Tatoeage

Wanneer u nu, op deze Koningsdag van 2019, naar buiten kijkt, geeft het niet het vermoeden dat we een week geleden, met Pasen, heerlijk zomerachtig weer hebben gehad. Even leek het erop dat deze zomer, net als vorig jaar in april ging beginnen, maar het mag niet zo zijn. Maar wie weet! Over een paar dagen kan het alweer mooi en zomerachtig weer zijn. We moeten de meteorologen goed in de gaten houden.

Het was wel weer even wennen, dat mooie weer. En dan vooral het wennen aan de Nederlanders en hun rare zomerrituelen. Alsof sommige mensen er op zaten te wachten. De completer zomergarderobe wordt tevoorschijn gehaald. Bij de eerste zonnestralen worden de benen meteen in shorts gestoken. De shirts worden mouwloos gedragen en de slippers worden aan tenen gehaakt.

Dat is voor mij een nadeel van het onverwachte mooie weer. Ik zie ongevraagd de onbedekte lichaamsdelen, die ik gewoon bedekt wil zien. Daarvoor is tenslotte de mode  uitgevonden. Bedek de armen, benen en vooral voeten met een leuk, trendy tenue. Ik kan me voorstellen dat wanneer je honderden euro’s hebt besteed aan een mooie tatoeage, je dit wilt delen, maar voor mij hoeft het niet.

Zo was ik van de week verbaasd over een lelijke tatoeage van een mevrouw in de metro. Ik kon niet wijs worden over de afbeelding die in haar onderarm was geprikt. Het leek op een grote blauwe plek en toen ik zo onopvallend mogelijk de moeite nam om de afbeelding beter te bekijken bleek het ook daadwerkelijk een blauwe plek te zijn.

Nu ben ik hoe dan ook niet de persoon die mensen aanspreekt op een tatoeage, zo van: ‘Nou, dat is wel een heel mooi plaatje dat je daar hebt laten prikken.’ Ik bewonder, of verafschuw de tatoeages die ik bij de mensen zie in stilte. Dit heb ik ook zo’n beetje met blauwe plekken. Daar spreek ik de mensen ook niet op aan.

Ik ben dan toch een beetje bang voor het antwoord, want een mooi verhaal over een grote blauwe plek zal het niet worden. Het zal misschien veroorzaakt zijn door een ongelukkige val, maar eerder nog is er een gewelddadige klap geïncasseerd, en daarom heb ik van de week de mevrouw in de metro toch maar niet aangesproken. Stel je voor dat zij daar niet van gediend was, en dat ze zelf losse handjes heeft, dan had ik nu ook met een blauwe plek Koningsdag mogen vieren.

Run 29 & 30

Omdat mijn hardloop-app crashte tijdens mijn run, wordt deze run in tweeën gesplitst. Handig is het niet, maar het is niet anders. Hieronder zal ik de gegevens als één run weergeven. Na een heerlijke eerste Paasdag bij familie, was het even wennen om deze tweede Paasdag hardlopend te beginnen.

Ik had een beetje last van lichamelijke strammigheid, omdat ik afgelopen zaterdagmiddag een tweetal muren van een nu te creëren logeerkamer te behangen. Het op- en afstappen van het krukje met een baan vliesbehang in de lucht houdend, doet iets met het oude lichaam van mij. Ik ben zeker geen 25 jaar meer.  Dat merk ik nu ook, na een middag van het behangen van de overige muren. Gelukkig ben ik er nu klaar mee.

Run 29 & 30.
Start: 07:54 uur.
Afstand: 5,00 kilometer.
Tijd: 0:24:42 uur.
Tempo: 04:55 per kilometer.
Calorieën: 508 cal.

img_1864

Run 27

De eerste run, na de Halve van Den Helder. Het viel me mee. Tijdens het hardlopen voelde ik de pijntjes wel, maar na het rondje hardlopen had ik minder last van mijn knieën, enkels en pezen. Toch nog ergens goed voor geweest!

