Bestelling

Op nieuwjaarsdag had ik een nieuw paar hardloopschoenen besteld. Dit kon even niet anders, want we zitten in een lock-down en dan moeten de niet essentiële winkels dicht blijven. Alsof hardlopen niet essentieel is. C’est ridicule! Nu kan ik gaan brulbloggen dat er geen logica in dit alles zit, aan het corona-aanpak-gebeuren, maar daar wordt niemand gelukkig van. Ikzelf helemaal niet, want om constant te moeten foeteren dat anderen het verkeerd zien, dan mis je heel veel plezier in je leven. Ik vind het te makkelijk om van afstand te roepen dat het anders moet. Dus haal ik mijn schouders op over het gegeven dat een sport- of kapperszaak dicht blijft, maar de snoepwinkel niet.

Maar ik schreef u over mijn nieuwe hardloopschoenen. Die heb ik dus nog niet. Door de lock-down en het hoog aantal aan online-aankopen is het heel druk. Gisteren, ruim een week nadat de onlineretailer mijn kostbare geld al heeft ontvangen, ontvang ik een e-mail: ‘Door de huidige covid-situatie en beperkingen bij onze logistieke partner PostNL is jouw bestelling helaas vertraagd. Onze welgemeende excuses hiervoor.’ Vervolgens komt er een stukje over de track & trace code, die niet meer werkt, en in dezelfde e-mail meldt men: ‘Deze track & trace code zal echter werken zodra we jouw pakket aan PostNL overhandigen.’

Maar bij wie ligt de fout? Uit de laatste zin maak ik er op uit dat mijn bestelling nog niet aan PostNL is aangeboden. Dus ligt de vertraging van mijn onlineretailer niet bij de logistieke partner, maar aan de eigen logistiek. Dan denk ik: Meld niet dat het artikel op voorraad is. Ik heb inmiddels het emailbericht beantwoord met de opmerking dat de levering van het artikel niet is vertraagd, maar dat het niet op voorraad is, en dat wanneer het niet aanstaande zaterdag is bezorgd, ik de aankoop annuleer. Ik heb bij andere onlinehardloopzaken gezien dat mijn te wensen hardloopschoenen op voorraad, en snel te verkrijgen zijn. Indien dat ook waar is, natuurlijk. Ja, het zijn onzekere tijden.

De gewenste hardloopschoenen.

Every Damn Mile

De stevige en koude noordoostelijke wind blijkt een coulante tegenstander te zijn. Ondanks de gure tegenwerking hoor ik via mijn hardloop-app dat ik in een gunstig tempo mijn eerste kilometer heb gelopen. Onder de vijf minuten. Netjes, al vind ik het zelf. Dit enthousiasmeert me om lekker door te stappen. Ik loop op het fietspad langs het spoor richting het Oosten en onderweg zie ik de mensen verkleumd op de fiets zitten, en zij hebben de wind mee. Een oma met kleinkind in de grote krat, voor op haar fiets, zingt heel relaxt, samen met haar kleinkind. Of misschien ook wel haar eigen kind. Sinds de Italiaanse vrouwenarts Severino Antinori heeft de baarmoeder in het algemeen geen houdbaarheidsdatum meer, en kunnen vrouwen zelfs na de overgang kinderen krijgen. Whatever makes you happy.

Ik laat (groot)moeder met kind achter me en loop verder tegen de strenge wind in. Na twee kilometer sla ik linksaf de woonwijk in. De hardloop-app geeft aan dat ik de tweede kilometer langzamer heb gelopen en ik zet een tandje bij, ondanks de wind me tegenwaait. Bij een plantsoen loopt een persoon met grote capuchon, inclusief een afschuwelijke bontrand, die het hoofd totaal verstopt. Totaal van de wereld, in een eigen wereld die ‘mobieltje’ heet. De hond van de persoon loopt aandacht zoekend in rondjes om de persoon heen. Er is geen aandacht voor het huisdier. Neem er dan ook geen, denk ik, wanneer ik de gecapuchoneerde persoon passeer. Het met opzet negeren van je huisdier staat voor mij gelijk aan dierenmishandeling.

Inmiddels bereik ik na drie kilometer het Sportpark. Een rondje om de atletiekbaan en dan langs de voetbalvelden naar de Hogering. Ondanks de lockdown is het druk op de weg. Iedereen zal wel een reden hebben om onderweg te zijn. Zelf zit ik tenslotte ook niet thuis. Met een kleine omweg loop ik weer de bewoonde wereld in. Het is hier rustiger dan op de autoweg. De mensen vinden het waarschijnlijk heel koud buiten. Ik heb er geen last van, na vijf kilometer zweet ik zowat uit mijn dikke hardlooptights. Nog even, bijna thuis. Op een wandelpad bij de Jumbo loopt een vader samen met zijn kind. De peuter wil de riem van de hond zelf vasthouden en ik mag een hindernisloop doen. Kinderen die niet zindelijk zijn behoren helemaal niets zelf te willen, denk ik, en ik spring vlot over de hond en de riem. Ik loop in mijn eigen tempo door. Vader en kind hebben me niet voorbij zien gaan.

