Vrijdagochtend

Het is een paar minuten voor half 8 en de metro waarin ik me bevind stopt op metrostation Henk Sneevlietweg. Ik stap uit de achterste wagon, zodat ik als eerste het station kan verlaten. De pendelbus staat verderop te wachten om de reizigers naar de grote kantoren te verplaatsen. Sinds ik alweer enkele weken mijn fitbit om de pols draag, laat ik me niet zo snel meer rondrijden. Ik loop liever. Mijn licht-autistische trekjes hebben de afgelopen tijd nog steeds de overhand als het gaat om het aantal stappen die ik per dag moet nemen. Enig fanatisme is me niet vreemd en dat terwijl ik altijd dacht niet competitief te zijn. Ha!

Ik loop over het zebrapad naar de zuidelijke kant van de Henk Sneevlietweg. Alleen aan die zijde van de weg is het mogelijk om te wandelen en te fietsen. Ik check even hoe laat het is en ik zie dat ik rustig aan naar mijn werkgever kan wandelen. In een makkelijk tempo loop ik rustig richting de Johan Huizingalaan. Achter me hoor ik gehaaste voetstappen. Iemand achter me heeft duidelijk minder tijd dan ik en haalt me gehaast in. Het is een man met kleine krulletjes. Hij neuriet mee met de muziek in zijn oren. De witte oordoppen steken fraai af tegen zijn donkere huidskleur. In een rap tempo loopt hij op mij vooruit. Ik glimlach. Mensen die neuriën zijn altijd vrolijk.

Sommige mensen kijken niet zo vrolijk. Ik zie er genoeg op de fiets voorbijkomen die deze vrijdagochtend beleven alsof het een maandagochtend na een vakantie van 4 weken is. Niet aan te sporen voor een moment van vrolijkheid. Ik denk: Was dan lekker in je bed blijven liggen. Ondanks de enkele norse gezichten loop ik vrolijk verder. Op 500 meter afstand van het metrostation sla ik linksaf de Johan Huizingalaan in. Het is helemaal geen laan, het is een drukke provinciale weg. Er wordt daar gereden als op een racecircuit waar Max Verstappen zich prima thuis zal voelen. Verderop loopt een man met zijn hond aan de lijn. Beiden hebben lol. De man heeft een leuk gesprek en lacht in zijn mobiele telefoon, en honden zijn altijd vrolijk.

Na nog eens 450 meter te hebben gelopen, sla ik rechtsaf de David Ricardostraat in. Hier is ook het hoofdkantoor van Monsterboard. Al wat ik daar zie zijn twee flipperkasten in een recreatieruimte. Tenminste, dat is mijn aanname over die ruimte. Eén flipperkast heeft het thema Flintstones en de ander van de film Raiders of the Lost Ark. Op de zijkant van de kast staat Indiana Jones stoer, inclusief zweep, te poseren. Hierna steek ik over op het John M. Keynesplein. Het is een uit de kluiten gewassen plantsoen, met veel groen. Deze vrijdagochtend zit een vrouw gehurkt foto’s van klaprozen en andere bloemen te maken. Leuk. Kan ze het delen op Facebook of Instagram. En schuin, daar aan de overkant van het plein in het hoge gebouw verdien ik mijn geld. Nog een dag werken en dan, weekend!

Kunstenaar

Donderdagmiddag. Ik sta met andere reizigers in de warme overvolle metro richting Amsterdam-Zuid. Ik sta wazig naar buiten te staren en zie links vanuit een ooghoek een kleurrijk persoon staan met lange sliertige haren. Wat ooit een rastakapsel was, is door gebrek aan verzorging een vette kluwen haardos geworden. De zonnebril met vrolijk geel monteur maakt het plaatje er toch niet mooier op. Ik voel een onverklaarbare drang om de man in de gaten te houden, en waar ik eerst nog glazig naar buiten keek, kijk ik nu naar de man met bah-haar. Hij draagt een wit overhemd, half dichtgeknoopt en een vale broek die zeker maanden niet in een wasmachine heeft liggen draaien.

De man spreekt zijn medereizigers aan. Sommigen geeft hij een hand en stelt zich aan hen voor, en vertelt over zijn honger. Wanneer hij niet door sommige reizigers genegeerd wordt, kom hij tot de hoofdzaak van zijn doel. Hij spreekt de mensen aan, om -zoals hij het zelf zegt- een paar centjes te verkrijgen. Een vrouw die voor mij staat hoort de man aan en reageert negatief op het verzoek om geld te geven. ‘Ik heb wel een appel voor je,’ zegt ze. De man reageert licht teleurgesteld, maar neemt de appel aan. Anders is zijn verhaal over honger niet meer geloofwaardig. Hij staat nu tegenover mij. Hij steekt zijn rechterhand uit en zeer onbeleefd weiger is deze. ‘Doe je verhaal maar,’ moedig ik hem aan.

Hij vertelt me dat hij een kunstenaar is en dat hij met € 20,00 in de week moet leven. Het verhaal over honger kan hij nu niet nog eens vermelden, dus hij vertelt me over hoe moeilijk en vooral hoe duur het leven is. Na een zeer lange anderhalve minuut komt de doelgerichte vraag: ‘Heeft u misschien wat centjes voor mij?’ Mijn reactie is gelijk aan het antwoord dat ik altijd op bedelaarsvragen geef. ‘Ik heb geen kleingeld, ik heb alleen maar plastic.’ Om deze zin enige oprechtheid mee te geven, kijk ik teleurgesteld en haal ik beide schouders op. Enkele reizigers gniffelen om mijn antwoord.

Gelijk wanneer er wordt omgeroepen dat we over enkele ogenblikken aankomen op metrostation Amstelveenseweg en dat we aan de linkerkant mogen uitstappen, gaat de mobiele telefoon van de kunstenaar over. Hij neemt op en vergeet mij totaal. Daar heb ik vrede mee. Reizigers stappen licht gehaast uit en weer anderen stappen in om mee te reizen. Sommigen deinzen terug door het onverzorgde uiterlijk van de beller. De kunstenaar blijft telefonisch in gesprek waarin achterdocht klinkt over een belofte die hem wordt gedaan. Waarschijnlijk zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. De metro rijdt weer verder en de kunstenaar beëindigd zijn telefoongesprek.

