Winterweer

Het laatste weekend van november, tijd voor ons om hier thuis de kerstspullen van zolder te halen en de inboedel op te tutten. Lichtjes, boom en ballen. Kerst 2016. Het weer buiten werkt prima mee: koude wind vanuit het Noord-Oosten. Dat geeft toch een extra dimensie aan het ‘decembergevoel’.

Met koude, rode neuzen kunnen we thuiskomen van het boodschappen doen. Verkleumd van de kou, en weer warm worden bij de haard van het vuur en de warme chocomel. Terwijl de kerstlichtjes de boom oplichten, pruttelt de erwtensoep op het vuur. Zelf gemaakt, met uitgebakken spekjes, draadjesvlees en nog meer geheime ingrediënten. Echte winterkost. De tijd van shorts en teenslippers liggen dit jaar nu echt achter de rug.

Het laatste Harry Potter-boek ‘Het Vervloekte Kind’ ligt op me te wachten om verder gelezen te worden. Ik heb er geen haast bij, want eenmaal uitgelezen dan is het Potter-verhaal ook echt uit. Misschien kan ik in de loop van de dag de film ‘A Wonderful Life’ opzetten. Als je moeite had om in de decembersfeer kan komen, dan zal je dat je nu zeker wel lukken. Misschien straks nog even snel onder de hoogtezon. De winter is leuk, maar ik heb heimwee naar de afgelopen zomermaanden, en verlang nu al naar de zomer van volgend jaar.

Gezellig

De bus reed net voor mijn neus weg toen ik van zomer vanuit mijn werk bij mijn vorige werkgever in Nieuwegein naar huis wilde reizen. Ik was niet de enige misser van de bus. Een enigszins bejaard echtpaar, dat in de verte op een sukkeldraf had gelopen, die overging in een normale wandelpas toen de bus begon weg te rijden, kwam naast mij staan.
‘Daar gaat-ie,’ zei de man bitter.
De vrouw knikte. ‘Ik zien het,’ zei ze.
De man keek haar aan met een enige verachting.
‘Als jij nou niet zo lang aan dat haar van je had staan friemelen, dan hadden we ‘m gehaald,’ sprak hij.
De vrouw, die klein en gezet was, haalde haar schouders op en antwoordde: ‘Als we gezellig in de stad gaan eten, moet ik mijn haar toch doen. Ik ga er niet als een slons bij zitten, in zo’n restaurant.’
De man schudde geërgerd het hoofd. ‘Maar je hoeft er toch niet zo belachelijk lang over te doen!’
‘Jij hebt makkelijk praten, met je kamerbrede scheiding,’zei de vrouw vinnig. ‘Maar ik heb mijn haar nog en ik wil dat het knap zit als we gezellig in de stad gaan eten.’
‘Dat haar van jou blijft precies eender, wat je er ook aan doet,’ zei de man. ‘Ik heb je wel vijf keer gezegd: dank aan de bus. Maar nee…’
‘Of jij niet teuten kan!’ riep de vrouw. ‘Eer jij ‘s-ochtends eindelijk het huis uit bent en ik een beetje uit de voeten kan, o, ik word soms zeeziek van je.’
De man hief bezwerend de hand op.
‘Dat is heel wat anders,’ sprak hij, op principiële toon. ‘We hebben het niet over ‘s-ochtends. We hebben het over nu. We zullen gezellig in de stad gaan eten. Goed, dan wil ik ook op tijd in de stad zijn, zodat ik me niet hoef te jagen. Ik wil om kwart voor zes op mijn gemak mijn borrel drinken. En ik wil om kwart voor zeven aan tafel gaan. Maar dat kan nu allemaal iet meer, alleen omdat jij…’
‘Ach vent!’zei de vrouw.
Ze draaide hem de rug toe.
Een poosje zwegen ze.
Toen zei de man, weer zo bitter: ‘Voor mij is de lol eraf.’
‘Nou, voor mij ook hoor, als je zo zeurt,’ kefte ze.
‘Ik zeur niet,’ antwoordde de man. ‘Ik zeg alleen de feiten. Als jij niet zo lang aan dat haar van je…’
‘Ja dat weet ik nou wel!’ riep de vrouw.
Ik wist het inmiddels ook.
‘Waar blijft die bus?’ sprak de man, na eindeloos de weg afgetuurd te hebben.
Hij keek op zijn horloge en zei: ‘Ik ga net zo lief naar terug naar huis.’
‘Als je maar weet dat ik geen eten in huis heb,’ antwoordde de vrouw.
‘Waarom niet?’
‘Waarom niet!’ herhaalde ze fel. ‘Ik ga toch zeker niks in huis halen als ik weet dat we gezellig samen in de staf gaan eten. Dat is nu weer echt mannenpraat.’
‘Goed, goed,’ zei hij, quasi berustend. ‘Ik vind alleen…’
‘Daar komt de bus,’ zei de vrouw.
Z|e stapten beiden het eerst in en namen plaats op de voorste zitplaatsen. Toen ik had ingecheckt en hen passeerde, hoorde ik de man zeggen: ‘Ik bedoel, als we nou eens gezellig in de stad gaan eten, moet je…’
Ik ben maar helemaal achterin de bus gaan zitten.