Run 27.
Start: 17:36 uur.
Afstand: 05,06 kilometer.
Tijd: 0:25:00 uur.
Tempo: 04:56 per kilometer.
Calorieën: 550 cal.

img_1596-1

Halve van Den Helder

De Halve van Den Helder. Deze jaarlijkse run in april heeft me geen slapeloze nachten bezorgd, maar er zijn momenten geweest waarbij is twijfelde of ik het wel zou halen om een halve marathon te lopen. Zondagmiddag heb ik besloten de organisatie te mailen met de vraag of ik mijn inschrijving voor de 21 kilometer kon omzetten, naar de 13,7 kilometer. Dit bleek niet nodig, ik kon na ±10 kilometer bij de splitsing tussen de twee afstanden zonder probleem de korte route kiezen. Met die geruststellende gedachte ben ik gisterochtend naar Den Helder afgereisd.

Om 12:00 uur klonk het startschot en liep ik tezamen met mijn neef Rick en honderden anderen over de oude Rijkswerf, richting het rondje Den Helder. Ik was heel benieuwd hoe deze run zou gaan, mede omdat mijn laatste run, ruim een week geleden, totaal geen succes was. De teleurstelling kwam na een paar honderd meter. Ik voelde pijn in mijn linkerscheenbeen en besloot iets langzamer te lopen. Ik wist dat wanneer ik de 5 kilometer was gepasseerd, ik de pijn er wel zou uitlopen.

Dit bleek -gelukkig- zo te zijn. Na 6 kilometer te hebben gelopen, was de pijn weg en kon ik weer in mijn vertrouwde tempo terugkomen. Het lopen ging me goed af en ging vol goede moed verder. Bij de vuurtoren van de start, ging het parcours richting het oosten en hadden we een flinke wind tegen. Het waait altijd in Den Helder, maar deze wind was een gemene, koude wind. Om het tempo te handhaven kostte mij veel energie, en naar 10 kilometer besloot ik een stukje te wandelen.

Hoe opmerkelijk zijn de supporters in Den Helder. Ik zeg het al jaren; het Helderse publiek zijn vreemde supporters. Ze moedigen alleen de mensen aan, die ze persoonlijk kennen (ons kent ons) en de rest wordt genegeerd. Tijdens mijn wandeling liep ik langs een groep van 10 mensen en niemand die mij wist aan te moedigen om weer te gaan hardlopen. Totdat een oudere vrouw riep: ‘Kom op nummer 11, je bent er bijna!’ Deze aanmoediging had ik echt nodig om weer verder te gaan met hardlopen.

Het laatste stuk over de Weststraat liep ik uit de wind en dat ging me voortreffelijk af. De laatste honderd meters op de oude Rijkswerf, voor de finish gaf ik dat beetje energie wat ik nog in me had en liep na 1 uur en 7 krappe minuten over de finish.

Run 26.
Start: 12:00 uur.
Afstand: 13,70 kilometer.
Tijd: 1:07:29 uur.
Tempo: 04:56 per kilometer.
Calorieën: 1.433 cal.

img_1480

Jeremiëren

Door een gebroken bovenleiding reden er dinsdagochtend bijna, tot geen treinen. Ik had die ochtend al vroeg op mijn app gezien dat mijn eigen treinreis kwam te vervallen. Daarom besloot ik een trein eerder te nemen. Snel tandenpoetsen en de deur uit. Op het station aangekomen merkte ik dat alle geplande treinreizen waren vertraagd of waren komen te vervallen. Het aantal mensen op het perron was veel. Het aantal emoties nog meer.

Veel gestrande reizigers kreunden, steunden, mopperden en vloekten. Ik baal ook van vertragingen, maar ik weiger om er chagrijnig van te worden. Het voegt niets toe en het lost ook niets op. Ik hoorde een paar mensen op samenzwerende toon zeggen dat er pas weer na 11:00 uur treinen gingen rijden. Welke memo heb ik niet ontvangen, vroeg ik mezelf af, en overwoog een misschien halve dag vrij te nemen. Deze gedachte liet ik varen toen er tot ieders verrassing een trein het station inreed.