Het blijkt dat ik geen indruk heb gemaakt, want ik word niet meer aangesproken. Hij richt zijn aandacht op een jonge vrouw, maar ook zei weigert net zo onbeleefd als ik om de uitgestoken hand te schudden. Op de vraag of ze misschien wat centjes kan missen, verklaart ze alleen een pinpas bij zich te hebben. Zo origineel was mijn antwoord niet. Schuin naast mij staat een vlotte jonge vent in een strak modern pak, inclusief het hoge water in de pantalon, wat nu hot lijkt te zijn, staat te wachten tot de kunstenaar hem aanspreekt. Dat gaat gebeuren en het strakke pak glimlacht zelfverzekerd. Volgens mij is hij ook degene die als eerste de hand uitsteekt.

Ze stellen zich aan elkaar voor en voordat de kunstenaar zijn verhaal kan doen is het strakke pak hem voor. ‘Dus jij komt hier in de metro mensen lastig vallen om ongevraagd te bedelen voor geld? Denk je niet dat je gewoon een paar jaar geleden een verkeerde opleiding hebt gekozen? In plaats van dat onzekere, zweverige linkse kunstenaarsgedoe, had je beter een degelijke opleiding kunnen kiezen. Dan had je nu wat geld op de bank staan en hoef je de anderen, die al genoeg voor jou betalen, niet lastig te vallen.’ De zinnen komen als een waterval naar buiten. Reizigers kijken gespannen naar het tweetal. Wordt het een conflict?

Wederom weet de omroepstem de sfeer in de metro te breken. Er worden nog aansluitingen met bus en trein genoemd en ook worden we geboden links uit te stappen. Sommige reizigers dringen naar de deuren, want ze willen hun aansluiting niet missen. De kunstenaar kijkt het pak aan, wuift hem met een hand weg en stapt de metro uit. Ik stap ook uit, het perron op. Terwijl ik naar mijn aansluiting op spoor 1 loop, spreekt de kunstenaar alweer een andere man aan. De hand wordt uitgestoken. Hij stelt zich netjes voor, en vertelt de man honger te hebben.

Woorden

Oh, hoe intens ik blij kan worden van taal, en van woorden in het bijzonder. Ik weet niet hoeveel Nederlandse woorden er precies bestaan, maar ik heb eens op het internet gelezen dat het ongeveer 80.000 woorden moeten zijn. Dit is een schatting wanneer je uitgaat van het aantal woorden in de Dikke van Dale. Wanneer je daar nog eens alle werkwoordvervoegingen bij optelt, zit je rond de 60 miljoen woorden. Zo veel woorden en ik kan er geen genoeg van krijgen.

Woordspelingen, ik ben er dol op. Maakt iemand een typefout in een tekst, dan kan ik daar zeer smakelijk om lachen. Helemaal wanneer de context van een zin hierdoor een totaal andere betekenis krijgt. Het zijn niet eens de zware intellectuele vergissingen die mijn lachspieren doen samentrekken. Ik schater het al uit wanneer het woord ‘hier’ als het woord ‘hoer’ in een tekst verschijnt. Ik weet het, er is niet veel intellect nodig om mij te vermaken.

Zo zijn er ook woorden die ik heel mooi vind. Om aan te horen of uit te spreken. ‘Desalniettemin’ en ‘nochtans’. Twee woorden met dezelfde betekenis, maar het bekt wel heerlijk weg wanneer je het uitspreekt. Of als het uit de mond van iemand anders komt. Het betekent zoiets als niettegenstaande. Bam! ‘Niettegenstaande’. Het wordt alleen nog maar mooier! Zoveel verschillende woorden om alleen maar aan te geven dat er ondanks een gegeven, toch het tegenovergestelde heeft plaats gevonden.

Daarentegen (ook zo’n aangenaam woord) zijn er ook woorden waar ik kippenvel van krijg, en niet in de positieve zin van het woord. Dat heb ik gelukkig niet met het woord ‘parallellepipedum’. Dat woord behoort al sinds de jaren 80 tot mijn favorieten. Het is helaas geen woord dat je zomaar in dagelijks gesprekken kunt gebruiken. Maar de harde klanken die je uitspreek bij het woord. Heerlijk! Een ‘parallellepipedum’ is een veelvlak met zes parallellogrammen als zijvlak. Hierdoor is het jammer genoeg een niet zo vaak uitgesproken woord.

Een woord wat ik afschuwelijk vind, dat ik niet kan aanhoren en waar ik figuurlijk jeukend tandvlees van krijg, is het woord ‘kutje’. Ik heb de neiging te vomeren wanneer ik het woord ergens hoor of lees. Het woord zelf uitspreken zal ik nooit. Ik ben sowieso geen voorstander van verkleinwoorden, maar bij dit woord geeft het verkleinen van het woord een onsmakelijk iets. Ik associeer dit lelijke Nederlands woord met viespeukerij. Het zijn de vieze, vrijpostige  mannen die niet te vertrouwen zijn, die dit afstotelijk woord in een zin durven te gebruiken.

Gelukkig bestaan er naast dit oneervol woord nog zeker 60 miljoen andere Nederlandse woorden. Diverse Nederlandse woorden voor één betekenis of één woord met meerdere betekenissen. Taal vind ik leuk. Met woorden spelen meesterlijk. Zo worden mensen als snel blij bij het horen van het woord ‘zonnestraal’. Maar noem het woord eens tijdens een aanhoudende hittegolf voor een periode van 3 aaneengesloten weken. Dan word je door de mensen boos weggekeken. Dan zijn ze de vrolijkheid van dat woord straal vergeten.

Het Spui

Het weer is gespreksonderwerp nummer 1 in Nederland, en de laatste weken is het al aardig aan het zomeren. Sommige mensen zijn de warmte en de zon al zat, maar voorlopig geniet ik volop. Daarom zit ik op een terrasje aan het Spui in Amsterdam. Een beetje lommerrijk, heerlijk beschut. Ik geniet van mijn uitzicht op de Amsterdammers en de bezoekers van de stad. Sommige toeristen zijn nog niet helemaal overtuigd van de zomer en dragen warme jassen, met hun beanies tot over de oren getrokken. Anderen lopen rond met blote schouders, in korte broek en op slippers. Persoonlijk ben ik niet zo dol op mensen, maar ik hou wel van de variëteit die de mens uniek maakt.