3.32 Miles

Toen en Nu

In Nederland wordt door de omroepvereniging VARA de Amerikaanse comedyserie The Golden Girls op de dinsdagavonden uitgezonden. De serie gaat over vier vrouwen in de herfst van hun leeftijd, die samen in één en hetzelfde huis wonen in Miami. Een 19-jarige jongeman in Den Helder heeft van zijn bij elkaar gespaarde loon een VHS-videorecorder gekocht en neemt braaf iedere week een nieuwe aflevering op. Zo is het dat hij later in 1987 bijna van alle aflevering van het eerste seizoen de dialogen mee kan praten.

Niet wetende dat het synchroon meepraten van afleveringen uit een comedy serie een beetje sneu is, geniet hij wekelijk van de nieuwe hilarische avonturen van de (g)oude(n) dames, en hun -eerder opgenomen, belevenissen. Eén scene uit een van de eerste afleveringen is favoriet en is hem altijd bijgebleven. Hierin vertelt het karakter Dorothy Bzornak, een invalleerkracht, dat ze als een jong meisje enorm veel plezier heeft gehad met haar leerlingen, die ruim 30 jaar jonger zijn. Wanneer ze aan het einde van de dag in haar auto stapt schrikt ze van het beeld dat ze in de achteruitkijkspiegel ziet. Een realiteitsbesef: Ze is echt niet meer zo jong, als ze zich voelt.

Flash Forward: Amsterdam, 2016.

De 19-jarige jongeman van toen is nu 30 jaar ouder, en volgende maand is hij 50 jaar. De jongeman van toen is ondanks zijn belegen leeftijd van nu, toch aangenomen bij een nieuwe werkgever. Bij het bedrijf is het beleid dat iedere nieuwe werknemer diverse trainingen volgt. Zo gebeurt het dat hij samen met jonge stagiaires en studenten de verschillende trainingen krijgt, in de moderne inrichting met veel glas. Naast de behandelde onderwerpen, waar hij al jaren ervaring van heeft opgedaan, is het leuk om tussen de jongeren te zitten.

Tijdens een training, wanneer het buiten zwaar bewolkt is en de regen tegen het raam slaat is er kort een hilarisch moment tijdens de training. De ruimte waar de training wordt gehouden is door het donkere weer buiten, helder verlicht. Nog schuddend van het lachen kijkt de jongeman van toen naar de glazen muur tegenover hem. Het raakt hem. Hij ziet zichzelf en realiseert dat hij niet meer de jongeman van toen is. Meteen denkt hij aan de scene uit de aflevering van The Golden Girls van 1986. Ondanks de schok van realiteit komt er toch een glimlach van herkenning op zijn gezicht.