9.01 kilometer, 0:45:24, 1.019 kcal, 5:02 minuten per kilometer.

Nieuw

Een nieuw jaar. Driehondervijfenzestig dagen aan nieuwe mogelijkheden en kansen. Blah, blah, blah. Ik kan hier een heel relaas schrijven over de ‘goede voornemens’ voor het nieuwe jaar, maar eigenlijk moet je de dingen doen wanneer ze je ingegeven worden, en als je er echt zin in hebt. Ik heb helemaal niets voorgenomen dat ik met ingang van het nieuwe jaar zal veranderen. Ik heb geen nieuwjaar nodig om te beslissen dat ik een paar kilo’s kwijt mag raken. Ik heb de buik van een man van vierenvijftig jaar oud, en laat ik nu precies die leeftijd hebben. Misschien dat ik onder de titel ‘Inzicht & Erkenning’ moet toegeven dat ik wel minder spekbuikvet mag meedragen.

Sinds een half jaar zie ik op de foto’s die ik tijdens -of meestal na- mijn hardlooprondjes maak, dat mijn buik zich van binnenuit tegen de hardloopshirts aandringt. Dit ‘spektakel’ probeer is tactisch te maskeren met een tekst. Voor een voorbeeld van deze sociale ontkennnig, zie hier of hier. Moet ik dan toch op dieet gaan? Nee, ik denk het niet. Ik doe niet alleen aan hardlopen omdat ik het leuk vind, ik doe het ook omdat ik van eten hou. Misschien moet ik vaker gaan hardlopen en dan ook voor een langere afstand, maar misschien moet ik gewoon helemaal niets ondernemen en genieten van het leven.

Op de eerste dag van het jaar heb ik dan ook genoten van mij aanschaf van nieuwe hardloopschoenen. Ik ben enthousiast over mijn huidige harloopschoenen, maar de zolen slijten buitengewoon snel. Ik weet het; het zijn trailschoenen, dus niet geschikt voor veel hardlooprondjes op het asfalt of misschien ligt het aan mijn loopstijl, en sleep ik te veel met mijn hakken over de wegen. Wellicht is het een idee dat ik twee paar hardloopschoenen (ik heb nog een paar nieuwe trail-hardloopscoenen in de doos liggen) tegen elkaar wegloop, in plaats van dat ik steeds één paar kapotloop tot ik nieuwe schoenen moet aanschaffen.

Een kleine zoektocht op het internet leert mij dat meer dan één paar hardloopschoenen te gebruiken beter tegen blessures is. Zo worden de pezen iedere keer iets anders belast en daardoor neemt de kans op blessures af. Een website meldt: ‘Wissel daarom standaard trainingsschoenen met een lichter paar voor wedstrijden of snelheidstrainingen. Of kies voor de extra bescherming die trailschoenen je bieden.’ Het kan natuurlijk een verkooppraatje zijn, maar who cares? Ik word blij van nieuwe hardloopschoenen.

Na één maand hardlopen.

Wens

Op dinsdag 28 januari 2020 stuurde ik een nieuwsbericht van een nieuwssite naar een paar collega’s op het werk met de geinig bedoelde toegevoegde opmerking: Is dit het begin van het einde? 🙂

“In Duitsland is vastgesteld dat het coronavirus voor het eerst van mens op mens is overgedragen in Europa. De man in kwestie werd besmet door een vrouwelijke collega die vanuit China was gereisd, zo is dinsdag tijdens een persconferentie bevestigd.
De 33-jarige man maakt het goed en bevindt zich op een isolatieafdeling in een kliniek.
Er waren al vermoedens dat hij het virus via zijn collega had opgelopen, en dat is nu dus officieel het geval. De vrouw is, voordat ze ziek werd, al teruggereisd naar China. Daar heeft ze medische hulp gezocht.
De autoriteiten onderzoeken nu met wie de man en de vrouw allemaal contact hebben gehad, om te achterhalen of het virus zich via hen verder heeft verspreid.
Tientallen mensen zijn inmiddels overleden aan het virus. Het gaat hierbij om mensen die al onderliggende medische problemen hadden. De wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft een spoedberaad met autoriteiten in Peking aangekondigd en gaat bespreken hoe het virus onder controle gehouden kan worden.”

Ik dacht toen nog grappig te zijn en was niet bewust van de profetie die ik zojuist had uitgesproken. Nog geen twee maanden na bovenstaande nieuwsbericht leek de wereld op slot te gaan. Een geplande citytrip naar Berlijn ging een week voor vertrek toch niet door en op het werk werd het idee geopperd om in roosters te gaan werken. Eén deel van het team in de oneven weken thuis werken en het andere deel in die andere weken. Dit idee heeft een halve week gewerkt, want al snel werd besloten dat iedereen moest gaan thuiswerken. Het thuiswerken doe ik, met enkele korte onderbrekingen, nog steeds. De tweede lockdown is al twee weken bezig en duurt nog een paar weken.

