaar. De hekwerken van Heras sloten de toegang af, maar ik liet me op dit vroege uur niet tegenhouden. Via de ‘achtertuin’ van het Leger Des Heils liep ik doelbewust richting de geïmproviseerde brug en naar de overkant van het water. Hier was het nog een kleine opgave om een opening in het hekwerk te vinden, welke ik uiteindelijk (met een kleine omweg) vond.

Al snel kon ik weer in mijn eigen tempo doorgaan over de Dokkumlaan. om richting Pampushavenweg te hardlopen. Door het Beatrixpark, over de Saxofoonweg, richting het windmolenpark. Het was niet mooi lenteachtig weer meer, maar wel heerlijk hardloopweer. Onderweg haalde ik nog een paar hardlopers in en via het Michelinpad liep ik weer terug naar de bewoonde wereld en langs de begraafplaats weer terug naar het Beatrixpark, om daar na 8 kilometer weer naar huis te hardlopen.

Ik moest, net als de voorgaande zaterdag, alsnog een kleine omweg creëren om toch die 10 kilometers aan te kunnen tikken. Vlakbij huis kreeg ik het volgende bericht via mijn hardloop-app: “Goed gedaan! Je hebt 931 op je Nike schoenen afgelegd. De meeste fabrikanten raden aan om je hardloopschoenen na 500-800 kilometer te vervangen om blessures te helpen voorkomen. Misschien is dit een goed moment om jezelf met een nieuw paar te belonen.”

Thuis ben ik meteen onder de douche gaan staan en heb de regen en het zweet van me afgespoeld. Misschien dat ik vanmiddag nog even naar het centrum ga. Wanneer in een van de hardloopwinkels nieuwe hardloopschoenen in de aanbieding zijn, was dit rondje het laatste op mijn oude Nike Air Zoom Pegasus 34 hardloopschoenen.

Run 18.
Start: 07:49 uur.
Afstand: 10,02 kilometer.
Tijd: 0:48:49 uur.
Tempo: 04:52 per kilometer.
Calorieën: 1.008 cal.

img_1917

Geheim

‘Sinds een zomer in mijn jeugd heb ik ontmoetingen gehad met een bijzonder persoon. Onze eerste bijzondere ontmoeting, waarvan niemand het wist, was op het landgoed van vrienden van mijn ouders. Deze vrienden waren de ouders van deze vrouw. Tijdens een van de feesten die iedere zomer werden gegeven. Het was op een zomerfeest dat ik net 17 jaar was geworden dat ik een kaartje vond met hierop mijn naam geschreven. Op de binnenkant stond in een mooi handschrift een geheimzinnige boodschap geschreven.

“Kom in de Tuin en ga onder de Klimop.
Onder de Bladeren. Weg van het Feest.
Kom recht naar de Roos.
Ga door naar de Witte Roos.
Vind Mij.”

Ik wist niet precies wat de boodschap op de kaart inhield, maar ik was wel nieuwsgierig naar de persoon achter de afzender. Op het feest en na de welkomst-toast van de vriend van de familie, verliet ik het gezelschap en liep de tuin in. Op het terras was het nog druk, maar naarmate ik meer de tuin inliep, kwam ik al snel minder gasten tegen. Ik zocht naar een klimop, maar kon deze niet vinden. Er waren geen hagen waarop verder andere begroeiing te vinden was. Ik liep dieper de tuin in, tussen een paar oude bomen, tot de dichte begroeiing om een oude wilg mij opviel.

Nerveus liep ik om de klimop die de oude wilg vanaf de grond tot ruim 2 meter hoog omhelsde. Naast een paar oranje gladiolen zag ik een smalle opening in de klimop. Voorzichtig trok ik de lange klimopslierten aan de kant en ontsloot de opening. Ik bukte voorover en kroop onder het bladerdek door. Het was er zeer lommerrijk en ik moest mijn ogen laten wennen aan het duister. Een lichte helling liep onder de wilg naar beneden. Voorzichtig deed ik een paar stappen naar voren en stond ik even daarna in een doorgang van groen.