Ik besloot, net als de rest van de meute, om ook in deze trein te stappen. In een overvolle trein (ik zag, ik rook, ik proefde, ik hoorde èn ik voelde de diverse aura’s van mijn medereizigers) en met een omweg van 2 uur, kwam ik laat op mijn werk aan. Het viel me mee, ik was maar een half uurtje te laat. Dat is dan weer het voordeel van vroeg van huis gaan, en ik zei tegen mezelf dat het zo best wel was meegevallen.

Gistermiddag stond ik op station Amsterdam-Zuid te wachten. Door werkzaamheden aan het spoor heeft een lijndienst de afgelopen weken niet gereden. Dit moet vanaf volgende week weer als vanouds gaan. Tot vandaag rijdt er 2 keer per uur een trein naar Almere. Door die werkzaamheden gebeurt het meer dan eens dat een trein vaak en minimaal 5 minuten vertraging heeft. Of langer. En ook hier geldt weer: ik vind het niet leuk, maar ik laat het mijn humeur niet beïnvloeden.

Dit in tegenstelling tot sommige van mijn medereizigers. Gisteren had de trein van 17:12 uur naar Almere een vertraging van 10 minuten, wat opliep tot maximaal 15 minuten. Dit tot groot ongenoegen van een medereizigster die schuin naast mij op het perron stond. Zij stond er een partij te mopperen tegen iedereen die het maar wilde horen, en iedere keer wanneer ze de app van de NS vanachter haar donkere bril checkte, begon ze weer opnieuw te jeremiëren.

In de 15 minuten van vertraging hield ze niet op met haar gefoeter. Alsof deze negatieve houding positieve invloed had op de aankomst van de trein. Ik moest er een beetje om grinniken. Bij het instappen van de trein, die maar 14 minuten later aankwam, was het drukker dan normaal, qua reizigers, en wilde iedereen dringend in de trein stappen. Ik kon me slinks nog net een zitplaats bemachtigen, maar de vrouw met de donkere bril heeft tijdens de reis, tot aan Almere Centrum staand staan mopperen.

Hans

Het is de nacht van zaterdag op zondag. De wintertijd heeft zojuist plaats gemaakt voor de zomertijd. Om 05:50 uur, nieuwe tijd, gaat mijn mobiele telefoon. Nog voordat ik weet wie er belt, weet ik waarom er wordt gebeld. Het gaat om mijn zwager Hans. Nadat ik heb opgenomen, hoor ik de emotionele stem van mijn jongste zus. Ik heb gelijk, maar ik wens dat ik geen gelijk had. De rest van de nacht slaap ik niet meer.

Mijn zwager Hans, de man van mijn oudste zus, is overleden. Hij kwam al sinds 1970 -toen ikzelf 3 jaar oud was, bij ons thuis over de vloer. Ik kan niet anders zeggen dat Hans mijn hele bewuste leven aanwezig is geweest. Tot aan de laatste dag van maart, 2019. Ik weet niet wat ik voel, en van wat ik voel, weet ik niet hoe het hoort te voelen. Ik ben in de war. En verdrietig.

 

img_1072_facetune_03-04-2019-20-02-00

Bleh

De run van vanmorgen was geen succes. Ik wilde minimaal 12 kilometer hardlopen om te zien of de halve marathon die volgende week zondag op mijn agenda staat, voor mij haalbaar is, en ik twijfel nog steeds. Ik heb de geplande afstand wel gehaald, maar ik heb enorm last van mijn knieën gehad en mijn achillespezen deden ook niet zo helemaal spontaan mee. Daarbij heb ik vanmorgen meer dan eens moeten wandelen in plaats van te kunnen hardlopen. Misschien moet ik dit keer meer realistisch dan optimistisch zijn, en ga ik volgende week zondag, tijdens mijn eerste officiële run ‘maar’ 13 kilometer gaan hardlopen?