Ik ben me er van bewust dat ik geen toekomstvoorspeller ben. De profetische opmerking naar mijn collega’s heeft niets met waarzeggen te maken, maar mocht het zo zijn dat mijn uitspraken bevestigend kunnen zijn, dan wens ik iedereen hier een fantastisch nieuwjaar toe!

Kerstmis 2020

Kerstmis zal niet meer zijn zoals ik het kende als vroeger, of als een paar jaar geleden. Familieleden die twee jaar geleden nog aan de grote, gezellig kerstversierde eettafel zaten, zijn er niet bij. Ze vieren Kerstmis met anderen op een manier die je alleen weet wanneer je het tijdelijke met het eeuwige hebt verwisseld. Onze moeder, die in een verzorgingshuis woont, wordt deze Kerstmis geadviseerd door het hoge besmettingsgevaar door Corona, haar woonruimte niet te verlaten. Volgend jaar april wordt onze moeder negentig jaar. Wanneer ze de volgende Kerstmis er bij kan zijn, dan is dat een zegen.

Dan ben ik even verdrietig, maar niet voor lang. Verdriet mag een leven niet beheersen. Dan denk ik aan vrolijke momenten of zit ik te mijmeren en vooral te fantaseren over het stiekem samenvieren van Kerstmis. Dan heb ik het idee dat ik, samen met de familie, op een plan zit te broeden om het toch voor elkaar te krijgen dat we met Kerstmis wel met zijn allen bij elkaar kunnen zijn. Maar hoe krijg je zoiets voor elkaar?

Kerstochtend. Het is vroeg en buiten is het nog donker. De wind waait flink vanuit het zuid-oosten. Het verzorgingshuis van mijn moeder is in Den Helder, een paar honderd meter onder de dijk. Daar waar je als toerist de laatste bocht naar rechts neemt om de boot naar het eiland Texel te nemen, zie je links het verzorgingshuis waar mijn moeder woont. De hard wind slaat de de koude regen ons horizontaal in het gezicht. Je moet er wat voor over hebben om iets te bereiken. We staan met zijn drieën op het binnenplaatsje, achter het verzorgingshuis. Edo en Dennis staan klaar met de auto, die een straat verderop met draaiende motor staat te wachten. We zijn van plan om mijn moeder stiekem vanuit haar appartement mee te nemen, te ontvoeren.

‘Weet je zeker dat mijn moeder de deuren van het appartement van het slot heeft gehaald?’ vraagt mijn neef Martijn aan mij.
‘Zeker weten doe ik het niet, maar laten we ervan uitgaan dat het zo is,’ fluister ik terug.
‘Wat zeg je?’ roept hij terug. De harde wind heeft me onverstaanbaar gemaakt.
‘Dat we het niet zeker weten,’ zegt zijn broer Rick.
‘Wat weten we niet zeker?’ vraagt Martijn.
Rick en ik kijken elkaar even aan. ‘Niets,’ antwoord ik nu luider en loop snel, met een kromme rug naar het appartement van mijn moeder. Zo ben ik minder snel te zien. Dat hoop ik.

Ik voel aan de glazen deur en deze opent verrassend licht naar buiten. Het is nog even een gepuzzel op de opening in de vitrage te vinden, maar uiteindelijk staan we alle drie in het appartement van mijn moeder, hun oma. Gelukkig is mijn moeder bijna doof en slaapt ze zonder gehoorapparaat. Ik loop naar de slaapkamer van mijn moeder. Mijn moeder is al wakker en is verrast mij te zien.
‘Hoi knul, heb je een vrije dag vandaag?’ vraagt ze me.
‘Ja,’ lach ik haar toe. ‘We nemen je mee voor een gezellig dagje met de familie.’
‘Gezellig,’ zucht ze en maakt aanstalten om op te staan. Ik zeg haar dat ze in de rolstoel kan gaan zitten en haar twee kleinzoons Rick en Martijn de rolstoel de slaapkamer in rollen.
‘Ah, jongens,’ zegt ze verrast. ‘Hebben jullie een vrije dag vandaag?’
‘Ja oma, het is Kerstmis,’ zegt mijn neef.
‘Ach ja,’ zegt ze zacht. Ik zie de droefenis in haar gezicht. Ze vindt het niet leuk dat ze Kerstmis is vergeten.

Ik neem de alarmketting van haar nek en leg deze op het nachtkastje. Het is niet nodig dat deze per ongeluk alarmslaat. Ik help haar in haar beste kleding die mijn zus de avond ervoor al heeft klaargelegd en al rap zit mijn moeder, diep in haar jas gestoken, in haar rolstoel. We openen de deur naar het binnenplaatsje. De vitrage waait in lange slierten naar buiten. De beide broers rollen mijn moeder naar buiten en ik probeer de lange gordijnen naar binnen te proppen om de deur weer dicht te krijgen. Het is een kleine stoeipartij, maar het lukt me springend en met de armen zwaaiend de lappen stof binnen te krijgen en wanneer ik de deur dicht doe, opent de deur aan de andere kant van het appartement. Ik zie het silhouet van de verzorgster in de deuropening.