De zon scheen met moeite door het dichte bladerdek. Het was er vredig en rustig. Zachtjes hoorde ik een paar vogels zingen. Links van mij leek de doorgang te eindigen. Verderop, rechts van mij, zag ik -zoals het kaartje beloofde, een rozenstruik vol bloeiende witte rozen. Ik liep er heen, en achter de rozenstruik bevond zich een lage opening. Ik moest door mijn knieën om er doorheen te komen. Eenmaal door de opening zag ik, dat ik me in een kleine laar, een natuurlijke tuinkamer tussen de dichte begroeiing, bevond. Ik stond rechtop en stond tegenover mijn convoceer. Zittend op een bankje, verstopt tussen het groen.

Ze keek me verlegen, maar lachend aan en zei met zachte stem: “Ik wist dat je het wel kon vinden. Hier trek ik me graag terug. Het is mijn meest favoriete plek, een perfecte schuilplaats. Ik ben hier dagelijks, ongeacht het weer. Het geeft verkoeling tijdens de hitte en genot wanneer het regent. Soms zit ik hier tijdens onweer en voel ik de verkoeling aan mijn voeten van de grijze tegels in het groen.”
Ik knikte, want ik begreep goed wat ze bedoelde. Ik voelde het overal om me heen. “Weten anderen van deze plek?” vroeg ik  haar.
Ze schudde van niet en zei: “Het is niet makkelijk om dit geheim te delen. Het voelt niet veilig. Kan ik je vertrouwen?”

Ik glimlachte, liep naar haar toe en nam naast haar plaats. We spraken beiden niet. Haar intrigerende ogen spraken voor zich. Ik schoof naar haar toe en zij leunde tegen mij aan. Haar rechterhand in mijn linker. Zo hebben we een hele tijd zwijgend gezeten. Ik streelde langzaam haar hoofd en zij kroop dichter tegen mij aan. Ik voelde haar lichaamswarmte en haar ronde vormen tegen mijn lichaam. Ik voelde me gelukkig. Hier wilde ik altijd blijven. Uiteindelijk gaven we toe aan het lichamelijk verlangen en waren we voor een heel lang moment één.

Deze speciale ontmoetingen hebben we hierna jaarlijks herhaald. Iedere zomer bezochten we elkaar op de bijzondere plek in de tuin. Aan het einde van iedere zomer groeiden we uit elkaar, om het volgende jaar elkaar weer te ontmoeten. We raakten bedreven van elkaar en wisten al onze geheimen. Zo bleven we op de hoogte van wat ons in het leven interesseerde, en ondanks dat we het niet altijd met elkaar eens wilden zijn, waren we één tijdens de bijzondere momenten achter de klimop. Iedere zomer.

Vandaag loop ik weer de tuin in. Ik ga achter de klimop, onder het bladerdek en bij de witte rozen. Ik voel de ijzige kou van de groen, grijze ondergrond en alles is nog steeds overgroeid met klimop. Ik ga niet meer zo makkelijk door de knieën, maar wanneer ik de tuinkamer betreed, verdwijnt de pijn uit de benen bij het zien van het oude, vertrouwde gezicht en de sprekende, intrigerende ogen die mij na al die jaren nog steeds verlegen aankijken. Ik lach naar haar en ik ben gelukkig.’

MaandagAvondRun

Maandagmiddag. De trein naar huis heeft vertraging. Ik raak hierdoor niet heel veel tijd kwijt, maar ik heb het plan om bij thuiskomst meteen te gaan hardlopen en nu kom ik voor mijn gevoel in tijdnood. Onderweg dendert de trein in een vlot tempo door en uiteindelijk kom ik maar 2 minuten later aan op het station in Almere. Het valt allemaal nog mee.

Thuis aangekomen kleed ik me om en al snel sta ik buiten. Het is druk met fietsers op mijn route. Men fietst snel naar huis om nog even te genieten van het mooie weer. Het hardlopen gaat lekker, maar halverwege voel ik een stramme pijn in mijn knieën. Komt dit omdat ik nu 3 keer per week hardloop? Misschien moet ik de aankomende woensdag een run overslaan?

Run 17.
Start: 17:33 uur.
Afstand: 05,50 kilometer.
Tijd: 0:26:31 uur.
Tempo: 04:49 per kilometer.
Calorieën: 597 cal.

img_1802-1

Zaterdagochtend

 

Zaterdagochtend. Het is nog geen acht uur en ik sta in de voortuin. Muziek in de oren en met mijn Strava hardloop-app geef ik de thuisblijvers mijn route per SMS door. Zo kunnen ze mij, tijdens mijn run, volgen. Altijd handig mocht er onderweg iets ‘ergs’ gebeuren. Dan weet men in ieder geval in welke greppel ze moeten zoeken. To be optimistic.