Run 25.
Start: 08:02 uur.
Afstand: 12,80 kilometer.
Tijd: 1:04:00 uur.
Tempo: 05:00 per kilometer.
Calorieën: 1.389 cal.

img_1181

Diva’s

Tijdens onze bezoek aan Parijs afgelopen weekend viel het me op dat een stad van dit formaat altijd in leven is. Nu was het dit keer wel heel opmerkelijk, omdat ons laatste bezoek aan de Franse hoofdstad in 2010 plaatsvond. Sommige dingen veranderen nooit. Zo blijft de Eiffeltoren een toren aan de Seine. Maar ondanks dat is er intussen wel iets veranderd. Zo is de toren niet zo toegankelijk meer dan voorheen. Het monument is omheind door een glazen wand en is voor haar bezoekers alleen nog toegankelijk om door de beveiligingspoortjes te lopen. Nadat je de inhoud van jas en tas aan de mannen van de beveiliging hebt laten zien.

Het zijn de moderne tijden van de afgelopen negen jaar die de stad hebben veranderd. Het is jammer, je wordt aan de littekens die Parijs heeft opgelopen herinnert. Het dak op Tour Montparnasse is inmiddels ook voorzien van glazen wanden en het gevoel dat je bovenop de 210 meter over Parijs kunt kijken en bovenop de hoge toren staat, wordt door het glas ontnomen. Gelukkig blijven de andere zaken die de hoofdstad bijzonder maken, gelijk. Het metrostelsel onder de stad is nog steeds een prima vervoersmiddel,. Zodra je weer weet hoe het werkt.

Het stadspark Jardin de Luxembourg is ook nog steeds hetzelfde gebleven. De oase van rust. Niet in de zin dat het er rustig is, er zijn altijd mensen in het park. Of ze zitten er heel relaxt in een van de vele stoeltjes langs de vijvers of ze zijn druk met andere activiteiten in het gras en onder de bomen. Het is er vooral genieten. Van de onthaasting en van de mensen die er rondlopen. En dan realiseer je dat het stadspark ook niet helemaal meer is zoals het een paar jaar geleden was.

De oude, kleurrijke Parisiennes lopen niet meer door het stadspark. De diva’s van weleer zijn uitgestorven. Letterlijk. Een decennium geleden paradeerden ze met valse trots en te veel make-up op door het stadspark. Met het opgeheven hoofd, inclusief de gekleurde, scheve kapsels. Op de afgedragen hakjes, in korte rokken en de iets te versleten bontjasjes. Afgelopen weekend heb ik ze niet gezien. De senioren van vandaag lopen in stevige stappers met klittenband. Het haar keurig gekapt in pittige, grijze lokken en de benen gestoken in degelijke pantalons. En dat is hun goed recht, maar toch mis ik de diva’s die binnensmonds in het Frans liepen te mopperen en daarbij het opgemaakte gezicht verscholen achter een te grote zonnebril. De vergane glorie is echt vergaan.

 

Un Petite Rond

 

Vanmorgen, voordat we weer terug reden naar Nederland, heb ik nog even snel een rondje gedaan. Hoewel het woord snel weggelaten kan worden. Ik wilde een rondje Sacre Coeur lopen en daarbij het pleintje van Montmartre meenemen, maar door de tientalle trappen en honderden traptreden ging dit in een niet zo vlot tempo.
Peu importe..!

Run 23.
Start: 06:52 uur.
Afstand: 03,14 kilometer.
Tijd: 0:20:38 uur.
Tempo: 06:34 per kilometer.
Calorieën: 373 cal.

img_0697

Parijs

Ik ben vandaag extra vroeg opgestaan om tijdens mijn hardlooprondje het ontwaken van Parijs mee te maken. De straatverlichting brandt nog wanneer ik het hotel uitloop, en het is mistig. Hierdoor ontstaat er een geheimzinnige sfeer in de Franse hoofdstad. Ik start de hardloop-app om mijn nieuwe iPhone en loop richting de Seine.

