Reiziger

Ik heb altijd van reizen gehouden. Al zolang ik me kan herinneren. Niet eens zozeer vanwege de vreemde landen of talen, maar om het gevoel ergens anders terecht te komen. Alsof een andere plek je even losmaakt van jezelf. Misschien is daar ook mijn fascinatie voor geschiedenis begonnen. Want wat is geschiedenis anders dan reizen naar een wereld die niet meer bestaat? Toch waren mijn reizen anders dan die van de meeste mensen.

Ik was een tiener toen ik ontdekte dat ik kon tijdreizen. Misschien was het geen toeval dat het juist toen begon; dat is tenslotte de leeftijd waarop alles verandert. Je lichaam wordt anders, je gedachten worden zwaarder en nachten krijgen een vreemde intensiteit. Terwijl het om me heen in Den Helder stil werd en de lichten achter de gordijnen één voor één doofden, gebeurde er iets met mij wat ik jarenlang onmogelijk kon verklaren. Zodra ik mijn ogen sloot, verdween mijn slaapkamer en stond ik ergens anders. In een andere eeuw. Soms midden in een oorlog, soms aan boord van een schip, kruipend tussen mensen die niet konden vermoeden dat een jongen uit een verre toekomst hen zwijgend observeerde.

De eerste keer dacht ik dat ik droomde. Pas later begon ik te vermoeden dat dromen soms gevaarlijk dicht tegen herinneringen aan kunnen liggen.

Een van mijn eerste reizen bracht me naar het Frankrijk van het jaar 1095. Ik stond op een stoffige vlakte buiten Clermont waar duizenden mensen luisterden naar paus Urbanus II. Hij riep op tot wat later de Eerste Kruistocht zou worden. In geschiedenisboeken lijkt zo’n moment groot en verheven, maar wat mij vooral bijbleef, waren de gezichten. Vermoeide boeren, uitgehongerde mannen, jongeren die hoopten dat God eindelijk betekenis gaf aan hun ellendige bestaan.

Later zag ik Jeruzalem. Niet het heilige decor uit schilderijen, maar een stad van rook, hitte en bloed. Kruisvaarders trokken door de straten. In hun ogen waren geloof en waanzin nauwelijks nog van elkaar te onderscheiden. Ik herinner me vooral de geur. Geschiedenisboeken beschrijven gebeurtenissen, maar nooit de geur van angst, zweet, metaal en brandend hout.

Eeuwen later stond ik weer tussen mannen die dachten dat ze de wereld opnieuw uitvonden. In 1492 bevond ik me aan boord van de Santa María van Christoffel Columbus. Het schip kraakte voortdurend, alsof het zelf twijfelde aan de goede afloop. De oceaan leek eindeloos groot voor mannen die nog geloofden dat er voorbij de horizon monsters leefden.

Columbus zelf verraste me. Niet de heroïsche ontdekkingsreiziger uit de schoolboeken, maar een vermoeide man die voortdurend rekende, doodsbang dat zijn bemanning tegen hem in opstand zou komen. Toen er eindelijk land in zicht kwam, juichte niet iedereen. Sommigen huilden van opluchting, omdat ze wisten dat ze niet op zee zouden sterven.

Wat me het meest is bijgebleven, gebeurde pas uren later: de stilte waarmee de oorspronkelijke bewoners naar de Europeanen keken. Alsof beide beschavingen diep van binnen al voelden dat dit het begin was van iets onomkeerbaars.

Ik was erbij toen de Bastille viel tijdens de Franse Revolutie. Niet midden in de chaos, maar iets verderop, in een straat waar een bakker gewoon brood probeerde te verkopen terwijl de wereld om hem heen instortte. Dat is wat revoluties werkelijk zijn: gewone mensen die proberen normaal te blijven, terwijl de geschiedenis besluit dat het daarvoor te laat is.

Ik zag vrouwen door Parijs marcheren richting Versailles. Ik hoorde het geluid van de guillotine voordat ik hem zag. Geen dramatische klap, maar een droge, bijna zakelijke tik. Alsof de dood efficiënt was geworden.

Een van de laatste grote reizen bracht me naar Berlijn in 1945. De oorlog was voorbij, maar de stad leek nog na te branden. Overal lagen stenen, kapotte muren en uitgebrande voertuigen. Toch zag ik tussen het puin kinderen spelen. Dat vond ik misschien nog het meest indrukwekkende van alles wat ik ooit zag: dat het gewone leven altijd terugkomt, zelfs na het ergste wat mensen elkaar kunnen aandoen.

Jarenlang hield ik deze ervaringen voor mezelf. Hoe vertel je iemand dat je de kruistochten hebt gezien? Dat je de Atlantische Oceaan overstak met Columbus? Dat je in Parijs stond terwijl een revolutie de oude wereld opensneed?

Niemand die het gelooft. En eerlijk gezegd begon ik er zelf ook aan te twijfelen. Want telkens als ik terugkwam, lag ik gewoon weer in mijn slaapkamer in Den Helder. Het licht van de Lange Jaap. Het zachte geluid van de wind. Mijn schooltas op de stoel naast het bed.

En misschien was dat uiteindelijk ook de waarheid. Misschien heb ik nooit door de tijd gereisd en waren het slechts dromen van een nieuwsgierige tiener.  Maar daar is wel mijn liefde voor geschiedenis ontstaan.

U mag reageren.