Aan een tafeltje achter mij zitten twee mensen te fluisteren op het terras. Nadat ik mijn kop koffie aan de serveerster betaal, kijk ik even achterom en zie ik dat het om een man en vrouw gaat die aan de witte wijn zitten. In mijn ogen, zijn deze twee mensen overduidelijk een stelletje. De eerste, zeer prille liefdesperiode is voorbij, maar nog steeds hartstikke gek op elkaar. De twinkeling in de ogen, die ik zojuist in de luttele seconden zag, toen ik omkeek, is er nog steeds. Stiekem zit ik te luistervinken, terwijl ik voorzichtig een slok van mijn hete koffie neem.

Ze toosten. De wijnglazen tikken voorzichtig tegen elkaar aan. Ik hoor een lichte zucht en met een kleine aanloop zegt de man tegen de vrouw dat er een tijd was geweest dat hij van alles voelde, maar tegelijk ook niets. Voordat hij haar had leren kennen, was er alleen maar bewolking in zijn leven, zonder uitzicht op opklaring. Verrast door de poëtische zinnen van de man plaats ik met een lichte tik mijn koffiekopje terug op het schoteltje en luister blij. De vrouw blijft stil, en de man vervolgt met dat hij haar moest vertellen hoe ze iedere dag van zijn leven opvrolijkte en dat zij hem in de donkere nachten verlichtte als een volle maan.

Ik kijk vluchtig om me heen om te zien of anderen op het terras wellicht ook getuige zijn van dit romantische moment, maar niemand reageert. En de man vervolgd. Over dat hij niet kan uitleggen dat er iets bijzonders aan haar is, hoe ze er uitziet. Over de blik in haar ogen en hoe ze naar hem kijkt. Ze ontneemt zijn adem iedere keer. Ikzelf voel me enigszins opgelaten dat ik getuige moet zijn van dit moment. Het is te intiem om er deel van te maken. De man verklaart dat het gevoel de vrouw hem geeft, zo diep zit, dat het hem verstikt. Op een positieve manier. Ze is mooi in elke betekenis, net als deze zomerachtige avond in Amsterdam.

Terwijl de laaghangende zon mijn gezicht verwarmt, koelt de koffie in mijn kopje af. De man aan het tafeltje achter me verklaart nog even dat de lach van de vrouw, zijn diepste geheimen naar boven haalt. Niets blijft langer verborgen en in alle eerlijkheid is hij sprakeloos met de overvloed van zijn woorden. Complimenten en liefdesverklaring. Ik heb voldoende gehoord en sta op en loop richting de Nieuwezijds Voorburgwal. Met de laatste zonnestralen, en een glimlach op mijn gezicht over wat ik zojuist mocht aanschouwen, loop ik langs de open deur van een kleine kroeg. Een bekende hit van Elton John komt uit de speakers. Ik loop door, richting Amsterdam Centraal.

Autoritjes

Het is vrijdagavond en het vlakke landschap van Noord-Holland is overal om ons heen te zien. We zijn onderweg naar Heerhugowaard, even ten noord-westen van Alkmaar. Met dit uitzicht en de muziek zachtjes op de achtergrond geniet ik van deze autorit, samen met mijn man. Ik hou van autorijden. Zolang ik niet zelf achter het stuur hoeft te zitten. Zo blijven de autoritjes aangenaam. Wanneer ik achter het stuur zit, verander ik een onaangenaam persoon. Ook voor mezelf. Ik zie overal problemen en zit non-stop te vloeken, en te schelden op alles wat binnen mijn gezichtsveld komt.

Als er een hel bestaat, dan bestaat deze uit onafgebroken momenten achter het stuur. Langzaam rijdend in een file tijdens de spits. De auto waarin ik me bevind is vanzelfsprekend géén automaat, want de koppeling moet ik blijven intrappen tot de kramp in mijn benen ondraaglijk wordt. Dit is een lichtelijk overdreven voorbeeld van een moment waarin ik doodongelukkig ben. Maar ik ben geen voorstander van veronderstellingen en aannames, en geloof daarom ook niet in God. Of in een verzonnen hel.

Het is een verademing voor mij wanneer ik plaats neem in de auto, en dat dit niet achter het stuur is. Zoals ik het enige zinnen terug verklaarde: ik kan echt genieten van de autoritjes, samen met mijn echtgenoot. Voor mijn part rijden we in de auto door naar het noorden van Noorwegen of naar het oosten van Polen. Of verder. Helemaal de wereld rond. Ik zal genieten van ieder moment. Zolang ik maar niet met mijn voeten op de verschillende pedalen hoef te duwen. Ik prijs me gelukkig met een echtgenoot die totaal geen hekel heeft aan autorijden.

Enkele van de bijzondere herinneringen, als kind, heb ik in de auto opgedaan. Ik kan me een autorit herinnering waarin het hele gezin, plus aanhang, met de auto naar Ponypark Slagharen ging. Mijn jongste zus met 2 tantes en mijn moeder op de achterbank, half hangend met de benen onder de hoedenplank, en ik in elkaar gebogen tussen de benen van mijn vader, die als bijrijder de wegenkaart op mijn hoofd liet rusten. Daar reden we dan met 100 kilometer over de tweebaanswegen van 45 jaar geleden. In mijn herinnering liepen mijn jongste zus en ik uren na aankomst in Slagharen met een gebogen rug over het attractiepark.

Met plezier denk ik aan de vakanties die we met mijn schoonfamilie in Europa doorbrachten. Mijn schoonzus had het lumineuze idee om voor 3 weken een mini-rondreis door Oostenrijk, Italië, Zwitserland en Frankrijk te boeken, en omdat er toen nog geen navigatiesystemen waren, hebben we toen meer dan alleen maar asfalt snelwegen gezien. Ik weet nu, dat als je iets van de wereld wilt zien, je per auto moet reizen. Je maakt zo veel meer mee. Met een glimlach denk ik aan het moment dat we bij de grensovergang tussen Italië en Zwitserland, waar we met een illegaal aantal flessen wijn in de kofferbak, werden aangehouden en we onze paspoorten ook nog in de kofferbak hadden laten liggen. Wanneer ik die herinnering wil delen, zie ik dat we inmiddels Heerhugowaard zijn binnengereden. Ook zo fijn van een autorit: Je bent op de plaats van bestemming voor je het doorhebt.

