Jip en Jammer

“Wanneer gaan we naar de Hema?”
“Hoezo? We zijn laatst nog geweest.”
“Ik wil iets van Jip en Janneke kopen.”
“Voor jezelf?”
“Ja. Voor mezelf.”
“Oké, prima.”

“Wist je dat Annie M.G. Schmidt de schrijfster is van Jip en Janneke?”
“Wie?”
“Annie M.G. Schmidt. Van de musicals en televisieliedjes.”
“Zegt me niets.”
“Cultuurbarbaar. Ze deed vroeger heel veel voor het amusement.”
“Ja hoor, whatever.”
“Nou, ik dacht een leuk weetje met je te delen.”
“Het zal mij boeien dat die Annie de Hema heeft opgericht.”

Home Alone

Edo, mijn beste vriend, mijn echtgenoot, mijn maatje, is samen met zijn zus op familiebezoek naar Bali. Voor ongeveer 12 dagen is hij weg en vertoeft hij, samen met familie, 10.050 kilometer van Nederland vandaan in de tropische omgeving van Indonesië. Het is hem gegund. Ik vermaak me prima (tot nu toe; dag 2) in mijn Home Alone-situatie. De katten heb ik wel om mij heen, maar daar kan ik geen praatje mee maken. Doe ik dat wel, dan zijn de antwoorden toch hersenspinsels van mijzelf.

Het is momenteel de langste periode van elkaars afwezigheid in de 25 jaren waarin wij elkaars beste maatjes zijn. Niet dat het erg is, want we weten dat ook aan deze iets langere periode van het niet samenzijn een einde komt. Geen reden voor mij tot oproep van medelijden of mededogen. I am doing okay. Het alleen-zijn heeft natuurlijk ook wel een paar voordelen: Heb ik trek in patat, dan laat ik het bezorgen. Wil ik een horrorfilm zien, dan kijkt er niemand angstig mee.

Je moet jezelf een beetje kietelen op de momenten dat je jezelf een beetje alleen voelt. De aanschaf van een Sonos Play:1 is dan altijd een goed excuus, en verantwoord. De minispeaker was namelijk in de aanbieding. Hiep hoi. Misschien is het een mannending om de aanschaf van een gadget te vergoelijken, omdat het in de aanbieding is, maar ook omdat je het jezelf op dit moment enorm gunt. En momenteel is er niemand aanwezig om mij te zeggen dat het een slecht idee is.

Inmiddels heb ik vernomen dat broer en zus zich prima vermaken op Bali. Ze hebben aan de rand van het zwembad gelegen en zijn er op uit gegaan om speciale koffie te drinken. Luwak-koffie. Deze koffie is bijzonder omdat de rauwe koffiebonen door een loewak, een civetkatachtige, worden opgegeten en daarna via het darmkanaal weer wordt uitgeworpen. Nieuwsgierig ben ik op zoek gegaan naar wie ooit als eerste op het idee kwam om rauwe koffiebonen aan een loewak te voeren?

Een korte Googlezoektocht leerde mij dat toen de koffieproductie in de 18e eeuw in Indonesië op gang kwam, de koffieconsumptie voor het gewone volk onmogelijk was. De enige mogelijkheid om aan koffiebonen te komen, was om deze uit  de uitwerpselen van de civetkatten te halen. Deze koffie bleek dus heel erg lekker te zijn. Ja, over smaak valt niet te twisten. Ik vind het heel bijzonder, en heel duur. Voor 250 gram Luwak-koffie heb je hier in Nederland een nieuwe Sonos Play:1 aangeschaft.

Onderduikadres

‘Doe jij de deur open voor een vluchteling?’ Het klinkt als een vraag die je op een theezakje van Pickwick kan verwachten. Of als een stelling van de Arnhemse Loesje: ‘Vluchteling voor de deur. Geef jij thuis?’ De bedoeling van de vragen en stellingen is dat er een discussie of gesprek ontstaat en over vluchtelingen heeft heel de westerse wereldbevolking wel een mening. Pro en anti.

Een paar zaterdagavonden geleden ging bij ons om kwart over tien ’s-avonds de deurbel. Ik denk altijd dat iemand met een goede reden aanbelt. Vooral op dit tijdstip. Straatschoffies liggen op dat tijdstip al in bed, dat hoop ik, en die zullen op zaterdagavond niet voor de gein aanbellen. Met een: ‘Blijf je scherp?’ naar mijn echtgenoot loop ik naar de voordeur, want in plaats van straatschoffies kunnen het ook volwassen schoffies zijn, die met criminele intenties aanbellen.

Voor onze deur staat een jonge vrouw van ongeveer 22, tussen drie grote tassen en naast haar een meisje van ongeveer 4 jaar oud met een roze prinsessenrugzakje op haar rug. De vrouw verontschuldigt zich. ‘U zult wel denken, wat doet een vrouw met haar dochter op dit tijdstip voor uw deur.’ Jawel, ik denk inderdaad wat doet een jonge moeder op dit tijdstip voor mijn deur. Ze vertelt me dat ze op de vlucht is voor haar criminele vriend en of ze bij ons kan schuilen, totdat ze opgehaald kan worden.

Ik moet de vraag even laten inzinken, en na kort overleg met echtgenoot laat ik haar en haar dochter binnen. Nu blijkt dat twee tassen kattenreistassen zijn, waarin de dieren schichtig door het gaas naar buiten kijken. Onze huisdieren zullen deze actie niet kunnen waarderen, maar dat is nu niet belangrijk. We bieden moeder en dochter wat te drinken aan. De dochter lust wel appelsap en de moeder is wel toe aan een glas wijn. Ondertussen wordt de vader gevraagd om haar op te halen.

Haar vader gaat akkoord. Hij moet wel vanuit Rotterdam komen. Dit kan ruim een uur duren. Ik schenk voor mijzelf ook maar een glas wijn in. De vrouw vertelt haar verhaal. Ze heeft deze avond ruzie met haar vriend gehad. ‘Een bekende van de politie,’ zegt ze. De man is jaloers op de aandacht die haar dochter van haar vraagt en krijgt. Dit leidt tot scheldpartijen en lichamelijk geweld. Toen hij vanavond naar de avondwinkel ging om sigaretten te kopen, greep zij snel haar spullen bijeen en nam de benen.