3.72 Miles

3.32 Miles

Rondjes

De dagen zijn alweer een paar weken aanzienlijk korter. Niet qua uren, maar wel wanneer je het over het daglicht hebt. In het donker vertrekken we naar het werk en in het donker keren we weer thuis. Het is een periode van binnen zitten. Kaarsjes aan. Gezellig.

Wanneer je graag hardloopt is het van belang dat je ‘s-avonds in het donker goed zichtbaar bent. Als ik al van plan ben om in de avonduren te gaan hardlopen, doe ik dit bij voorkeur waar straatverlichting is. Kuilen in de weg zijn onzichtbaar in het donker. Zo weet ik uit ervaring. Dit beperkt toch het aantal kilometers aan hardloopplezier.

Thuis hadden ze al geopperd om naar de sportschool te gaan om een uurtje op de loopband te rennen, maat dat vind ik niks. Moet je toch weer je sportspullen bij elkaar zoeken en die figuurlijke drempel over om naar de sportschool te gaan. Daarom houd ik zo van hardlopen: het is de schoenen aantrekken, en gáán.

Maandagavond heb ik via afstandmeten.nl gezien dat, wanneer ik 4 keer om het stukje weiland voor ons huis loop, dit iets meer dan 5 kilometer is. Eén rondje heeft de omtrek van 1,4 kilometer. Eergisteren heb ik dan toch, ondanks de regenbuien, mijn hardloopschoenen en mijn reflectievestje aangetrokken, en 5 kilometer afgelegd. En ik denk vanavond weer.

3.32 Miles

Geloof

Zijn dochtertje zei laatst iets wat me deed verbazen.
Ze zei: ‘Pap, ik geloof niet in de Sint en z’n Hulpsinterklazen.
Niet in paardenhoefjes op het dak en ook niet in pieterbazen’.
Ach, het moest er ooit van komen, t is toch maar een fase.

Hij zei dat ze gelijk had, maar ze moest hem één ding beloven.
Niks te zeggen tegen kids die wél in de Sint geloven. 

Maar zijn dochter is net als hij, een ieder moet haar mening horen.
Dus dat ze er iets van ging zeggen, wist ik eigenlijk van te voren.
De kinderen in haar kleuterklasje klapperden met hun oren.
De meeste gelovigen begonnen zich aan haar storen.

Iemand die beweerde dat hij niet bestond: daar konden ze niet tegen.
Ze hadden die info immers van huis uit meegekregen.
Waarom zouden hun ouders liegen, hun eigen kinderen bedriegen.
En iemand die anders dacht dan hen… Die zag ze vliegen.

Hij zei nog dat ze gelijk had, maar ze moest hem één ding beloven.
Niks te zeggen tegen kids die wél in de Sint geloven.

Ze waren opgevoed met het idee dat de Sint een goede man was.
Dat je geen cadeautjes kreeg, als je iets slechts van plan was.
Dus de meeste dachten: ‘Ik heb het wel met haar te doen.
Die meid geloof niet in hem en krijgt nu niks meer in haar schoen’.

Ze wilden haar overtuigen, probeerde nog met haar te praten.
Maar één ventje in de klas begon haar toch echt te haten.

Hij geloofde zo sterk in wat zijn ouders hem vertelde.
Dat hij na ’t slechte nieuws meteen bij zijn vader melde.
Die vertelde hem dat er nog hoop was, dat de Sint wel zou verschijnen.
Dat alles echt wel goed kwam, dat dit feest niet zou verdwijnen.

Hij zei nog zo dat ze gelijk had, maar ze moest hem één ding beloven.
Niks te zeggen tegen kids die wél in de Sint geloven.

Het ventje zei niet tegen haar, dat ze zich had vergist.
In plaats daarvan heeft ie naar z’n prikpennetje gegrist.
Heeft fanatiek op haar ingestoken, niet een keer gemist.
Het ventje was helaas, een Sinterklaas-extremist.

En hij zei dat ze gelijk had, maar ze moest hem wel één ding beloven.
Niets te zeggen tegen kids die wel in de Sint geloven.