Picture This

We zitten nog maar een week in de zomermaand juni en via social media krijg ik al de eerste vakantiefoto’s van mijn sociale mediavrienden voorgeschoteld. Een buurmeisje van vroeger uit Den Helder is op rondreis door Ierland en een oud-collega uit Almere viert haar wandelvakantie in Engeland. Ik geniet daarvan. De vakantiepret van mijn Facebookvrienden. Ik vind het leuk dat ik in mijn fantasie toch mee ben op vakantie. Dat gevoel kent je vast ook wel. Het fantaseren van het op reis zijn. Je bent niet zo zeer met het reisgezelschap op stap, maar je plaatst jezelf met gemak in de bijna jaloersmakende vakantiekiekjes. Heerlijk.

Wanneer jezelf op vakantie bent is dat toch anders. Teleurstellend bijna. Je wilt de mooiste dingen zien. Attracties bezoeken om vooral herinneringen te creëren. Dat wordt tegengewerkt door de toeristen die altijd in de weg staan. Na ruim een uur door het Louvre, in Parijs te hebben gewandeld om de Mona Lisa van DaVinci te bewonderen sta je tussen honderd anderen op je tenen om een stukje van dat verdomde kleine schilderij te zien. Of op de trappen van Park Güell in Barcelona, met de kleurrijke hagedis. Alles wat je op foto’s terugziet zijn hoofden en armen van toeristen en wazige fragmenten van bontgekleurde mozaïeksteentjes.

Mijn foto van de Mona Lisa in het Louvre heeft meer weg van een grote indoor demonstratie, waarbij veel aanwezigen een selfie maken, en de foto van de mozaïekstenen op de trappen van Park Güell lijkt alsof deze is gemaakt in een drukbezochte badkamer. Ja, daar maak je geen Facebookvrienden jaloers mee. Toch zijn het niet alleen de mislukte foto’s. Soms is het de omgeving die tegenvalt. Piccadilly Circus was mij niet onbekend. Ik had er genoeg afbeeldingen van gezien. Tijdens een stedentrip in Londen waar we vanuit de metro bij het plein, de grond uitstapten, schrok ik van het groot aantal toeristen, maar vooral van hoe klein het plein is. Ik kreeg spontaan een claustrofobisch gevoel.

Door foto’s van toeristische trekpleisters te bekijken creëer je verwachtingen. Zo heb ik schitterende tempels in Egypte mogen bezoeken, en bewonderen. Precies als op de afbeeldingen in de reisgidsen, televisieprogramma’s en het internet. Door de afwezigheid van veel toeristen in het Noord-Afrikaanse land in 2012 konden we wel mooie foto’s maken. Maar wat we niet op de gevoelige geheugenkaart vastlegt zijn de foto’s van de omgeving. Wat je niet op de bekende foto’s ziet, zie je daar wel op de bewuste plek zelf. Een schitterend uitzicht op een sfinx, en een afschuwelijk beeld achter je rug, van een vuilnisbelt waar kinderen doorheen lopen te struinen, op zoek naar mooie of eetbare voorwerpen. Dat zijn de herinneringen waar je geen foto’s voor nodig hebt.

 

Uitslover

Sinds een week ben ik in het bezit van een nieuwe ‘activiteitenvolger’. Ik droeg voorheen een fuel band van het merk Nike als armband, maar die heeft vorig jaar het functioneren er bij neergelegd. Waarschijnlijk vond het ding het dodelijk saai om constant mijn activiteiten te registreren. Of was ik wellicht te overactief. Misschien heeft zo’n gadget armband maar een beperkt aantal werkingsuren. Zo zijn televisies tenslotte ook gemaakt. Na een aantal honderden uren branden de beeldschermen door en hopen de vele televisiemakers in Azië dat je uiteindelijk toch weer hun merk in huis haalt. Wellicht dit keer een exemplaar dat enkele inches langer is, en een paar honderd euro’s meer.

Mijn nieuwe activiteitenvolger is als horloge op de markt gebracht. Geen armband meer voor mij. Het horloge geeft naast de tijd ook aan hoeveel stappen ik per dag verzet, het leest je hartslag en het kan waarnemen waar ik me bevind, dankzij GPS (satellietplaatsbepalingssysteem). Ik ben afgestapt van het merk Nike en draag nu het merk fitbit (zonder hoofdletters) om mijn pols. Het horloge houdt ook bij hoeveel trappen ik oploop (een trap aflopen is geen activiteit, want dat wordt niet bijgehouden) en hoeveel kilometers ik wegfiets. Ook houdt het bij wat ik in de sportschool uitvoer, maar ik heb mezelf wijs gemaakt dat het apparaat juist daar niet 100% functioneert, en die gedachte houden we erin.

Een leuke aanvulling is dat je via de fitbit-app vrienden kunt toevoegen. Op deze manier motiveert het om vooral te bewegen. Het met-je-luie-kont-uit-de-stoel-effect. Dat werkt. Heel wat familieleden, vrienden en kennissen in mijn fitbitvriendengroep zie ik flink wat stappen ondernemen. Ik zelf ben ook aardig overactief. Ik ben sowieso niet het type dat stil kan zitten (de reden waarom de poezen nooit bij mij liggen). Ik ben dan ook, met mijn nieuwe gadget om de pols, aardig gemotiveerd. Misschien tot lichte irritatie van anderen. Overigens zijn het niet alleen mensen die mij overactief vinden. Wanneer ik 2.000 stappen meer verzet dan mijn dagelijkse doelstelling, krijg ik via mijn telefoon van fitbit het bericht dat ik een overachiever ben. Belachelijk. Ik ben geen uitslover. Ik ben enthousiast.

 

Zomer

Het zijn de laatste dagen van de maand, met het mooie zomerweer moet ik dikwijls denken aan de hit Het is weer voorbij, die mooie zomer van Gerard Cox uit 1973. In het nummer wordt een zomer bezongen welke vroeg in het jaar, ongeveer in de maand mei, begint. Ik kan alleen maar hopen: zou het dan déze zomer van 2017 zijn die hierin bezongen wordt? Het origineel, City of New Orleans, geschreven en gecomponeerd door de Amerikaan Steve Goodman, gaat niet eens over een jaargetijde. Het gaat over een treinreis van Chicago naar New Orleans. Hoe dan ook. ..