Ze lijkt een stoere meid met haar vele tatoeages. Waarvan een paar in het gezicht. Zeer waarschijnlijk haar eigen keuze, en dat is prima. De één kiest er voor om fillers in de huid te injecteren, de ander inkt. Beiden bedoeld om er mooier van te worden. Haar dochter krijgt van ons wat rozijnen om te snoepen. Het kind kan wel wat afleiding gebruiken. Der moeder maakt zich even druk om de harde suikers die in het snoep zit, en ik bedenk dat ze nu even meer belangrijke zaken aan haar hoofd heeft dan de suikers in rozijnen.

Ze leest een paar Whatsappberichten voor die ze van haar (binnenkort ex-) vriend ontvangt: ‘Je denkt zeker dat je slim bent om er vandoor te gaan. Ik zal je vinden en ik maak je hartstikke dood. Dat doe ik ook met de gasten die jou nu helpen.’ Ik drink mijn wijnglas in een teug leeg en kijken naar buiten. Misschien is het wel een goed idee om de gordijnen dicht te doen? Ze legt uit dat hij denkt dat ze door zijn eigen vrienden wordt geholpen.

Echtgenoot speelt een spelletje memory met de dochter. Zij vindt het allemaal wel gezellig. Appelsap, rozijnen en een spelletje zonder een touch screen spelen. De moeder belt ondertussen met een vriendin. Ze vertelt dat ze eindelijk de knoop heeft doorgehakt en op de vlucht is. Het kan haar niet schelen dat de Playstation4 en smart tv nog in de woning staan. Ze wist dat dit eraan ging komen en daarbij, ze pauzeert even, is ze inmiddels verliefd geworden op de beste vriend van haar (binnenkort ex-) vriend.

In het uur en kwartier van wachten is er een poes uit de reistas ontsnapt. Nieuwsgierig loopt ze rond in onze woonkamer. Grote hilariteit bij de dochter en een gevoel van gêne bij de moeder. Geen probleem. Onze eigen katten zijn inmiddels uit zichzelf een etage hoger verhuisd. Hoge kinderstemmetjes zijn ze niet gewend. De dochter vindt deze avond wel gezellig. Ze wint alle spelletjes van deze onbekende meneer. Wanneer haar opa op ons adres is aangekomen treuzelt ze een beetje met haar aantrekken van haar jas. De moeder geeft ons bij vertrek een knuffel en bedankt ons meer dan eens. We wensen haar veel sterkte toe en met een paar minuten zijn ze vertrokken naar een veiliger adres.

Oorfauteuils

Laatst kochten we 2 nieuwe stoelen bij de IKEA. We waren na jaren wel toe aan iets anders. Toe aan 2 oorfauteuils van het type Strandmon, om precies te zijn. Daarbij horen dan wel de 2 voetenbanken van het zelfde type. Ik moest er aan het begin aan wennen. Het bankstel dat al 9 jaar een vertrouwd beeld in de huiskamer was, werd gescheiden. De kleine, de bank waar ik altijd op lag, werd gedumpt in de garage. ‘Bedankt voor de goede dienst, maar we vervangen je per direct.’ De grote bank, een driezitter, houden we nog even aan tot we daar ook vervanging voor hebben.

Het was nog een uitdaging: 2 oorfauteuils vervoeren in onze gele Renault Twingo. Dat wordt met de gewilde Engelstalige kreet: Not gonna happen, duidelijk gemaakt. Dus reden we 2 keer op en neer naar IKEA. Je moet er wat voor over hebben. Na een IKEA-aanschaf volgt altijd de puzzel. Hoe-Zet-Je-Het-Meubelstuk-In-Elkaar. Zijn er genoeg schroeven en waar dient in godsnaam dat ronde, ijzeren beugel-dingetje voor? Uiteindelijk, na war inzet, valt dan alles op zijn plaats en staat het nieuwe meubelstuk te pronken in de kamer. Het was even wennen.

Mijn lichaam wilde hangen, en dat gaat niet in een fauteuil. Zou het dan toch een miskoop zijn, dacht ik even. Er was geen spijt van de aankoop. De stoelen stonden écht te pronken in de woonkamer, maar het lichaam -mijn lichaam- is na jaren lang bankhangen er aan gewend om een luie positie aan te nemen. ‘Jammer dan, wen er maar aan,’ zei ik binnensmonds tegen mezelf. Uiteindelijk kan een mens aan alles wennen, bedacht ik, en dat geldt ook voor een nieuwe fauteuil. Natuurlijk zit de stoel lekker, het meubelstuk heeft nooit anders gedaan.

Het is sneu voor het bankstel. Ze zijn nu van elkaar gescheiden. De driezitter op de oude plek in de woonkamer en de tweezitter weggemoffeld achterin de garage. Wanneer er een nieuwe bank wordt gekozen zal ook de driezitter vervangen worden. Dan worden ze weer voor even herenigd om samen naar de vuilstort gebracht te worden. Wanneer er vervanging is gevonden, worden de ouden vergeten. Zo gaat dat. Met alles. Het ging ook zo met ons vorige bankstel en het bankstel daarvoor. Ik zou niet eens meer weten hoe deze er uitzagen. Alleen de foto’s kunnen mij daar nog aan herinneren.

Hemels!

Hemelvaartsdag. Zomaar een dagje vrij op een doordeweekse dag. Nu is dit niet zo een verrassing, want deze christelijke dag valt altijd op een donderdag. De vrijdag erna wordt bij sommige werkgevers als een collectieve verlofdag besteed, maar ik werk bij een dienstverlenend bedrijf, dus zijn wij de vrijdag daaropvolgend open. Het is maar goed dat ik een verlofdag heb opgenomen. Edo, mijn echtgenoot, werkt bij een productiebedrijf en daar betekent Hemelvaartsdag helemaal niets. Het is vandaag een doodnormale werkdag voor hem. Voor mijzelf mag ik genieten van een minivakantie. Hemels!