‘Wat krijgen we nou!?’ schreeuwt de verzorgster luid en verrast vanachter de glazen deur.
‘Rennen!’ roep ik en draai me om. De anderen zijn al een stuk verder. Met mijn moeder in de rolstoel rennen ze naar de Keizersgracht waar op het parkeerterrein neef Dennis en Edo klaar staan. Mijn moeder houdt zich stevig vast en wanneer ik haar en mijn neven bijna heb ingehaald hoor ik mijn moeder lachen. Van de zenuwen, denk ik. Net als ik. Ik gier het uit en schreeuw van frustratie wanneer achter alle ramen van het verzorgingshuis de lichten aan gaan.
‘Halt! Staan blijven!’ roept een personeelslid. Ik hoor meerdere stemmen van het personeel naar ons roepen.
‘Mooi niet!’ roep ik terug. Ik durf niet om te kijken om te zien hoeveel mensen er achter ons aan rennen.

Verderop, op het parkeerterrein, zie ik dat neef Dennis de achterdeuren van het busje al heeft geopend en met een strak gechoreografeerde manoeuvre wordt mijn moeder door haar drie kleinzoons in het busje gereden. De deuren worden snel gesloten. Alleen de deur bij de bijrijdersstoel staat nog op een kier.
Ik hoor dat Edo gas geeft, en wanneer de wagen langzaam achteruit rijdt, trek ik de deur verder op en spring in het busje.
‘Go! Go! Go!’ roep ik, en ik krijg bijval van de drie broers. De wagen wordt gevuld door onze enthousiaste aanmoedigingen. Edo gebaart, zoals altijd, dat we rustig moeten doen.
Wanneer we in het busje wegrijden zie ik in de zijspiegel dat het personeel van het verzorgingshuis de achtervolging heeft gestaakt. Eindelijk kan ik rustig ademhalen.

Op onze geheime locatie komen we allemaal, één familie, bij elkaar. Mijn moeder is blij haar kinderen en kleinkinderen te zien. Tijdens een speciaal kerstontbijt vertelt iedereen zijn eigen versie van de ‘ontvoering’ op deze kerstochtend en mijn moeder smult van het ontbijt. Ze eet niet veel, maar ze geniet wel.
Mijn zus Yvonne vraagt of onze moeder het naar het zin heeft.
‘Jazeker,’ verzucht mijn moeder met een glimlach. ‘Heel gezellig allemaal, maar toch zit ik liever thuis bij de andere dames. Volgens mij hebben we deze ochtend kerstontbijt.’

Woke

Het jaar 2020 is bijna voorbij. Daarvoor hoef ik niet op de kalender of in mijn agenda te kijken, want ik krijg al een tijdje constant e-mails en pop-upberichten via mijn telefoon met diverse, schreeuwende overzichten van het afgelopen jaar. Hoe dan? denk ik dan, want we moeten nog anderhalve week voordat het jaar is afgelopen, en in die anderhalve week kan er nog van alles gebeuren. Zo ben ik nog lang niet klaar met de nog te lopen hardlooprondjes, bijvoorbeeld.

Bovendien ben ik van mening dat we, mede door een landelijke lockdown die tot 19 januari 2021 duurt, dit jaar niet zoals de voorgaande jaren kunnen afsluiten. We zitten nog midden in de corona-shit die we al sinds afgelopen maart mogen beleven. Mogelijk tot ver in het nieuwe jaar leven we het ‘nieuwe normaal’. Wat natuurlijk helemaal niet normaal is. Ik ben geen viroloog, en pretendeer er ook niet een te zijn, maar tot meer dan de helft van de (wereld)bevolking gevaccineerd is, is het leven beperkt. En dat zal nog wel standhouden. 

Het idee en de hoop dat we er samen iets beter van kunnen maken, heb ik nog wel. Maar er zijn landgenoten die er alles aan willen doen om dat idee niet te laten slagen. Die lopen bewust met een naakt gezicht tussen de anderen, zonder rekening te houden met een anderhalvemetersamenleving. Deze groep denkt heel woke* te zijn, maar voor mij zijn het achterlijke debielen, die in iedere andersdenkende een tegenstander zien en bij ieder voorstel of uitleg in deze altijd tegen zijn. Positiviteit en compromissen zijn hen vreemd. Het lijkt me toch heerlijk om zo te leven; altijd ongelukkig en ontevreden. Ik hoef niet woke te zijn. Ik ben graag alert. Ik denk er meer gelukkig door te zijn.

*wakker zijn ten aanzien van de maatschappij. 

Tijdreizen

De mondkapjesplicht die nu van kracht is doet iets met de mensen. Er zijn veel mensen die braaf het mondkapje dragen en een groep die het mondkapje als een muilkorf zien. ‘Schijnveiligheid!’ roepen ze tegen wie het maar wil horen. Vaak tegen elkaar, maar vooral in de stilte van een toetsenbord. Heel veel mensen dragen een mondkapje, maar zonder erbij na te denken. Die dragen het als accessoire. Onder de kin. Van enkelen vermoed ik dat ze hiermee een flinke onderkin maskeren, maar doen dan alsof het onderkin-camouflage-kapje de latest fashion is. Liever kom ik deze rebellen niet tegen en blijf ik met genoegen thuis, maar soms moet je er even uit.