Gerard Cox heeft ruim 40 jaar geleden in Noord-Frankrijk zelf de tekst aan de keukentafel zitten rijmen. Toepasselijk gebaseerd op de Franse uitvoering: Salut les Amoureux,  van de Frans-Amerikaanse zanger Joe Dassin. Het nummer wordt extreem nostalgisch toegeschreven en het nummer geeft me ook dit gevoel. Ik was een dreumes toen Het is weer voorbij, die mooie zomer 18 weken lang in de Top 40 stond. Een zomer is sowieso enorm lang voor een zesjarig kind. De tekst van Cox is nostalgisch, maar het strookt wel.

We keken er tenslotte al maanden naar uit. De laffe winter leek niet voorbij te gaan. Traag en slepend kropen de maanden voorbij tot uiteindelijk de warme dagen zich aanmeldden. Nu is het de tijd van lange dagen. Korte nachten en vogelgezang in de ochtenden. Een wereld vol licht en leven. De geuren van de natuur en zonnebrand. Lommerrijk in het bos en zonnebadend op het strand. Rode huid van zon en zand. Het duurt nog even dat de herfst de bomen laat verkleuren, of dat we ‘s-avonds in pyjama naar bed gaan.  De tijd van blijheid en vrolijkheid is aangebroken.

De afgelopen dagen hebben we een voorproef gehad van een zomer die nog moet komen. Jammer genoeg is het zomerse weer sinds gisteren betrokken. Ik hoop serieus dat de zomer van dit jaar sinds een paar dagen is begonnen en ook weer in oktober, wanneer pepernoten en chocoladeletters in de supermarkten liggen, zal veranderen in een herinnering. Ik denk dat velen met mij gewoon toe zijn aan een vijftal maanden van zomer. Een periode waarvan je denkt dat er geen einde aan kan komen, maar voor je het weet is heel die zomer al weer lang voorbij.

 

Schrikken

Donderdagmiddag. Het leven leek Martin even tegen te zitten. Hij was betrokken bij een verkeersongeluk. Zelf had hij gelukkig geen schrammetje. Zijn blauwe Ford Fiesta daarentegen was er slechter aan toe. Zijn wagen leek de boom frontaal te hebben geknuffeld. Total loss. Martin prees zich gelukkig met alleen materiële schade, maar baalde er wel van. Ondanks een goede verzekering, was dit financieel een flinke tegenvaller, en hier zat hij echt niet op te wachten. Dochter Steffy had vorige maand net haar laatste bezoek aan de orthodontist gebracht, terwijl zoon Jim inmiddels een eerste afspraak had gemaakt om een beugel aan te laten meten. Martin begreep het niet. Die onnodige hoge kosten voor zogenaamde perfectie. Een rechte rij tanden is mooi, maar waar ligt de grens? Alles moet tegenwoordig ook perfect zijn, en staan de tanden eenmaal recht in een rij, dan blijken ze niet wit genoeg. Zijn vrouw Monique vond het nodig. Ja, zolang mensen aan uiterlijke onzekerheden van anderen geld verdienen, wordt de mens angst aangepraat over het gebrek aan uiterlijke perfectie. Het leven maken we zelf duur en iedereen, zeker Monique, doet er van harte aan mee.

Martin dacht aan hoe hij de komende maanden zich moest verplaatsen. Het openbaar vervoer was de enige optie en ook dat is niet gratis. Afgezien van de vergoeding van zijn werkgever. De komende periode zal er een worden van meer dan eens in de maand overwerken. Hoe moet hij anders zijn gezin onderhouden? Door de enorme klap tegen de boom kon hij niet normaal nadenken. Natuurlijk had hij er alles voor over om zijn gezin te onderhouden, maar wanneer kinderen, en vrouw, aan de diverse hypes mee moeten doen, mocht hij diep in de buidel tasten. Met deze gedachte voelde hij zich enorm schuldig, maar hij verontschuldigde zich met de gedachte dat het nu niet het moment was om helder na te denken. Zeker niet als je net een zwaar auto-ongeluk hebt gehad. De schrik zat er goed in. Dit moment schoten er diverse, rare gedachten door zijn hoofd. Gedesillusioneerd en trillend stond hij bij het autowrak. Hulpverleners waren druk in de weer en Martin vond het prima. Blij dat hij het kon navertellen.

Thuis, aan het einde van de middag werd Martin wederom door een onaangename emotie overvallen. Het was niet alleen het financieel plaatje. Hij kon zich momenten van vandaag niet plaatsen. Er zaten gaten in zijn belevenis van vanmiddag. Zo kon hij zich niet herinneren hoe hij was thuisgekomen. Hij keek door het raam naar buiten. Het was inmiddels donker geworden. Was hij door de politie teruggebracht, of zelf met de trein of taxi naar huis gereisd? Misschien had hij toch even het bewustzijn verloren. Hij deed zijn best om zich een chronologisch plaatje voor de geest te halen, maar iedere herinnering aan vandaag vervaagde. Martin zat thuis in zijn eigen stoel. De hoofdpijn was minder, maar de onrust bleef. Hij hoorde de sleutel in het slot van de voordeur. De deur werd geopend en vrouw Monique en de kinderen kwamen thuis. In plaats van dat ze luid groetend binnenkwamen, was het nu stil. Dat komt vast door wat er vanmiddag is gebeurd, dacht Martin. Met verdrietige gezichten en rooddoorlopen ogen van het huilen kwamen ze de woonkamer binnenlopen. Martin wilde opstaan, maar de schrik sloeg hem om het hart. In de armen van Monique zag hij zijn bebloede kleding en schoenen. Hij begreep het nu. Martin was vandaag niet thuisgekomen.

Een scène

Een doodgewone doordeweekse avond en ik sta in de rij bij de kassa van mijn buurtsupermarkt te wachten. Het verbaast me dat het druk is in de winkel. Het lijkt dat veel mensen om 7 uur ‘s-avonds de winkelwagen of het winkelmandje moeten vullen met artikelen waarvan geen uitstel van aanschaf mogelijk is. Ik heb precies hetzelfde probleem, want de koffiemelk is op. Oké, ik drink mijn koffie zwart, maar de inhoud van de fles wijn vereist de aanschaf van een nieuwe voorraad. Ik ben niet verslaafd. Maar géén wijn in huis, dat is een waar alcoholprobleem. Paniek. Daarom snel met de boodschappentas in de hand op de fiets gesprongen. Het toiletpapier was overigens ook op.