Dankzij Hemelvaartsdag mocht ik uitslapen. Voor mij is een half uur langer in bed liggen al uitslapen, dus vanmorgen om 10 voor 8 stond ik in mijn hardloopschoenen voor het huis en sloot de deur achter mij. Het weer was minder tropisch dan de afgelopen dagen en de eerste kilometers van mijn hardlooprondje deed ik de regen. Verder ging het hardlopen goed. Het lijkt er sinds kort op dat dat ik in een blessurevrije-periode ben beland. A blessing. Het lukt me weer om zonder problemen en pijntjes meer dan 10 kilometers weg te rennen. Hemels!

Ook is het fijn dat ik hier op draybosma.nl weer wat letters weg kan typen, want de afgelopen maanden was ‘Enorme-Stilte’ op dit weblog de enige aanwezige. In mijn hoofd schrijf ik altijd wel een stukje tekst, ik denk in verhalen, maar wanneer ik eenmaal thuis ben heb ik geen behoefte om nog een keer voor een beeldscherm te zitten. Dat doe ik wekelijks al 40 uur. Maar op een dag als vandaag, heb ik wel tijd om dat wat me bezig houdt via tekst te delen. Zoals het goede nieuws dat mijn werkgever me van de week vertelde dat zij mijn contract per 1 augustus voor onbepaalde willen verlengen. Hemels!

img_1969
vanmorgen om 8 uur.

Transpubers

Laatst waren we uiteten. Mijn man en ik. Bij ons in Almere, zo’n 10 minuten wandelen van ons huis. De gelegenheid was een verjaardag. Of een jubileum. Het was een verjaardag. Het was een goede een reden om iets met zijn tweeën te vieren en dat deed ons besluiten om te gaan eten buiten de deur. Het was een vrijdagavond en het was er gezellig druk in het restaurant. Het gaat goed met de economie. Of we doen met zijn allen alsof.

Hoe dan ook, de restauranteigenaar had de afgelopen periode inmiddels voldoende omzet en winst gedraaid om het interieur uit te breiden en op te knappen. Hierdoor was er een nieuw gezellig hoekje in het restaurant gecreëerd. Het bekende gedeelte lieten we achter ons en de gastheer ging ons voor naar het vernieuwde deel. Nieuwsgierig namen we plaats op de aan ons toegewezen plaats. Hier was het niet zo druk als bij de ingang van het restaurant. Maar nog steeds sfeervol.

Aan een tafeltje, achter een verbloemde afscheiding zaten een viertal transpubers: zeventienjarigen in het lichaam van een veertigjarige. Op het eerste gezicht waren het mannen van middelbare leeftijd, maar in ervaring bleken ze een stel ongemanierde pubers. Het was niet de alcohol die het veroorzaakte. Het was de baldadigheid van mannen met het Peter Pan-syndroom: weigeren om op te groeien. Luid sprekend en het bemoeien met gesprekken aan andere tafels. Ongemanierd wordt het ook wel eens genoemd.

Een wedstrijdje boeren van het alfabet is geen hoogdravend gesprek. Ook niet wanneer je het tot de letter L haalt. Ik vind het eerder ongepast. Het is niet de schuld van social media, maar mede dankzij Twitter of Facebook hebben heel veel mensen het idee dat ze alles mogen zeggen, of doen. Ook wanneer het ongepast is. Daarbij vindt men dat het ook overal luidkeels geroepen mag worden. Dat is de ‘vrijheid van meningsuiting’, wordt er vaak aangevuld. Diezelfde vrijheid houdt, volgens mij, ook in dat je er voor kunt kiezen je te gedragen. Maar hoe leg je dat aan een paar zeventienjarigen uit? Ook al zien ze er uit als mannen van middelbare leeftijd…

Clichés

Het heeft er mee te maken dat zanger Waylon vorige week het nummer Outlaw In Em bekende maakte als zijn, en de Nederlandse inzending voor het Eurovisie Songfestival 2018 in Portugal. Hierdoor zit ik nu 2 maanden te vroeg in mijn ‘Eurovisie-patroon’. Naast de bezongen outlaw, die volgens zanger Waylon ‘iedereen in zich heeft’, ben ik ook een beetje het vleesgeworden gay-cliché: Homoseksuelen houden van het Eurovisie Songfestival.
Ik ken genoeg homoseksuelen die hé-le-maal niets met het Eurovisie songfestival hebben (ik ben zelf met zo’n exemplaar getrouwd), maar wanneer ik voor mezelf spreek, moet ik toegeven dat ik dól ben op het circus dat Eurovision Song Contest heet.

Nu zit ik dus 2 maanden te vroeg in mijn Eurovisie-patroon: Ik check de Nationale voorrondes van de buitenlanden, ben inmiddels op de hoogte van de officiële inzendingen van diverse andere Europese lanen (inclusief Australië) en heb ik een afspeellijst Eurovision 2018 in Spotify aangemaakt. Daarnaast struin ik online diverse veilingsites af, op zoek naar de (in mijn ogen) leuke Eurovisie-herinneringen.
Het klinkt gezellig wanneer ik vertel dat ik op een zonnige middag in een achterafstraatje in Amsterdam, bij een tweedehandsplatenwinkeltje een oud vinyl singletje van Bill van Dijk (Eurovisiesongfestival 1982) op de kop heb kunnen tikken, maar dat is niet zo. Ik zag online een goedkoop exemplaar bij eBay voor nog geen € 5,00, inclusief verzendkosten. Na 2 keer klikken was het exemplaar mijn.

Als tiener in het jaar 1982 was musicalzanger Bill van Dijk een van mijn eerste mannelijke liefdesinteresses. Nog zo’n gay-cliché: mannen verliefd op mannen. Bill van Dijk was voor mij als 15-jarige tienerjongen een aantrekkelijk persoon. Waarom weet ik niet. Ik heb er later nog vaak aan gedacht. Was het de snor? Was het zijn in-1982-populaire-koraalkralenketting, of was het zijn vrolijke Sesamstraat-uitstraling? Het Eurovisie-lied Jij en Ik kan het niet zijn geweest, want het nummer stelt niets voor. Het eindigde terecht op 16e plaats van de 18 inzendingen.
Ondanks het inferieur liedje ben ik dan toch weer in het bezit van de vinylsingle uit 1982. Als het niet het lied is, dan moet het toch die smekende ogen van Bill zijn, die mij op het hoesje uitnodigen om vooral met hem mee te zingen.