Ik heb het plan om vanuit het hotel aan Rue de Maubeuge naar de Eiffeltoren te lopen. En weer terug. Op mijn gevoel loop ik naar L’Opéra. De vuilnismannen zijn druk met het legen van de volle containers en ik spring over enkele zwervers die onder karton op het trottoir liggen. Wanneer ik bij Opera Garnier aankom, loop ik naar het zuiden, richting Place de la Concorde.

Tenminste dat denk ik. Het duur even voordat ik daar aankom. Wanneer ik op mijn iPhone via de navigatie wil kijken waar ik ben, herken ik het gebouw waar ik tegenover sta. Het is het Louvre. Ik vloek binnensmonds, omdat ik nu met een omweg naar de Eiffeltoren mag hardlopen. Ik ren over het pleintje voor het museum en schiet snel een foto van de glazen piramide in de verte.

Eindelijk ben ik aangekomen bij de Seine. Door de mist kan ik niet veel van de omgeving zien. Zo zie ik bij Place de la Concorde het einde van het plein niet. Ik ga door naar het westen. Het hardlopen gaat lekker. Ik loop niet heel snel, dat komt vooral doordat het wegdek veel oneffenheden kent, en ondertussen ben ik op zoek naar mijn referentiepunt. Deze zie ik eindelijke wanneer ik er 100 meter vanaf loop.

Rechts van mij herken ik het Trocadéro en aan de overkant van de brug staat de Eiffeltoren in de mist op mij te wachten. Hoe vaak ik ook in Parijs kom, het hoge gebouw dat in 1889 werd geopend, maakt op mij altijd een imposante indruk. Ook nu, wanneer ik alleen de grote poten van de toren kan zien. Ik pauzeer mijn hardloop-app en neem een paar foto’s.

Ik verbaas me enigszins over de glazen omheining die de omgeving rondom de toren insluiten, maar veiligheid voor alles. Ik heb het wel gezien en besluit de toren later op de dag nogmaals te bezoeken. Ik ren in een vlot tempo langs de Seine terug naar het negende arrondissement waar mijn hotel is. Via Place de la Concorde en Boulevard des Capucines weet ik de weg naar het hotel. Lichtelijk moe, maar voldaan loop ik met een vrolijke ‘Bonjour’ langs de receptie van het hotel.

Run 22.
Start: 06:02 uur.
Afstand: 10,72 kilometer.
Tijd: 0:53:59 uur.
Tempo: 05:02 per kilometer.
Calorieën: 1.185 cal.

Parijs

Parijs, vijf uur in de ochtend. De zon is nog niet op, maar het belooft een mooie dag te worden. Ik voel me de koning te rijk wanneer ik hardloop over het Place Dauphine, op Île de la Cité in de Seine. Waar de Notre Dame al sinds de twaalfde eeuw ernstig imponerend staat. Verderop, bij de Moulin Rouge, aan de Place Blanche ziet de straat bleek. Een melkboer levert aan supermarkten en de straatvegers, gewapend met hun bezems, zijn druk. Het is vijf uur, Parijs ontwaakt.

In het achttiende arrondissement van Parijs maken de mensen zich op voor weer een nieuwe dag. Travestieten scheren het gezicht glad en de stripteaseuses gaan gekleed over straat. Onderweg naar huis. Gekreukeld beddengoed achterlatend, net als de minnaars. Vermoeid met een glimlach op de mond in de doodse kamertjes, waar een paar uur geleden nog de lust en het leven de boventoon voerde. Het is vijf uur, Parijs ontwaakt.

Kleine kopjes op schotels zijn gevuld met zwarte koffie en in de cafés worden de glazen na een lange nacht weer schoongepoetst, waarin de koffiekopjes de warme drank afgespiegeld verdampen. In de buurt van boulevard Montparnasse kan je vanaf de hoge gelijknamige toren met gemak het station zien. Het is als een kaal karkas, gelijk de bewoners van Cimetière du Montparnasse. Het is vijf uur, Parijs ontwaakt.