Politieke leiders, voetbalhooligans, geflipte milieu-activisten.
Niet begrepen jongeren, die steeds achter het figuurlijke net visten.
Katholieken, Christelijken, moslim-extremisten.
Blijf staan waar je voor staat, maar laat je vooral niet kisten.

Maar wat je ook gelooft en waar je ook voor staat.
Het mag nooit zo ver komen, dat je de ander haat.

Anders

Vanmorgen ben ik eerst een rondje gaan hardlopen. Voor mijn gevoel was ik ruim op tijd uit bed, maar toch was het nog vroeg. Dat vind ik wel een voordeel van de wintertijd: de tijd lijkt minder snel te gaan. Niet alleen heb ik al een klein rondje hardlopen erop zitten, mijn eerste werkweek bij de nieuwe werkgever in Amsterdam heb ik ook achter de rug. Na veel nieuwe impressies heb ik daar toch al snel mijn draai gevonden. Qua werkzaamheden, maar ook inzake het reizen. Mijn reistijd is gehalveerd, en dat is een groot voordeel. Ik heb op werkdagen nu anderhalf uur tijd over voor andere dingen.

Nieuw voor mij is de metro in Amsterdam. Hiermee reis ik 10 minuten per dag niet alleen met andere forensen, maar ook met scholieren, studenten en andere, beetje wazige figuren. Deze mensen zijn niet helemaal zijn te plaatsen. In mijn gedachten zijn het leden van de ‘Wiet Watchers‘. Een beetje als die groep van dikkerdjes, maar dan in plaats van dat zij op de kilo’s letten, zijn zij meer bezig met enkele grammen. Verder hebben beide groepen het doel om er lichter van te worden. Maar verder hebben deze mensen geen invloed op het heen en weer reizen, het zijn tenslotte maar 5 minuten per reis, dat ik onderweg ben.

 

3.41 Miles

4.06 Miles

3.41 Miles

Afscheid

Vrijdagochtend. Voor me ligt een overeenkomst met betrekking tot beëindiging van mijn arbeidsovereenkomst. Ondanks dat ik 5 maanden geleden een contract voor onbepaalde tijd heb mogen tekenen, is dan toch het tijdstip van het ontbinden van het contract bepaald. Zoals in de overeenkomst staat vermeld ziet de werkgever zich genoodzaakt om dankzij enkele ontwikkelingen, organisatorische wijzigingen door te voeren.

Het was dan ook geen grote verrassing toen me een maand geleden werd medegedeeld dat er geen werk genoeg meer voor me was. Hierdoor is mijn functie als medewerker credit management komen te vervallen. De overeenkomst heb ik getekend en 31 oktober is officieel mijn laatste werkdag. Aangezien ik nog genoeg verlofuren over heb, heb ik vrijdagmiddag voor een laatste keer de deur achter me dichtgetrokken.

Een periode ligt achter me en ondanks het voorstel, dat ik van de week van mijn werkgever kreeg, om eventueel de komende periode in part-timedienst te blijven werken, heb ik de keuze gemaakt om elders werk te vinden. Het waren even twee spannende weken, maar ik ben blij -en opgelucht, dat ik met ingang van 1 november (aanstaande dinsdag) bij een andere werkgever full time aan het werk mag gaan in onze hoofdstad, Amsterdam.

Natuurlijk is een vertrek na ruim een half jaar minder leuk. ‘Afscheid nemen is een beetje doodgaan.’ zeggen de Fransen, en de drama queens. Zo blijkt ook wel uit de berichtjes die ik van collegae mocht ontvangen. ‘We hebben veel gelachen en ik ga je missen!’, ‘Ik ga je missen én vooral je droge humor! Ik hoop dat je een leuke uitdaging vindt in je nieuwe baan,’ en ‘Gemist zal je zeker worden. Je droge humor enneh, meer kan ik niets verzinnen. Heel veel succes en laat af en toe iets van je horen.’ Natuurlijk zal ook ik mijn -bijna, ex-collegae missen, maar ik zal zeker nog van me laten horen. Zo makkelijk komt men niet van me af.

 

3.13 Miles