🎶 Jij en ik. Zullen elkaar blijven vinden. Om weer opnieuw te beginnen.

1985

Mijn eindexamen in 1985 ging me makkelijk af. Ik slaagde in één keer zonder een herexamen. Dit had ik niet zien aankomen, omdat ik de maanden voor het examen niet vaak in de boeken had gekeken. Er was geen motivatie. Ik was van mening dat wat ik moest weten, ik wel tijdens de lessen had opgedaan. Dus wanneer ik op woensdag examen voor een vak als Engels had, ging ik de dinsdag ervoor pas in de lesboeken voor Engels kijken. Dit deed ik zo een beetje voor alle vakken en het leek me wel voldoende. En ik had gelijk.

Ik zat ’s-avonds liever op mijn kamer door tijdschriften te bladeren en te luisteren naar muziek. Ik heb avonden doorgebracht met mijn rug tegen de verwarming en de platenhoes met binnenhoes vol songteksten op schoot, om de songteksten mee te zingen. Huiswerk deed ik alleen tijdens het radioprogramma ‘De Avondspits’ en wanneer deze was afgelopen, was ook ik klaar met mijn huiswerk. Het sociale leven vond voor mij plaats op school.

In mijn vrije tijd was ik thuis of was ik tijdens de zomerse maanden op het water te vinden. Sinds mijn vijfde jaar ging ik vaak met mijn vader zeilen. Toen ik elf jaar was kreeg ik een eigen zeilboot. Dus in mijn vrije tijd was ik vaak met mijn vader of met een paar klasgenoten op het water te vinden.

Naar school gaan was een noodzakelijk kwaad en ik maakte er het beste van door me sociaal op te stellen. Ik was geen onderdeel van een specifieke groep leerlingen, maar ik kon me heel goed aanpassen. De leerstof uit de boeken vond ik te stoffig. Ik was het beste in het dagdromen en ik droomde mijzelf een zeilreis over de hele wereld of een leven in een wereldstad. De droom ook najagen zat er niet in. Ik was tevreden met het zeilen op het water en verder met het dromen zelf.

Nog voor mijn eindexamen liep ik even met het idee om naar de modevakschool in Amsterdam te gaan. Ik kon best goed tekenen en het leek me een goed idee om een grafische opleiding te volgen. Ik mocht toelatingsexamen doen, maar ik werd nadien enigszins ontmoedigd door de opmerkingen van mijn moeder. Ze vroeg zich hardop af of ik het wel aankon of leuk genoeg zou vinden om iedere dag zo ver en veel te reizen. Mijn moeder was op een missie en ik begon te twijfelen over mijn idee als reclametekenaar. Ik werd dusdanig ontmoedigd dat ik besloot om na mijn eindexamen van school te gaan om te gaan werken.

Al snel vond ik een baan als winkelmedewerker in een groot warenhuis die mijn stad rijk was. Ik mocht op de afdeling fotografie aan de slag. Tijdens mijn sollicitatie had ik gelogen over dat fotograferen een van mijn hobby’s was. Ik dacht dat ik dit wel kon maken, want ik was van mening dat ik alle fotografische vaktermen wel tijdens mijn werkzaamheden kon leren. En weer bleek dat ik gelijk had. Na mijn proeftijd werd ik in vaste dienst aangenomen en kon ik inmiddels van alles, en uitgebreid vertellen over fotografie.

Later in de zomer zag ik op een donderdagmiddag een oud-klasgenoot van mij door de winkel lopen. Rogier de Man. De populaire jongen en natte droom van alle meisjes uit de examenklassen en van de klassen daaronder. Rogier had een kop met krullen, mooie blauwe ogen verscholen achter een bril met ijzeren montuur.

Tijdens onze schooltijd gingen we vaak in groepsverband met elkaar om, maar echt close waren we niet geweest. Rogier was van het foute-jongen-type. Hij had al meerdere nachten in een politiecel mogen doorbrengen en hij kon in de schoolkantine boeiend vertellen over de nachten in een politiecel.

Rogier was meer crimineel dan een foute jongen, maar het idee om in te breken in een school en dat avontuur te beëindigen in een politiecel was niet mijn idee van een te gekke tijd. Zijn criminele acties maakte hem voor anderen wel interessant en zeker populair. Dat straalde hij ook uit. Deze donderdagmiddag droeg hij een spijkerjack en een strakke spijkerbroek met hierin een okergele wollen trui gestopt. Onder de trui droeg hij een grijs overhemd en verder droeg hij witte sportschoenen van het merk Nike. Hij zag er zeer modern en top uit.

Rogier liep naar mijn balie.
‘Ik wil graag een kleurenrolletje, ASA 200. 24 opnamen.’
‘Welk merk wil je?’ vroeg ik met een schuin hoofd. ‘Kodak of Fuji?’
‘Hé! Ik zie nu pas dat jij het bent. Hoe is het met je?’
‘Hé, Rogier,’ zei ik zo kalm en cool mogelijk. ‘Met mij gaat alles prima. Zoals je ziet heb ik een baan op de afdeling fotografie. Joh, hoe gaat het met jou?’
‘Met mij gaat het helemaal te gek. Ik doe hier en daar wat klusjes en dat levert genoeg op om een fijn leventje te leiden.’
‘Lijkt me fantastisch om met een paar klusjes een fijn leven te leiden.’
‘En dat is het ook!’ zei Rogier. ‘Dankzij een klus kan ik nu lekker op vakantie, Vandaar dat fotorolletje.’
‘Vierentwintig opnames is niet erg veel voor een vakantie. Ga je een lang weekend weg of zo?’
‘Klopt. Een weekend Parijs. En hoeveel foto’s moet je nu eigenlijk maken tijdens een trip naar het buitenland? Ik kan me niet voorstellen dat je meer dan 50 foto’s tijdens een weekendje Parijs wilt schieten. Je blijft fotorolletjes kopen.’
Ik lachte iets te enthousiast. ‘Dat is waar. Het lijkt me niets om de godganse dag door een lens te moeten turen om vervolgens niets van de stad te zien.’
Rogier moest lachen en ik zag nu ook wel waarom hij zo populair was. Naast een goed lichaam en opvallend lichtblauwe ogen was hij ook gezegend met een mond vol perfecte tanden. Wanneer hij lachte ontblootte zich een rechte rij met witte tanden. Wanneer Rogier lachte, werd je zelf vrolijk.