In de voorsteden staan de forensen op de stations en in het grootse park La Villette ten noordoosten van Parijs wordt door haar bezoekers het spek op een van de grasvelden aangesneden. Nachtelijke bezoekers van de stad zoeken de bus op en de bakkers bakken in hun kleine bakkerijen de befaamde stokbroden voor het ontbijt van de bewoners en bezoekers van de stad. Het is vijf uur, Parijs ontwaakt.

In het zevende arrondissement staan de in beton gegoten ijzeren poten van de Eiffeltoren nog in de schaduw van de omringende gebouwen en ten noorden van deze wereldberoemde toren, in het achtste arrondissement, wordt de Arc de Triomph weer omringt door het uitdijend verkeer. Rij vanaf hier de Champs-Élysées af naar de Place de Concorde, waar de Obelisk fier overeind staat bij het aanbreken van een nieuwe dag. Het is vijf uur, Parijs ontwaakt.

De kranten zijn gedrukt en op het trottoir achtergelaten voor haar lezers, de arbeiders hebben voor vandaag huis en haard achtergelaten en lezen bedrukt de krant. De mensen in de stad ontwaken en in de vroege uren voelen ze zich meer geslagen en gekweld. Voor mij is dit het moment om huiswaarts naar mijn hotel te gaan. Daar waar mijn man wacht en ik mijzelf kan zijn. Het is vijf uur, Parijs ontwaakt.

Het is vijf uur. Ik heb mijn rondje gelopen.

Boos

Op het Molenpad bij de Keizersgracht in Amsterdam zie ik tijdens een wandeling door het centrum een klein vrouwtje in een stenen raamkozijn zitten. Het raam is klein en smal met een paar tralies. Het vrouwtje zit voor de tralies en is zelf kleiner, want wanneer ze een normaal postuur heeft gehad, had ze nooit in het kozijn kunnen zitten. Ze zit er met haar armpjes over elkaar en kijkt een beetje nukkig voor zich uit. Dit gegeven, en haar kleine postuur -ze is nog geen 50 centimeter hoog- maakt mij nieuwsgierig, en ik trek de figuurlijke stoute schoenen aan.

‘Goedendag, is er iets aan de hand? U kijkt een beetje sikkeneurig,’ zeg ik met mijn meest vriendelijke stem. Het vrouwtje kijkt boos op. Mijn vriendelijkheid wordt niet door haar gewaardeerd.
‘Zeg! Bemoei jij je even lekker met je eigen zaken,’ bitst ze mij terug en vindt in mijn vriendelijke begroeting de aanleiding tot verder getier. ‘Ik raak een beetje geïrriteerd van het werk dat ik iedere nacht mag doen.’
Het vrouwtje draagt het blonde haar in een staartje en verder draagt ze een strak, lila tenue. Hierop een lichtgroen ponchootje over de schouders en zilveren laarsjes aan de voeten. Maar ze blijkt minder sprookjesachtig dan dat haar kleding mij doet geloven. Ze kijkt me aan alsof ik de oorzaak van al haar leed ben, en nog voordat ik kan vragen wat haar werk zo zwaar maakt, begint ze weer.

‘Iedere nacht mag ik tanden en kiezen van kleine kinderen verzamelen, en in ruil daarvoor krijgen deze tandloze kids een traktatie van hun ouders. Waren de kinderen vroeger nog tevreden met een beetje geld, wordt nu mijn goedheid ondermijnd door de ouders, die buiten proporties denken! Dat varieert van traktaties om mee te pronken tot belachelijk en jaloersmakende cadeaus. Man, ik ben er zó klaar mee.’
Ik kijk haar aan. Ze kijkt boos en gefrustreerd terug. Haar schouders hangen. Alsof ze de strijd al heeft opgegeven. Ik ben slecht in het lezen van lichaamshoudingen, want ze gaat rechtop zitten en tiert verder.