Over optimistisch gesproken. Vrijdagavond had ik een nieuwe playlist via Spotify voor hardlopen aangemaakt. Een lijst met oude hits uit de jaren 70. Het leek een goed plan. Lekker hardlopen op de klanken van 40 jaar terug. Op deze zaterdagochtend begint het prima met het klassieke nummer Superstition van Stevie Wonder. Hierna volgen nog een paar rocknummers waarop ik het lopen niet zo geweldig vind, maar we lopen stug door. Ik weet niet meer precies wat ik nog te horen krijg.

Na zo’n 5 kilometer, op de Noorderledeweg in Almere, schrik ik me wezenloos wanneer de groep Journey heel hard Any Way You Want It in mijn oren schreeuwt. Nijdig neem ik me voor om bij thuiskomst meteen deze playlist van mijn Spotify te verwijderen en schakel over naar mijn oude, vertrouwde playlist. Het hardlopen zelf gaat prima. De zon komt op en er ontstaan nevels boven de grasvelden. Ik loop nog een laatste stukje langs de Noorderplassen om daarna de woonwijken in te te lopen.

Ik wilde vandaag minimaal 10 kilometer hardlopen, maar na 8 kilometer besef ik dat ik een kilometer te kort kom. Dat wordt een extra lus door het Hanny Schaftpark, om tot aan het minimaal aantal kilometers te komen. Op het Reggepad zie ik een grote groep hardlopers voor mij lopen. Ik wil ze op de smalle paden in het park niet passeren, want sommige hardlopers in groepen zijn meer bezig met de sociale praat, dan met het hardlopen zelf. Ik loop om en neem een klein stukje woonwijk mee. Zo maak ik ook weer wat extra meters.

Run 16.
Start: 07:54 uur.
Afstand: 10,04 kilometer.
Tijd: 0:49:10 uur.
Tempo: 04:54 per kilometer.
Calorieën: 1.092 cal.

img_1680

 

Verlangen

 

In mijn bed bezoek ik een platenzaak. Zo’n zaak waar je ouderwetse muziekdragers als vinyl langspeelplaten, singletjes en muziekcassettes kunt aanschaffen. Nog voor de compact-discs en andere mp3-bestanden die je met je telefoon kunt beluisteren. Er staan grote bakken, gevuld met vinyl in vierkante hoezen waarvoor ik geen leesbril nodig hebt om op de achterzijde van de albums de tracklist te kunnen lezen. Men zegt dat platenzaken als deze weer in opkomst zijn. daarbij heeft bijna iedere zelf respecterende elektronicazaak tegenwoordig een hoekje in de zaak waar men vinyl kan kopen.

In bed struin ik in een gelukkige stemming langs de grote aantallen aan elpees en maxi-singles, de 12″-uitvoeringen van de grote hits van toen. De bak met vinyl bij de Mediamarkt valt erbij in het niet. De grote kleurrijke platenhoezen doen bijna zeer aan mijn ogen, maar ik geniet intens van het moment. Met mijn vingertoppen tik ik de platenhoezen naar voren, en bij iedere nieuw album dat tevoorschijn komt klopt mijn hart iets sneller.

Ik heb deze terugkerende droom al sinds de jaren 80, waarin ik de meest zeldzame uitvoeringen op vinyl van mijn muzikale idolen onder handen kreeg. Een bijzondere uitgave van de grootste hit van zanger Jacques Dutronc of een verzamelalbum van The Supremes, zonder Diana Ross. Het ene exemplaar blijkt nog mooier dan de ander! Alleen heb ik het nooit voor elkaar gekregen om deze buitengewone exemplaren te mogen bezitten. Het is me nooit gelukt het vinyl af te mogen rekenen. Ik heb geen idee wat deze terugkerende droom betekent. Daar mogen de dromenkenners over parlevinken.