Zo staat er bij de slager in Almere-Stad een mevrouw op corona-verantwoorde afstand naast me. Niets bijzonders, want dat gebeurt wel vaker in een winkel. Er was niets bijzonders aan deze mevrouw. Dit zeg ik niet om onaardig te zijn, maar ze zag er alledaags uit, met haar niet-medisch mondkapje. Wat haar wel opmerkelijk maakte was haar parfum. Ik weet niet welk merk het was, maar de geur bracht me terug naar de basisschool van jaren geleden. Het was hetzelfde luchtje dat mijn lerares, juffrouw Kapitein, uit de eerste klas (groep drie) droeg. Een niet onwelriekende parfum, een beetje weeïg en herkenbaar genoeg om me weer terug te brengen naar de Torpschool in Den Helder van de vorige eeuw.

Een professor waarvan de naam me nu is ontschoten, alsmede de expertise waarin hij deskundig was, heeft het ooit een heel mooi gezegd: ‘Ruiken is tot op de dag van vandaag de enige manier om te kunnen tijdreizen. Wanneer een specifieke geur je neus bereikt kan je ineens een ervaring of een moment herbeleven, alsof je in de tijd terug bent gegaan.’ Men beweert dat deze geurervaring sterker werkt dan beelden op foto of film kunnen zijn.

Op mijn werk in Nieuwegein, jaren geleden, was in het gebouw een trappenhuis waar dagelijks een andere geur aanwezig was. Dan heb ik het niet over etensluchten, maar echte flashbacks naar de momenten van weleer. Zo werd ik op een dag in het trappenhuis teruggebracht naar de kleuterschool, waar het toilet vroeger een aanhoudend vochtprobleem had. Op een andere dag hing er een lucht die me katapulteerde naar het oude verenigingsgebouw van de scoutingvereniging ‘Jutters Willemsoord’ in mijn oude woonwijk De Schooten. Als tienjarige jongen heb ik daar fantastische herinneringen opgedaan. Het oude gebouw had een specifieke, oude geur. Een combinatie van verweerd hout en een ouderwetse linoleumvloer.

Het is toch interessant dat je naar aanleiding van het ruiken van een geuren terug kunt gaan naar een moment eerder in je leven. Het heeft iets bijzonders en is voor mij totaal anders dan het opnieuw bekijken van oude beelden. Deze helpen je de dingen herinneren, maar een geur laat je het moment herbeleven. Soms verlang ik nog wel eens naar dat oude trappenhuis in Nieuwegein dat me vaak liet tijdreizen.

Afstotend

Een paar maanden geleden, toen de buitentemperatuur nog voldoende aangenaam was om rond het huis in shorts en slippers rond te drentelen, zat ik in de voortuin op het bankje met een spannend boek toen ik een buurtbewoner verderop richting de voortuin zag lopen. Ik zat net lekker in het verhaal van het boek en wilde snel, maar nonchalant de persoon ontlopen. Aangezien het universum van mening is dat dit soort gedrag afgestraft dient te worden, stootte ik bij het binnengaan een teen aan de drempel. Ik kon nog net een kreet van pijn verhinderen. Anders had de buurtbewoner mij zeker aangesproken of het wel lekker met mij ging, waarop ik dan had moet liegen met de kennisgeving dat het allemaal wel ging.

Binnen, op de bank, was ik alle begeerte om verder te gaan met het verhaal in mijn boek verloren. Het teentje naast mijn grote teen voelde heel pijnlijk aan. Ik zag al snel dat de teennagel licht begon te verkleuren. Had ik me nu maar niet zo aangesteld, dacht ik nog, maar deze gedachte verlichtte de pijn in mijn teen niet. Lang verhaal, kort: De teennagel werd gedurende tijd hierna donkerblauw, en bevrijdde zich uiteindelijk van mijn teen, waar inmiddels een nieuwe nagel was gaan groeien. Ik had er verder geen last van, behalve bij het hardlopen, af en toe.

Ik heb niets met nagels. Of beter geschreven; ik vind nagels afzichtelijk. Ze zijn een noodzakelijk kwaad, zodat er geen eeltvorming op de teen- en vingertoppen plaatsvindt, en er gevoel in de vingers en tenen blijft. Ik knip ze zelf altijd heel kort, om zo min mogelijk bezig te zijn met nagels. Het geluid van nagelknippen bezorgt me kippenvel en ik ben in staat om zeer onaardig op de persoon te reageren. Lange nagels maken van handen klauwen. Als baby trok in de kleine knuistjes al terug wanneer mijn moeder mijn nagels wilde bijhouden. Mijn moeder zei het me ooit, want het is -gelukkig- geen eigen herinnering.

Vanmorgen tijdens mijn wekelijkse hardlooprondje op de zaterdagochtend voelde ik weer die pijn van een paar maanden geleden in mijn kleine teen. Zeer onaangenaam. Even wilde ik langs de weg mijn schoen uitdoen om te checken of mijn sok verdraaid in mijn schoen zat, maar ik liep in zo’n lekker tempo, dat ik hier van afzag. Thuis aangekomen heb ik meteen mijn hardloopschoenen uitgeschopt en mijn teen gecheckt, maar er bleek niets bijzonders te zijn. Ik weet niet wat het is geweest, maar ik ga ervan uit dat het wel weer vanzelf over zal gaan.