‘Echt, ik zeg het je. Ik ben nu zoveel langer bezig dan wanneer ik alleen muntstuk onder het kussen kan achterlaten. Op deze manier kom ik tijd te kort en iedereen verwacht maar dat ik al het werk in 1 nacht kan doen.’
Ik knik bevestigend en probeer haar een beetje tegemoet te komen. ‘Het lijkt me ook niet echt makkelijk om alles in je eentje te moeten doen.’
Ze kijkt naar me met een blik van “je-bent-niet-goed-bij-je-hoofd”, en ik heb gelijk.
‘Ben je wel goed bij hoofd?’ vraagt ze mij geïrriteerd. ‘Natuurlijk doe ik dit werk niet in mijn eentje. Niemand redt het om in één nacht een paar honderd kinderen te bezoeken. Ik ben toch zeker Sinterklaas niet?’

Ik besluit niets meer te zeggen. Ik heb het idee dat alles wat ik zeg wordt weerlegd met een spraakwaterval, waarbij het beledigen van anderen heel normaal is. Maar mijn zwijgen weerhoudt het kleine vrouwtje niet om door te gaan met schelden.
‘Ik heb er wel 32 muntstukken voor over om bij die idiote ouders al hun tanden en kiezen uit hun bakkes te slaan! Dan heb ik in één vuistslag mijn target gehaald!’
Licht geschrokken van deze agressiviteit, stap ik weg, de Keizersgracht op. Het is een klein vrouwtje, maar de felle boosheid is enorm.

‘Hé,’ roept ze mij na, wanneer ik wegloop. ‘Waar ga je heen? Kom terug!’
Ik negeer haar. Ik heb geen zin meer in de felle vermaning, en het is mijn vrije dag. Die wil ik beter besteden dan naar het luisteren van een verdicht persoon. Na een paar meter heeft ze me bijna ingehaald en haalde ze uit naar een van mijn broekspijpen.
‘Ik zei hé,’  roept ze me na. ‘Waar ga je heen? Ik ben nog niet klaar met jou!’
Wanneer ze een broekspijp te pakken heeft en in mijn benen wilt klimmen, schud ik haar van me af. Ze valt hierbij een paar meter verder op de grond, naast een transformatorzuil, bedekt met opzichtige reclameposters.

Snel staat ze weer op en met haar kleine, graaiende handjes uitgestoken rent ze op me af. Ik recht mijn rug, zet beide voeten stevig op de grond en wanneer het gewelddadige vrouwtje op een meter afstand van mij is, geef ik haar een berekende schop. Met een uitgestoten en schriele schreeuw vliegt ze in een mooie boog richting de gracht en belandt ze met een plons in het water. Ze komt meteen weer bovenwater waarbij het groene ponchootje half over haar gezicht hangt. Ondanks dat ze bijna verdrinkt blijft ze non-stop tekeer te gaan en slaat ze daarbij met haar vuisten op het wateroppervlak. Ik haal mijn schouders op en loop weg. Wanneer ik langs de gracht wandel, richting de Leidsestraat, hoor ik haar nog foeterend tekeer gaan.

HIIT Not.

Na een week van stormachtig weer ben ik vanmorgen gaan hardlopen. In mijn enthousiasme wilde ik en high intensive interval training (HIIT) tijdens mijn loop inplannen, maar toen ik ruim 3 kilometer had gelopen en eenmaal een flinke wind tegen had, heb ik dat idee laten varen. Heel even heb ik bij de opgang boven de Hoge Ring een intensieve sprint gedaan, waarbij ik na zo’n 40 seconden echt moest bijkomen van deze inspanning. Ik heb hiermee overigens (volgens Strava) een persoonlijk record gelopen en het blijkt nu dat dit -tot nu toe- de snelste tijd van het jaar te zijn, op dit kleine traject in Almere (van geregistreerde Strava-gebruikers).