Het is echt druk in de supermarkt. Ik verbaas me. Sommige klanten lijken de weekboodschappen steevast op de vaste dinsdagavond te doen. Inmiddels dreigt er een vijfde wachtende in de rij te komen en dan breekt er lichte paniek uit, want iedere vijfde wachtende in rij krijgt bij deze supermarkt de boodschappen gratis mee naar huis. Dat kan natuurlijk niet. Snel wordt er een medewerker van de afdeling vleeswaren ingezet om plaats te nemen achter de kassa. Sommige mensen zijn blij, anderen teleurgesteld. Hadden ze daar toch bijna een volle boodschappenwagen gratis en voor niks mee naar huis mogen nemen.

Een meneer met grijs haar, die al een tijdje met een zelfscanner in zijn hand bij de snelkassa stond te wachten, vind het helemaal niets dat hij wordt overgeslagen. Een medewerkster van servicebalie, die met verhit hoofd de rij aan haar balie probeert weg te werken, vraagt de man plaats te nemen in de rij van een van de 2 andere kassa’s. Dit valt de grijze doffer verkeerd en begint met verheven stem tegen niemand in het bijzonder te roepen dat hij nu voor niets bij de snelkassa staat te wachten. Waarom kan hij niet snel geholpen worden? Een andere man in de rij naast mij, het type gezondheidsgoeroe in sandalen, maant de man tot rust. Dan volgt er een soort van dialoog.

‘Bemoeit je vooral met je eigen zaken,’ zegt de boze, grijze meneer.
‘Dat zou ik wel willen, maar het volume van uw stem nodigt uit tot reageren,’ glimlacht de man.
‘Wat is jouw probleem, dat je je met anderen moet bemoeien?’ De meneer prikt met de zelfscanner richting de ongewenste gesprekspartner.
‘Ooit gehoord van overmacht en onderbezetting?’ vraagt de gezondheidsgoeroe heel kalm terwijl hij zijn biologische producten op de band legt.
‘Met chique woorden word je voor mij toch echt niet slimmer hoor, vriend,’ beweert de geïrriteerde grijze meneer.
Een mollige tienerjongen steekt zijn boodschappen -een blikje energiedrank en een zak chips, onder zijn linkerarm en met een bijna niet verstaanbare ‘Dit gaat viral!’ haalt hij zijn mobieltje tevoorschijn. Klaar om deze scene in de supermarkt op te nemen.
De caissière begint opgelaten de boodschappen van de gezondheidsgoeroe te scannen.

De meneer met de zelfscanner sluit zich aan in de rij naast mij en staat een paar meter achter zijn ‘gesprekspartner’. Ik veins alsof ik niet heb meegekregen en verplaats het toiletpapier, de koffiemelk en mijn fles rode wijn van de boodschappenmand naar de band bij de kassa.
‘Weet u?’ vraagt de gezondheidsgoeroe aan de meneer met de zelfscanner, om vervolgens geen antwoord af te wachten en verder te gaan. ‘Het leven is zo veel makkelijker wanneer je een positieve insteek in het leven hebt.’
Het gezicht van de grijze meneer heeft nu de kleur gelijk aan de tomaten die deze week in de aanbieding zijn.
De gezondheidsgoeroe rekent zijn boodschappen af en plaatst deze in zijn gerecyclede boodschappentas.
Met een ‘Ik wens u nog een hele fijne avond en heel veel positiviteit in uw leven,’ groet de gezondheidsgoeroe de meneer.

Wanneer de goeroe wilt weglopen brengt de zwaar geïrriteerd meneer de gele boodschappenmand boven zijn hoofd met het doel de gezondheidsgoeroe tegen het hoofd te raken.
Ik deins geschrokken terug en de wijze goeroe duikt weg.
Het gele boodschappenmandje mist het doel en de boze meneer verliest zijn evenwicht. Wat volgt lijkt in slow-motion. Meneer valt met een doffe dreun op de grond en slaakt een diepe zucht. Hij blijft op de grond zitten.
Iedereen is stil in de supermarkt.
Na een tijd wordt de stilte verbroken door de zwaar teleurgestelde tiener met het mobieltje.
‘Shit! Het heeft helemaal geen filmpje opgenomen.’

17 mei 2017

Ik zit in de trein. Buiten bepalen de wazige, grijze geluidschermen het stadsbeeld. Het is warm vandaag. Zomers weer. We zijn de warmte nog niet gewend, want het is de eerste tropische dag van het jaar. In de trein is het lekker koel. Anderen vinden dat ook fijn. Een medereiziger zucht opgelucht: ‘Stel je toch voor dat het in de trein net zo benauwd en warm is als buiten.’ Het reisgezelschap zucht mee en knikt bevestigend van: ‘Nou , zeker!’

Klagen is een favoriete bezigheid van de mens en het favoriete onderwerp om over te klagen is sinds de pre-historie altijd het weer geweest. Ik denk dat de eerst gesproken zinnen van de moderne mens het weer als onderwerp betrof. Maar daar waar we vroeger pas na een aanhoudende hittegolf van een paar weken enig protest durfden te uiten, klagen we nu meteen en vooral luidkeels wanneer het kwik in de thermometer, als bij de kop-van-jut op de kermis, tegen de 30 graden aantikt. We zijn het wennen verleerd en het ongeduld is er voor in de plaats gekomen.

Ik luister niet langer naar het geklaag in de coupé en kijk weemoedig naar buiten. De trein is de randstad uitgereden en het uitzicht wordt niet langer belemmerd door  de grijze geluidsschermen of de strategisch geplante bomen. Het landschap van de lage landen rolt aan me voorbij en ik zie vooral de heldere blauwe lucht en het frisse voorjaarsgroen van de weilanden. In een fractie van een paar seconden zie ik een oud boertje in overall voorovergebogen bij een slootje, van wat ik denk, gemaaid gras weg te harken.

Enkele kilometers later zie ik een groep schoolkinderen op een verdwaald fietspad langs het spoor lekker gek doen zoals alleen kinderen dat kunnen. Afgezien van de hoge, tropische temperaturen zijn er mensen die wel genieten van dit vriendelijke weer. Het brengt een glimlach op mijn gezicht en ik bedenk dat we ondanks het figuurlijke warme bad dat we klagen noemen vooral afhankelijk zijn van de blije momenten in ons leven. Lachen, of genieten, zorgt ervoor dat we de moeilijke tijden doorkomen. Koester de mooie herinneringen en geniet vooral vanuit het hart.