In bed lig ik lichtelijk teleurgesteld en check de tijd op de wekker. Het is nog nacht. Dit betekent dat ik nog even kan blijven liggen. Heerlijk, en ik beloof mezelf dat ik morgen de app Discogs moet checken op mooi vinyl. Hier vind ik over een paar uur, in ontwaakte toestand, voldoende vinylalbums en nog meer -singletjes. Oude en nieuwe her-uitvoeringen. Een ding is zeker; bij de internetwinkel Discogs is er wel een kassa om af te rekenen.

In bed val ik uiteindelijk weer in slaap en droom ik over andere dingen. Ik ben aan het hardlopen in Parijs. Ik ren in de vroege ochtend langs de oevers van de Seine, richting de Eiffeltoren. De Veegmachines en travestieten gaan mij voorbij. De kranten zijn gedrukt en de voorbijgangers, onderweg naar het werk, kijken bedrukt. De Franse hoofdstad ontwaakt. Hardlopend draaf ik door de straten van Parijs en droom nog even.

Run 15

Woensdagmiddag en mooi weer. Wederom voor mij een goede reden om in de namiddag, bij thuiskomst na het werk, een rondje te gaan hardlopen. Met de gedachte: het blijft iedere dag iets langer licht en daarom kan ik langer lopen, nam ik me voor om een iets breder rondje dan 5 kilometer te gaan lopen. Niet dat ik meteen een halve marathon in gedachten had, maar stap voor stap kom je al een heel eind.

Het werd vandaag een rondje van 6,58 kilometer. Ik liep al snel in een rap tempo. Tot mijn verbazing haalde ik op het Humberpad een fietser in. Onderweg van het werk, naar huis. Eerst dacht ik even dat het een beeldschermzombie was. Alleen oog voor het beeldscherm van hun mobiel, maar deze meneer zat heel relaxt op zijn fiets, te genieten van het mooie, zachte weer. Alsof hij alle tijd van de wereld had.

Na 3 kilometer hardlopen vond ik dat ik het wel iets rustiger aan kon doen. Ik hoef tenslotte niet iedere dag een persoonlijk snelheidsrecord te breken. Het is de bedoeling dat ik weer wat langere afstanden kan lopen, en niet dat ik in een zo snel mogelijke tijd mijn rondjes loop, en daarmee een blessure oploop. Het wordt tenslotte iedere dag later donker, dus snelheid is niet nodig om op tijd thuis te zijn.

Run 15.
Start: 17:30 uur.
Afstand: 06,58 kilometer.
Tijd: 0:31:29 uur.
Tempo: 04:47 per kilometer.
Calorieën: 715 cal.

img_1541

Volle maan – Run 14

Memo aan mijzelf: draag een onderbroek tijdens het hardlopen!

Misschien is het een gênant onderwerp voor de hardlopers, of gewoon gênant in het algemeen. Het wel of niet dragen van onderbroeken. Voorheen stapte ik met mijn blote kont in mijn hardloopbroeken, maar ondanks de binnenbroek of andere afwerkingen, vind ik het toch fijner dat ik altijd shorts draag onder mijn sportkleding. Tijdens de afgelopen hardlooprondes 12 & 13 was ik eigenwijs en hebben de scherpe stofranden in mijn hardloopshorts (tights en shorts) flink mijn liezen bewerkt. Er is niet genoeg Sudocrem in de wereld om mij enige verlichting te geven.

Nu kan het zijn dat het dankzij deze pijnlijke liezen mijn hardlooprondje van vanmiddag niet helemaal lekker ging. De hele dag ging eigenlijk helemaal niet zo vlot. Wellicht heeft het te maken met de maanstand. Het is vandaag volle maan en als je de legendes moet geloven veranderen sommige mensen in weerwolven en andere monsters. Sowieso heeft de maan invloed op het tij (eb en vloed), dus als het de zee kan laten stijgen (en zakken), dan kan het ook invloed hebben op de mensen. Denk ik. Behalve dan dat over het veranderen in weerwolven of monsters.

Mijn rondje ging vanmiddag gewoon niet lekker. Mijn sokken zaten scheef aan mijn voeten en ondanks dat ik dacht met enige schwung de eerste kilometers te lopen, ging ik iets langzamer dan dat ik de afgelopen periode heb gedaan. Gelukkig herkreeg ik enige motivatie toen ik langs een sportschool liep en daar een paar mensen op de lopende band achter het glas zag zweten. Dan deed ik het toch iets beter, hardlopen in het namiddagzonnetje. Niet dat het rondje nu overging in een sprintje, want mijn liezen deden zeer en mijn sokken bleven scheef zitten, en de trap van ±30 treden waren een opgave.