Run 19.
Start: 07:38 uur.
Afstand: 7,09 kilometer.
Tijd: 0:34:33 uur.
Tempo: 04:52 per kilometer.
Calorieën: 770 cal.

img_2093

Onderweg

De trein staat stil op station Duivendrecht. Enkele reizigers stappen uit en er stapt een jongen van rond de 20 jaar in de trein. Hij is druk in gesprek met een voor ons onzichtbare gesprekspartner. Mijn ogen blijven gericht op mijn telefoonscherm, maar mijn oren luisteren stiekem mee naar wat de jongen heeft te melden. Hij vertelt enthousiast wat hem vandaag is overkomen. Hij houdt hierbij het witte snoertje van zijn oordopjes met zijn vingertoppen fijngevoelig vast.

Hij heeft vandaag een vertrouwenscursus gehad. Het standaard vertrouwensverhaal wordt verteld. Alle kandidaten op deze cursus moesten zich met het volste vertrouwen achterover laten vallen, in de armen van de andere cursisten. Hij vond het echt fokking vet, en hij vertelt enthousiast verder over de andere geleerde handelingen op cursus. Om te weten of de voor ons onzichtbare gesprekspartner wel oplet, beëindigd hij elke zin met de 3 woorden: ‘weet je wel?’ Ik weet het inmiddels ook.

Op een gegeven moment schelt er een hoog aanhoudend gepiep uit zijn oordopjes. Zelfs ik en andere reizigers schrikken ervan. Hij ervaart het zeer waarschijnlijk als een enorme aanslag op zijn gehoor, en geschrokken roept hij wat de fokking hel er aan de hand is. We vernemen even later uit het gesprek dat het de kookplaat van het fornuis van de voor mij onzichtbare gesprekspartner is. De jongen geeft hem het vertrouwelijke advies om bij het koken alles goed voor te bereiden.

‘Je moet zorgen voor een goede mise-en-place’, klinkt er bijna wijs uit zijn mond. Hij spreekt het uit met een Almeers accent uit. Missanplas. Het gesprek loopt ten einde. De spreker aan de andere kant van de verbinding heeft de focus verplaatst naar het kookplaat. Er klinkt luide muziek uit de oortjes. Het zijn hedendaagse, vette en zware beats, waar een man van mijn leeftijd niet op kan dansen zonder verdacht te worden van een epileptische aanval te hebben.

Verveeld draai ik met mijn ogen en mijn gezicht draait naar het raam. Het zicht naar buiten is wazig. Een vette afdruk van een voorhoofd, zeker van een persoon die voor mij op deze plek in de trein heeft gezeten, ontneemt me een helder uitzicht. Door de vetvlek heen zie ik in de verte de skyline van Almere, en even later rijdt de trein het station van Almere Centrum in.

Star Trek

Toen het Star Trek-hardloopshirt net op de markt kwam (februari 2014) was ik niet in de gelegenheid om het aan te schaffen. Financieel zat het even niet mee en het was destijds alleen mogelijk het te kopen via de website van Star Trek zelf, waar het met onderstaande tekst aan de man werd gebracht.

“OK, Starfleet cadets, it’s time to start running. And if you’re going to start running, you should do it in style. And to do it in style, that means sporting a Star Trek Cadet Running Shirt. Available now in the Star Trek Shop, the Cadet Running Shirts come in four colors (blue, yellow, green and orange), feature the Starfleet insignia on the front and the Star Trek logo (on the front bottom), and are made of lightweight, moisture-wicking fabric that is soft to the touch.”

We zijn nu 5 jaar later en heb ik eindelijk mijn eigen Star Trek hardloopshirt via eBay kunnen kopen. Inmiddels is het op mijn huisadres geleverd en heb het meteen aangetrokken. Het is altijd afwachten met online-aankopen. Valt een kledingmaat groot of klein uit? Ik kan gelukkig melden dat het hardloopshirt me prima past! Anders had ik een vriend of familielid blij kunnen maken. Maar dat is niet van toepassing. Nu moet ik alleen nog wachten op iets warmer weer, want het is een hardloopshirt met korte mouwen. Ik overleef dat wel. Wanneer ik 5 jaar heb kunnen wachten, dan lukt me die paar extra weken ook.