De Jaunt

Van de week werd ik herinnerd aan een verhaal van Stephen King dat ik meer dan dertig jaar geleden heb gelezen. Met een huivering heb ik het korte verhaal destijds gelezen. Het had een aardige impact op de jongere Dray van toen, en het heeft me een paar dagen bezig gehouden. De titel van het korte verhaal is ‘De Jaunt’. Het werd oorspronkelijk gepubliceerd in 1981 en verscheen in 1985 in de verhalenbundel Duistere Krachten. Het verhaal gaat als volgt:

In een vertrekhal wachten Mark Oates, zijn vrouw Marilys en de kinderen Ricky en Patricia, om “geJaunt” te worden naar de planeet Mars in de vierentwintigste eeuw. Tijdens het wachten vermaakt Mark de twee kinderen door het opmerkelijke verhaal van de ontdekking en de geschiedenis van de teleportatie te vertellen. Hij legt uit hoe de wetenschapper die het bij toeval ontdekte al snel leerde dat het een verontrustend, onverklaarbaar effect had op de muizen die hij als eerste levende wezens teleporteerde, en uiteindelijk concludeerde hij dat ze dit alleen konden overleven als ze buiten bewustzijn waren. Dat, zo legt Mark uit, is de reden waarom alle mensen een algehele verdoving moeten ondergaan voordat ze geteleporteerd kunnen gebruiken.

Mark spaart zijn kinderen het gruwelijke gedeelte van het verhaal van de eerste mens die bij bewustzijn geJaunt werd. De veroordeelde moordenaar Rudy Foggia werd een volledige gratie aangeboden voor het instemmen met het experiment om bewust “geJaunt” te worden. Foggia kwam aan de andere kant van het poortje door en kreeg onmiddellijk een hartaanval, die net lang genoeg duurde om een cryptische zin uit te spreken: ‘Het is de eeuwigheid daarbinnen…’ Hij vermeldt ook niet dat sinds die tijd ongeveer dertig mensen, al dan niet vrijwillig, bij bewustzijn hebben “geJaunt”; ze stierven onmiddellijk of kwamen krankzinnig tevoorschijn.

Nadat Mark zijn verhaal heeft afgerond, wordt de familie onderworpen aan het slaapgas en “geJaunt” naar de planeet Mars. Wanneer de vader wakker wordt, merkt hij dat zijn nieuwsgierige zoon Ricky zijn adem heeft ingehouden om de Jaunt bij bewustzijn te ervaren en volledig krankzinnig is geworden. Terwijl het proces van de Jaunt fysiek onmiddellijk is, duurt het voor de bewuste geest een eeuwigheid en langer. Het haar van de zoon is compleet wit van de schrikwekkende ervaring en de ogen zijn vergeeld van ouderdom. Het wezen dat ooit zijn zoon was, klauwt de eigen ogen uit en onthult het verschrikkelijke karakter van de Jaunt: ‘Langer dan je denkt, papa! Ik heb het gezien! Langer dan je denkt!’

Blessure-tijd

Maandag tegen het einde van de middag, na werktijd, liep ik achteloos van zolder de trap af. Ik wilde gaan hardlopen en had net mijn hardloopkleren bij elkaar gezocht, toen ik na een korte sprong van de onderste traptree ineens onaangenaam verrast werd door een overweldigende, intense pijn in mijn linkerkuit. Een flinke vloek ontsnapte me uit de keel. De katten schoten weg, ieder een eigen kant op. Wat was dat!? De pijn bleef aan en leek ook niet af te zwakken. Huppelend en vloekend stond ik bij mijn werkbureau op de logeerkamer. Ik moest iets in mijn kuitspier verrekt hebben.

Jammerend en hinkend begaf ik me de trap af naar de woonkamer waar de pijn nog steeds aanbleef, maar ik er inmiddels wel aan was gewend. ‘Nou, dat wordt geen hardlopen vandaag,’ zei ik met gepaste drama tegen niemand, want de katten hadden hun interesse elders gevonden. In Droomland. Ze lagen te snurken, en gaven me het idee dat het heel normaal is dat ik hinkend en vloekend door het huis ga. Ook dacht ik gelijk aan het aantal rondjes hardlopen dat ik nog wilde lopen dit jaar. Ging het me nu nog lukken om die honderdvijftig hardlooprondes af te leggen?

Op deze momenten, wanneer ik niet in staat ben om de hardloopschoenen aan te trekken, besef ik dat het hardlopen een gewenning, een verslaving, is geworden. Dit uit zich gelukkig niet in dat ik de gehele dag chagrijnig voor me uit zit te kijken. Of dat ik de mensen in mijn omgeving afsnauw, maar enige misplaatste vorm van jaloezie ontstaat wel wanneer ik buiten een hardloper voorbij zie gaan of wanneer op Instagram anderen hun hardlooprondjes delen. Het is de kinderachtige reactie die ik net niet kan onderdrukken. Ik kan niet anders dan toegeven dat ik een hardloopjunkie ben.