Ik was terecht opgelucht toen ik in het Hanny Schaftpark kon stoppen met hardlopen en voorzichtig de laatste meters naar huis kon wandelen.

Run 14.
Start: 17:33 uur.
Afstand: 05,15 kilometer.
Tijd: 0:25:04 uur.
Tempo: 04:52 per kilometer.
Calorieën: 560 cal.

img_1448

 

 

Zaterdag – Run 13

Zaterdagochtend ben ik vroeg opgestaan. Ik wilde op tijd in mijn hardloop-outfit buiten staan, om te genieten van de opkomende zon en met het doel om 10 kilometer te lopen. Ik had in gedachten al een route uitgestippeld; snel de woonwijk door en dan de natuur in, richting Zeeroverseiland bij de Noorderplassen. Daar wilde ik dan na 6 kilometer hardlopen weer teruggaan richting thuis. Op zo’n manier kom je wel op een totaal van 10 kilometer hardlopen.

Nu was ik al op de hoogte van de plannen van de gemeente Almere om een camping te creëren op het Schateiland aan het einde van de Trekvogelweg, maar ik was toch ook benieuwd naar de voortgang van deze plannen. De kans was groot dat ik niet de volle 6 kilometers in het natuurgebied kon volbrengen, door de diverse werkzaamheden. Dit vermoeden werd versterkt onderweg toen ik meerdere graafmachines op mijn weg naar het Zeeroverseiland zag staan.

Ik liet me hier echter niet door weerhouden. Het hardlopen ging lekker en in een fijn tempo. Deze zon scheen me in de rug en ik bedacht dat ik misschien toch de geplande route kon belopen. Daar was ik niet meer zo zeker van toen ik na 4 kilometer hardlopen op het Schateiland zelf aankwam. Er waren duidelijk sporen van werkzaamheden en op een gegeven moment hield de weg op. Er zat niets anders op om terug te lopen. Met de zon in mijn gezicht (waarom had ik mijn zonnebril thuisgelaten?) liep ik de Trekvogelweg sneller dan gedacht weer terug.

Om toch aan de 10 kilometer te komen, bedacht ik een rondje om Sportpark Fanny Blankers-Koen te lopen, langs het asielzoekerscentrum weer terug naar de bewoonde wereld. In een nog steeds lekker tempo liep ik verder, richting het Bos der Onverzettelijken, waar ik uiteindelijk het gewenste aantal kilometers kan maken. De laatste paar honderd meter heb ik rustig uitgewandeld, zodat ik uitgerust thuis kon komen en aan de rest van de dag kon beginnen.

Run 13.
Start: 07:57 uur.
Afstand: 10,07 kilometer.
Tijd: 0:49:16 uur.
Tempo: 04:54 per kilometer.
Calorieën: 1.096 cal.

img_1375

 

 

Afgeleid

Met een omweg reisde Marjolein in de trein naar huis. Niet geheel vrijwillig, want dankzij een vertraging van een bus in Utrecht had ze op het centraal station haar gebruikelijke, vaste treinverbinding gemist. Op het station trok ze nog een sprintje naar perron 18, waarbij de andere aanwezige geschrokken voor haar aan de kant sprongen. Op haar hakken rende ze lang niet zo snel als op haar hardloopschoenen. Het sprintje bleek vergeefs, de trein reed langzaam voor haar neus weg. Ze keek vuil naar de mensen in de trein die volgens haar gniffelden om haar pech.

Marjolein overwoog in een andere trein te stappen, via Houten, maar zag er snel van af. Er zat haar niets anders op om een trein later te nemen. Deze had, zoals ze al had verwacht, een vertraging van enkele minuten. Het nadeel is dat er meer reizigers in de trein met vertraging meerijden. Zij die anders moeten wachten op hun vaste verbinding, hebben nu het geluk dat ze een paar minuten eerder kunnen reizen. Daarbij wordt het altijd dringen om een zitplaats. Bij aankomst van de vertraagde trein vond ze al snel een zitplaats op het balkon. Andere reizigers liepen door naar een plek in de coupé.

