Net terug van de bioscoop. Quantum of Solace. De 22e Bondfilm alweer. Terwijl ik mijn jas ophang merk ik dat ik nog steeds in dat tempo zit. Alsof de aftiteling eigenlijk niet het einde was, maar gewoon de laatste bocht van een achtbaan waar je nét iets te hard doorheen bent gegaan.
Er is al veel over geschreven en gezegd. Over de snelheid, over de kilte, over Daniel Craig die minder charme en meer litteken is. Maar eerlijk gezegd moet ik de film eerst even laten bezinken. Dit is geen Bond die je rustig nipt als een glas goede whisky. Dit is een espresso. Dubbel. Zonder suiker.
Wat vooral blijft hangen is het tempo. De montage van de actiescènes is zo snel dat je ogen soms moeite hebben om bij te blijven. Het knipwerk is nerveus, haast opgejaagd. Achtervolgingen buitelen over elkaar heen. Op daken, op zee, in de lucht. De wereldberoemdste geheim agent lijkt geen seconde rust te krijgen. En wij als kijker ook niet. Het is intens, soms zelfs vermoeiend, maar tegelijkertijd bewonderenswaardig. De film weigert je comfortabel achterover te laten leunen.
Toch vond ik de echte schoonheid niet alleen in die vaart, maar juist in de knikjes naar het verleden. De titelsequentie bijvoorbeeld. Wat mij betreft de mooiste die ik in een Bondfilm heb gezien. De silhouetten, het zwevende lichaam tussen zand en licht, een subtiele verwijzing naar de tijd van Roger Moore. Even voelde het alsof de oude glamour en de nieuwe hardheid elkaar de hand schudden.
En dan de scène met Agent Fields. Levenloos op het bed, bedekt onder de olie. Een onmiskenbare echo van Goldfinger. Zulke momenten zijn cadeautjes voor wie al wat langer meeloopt in het Bond-universum. Je voelt dat de makers weten waar ze vandaan komen, zelfs als ze radicaal een andere toon aanslaan.
Ook de locaties hebben iets klassieks. Exotisch, ruim, met die typische Bond-uitstraling die doet denken aan de jaren zestig. Zonnig en tegelijk dreigend. Stijlvol en gevaarlijk. Het contrast tussen schoonheid en geweld is altijd een van de sterke kanten van de serie geweest, en hier werkt dat opnieuw.
En dan, bijna achteloos aan het einde, het gunbarrel-shot. Bond die zich omdraait, schiet, het scherm dat rood kleurt. Het hoort eigenlijk aan het begin, vind ik nog steeds. Dat ritueel, die vertrouwde opening, is als de eerste maten van een bekend muziekstuk. Maar misschien is het juist passend dat deze Bond de traditie even omdraait. Hij is tenslotte zelf ook nog in wording.
Als ik de film moet beoordelen, kom ik uit op vier sterren. Niet omdat alles perfect is, maar omdat hij lef heeft. Omdat hij durft te breken met verwachtingen. Omdat hij snelheid boven comfort kiest. Dit is geen Bond om gedachteloos te consumeren. Het is er een die je even bij de keel grijpt en pas loslaat als het licht weer aangaat.

Vind-ik-leuk Aan het laden...