‘Hé, wat doe je vanavond?’ vroeg Rogier aan mij. ‘Heb je zin om iets te gaan drinken in Pim Pandoer of Odeklonje?’
Ik was geen uitgaanstype. Ik kende de genoemde bars van een eenmalige avondje uit. Ik vond het altijd te druk, de muziek te luid en de mensen te uitbundig. Onecht. Vooral wanneer ze enigszins aangeschoten of compleet dronken waren. De genoemde kroegen waren de populaire tenten van dat moment. Ik dacht dat het geen kwaad kon om met Rogier iets te gaan drinken.
‘Is goed,’ zei ik. ‘Hoe laat? Ik moet tot vanavond negen uur werken. Het is koopavond.’ Zonder te denken knipoogde ik naar hem.
Hij knipoogde terug en haalde zijn portemonnee uit zijn kontzak.
‘Dat is dan geregeld. Doe me nu dan maar een Kodakrolletje. Die maakt toch de meest kleurrijke foto’s. Tenminste, dat is me verteld.’
‘Een Kodakrolletje van 24 opnames, 200 ASA,’ zei ik mannelijk. ‘Dat is dan 6 gulden alsjeblieft. Wil je een tasje?’
Rogier schudde nee en ik sloeg 6 gulden aan op de kassa. Gaf hem zijn wisselgeld, terug van een tientje en overhandigde hem het fotorolletje. Hij nam het rolletje met kassabon aan en toen zijn hand de mijne raakte, kreeg ik een week gevoel en een stoot adrenaline schoot door mijn lichaam. Wat was er aan de hand met mij? Rogier lachte nogmaals en leunde over de toonbank naar mij.
‘Vanavond tien uur. Odeklonje. Zie je dan,’ zei hij op fluistertoon. Hij draaide zich om en liep naar de uitgang van het warenhuis.
‘Ik zie je dan,’ zei ik tegen niemand, want Rogier stond al buiten.

Beledigd

De afgelopen twee weken lag ik een beetje in de lappenmand. Ik zeg “een beetje”, want ik ben niet ziek thuisgebleven, noch heb ik overdag in bed gelegen. Zo ziek vond ik mezelf niet. Maar mijn lichaam – en mijn hoofd – functioneerden niet helemaal optimaal, en dat merkte ik. Op deze zwakke momenten ben ik grumpy. Net iets chagrijniger dan normaal, en ik vind alles stom. Alles.

Het valt te begrijpen dat ik tijdens mijn ‘kwakkeldagen’ geen begrip kon opbrengen voor het feit dat (bijna) heel Nederland in de ban is van Juf Ank van basisschool De Klimop, en de hype rond het ‘hallo-allemaal-begroetingsdeuntje’. Niet dat ik nu, weken later, handklappend die paar regels mee zit te zingen. Nee, ik zit niet meer in groep 3, dus die herkenning is er niet. Nooit geweest ook. Wat ik dan wel grappig vind, is dat de serie het volk een spiegel voorhoudt en iedereen vindt het hilarisch.

Soms zijn mensen echt leuk. Vooral wanneer ze zichzelf bijzonder serieus nemen. Dat zijn van die momenten met een bling-randje. Het wordt pas echt interessant wanneer boosheid en beledigdheid hand in hand gaan. Mensen zijn de laatste jaren zo makkelijk beledigd. Dat gaat alle kanten op. Zo zijn sommigen nog steeds zwaar gepikeerd over de rol van Zwarte Piet, terwijl anderen daarop weer beledigd reageren. En dit patroon herhaalt zich jaar in jaar uit, zonder dat iemand vooruitgang boekt.

Houdt het dan nooit op? Nee. Zo had ik vorige week een telefoongesprek met een mevrouw die iets van mij gedaan wilde hebben waar ze geen recht op had. Dat moest ik haar vertellen. Het was dit, en niet dat. Misschien kort door de bocht, maar wel duidelijk. Mevrouw was beledigd en bleef maar in herhaling vallen. Iedere keer een andere invalshoek, maar mijn antwoord bleef onveranderd. Soms gaan de dingen zoals ze gaan. Niemand blijft droog in een regenbui. Ook niet als je schreeuwt.

Uiteindelijk had mevrouw door dat ze mij niet kon inpalmen met mooipraterij. Toen begon ze op mijn gevoel te spelen, wat haar ook geen succes bracht. Ik bleek voor haar een typische kille Nederlander. Op mijn antwoord dat ze van mij mocht denken wat ze wilde, sprak ze uiteindelijk een ‘vloek’ over mij uit. Hiermee dacht ze mij te kunnen overhalen. Niet dat het indruk maakte, want ze sprak ‘m uit over mijn vrouw en kinderen (…).

Ik was niet beledigd. Wel verbaasd. Over het feit dat je iemand een slecht leven toewenst omdat je gewoon je zin niet krijgt. Ik ben niet gelovig, en geloof al helemaal niet in alternatieve rituelen waarbij een sjamaan met gedroogde dieren of ingewanden door een walm van wierook zwaait, maar ik hoop eerlijk dat alles wat deze mevrouw over mij (en mijn vrouw en kinderen?) uitsprak, dubbel op haarzelf terugvalt.

Kronkelpad

Van de week had ik een afspraak in Amsterdam. Ik moest er al vroeg zijn, dus voor de rest van dag was ik vrij. Ik besloot aan het eind van deze ochtend om het voornemen het Kronkelpad in Amsterdam te bewandelen eindelijk te realiseren. Ik ben frequent in Amsterdam, maar heb het voornemen altijd uitgesteld. Tot aan deze week.

Het Kronkelpad is een paadje dat loopt door het Eerste Weteringplantsoen in het centrum van Amsterdam, langs het borstbeeld van schrijver Simon Carmiggelt. Het plantsoen is niet echt groot en het pad doet de naam geen eer aan; een paar flauwe bochten in plaats van kronkels. Echter is het pad vernoemd naar de stukjes tekst, de Kronkels, die door Simon Carmiggelt jaren geleden werden geschreven. Vandaar.