Naast haar nam een oude man plaats. Hij keek haar vluchtig aan, staarde vervolgens een beetje afwezig naar buiten en boog zich lichtjes naar haar toe.
‘Is dit de trein naar Eindhoven?’, vroeg de man.
‘Jazeker. De trein maakt nog een stop in Den Bosch en rijdt daarna door naar Eindhoven.’ informeerde ze de man.
‘Da’s mooi.’ zei hij opgelucht.
Marjolein knikte en met een vriendelijke glimlach op haar gezicht keek ze naar buiten, waar het landschap met een toepasselijke sneltreinvaart aan haar voorbij ging.

Ze voelde dat de man een gesprek met haar wilde aangaan, maar daar had Marjolein even geen zin in, na alle stress van vandaag. De vertraging en het sprintje op Utrecht en de teleurstelling, maakten haar moe. Ze pakte haar e-reader uit haar tas, en startte deze op. Ze las de eerste zin van hoofdstuk 18: Het is gestopt met regenen en de voetbalvelden rond de sporthal liggen er verlaten bij. Ze kon zich niet concentreren. Ze sloot de e-reader af en legde het apparaat op haar schoot. Ze keek de man naast haar aan en vroeg of hij iets leuks ging doen in Eindhoven. De man begon te vertellen dat hij onderweg naar huis was, en vertelde haar over het bezoek aan zijn kleinzoon in Utrecht. Hij had er van genoten, maar de stad Utrecht en haar bewoners vond hij maar vreemd.

Als een echte Brabander, zo zei hij, kon hij nooit wennen aan de ingetogen mensen boven de rivieren. Hij was liever alleen in zijn flatje in de Lichtstad van Nederland, dan dat hij zich omringde met mensen van een andere stad. De man zat op de figuurlijke praatstoel en vertelde over zijn familie en de andere mensen in zijn leven. Ondanks familie en buurtjes in zijn stad, zag en sprak hij ze bijna nooit. De achterstand in het praten met anderen had de man tijdens deze reis aardig weten in te halen. De tijd vloog om en voordat Marjolein het door had stond de trein stil op het station ‘s-Hertogenbosch, waar ze woonde. Met een goedendag liet ze de man achter in de trein.

Korte broek – Run 12

 

Het was vandaag uitzonderlijk voorjaarsachtig weer. Tenminste, die mening was ik toebedeeld. In de middag liet ik mijn collega’s al weten dat als het aan het einde van de dag nog steeds zo mooi weer zou zijn, ik in korte broek ging hardlopen. In de trein checkte ik nog even de buitentemperatuur van Almere en die hing tegen de 10° graden. Reden om in korte broek te gaan hardlopen.

In Almere, onderweg van het station naar huis, moest ik eerst nog even iets voor het avondeten halen bij de Amazing Oriental, waardoor ik iets later thuis aankwam en ik zelf druk creëerde om snel weet buiten te staan. Voor je het weet eindig je het hardlooprondje in het donker. Daarbij raakte ik dit keer geen kostbare tijd kwijt door ergerniswekkend gestoei met mijn running-tights. Geen worsteling bij het in mijn shorts stappen, en gaan!

Eenmaal buiten, compleet in mijn hardloopoutfit, opende ik de Spotify playlist en de hardloop-app. Het was heerlijk weer, zoals verwacht en met discoklanken bij de oren begon ik zonder blessurepijntjes aan mijn run. Mijn planning was 5 kilometers te hardlopen en met mijn ervaring met diverse runs in mijn stad, weet ik uit mijn hoofd welke route ik voor diverse afstanden kan kiezen.

De schemering trad halverwege mijn run toch al rap in, wat overigens weer een mooi gekleurde lucht opleverde. Het was weer fijn om in korte broek te lopen. Alleen aan mijn knieën voelde ik dat het idee van een korte broek misschien iets te enthousiast was geweest, maar na 5 kilometer en nog geen 25 minuten liep ik in rustig tempo de laatste meters naar huis toe. Ik hoop dat het overmorgen weer zo vriendelijk weer is.

Run 12.
Start: 17:42 uur.
Afstand: 5,04 kilometer.
Tijd: 0:24:16 uur.
Tempo: 04:48 per kilometer.
Calorieën: 547 cal.

img_1243