Vanmorgen was de pijn in mijn kuit niet langer aanwezig en was het de onrust in mij die de beslissing nam om de hardloopschoenen weer aan te trekken om voor een rondje hardlopen te gaan. De eerste minuten gingen prima, en de pijn bleef weg. Wel bleek dat het lichaam (mijn oude lichaam) wel heel snel went aan het niets doen. Het gaf me vanmorgen, na een drietal kilometers hardlopen, hier en daar zeurderige pijnsignalen. Een zeurderig pijntje bij mijn achillespees, een flauwe steek in de onderrug. Alsof mijn gestel vanmorgen in opstand kwam tegen het lopen in de ochtenduren.

Ik heb deze geveinsde ongemakken en pijntjes genegeerd en liep na vijf kilometer hardlopen zonder enige kwellingen door. Ik zal de komende dagen en weken voorzichtig zijn met het hardlopen, en wanneer ik het een beetje goed uitstippel dan kom ik, ook wanneer ik rustig doe met hardlopen, dit jaar toch nog net aan die honderdvijftig hardlooprondes.

Standpunt

Vandaag is het zestien jaar geleden dat ik voor het eerst een blog via het digitale netwerk, bekend als het internet, naar de mensen om mij heen verstuurde. Sinds 2004 is het een komen en gaan geweest van lezers op dit log. Mijn eerste blog ging over de dagelijkse beslommeringen. Na een paar jaar had ik het idee dat men inmiddels wel genoeg van mij wist en kreeg ik steeds vaker het idee in de herhaling te vallen. Hoe vaak moet je iets melden dat je meegemaakt hebt? Je kunt tenslotte niet alles meemaken. Ik wil niet, zoals het zestien jaar geleden wel eens gebeurde bij andere webloggers, de dingen in mijn leven aanpassen om er maar over te kunnen schrijven. De webloggers van toen hebben plaats gemaakt voor de influencers van nu. Die komen ook met verhalen op de proppen, waarvan ik vermoed dat deze ‘spontaan’ zijn bedacht om zoveel mogelijk likes en followers te scoren.

Stop niet met wat je blij maakt. Dat doe ik ook niet. Wellicht verveel ik anderen met mijn hardlooprondjes die ik deel via de sociale media, maar ik word er wel blij van. Ik waak er wel voor om anderen niet te vervelen met mijn mening, want wanneer ik eenmaal mijn (stand)punt hebt gemaakt, stop ik met praten. Niets vind ik meer vervelend dan mensen die zich blijven herhalen. Vaak zijn het juist de mensen die niet hun blijheid herhalen, want het benadrukken van je boosheid en ellende is voor deze mensen een verheerlijking. Een mening is een mening. Niemand kan er verder iets mee, en hiermee heb ik mijn gedachte geventileerd en moet u het daarmee doen, want niets is zo sneu wanneer ik dit tot in den treure blijf herhalen.

Dikke doei

Toen ik in 2016 op de woensdagochtend, 9 november, wakker werd, zag ik op mijn iPhone de nieuwsberichten staan. ‘Donald Trump wint Amerikaanse verkiezingen’ en ‘Donald Trump is de 45e president van de Verenigde Staten.’ In dat laatste bericht werd ik doorverwezen naar het liveblog om alles te kunnen volgen, maar op dat vroege tijdstip had ik al gegeten en gedronken. Trump heeft nooit mijn waardering kunnen winnen. Ik kende hem niet, maar wat ik over hem wist, of had gezien, was het een zeer onsympathiek persoon die er geen kwaad in zag om anderen hooghartige te benaderen en vooral ook totaal respectloos te behandelen. Ik was blij geen Amerikaanse burger te zijn. Dit was -gelukkig- niet mijn president.

Op 20 januari 2017 werd de 46e president ingewijd. Nog geen uur na de inauguratie van de president werd op de website van het Witte Huis alle links naar de LGBTQ-gemeenschap verwijderd. Toen werd mijn bittere gevoel over deze president bevestigd. De nieuwe wind die door het het Witte Huis waaide, was geen frisse. Er werd ronduit gelogen. Over van alles, en die werden als ‘alternatieve feiten’ naar buiten werd gebracht. De afgelopen jaren heb ik alleen maar met verbazing de nieuwsberichten van en over de Amerikaanse president aangehoord. Ik zag er één voordeel in; in de toekomst kan het alleen maar beter worden.

Het is overigens niet dat ik pro-democraat ben. Ik ben ook zeker niet anti-republikein. Mijn politieke voorkeur doet er in dit verhaal niet toe. Wat er wel toe doet is dat alleen een integer persoon de leider van een natie kan zijn. Dat is mijn mening, want ik weet dat er miljoenen planeetgenoten zijn die er anders over denken. Maar sinds vandaag zie ik dat het voordeel dat ik de afgelopen jaren steeds voor ogen hield, binnenkort waarheid wordt. Dan keert er weer een beetje rust terug in de wereld.