Het is deze ochtend alsof meneer Carmiggelt de regisseur van de mensen in het plantsoen is. Dat wat hij vaak beschreef doet zich vandaag voor. Aan de Spiegelgracht staat een man in blauw jack met zijn fiets tussen de benen geklemd. Hij voert de stadsmeeuwen brood. Ongeduldig vliegen en krijsen ze om zijn hoofd. Hij geniet overduidelijk van de vogels.

Ik neem plaats op het ijzeren bankje, links naast het borstbeeld van Carmiggelt. Het voelt koud aan mijn billen. Mijn voeten houd ik een beetje van de grond, want het druilerige weer van de afgelopen dagen heeft er een modderpoel achtergelaten. In de zomer is het zeker heerlijk zitten bij meneer Carmiggelt, maar vandaag voelt bijna alles koud aan.

Zo koud als de dame die knorrig en haastig voorbij loopt. Haar naaldhakken steken bij iedere stap vervaarlijk in het zand. Het Kronkelpad bloedt modder. Het doet me enorm Games of Thrones aan. Gevoelloos en priemend laat ze voetstappen achter. Koud. Een siddering kan ik nog net onderdrukken. Ze kijkt om. Niet naar mij. Wellicht verwacht ze een achtervolger, en ik zie dat ze verdriet heeft.

Ze loopt door en verdwijnt al ras in het verkeer van de Weteringschans. Een gezellig uitziende en bellende vrouw komt van links en duwt een kinderwagen van het merk Bugaboo voor zich uit. Ik ben niet thuis in de wereld van kinderwagens, maar het wagentje ziet er zeer geavanceerd uit. Je kunt er vast veel meer mee doen dan alleen kinderen vervoeren. Schaterlachend in haar telefoon loopt ze me voorbij.

Ik sta van het ijzeren bankje op. Mijn achterwerk is koud geworden en achter me hoor ik een idioot hijgend persoon aankomen. Ik denk aan een hardloper. Het blijkt een lange man in donkerblauw pak, inclusief stropdas. Raar. Een man in pak zo atletisch te zien rennen. Hij draagt een bos bloemen mee, die bij iedere stap slapper gaan hangen. Is het de geliefde van de ijzige en verdrietige vrouw op naaldhakken? Wellicht wil hij het weer goedmaken. Ik hoop het.

Blauw & Rood

De afgelopen week was het me een weekje wel. Het begon maandag al met het gegeven dat het Blue Monday was. Sinds 2005 is het de meest deprimerende dag van het jaar. Het is een verzonnen formule die berekend is door Cliff Arnal. Deze formule geeft aan dat mensen in deze bedroevende toestand raken omdat onder andere de eerste goede voornemens van het jaar mislukt zijn, en dat de vakanties nog heel ver weg in het verschiet liggen. Deze formule lijkt mij eerder verzonnen om die mensen die emotioneel al in een dal zitten nog dieper weg te trappen. Een vrolijke man die Arnal, die ook beweert dat een weekendje weg het leukst is als je niet gaat. Koekkoek.

Verder waren de weersomstandigheden vorige week ook te beroerd om verder over uit te weiden. Afgelopen woensdag, de dag voor code rood van het K.N.M.I., regende het constant. Toen -aan het einde van de werkdag, de pendelbus tussen de locatie van mijn werk en het metrostation niet reed, was ik genoodzaakt om met een open paraplu die 1.3 kilometer te wandelen. Halverwege de route, na zo’n 5 minuten bleef mijn hoofd wel droog, maar mijn pantalon raakte doorweekt. Het natte goed bleef irritant aan de kuiten plakken, en net op het moment dat je tegen niemand in het bijzonder afvraagt of de regen alsjeblieft even kan stoppen, laat het universum je weten dat het nog harder kan regenen.

Donderochtend was de dag van code rood. Als het in Nederland een beetje zal gaan waaien, dan is het K.N.M.I. er als de kippen bij om een alarmcode af te geven. De geloofwaardigheid is hierdoor een beetje aangetast doordat men voorheen vaker loos alarm heeft geroepen. Storm in een glas water. Hierdoor gingen wellicht de mensen toch de weg op, met alle gevolgen van dien. Omdat het donderdagochtend al flinke waaide ben ik vroeg op de trein gestapt richting werkvloer. Ik was, net als altijd, ruim op tijd. In Amsterdam wilde ik niet door boomtakken geraakt worden en rende ik in rap tempo over het fietspad naast de Henk Sneevlietweg. Eerst vond ik het nog een flinke wind, maar op de 10e etage van het hoge kantoorgebouw waar ik werk, merkte ik dat het toch meer was dan alleen dat.

Toen ik met een collega bij het koffiezetapparaat stond te praten over dat men in Nederland niet meer gewend is aan stormachtig weer, was het alsof ik even licht in mijn hoofd werd. Dit was niet het geval. Het gebouw bewoog met de wind mee, waardoor je dit gevoel kreeg. Tot 11 uur in de ochtend ging het schudden door de wind door. Met dat er af en toe iets voorbij vloog, wat je anders nooit op deze etage ziet. Sommige collega’s werden misselijk van het kort trillend gevoel, maar als je een beetje zeebenen hebt, wen je er uiteindelijk wel aan en kijk je collega’s na een korte schudpartij aan en bevestig je elkaar: ‘Ja, dat was er weer eentje.’ Het creëert toch een gevoel van saamhorigheid, omdat je het samen meemaakt.

Inmiddels was rond 11 uur ook alle treinverkeer uitgevallen. Ik dacht nog positief: de storm is gaan liggen en tegen de tijd dat ik naar huis moet, draait alles weer. Volgens de reisplanner op mijn smartphone waren er genoeg treinen uitgevallen, maar mijn vaste verbinding reed volgens schema. Dus met een blij gevoel stapte ik de metro in, richting thuis. Op station Amsterdam-Zuid moest ik overstappen en zag ik dat wat ik op mijn smartphone meekreeg niet correspondeerde met de realiteit. Iets van honderd mensen stonden te wachten op het station. De toegang tot de perrons waren met afzetlint geblokkeerd. Het enige dat we medegedeeld kregen was dat er geen treinen reden en dat er gratis koffie was.