De vorige zin klinkt als een tegeltekst, maar de reden van mijn reis deze middag, is een crematie. De moeder van een zeer dierbare vriend is overleden en uit bewondering voor zijn moeder, maar ook als troost voor deze vriend, wil ik er bij aanwezig zijn. Dat is vanzelfsprekend, en ik ben gelukkig niet de enige die er zo over denkt. Deze woensdagmiddag in mei is verdrietig. Voor de nabestaanden een droevige, zwarte dag. Ik hoop dat de aanwezigheid van vrienden en dierbaren enige troost biedt voor een glimlach. Dan heb ik de hoop dat het verdriet eens voorzichtig plaats maakt voor mooie, fijne herinneringen en een lach op het gezicht.

Nabeschouwing

Het Eurovisie-circus is de stad uit. De voorstelling voorbij. De tent is opgedoekt. De artiesten en het publiek zijn naar huis. De keuze is gemaakt: Portugal is de winnaar van het Eurovisie Songfestival 2017. Of dat terecht is weet ik niet. Het Portugese lied Amar pelos Dios is geen lelijk exemplaar, maar persoonlijk vind ik het niet zo bijzonder. Zeker niet het beste liedje van alle 42 inzendingen. Ik la-la dan toch liever mee met Eurovisie inzendingen van landen als Cyprus, Italië of Roemenië.

Qua muziek had het winnend lied niet misstaan op het Songfestival van 1958. Mijn grootmoeder had er vast en zeker glimlachend op zitten meedeinen. Wanneer ik er met mijn ogen dicht naar luister, en niet de iele, fragiele zanger Salvador Sobral voor me zie, doet het me denken aan een intermezzo in een zwart-witfilm waarin een verlegen jongen, gedumpt door de liefde van zijn leven, door de regen naar huis terugfietst. Ook past het lied prima bij een televisiecommercial voor chocolade bonbons.

Hoe kan het dat het winnende liedje van Eurovision 2017, die ik tijdens het afluisteren van de dubbel-cd constant wegdrukte, toch zo populair werd? Het kan zijn dat mijn muzikale smaak niet algemeen is, maar dat betwijfel ik. Mijn smaak op muzikaal vlak is enorm gemiddeld en doorsnee. Kan het zijn dat die-hard Eurovisionsfans er invloed op hebben gehad? Door de slechte gezondheid (hartproblemen) van Salvador Sobral kon hij de eerste repetities in Kiev niet uitvoeren.

Hierdoor viel de Portugese Salvador meteen op en werd hij wellicht de underdog van het festival. Dit werd al snel opgepakt door de bookmakers in Engeland, die helaas veel invloed hebben op het stemgedrag van de Europese songfestivalliefhebbers. Het blijkt dat, mits je echt wilt winnen, je moet opvallen tussen de andere inzendingen. Onderscheidend. Een goed lied is niet goed genoeg. De afgelopen 3 jaar hebben acts gewonnen die echt opvielen naast de andere inzendingen.

Daar kan een man in een apenpak (Italië) niets aan veranderen, want op hetzelfde festival stond er een man bovenop een ladder met een plastic paardenmasker op zijn hoofd (Azerbeidzjan). Dat is niet opvallen, dat is gekkigheid, en daar kennen we genoeg momenten van. Het kopiëren van de winnaar van het voorgaande jaar is ook geen optie, want je valt niet meer op. Hebben we hier ergens in Nederland een Siamese tweeling rondlopen die ook nog eens een mooi riedeltje kan zingen? Zo is het circus hartstikke compleet en wordt Eurovision 2019 zeker in The Netherlands gehouden.

Circus

In de jaren zeventig van de vorige eeuw, vond ik het als kind fantastisch wanneer het circus tijdens de zomermaanden neerstreek in Den Helder op het veld achter het bruggetje aan de Walvisvaardersweg. Het veld bestond uit een paar graspollen en enkele opgedroogde modderpoelen, waar stofwolken je het zicht ontnamen wanneer je aan het spelen was. Later werd het veldje geld waard, nadat het werd gevuld met appartementen. Maar daarvoor was het altijd een aangename afwisseling wanneer er in een warme zomer een grote felgekleurde circustent werd opgezet. Clowns, acrobaten in strakke pakjes en exotische dieren hadden een enorme aantrekkingskracht op mij. Ik kan me herinneren dat ik als pre-puber ‘s-avonds vaak heb liggen fantaseren om van huis weg te lopen en met het circus mee te reizen.

Jawel. Je beleeft het gras altijd groener aan de overkant. Maar dat terzijde. De exotische dieren van toen noemen we vandaag de dag bedreigde dieren. Tegenwoordig mag er bijna geen exotisch dier meer optreden in de piste van een grote circustent. En terecht. Dieren zijn er niet om ons, de verveelde mensen, te entertainen. Laat acrobaat en goochelaar maar in eigen persoon de kunstjes aan het publiek tonen. Ik twijfel er niet aan dat de dieren destijds, in de vorige eeuw, best goed werden verzorgd, maar een dier hoort te léven en niet alleen te bestaan in een omgeving van een beperkt aantal vierkante meters.

Overigens is het maar goed dat ik als kind niet van huis ben weggelopen en met een woonwagen de wereld ben ingetrokken. Het circuswereldje is er niet eentje waar ik gelukkig had kunnen worden. Niet dat het circusleven mij te slecht of te min is, maar nu ik iets rijper, qua leeftijd ben, is het fijn te beseffen dat je sommige keuzes juist niet gedaan hebt. Ook al was het nooit een serieuze overweging geweest om me aan te sluiten bij Circus Toni Boltini. Het circus van vandaag is als zwarte piet: Een relikwie, een gedachtenis aan vroeger. De ouderwetse circussen vind men niet meer leuk en het nieuwerwetse circus van dit millennium vindt niet meer plaats in een tent.