Het verbaast me dat mensen mij nog steeds kunnen verrassen. Toen een reiziger genoeg koffie had gedronken besloot deze onder het afzetlint door naar het perron te lopen. Alsof er met deze actie wel een trein op het perron staat. Gelijk aan het water dat na het verwijderen van een badstop wegstroomt, ging er een stroom van mensen de stationshal uit, omhoog naar het perron. Raar. Na een uur wachten had ik het wel gezien. Familie had al aangeboden dat ik naar hen kon komen, wanneer ik Amsterdam niet uit kon. Ik besloot maar bij hen te stranden. Dan moet je er maar het beste van maken.

Mies Bouwman

Het viel me van de week al op. Wanneer ik ‘s-ochtends-vroeg vanuit huis naar het station loop, kwetteren de zangvogeltjes in de bomen er weer vrolijk op los. Een geluid dat voor mij gelijkstaat aan het voorjaar. Ik weet het: een blik op de kalender leert me dat we nog in de eerste helft van de winter zitten, maar toch. Ook wanneer ik ‘s-middags vanuit het werk weer terug naar huis is het nog licht. Het voorjaar komt er aan, en dat maakt me vrolijk.

Gisteravond dacht ik er aan om een flink stuk te gaan hardlopen. Na maanden van korte afstanden, wilde ik wel weer eens die 10 kilometer aantikken. Na het wakker worden had ik al vlot mijn hardloopoutfit aan, ik hoefde alleen nog in mijn hardloopschoenen te stappen tot er energiek op het raam werd getikt. Er stond iemand in de voortuin. Ik weet niet wat het is, maar ik woon op een uniek stukje Almere. De coördinaten waarop ik woon zijn heel populair bij de bevolking. Zeer geliefd om te bezoeken. Ook wanneer een Kazachstaans hoertje haar klanten níet op ons adres uitnodigt.

Het leek er op dat Mies Bouwman met haar ring tegen het keukenraam had staan tikken. De vrouw in de voortuin had een strak geföhnde kapsel dat iets te donker was geverfd voor een dame van haar leeftijd. De mevrouw gaf warrig aan dat ze op zoek was naar de Haagbeukweg in Almere. Een straat die overigens niet in onze wijk ligt. Haar plan was om een wandelroute te volgen, en die begon op de Haagbeukweg. Een goed begin: de weg al kwijt voordat je begonnen bent.

Ik dacht eerst de ze naar haar bestemming moest lopen. Een makkie om uit te leggen: langs het spoor een kilometer verder wandelen tot je de Albert Heijn ziet, want daar is de Haagbeukweg. Maar ik zag dat ze haar auto op onze oprit had geparkeerd. Ook van die dingen die je maar accepteert, want anders kan je om alles boos worden. Met mijn oranje hardloopschoenen in de hand, legde ik uit dat ze de straat uit moest rijden, bij de stoplichten links afslaan. Daarna bij de stoplichten rechtdoor en bij de rotonde…

De mevrouw onderbrak me en begon met haar hoofd te schudden. Geen alzheimer. Ze  vroeg me of ik mijn uitleg wilde herhalen. Drie dingen die ik niet leuk vind: mij onderbreken wanneer ik aan het woord ben.
‘Ik zeg het u nog één keer, dus wel graag opletten. Het is ook mijn vrije zaterdag en die wil ik zelf naar wens invullen,’ zei ik misschien plomp, maar ook duidelijk en vriendelijk.
Mevrouw Bouwman was stil en luisterde. Ik herhaalde wat ik zojuist had gezegd en vertelde verder waar ze de Haagbeukweg kon vinden. Ik wenste haar succes en een fijne dag toe. Ik sloot de deur en stapte eindelijk in mijn hardloopschoenen.

Het hardlopen ging lekker. Het was mistig, dus bijna geen wind. Na een paar kilometer te hebben gelopen had ik even last van mijn scheenbeen, maar na een wandeling van 50 meter was dit al snel voorbij. Hierdoor kwam ik al snel in een flow terecht. Mies Bouwman aan mijn voordeur was ik al ras vergeten. In mijn hardloopenthousiasme dacht ik er zelfs even aan om een paar kilometers extra om te lopen. Mijn verstand hield me tegen. Langzaam opbouwen gaat snel genoeg.

Onderweg kwam ik veel andere sportievelingen tegen. Ook de mensen die denken dat ze de enige zijn in een grote stad als Almere. Die nemen alle ruimte, terwijl de gedachten zeer smal zijn en alleen gericht op het beeldscherm van hun telefoon. Maar ik ging lekker en veel mensen waren wel aanwezig in de wereld waarin ze bewogen. In een vlot tempo ging ik vrolijk verder. Vlakbij huis liep ik een groep Nordic wandelaars tegemoet. Een groepje actieve senioren. Een van de wandelaars herkende ik aan het te donkere, strakke kapsel.

Zij herkende mij ook. Ze wees naar mijn oranje hardloopschoenen, zwaaide en riep: ‘Ik heb het toch gevonden hoor!’ Ik salueerde met mijn wijsvinger, begroette alle wandelaars van de groep en rende mijn laatste kilometer naar huis. Blijkbaar had ik een uur geleden een niet al te negatieve indruk achtergelaten bij mevrouw Bouwman, toen ze in haar auto vertrok naar de Haagbeukweg.

Vinylzucht

Aan het einde van de jaren 80 van de vorige eeuw kwam de compact-disc in opgang. In die tijd was ‘hoe kleiner, hoe fijner’ het credo. Mijn muziekverzameling veranderde zo langzaamaan in een collectie van kleine zilveren discs in plastiek vierkante doosjes. Alle nieuw uitgebrachte albums werden compact bij de platenboer gekocht en op mijn nieuw aangeschafte multi-disc cd speler van Pioneer afgespeeld. Digitaal was het nieuwe genieten. Geen krasjes en tikjes meer te horen. Zo zachtjesaan verving ik de oude vinyl langspeelplaten voor de cd’s.

Mijn langspeelplaatverzameling heb ik nooit weggedaan. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om ze weg te doen. Iedere verhuizing sinds de jaren 90 heb ik de verzameling van huis naar huis meegesleurd. In het begin gaf ik ze nog een prominente plek in het huis, maar later toen we ook geen platenspeler meer hadden, bleven de lp’s en 12″-uitvoeringen van de hits van weleer in de verhuisdozen bewaard. Helaas ben ik door een faillissement een groot deel van mijn platencollectie verloren, maar huilen om de dingen die zijn geweest heeft mij nooit plezier gebracht, dus laten we dat achterwege.

Na onze laatste verhuizing heb ik, een paar jaar geleden, toch weer een platenspeler aangeschaft. Van de vinylplaten die ik nog wel in mijn bezit heb zijn sommige albums nooit digitaal opnieuw uitgebracht en de nieuw aangeschafte platenspeler bood de mogelijkheid om de analoge albums digitaal als mp3 op te slaan. Die oude pareltjes kan ik nu nog steeds beluisteren. Met de opkomst van het vinyl overweeg ik de aanschaf voor een nieuwe draaitafel. Eentje die een prominente plaats in ons huis verdient.

Sinds een paar jaar koop ik af en toe een nieuw album in vinyluitvoering. Het luisteren naar muziek met zo’n grote, vierkante albumhoes op schoot is niet alleen maar luisteren. Het is muziek beleven. Genieten. Groot was dan ook mijn aangename verrassing toen mijn schoonmoeder laatst vroeg of wij de oude langspeelplaatcollectie die altijd bij hen heeft gestaan met ons mee naar huis mocht. Langspeelplaten van 5 decennia geleden. Wat een verrijking.

Oud en Nieuw

Wanneer je op oudejaarsdag nog niet alles in huis hebt gehaald, ben je afhankelijk van de supermarkten die de winkeldeuren op deze laatste dag van het jaar openen voor de vergeetachtige mensen onder ons, en de mensen die alles op het laatste moment beslissen. Zo stond ik ook vanmiddag nog in de supermarkt. Niet omdat ik iets was vergeten of de dingen altijd tot het laatst uitstel, ik wist dat mijn vaste buurtsuper open zou zijn. Wanneer je dat weet stel je jezelf er op in. Oliebollen? Die haal ik 31 december!

Hier ben ik overigens geen uitzondering op, want er waren voldoende mensen in de supermarkten die genoeg in het mandje of boodschappenkar gooiden. Mensen van allerlei allooi die nog een paar dingen echt nodig hebben in die laatste uren van 2017. De een doet het op zijn gemak en leest nog eens heel uitgebreid en op het dooie gemak de ingrediënten van een blik soep, en de ander heeft haast en doet alsof de supermarkt een atletiekbaan is. Verstand op nul en blik op oneindig. De kassa’s in dit geval. Zo ook het meisje met brandweerwagenroodhaar.

Het meisje had zo’n haast dat ze niet door had dat ze met haar half gevuld boodschappenmandje een paar pakken koeken op de grond liet vallen. Door een kleine twijfel in haar snelheid wist ik dat ze heel goed doorhad dat er door haar doen een paar artikelen op de supermarkt vloer waren gevallen. Een oudere mevrouw sprak haar hierop op aan, maar het meisje met het te rode haar speelde doof. Hierop heb ik haar er op geattendeerd dat ze een paar pakken koeken had laten vallen, en gevraagd of ze het even wilde opruimen.

Met een nijdig gezicht en de opmerking: ‘Ja, dat kan gebeuren,’ liep ze chagrijnig terug naar de gevallen koeken.
‘Inderdaad,’ reageerde ik. ‘Maar als je het op de laatste dag van het jaar opruimt, ben je dit jaar toch nog een goede burger geweest.’
Zwaar beledigd legde ze de koeken terug in het schap, tussen de andere koeken.
Op dat moment wist ik mijn goed voornemen voor het nieuwe jaar: Dit jaar ga ik mensen aanspreken op hun a-sociaal gedrag. Niet dat dit altijd gewaardeerd zal worden, net als deze middag. Misschien zijn er momenten dat ik er lichtelijk spijt van krijg, maar als niemand het doet zakken we alleen nog verder weg in een onbeschaafde maatschappij.

De allerbeste wensen voor het nieuwe jaar, waarin we iets meer sociaal met elkaar om mogen gaan.

Moraalridder

In de wijk waar ik woon zijn ze momenteel druk bezig met het aanpassen, verleggen en opknappen van het fietspad dat langs het spoor van het centrum naar Parkwijk loopt. Fietsers en voetgangers worden door middel van afzettingen er op attent gemaakt niet verder te gaan. Het pad ligt er al ruim 2 maanden braak. Ik ben inmiddels wel een beetje moe van alle modder en regenplassen. Op mijn route van, en naar huis is het hink-stap-springen om het enigszins schoon en droog te houden. Eigen schuld, want ik laat me niet zomaar door een paar hekken tegenhouden. Ik ploeter eigenwijs door.

Inmiddels is er een beperkt en zeer minuscuul stukje fietspad opnieuw geasfalteerd. Na 2 maanden. Waarom dit zo lang moet duren begrijp ik niet, want wat er nu na al tijd is opgeknapt, ziet er niet uit. Die paar meters die bedekt zijn met asfalt lijken door een dronken ome Harry te zijn gewalst. Rol er met je rollerskates overheen en je verliest geheid een sleutelbos. Wellicht bezuinigt ProRail, de spoorinfrastructuurbeheerder van Nederland, op de werkzaamheden en worden er stagiaires ingehuurd. Het is een aanfluiting en een belediging voor die mannen die vroeger met passie alle bestraatte straatjes plat hebben gewalst, en zo ploeter ik straks in 2018 nog steeds door.

Dat wordt voorlopig tot aan maart volgend jaar langs en over de wegversperringen lopen. Of erger, meters ómlopen. Ik had eerst de illusie dat medewerkers van ProRail al de neergehaalde wegversperringen terug in originele staat terugbrengen, maar dat blijkt niet helemaal waar te zijn. Afgelopen kerstweekend zag ik vanuit het slaapkamerraam een man van het type kansloos, de omvergehaalde wegversperringen terugzetten. Op zijn manier worden de bewoners van Almere heropgevoed. Nu kunnen ze niet langer ‘illegaal’ langs het spoor doorlopen. Op zich niet helemaal erg, deze wereldverbeteraars, maar dan moet je zelf niet verder fluitend, met je hondje over het afgesloten, braakliggend fietspad lopen.