Een Cirque du Soleil heeft meer weg van een gala dan dat het op een circusvoorstelling van de vorige eeuw lijkt. Daardoor vind ik het zo grappig dat een specifiek chique gala dat in 1956 voor het eerst werd gehouden tegenwoordig meer op een circus lijkt. Het Eurovisie Songfestival begon ooit heel statig in Lugano te Zwitserland. Het is na jaren uitgegroeid tot één groot circus met vele circusacts. Mannen in hardrockmonsteroutfits, of rennend in een hamsterwiel. Een Ierse handpop achter een draaitafel en een leven draaiorgel. Er komt meer bij kijken dan alleen maar een liedje op het songfestival.

Gisteravond was de eerste halve finale van Eurovision 2017 en morgen, na een dag van rust op deze woensdag, is de tweede halve finale. De Brabantse zusjes Vol treden namen Nederland op, om ‘ons’ naar de finale op zaterdagavond te zingen, en zingen kunnen ze. Van die 10 finaleplaatsen zit er hoogst waarschijnlijk eentje voor Nederland bij. Een week met 3 avonden van Eurovisie Songfestival. Ik zit thuis heerlijk voor de televisie te genieten. Je mag me uitlachen, belachelijk maken. Mij maakt het niet uit. Ik geniet van het Eurovisie Songfestival sinds het circus nog jaarlijks bij ons vroeger in de woonwijk de olifanten en dromedarissen op het veldje lieten loslopen. En daar waar je van geniet, dat moet je niet verstoppen. Zo aan het einde van deze paar regels tekst weet ik, dat al sinds mijn kinderjaren ik toch altijd een beetje van het circus ben blijven houden.

Zorgen

Vandaag later dan verwacht schrijf ik hier enkele regels van woorden. Door een noodlottig moment in Dronten is mijn schoonmoeder in de nacht van donderdag op vrijdag ten val gekomen en heeft hierbij haar heup gebroken.

Hierop is ze meteen naar het ziekenhuis in Lelystad vervoerd om daar naast het verzorgend personeel opgevangen te worden door mijn echtgenoot en mijn schoonzus. Gelukkig is ze daar in goede handen, maar toen ik vrijdagavond ook even op ziekenbezoek was, zag ik toch wel enige wijzigen in het beleid van de verzorging. Ziekenhuizen zijn door de bezuinigingen van de afgelopen jaren gelijk aan musea en andere attracties waar veel mensen komen geworden. Bezoekers worden geacht pro-actief en vooral interactief deel te nemen. Bezoekuren duren zolang de bezoekers nodig zijn.

Bloedafname wordt voorlopig nog wel door het verplegend personeel gedaan, maar het is een kwestie van tijd dat bezoekers zelf de bloeddruk van de bezochte patiënten moeten meten. Het zal tegen die tijd ook meer dan normaal zijn dat ze door de bezoekers gewassen en gevoed worden. De mogelijkheden zijn in de moderne toekomst oneindig. Denk hierbij aan live-verbindingen tussen chirurgen en bezoekers, via Facebook, Twitter of Instagram. Door deze zogenaamde vooruitgang zal er zeer waarschijnlijk nog minder verzorgend personeel over de werkvloer van de ziekenhuizen lopen. Allemaal wegbezuinigd door de mensen, die wanneer zij ziek zijn, naar een privékliniek gaan.

Niets

Soms heb je gewoon even geen zin om iets te doen. Geen zin om een paar regels te tikken voor een stukkie tekst. Zoals vorige week. Ik kon me er niet toe brengen om het toetsenbord te roeren voor een blogberichtje. Het is niet dat ik geen tijd had. Op Koningsdag had ik even tijd kunnen maken, maar ik had iets van: Meh. Géén zin.

Het had ook niets te maken met gebrek aan inspiratie. Een werkweek van 40 uur en het dagelijks reizen van huis, naar het werk en vice versa leveren genoeg belevenissen op om aan het digitale scherm toe te vertrouwen. Zo hoorde ik het verhaal over een stukadoor die een paar maanden geleden op een vrijdagmiddag een ‘zwart klusje’ had. Nog voordat de klus was geklaard kreeg hij een goedgevulde emmer met pleisterwerk over zich heen. Doorweekt tot op zijn onderbroek moest hij de werkzaamheden stoppen.

Het nadeel van vloeibaar pleisterwerk is dat het snel uithardt. Om de klus die middag af te krijgen, ontdeed hij zich van alle natte kleding. De klus bevond zich in een leegstaand huis en daardoor kon de stukadoor ongezien in adamskostuum zijn werkzaamheden voortzetten. Toen het buiten te donker werd, waren de muren glad gestreken en kon hij op huis gaan. Zijn kleding was hard opgedroogd en niet meer te dragen. Het stucmateriaal kon hij op het adres achterlaten. Gekleed in werkschoenen en alleen een handdoek voor zijn edele delen, trok hij een sprintje naar zijn auto.

Eenmaal thuis zou hij de auto onder de carport parkeren en zo ongezien het huis ingaan. Onderweg had hij het thuisfront via een berichtje laten weten dat hij onderweg was en dat hem een snelle toegang naar binnen toegezegd moest worden. Opgelaten, maar opgetogen blij dat hij nu bijna thuis was, reed de stukadoor in vlot tempo naar huis. maar net voordat hij zijn woonwijk inreed, reed hij een politiefuik in. Controle. Een politieagente wenkte hem haar kant toe. Binnensmonds gevloek. Waarom nu. Waarom hij.

Met enige gêne zette hij de auto tot stilstand. De politieagente was verbaasd dat ze de stukadoor met bloot bovenlijf achter het stuur zag zitten. Naakt in de auto met een zielig handdoekje op de schoot. De vrouwelijke koddebeier corrigeerde haar verraste blik. ‘Het is ongebruikelijk om naakt in de auto te zitten, maar direct strafbaar is het niet,’ zei ze. ‘Kunt u mij de reden geven van uw huidige positie?’ Stotterend en met een rood hoofd vertelde de stukadoor zijn verhaal.

De politieagente vond het verhaal geloofwaardig genoeg. Vooral ook nadat ze enige navraag had gedaan bij haar aanwezige collega’s. die ze  bij zich had geroepen. Nadat de stukadoor in het blaaspijpje had geblazen en bleek dat hij zonder alcohol op achter het stuur zat, mocht hij zijn reis voortzetten. Wel kreeg hij nog een officiële waarschuwing en de tip om voortaan, wanneer hij weer een klus had, een extra setje kleding mee te nemen.