Cijfers

Je kunt de laatste tijd geen krant openslaan, nieuws-app openen, radio of televisie aanzetten of je wordt met cijfers om de oren gesmeten. Over besmettingen, ziekenhuisopnames en sterfgevallen. Corona is eigenlijk nog het enige woord dat het jaar 2020 kan omschrijven. Bijna al het nieuws dat gebracht wordt, is COVID-19. Ik wil niet zeggen dat ik corona-moe ben, want ik hou me braaf aan alle opgelegde regels en adviezen van de overheid, maar er gebeurt toch wel meer in de wereld dan alleen het opsommen van cijfers? Of niet..

Hier wat persoonlijke hardloop-cijfers van de afgelopen maand. In oktober 2020 heb ik in totaal 146,60 kilometers hardlopend afgelegd. In een gemiddeld tempo van 05:10 minuten per kilometer. Hiervoor heb ik in oktober vijftien keer mijn hardloopschoenen aan mogen doen. Hiermee komt oktober in de top vijf van maanden in 2020, waarin ik de meeste kilometers heb afgelegd, en is de afgelopen maand mijn gemiddelde tempo (het aantal minuten per kilometer) gezakt naar het niveau zoals deze begin dit jaar was. Dit komt, volgens mij, mede door het vinden van de juiste hardloopschoenen, waarbij ik weer ouderwets lekker in een fijn tempo kan hardlopen.

Bestaansrecht

Haar vader was een vrolijke, luide man. Hij hield van moppen tappen en mensen voor de gek houden. Zijn grootste feestdag was dan ook de eerste dag van april. Dan fopte hij de mensen naar hartenlust en bulderde het uit wanneer ze in zijn vallen liepen. Moeder was meer bekwaam en meer op een lijn met haar.

Vorig jaar december zou ze niet zo snel vergeten. Het grote, ouderwetse huis waarin ze woonde, scheen geschapen voor het sinterklaasfeest, want er was een open haard in de huiskamer met zo een schouw waarin de pijp naar het dak uitkwam. Een ideale plaats om je schoen bij te zetten. Kinderen elders, in centraal verwarmde woningen hebben het moeilijk, maar hun fantasie is zo soepel dat ze hun schoen tevreden bij de radiator zetten, in goed vertrouwen dat Sinterklaas het wel via zal weten te regelen.

Die avond, het was begin december, had het meisje bij de schoorsteen gezongen. Toen ze op weg was naar bed, hoorde ze de stem van haar vader, die riep: ‘kom eens gauw helpen!’
Ze liep vlot terug naar de kamer. ‘Wat is er?’
‘Ik heb die ouwe bij zijn poot,’riep hij.
Bij het vuur stond hij, uit alle macht trekkend aan een been,. dat uit de schouw kwam. ‘Help nou eens!’
Hij had een rood hoofd van inspanning. Maar het kind stond als verlamd van schrik en zag hem opeens achterovertuimelen, met een hoge laars in zijn hand.
‘Hij is me ontsnapt,’ hijgde hij. En overeind krabbelend: ‘Maar zijn schoen heb ik. Die geef ik niet meer terug.’
‘Dat mag niet,’ zei het meisje, ‘nou is Sinterklaas heel boos op u. Misschien komt hij u wel halen vannacht.’
‘Ik ben helemaal niet bang hoor,’ riep de vader.
Hij was een liefhebber van grappen, zoals eerder gemeld.

Rillend van angst vluchtte het kind naar de slaapkamer en kroop in bed. Haar moeder kwam en zag meteen dat er iets aan de hand was.
‘Wat scheelt je?’vroeg ze.
En het meisje vertelde hoe vader de woede van Sinterklaas had getrotseerd.
Somber luisterde de vrouw naar het verhaal. Toen zei ze: ‘Wees maar niet bang. Vader maakte maar een grapje.’
‘Maar als Sinterklaas nou boos is?’
‘De echte is al lang dood. Die bestaat niet meer.’
’t was een hele brok om zo ineens door te slikken.
‘En de ooievaar?’ vroeg het kind, ‘die vind ik ook griezelig. Pa zegt dat ik door de ooievaar ben gebracht.’
‘Dat is ook maar een grapje,’ antwoordde de moeder, die in een moeite door schoon schip wilde maken. ‘De ooievaar brengt de kinderen niet. Jij komt gewoon van mij.’
‘O,’ zei het meisje.
Ze kreeg een nachtzoen op het bleke, peinzende gezichtje. De moeder liep naar de deur.
‘Zeg moeder, ‘vroeg het meisje.
‘Ja?’
‘En God, bestaat die ook niet echt?’ klonk het voorzichtig.
‘Jawel, God bestaat écht,’ zei de moeder. En ze deed het licht uit.

Almere City Run 2020

In een wereld waar geen covid-19 bestaat had ik vanmorgen in de schaduw van de Eiffeltoren in het startvak klaar gestaan om de 20 kilometer van Parijs te lopen. Het heeft niet zo mogen zijn. De voorbereidingen en investeringen ten spijt zit ik vandaag thuis, in Nederland. Niet dat ik in de periode naar dit weekend ontstemd was, ik zag de annulering al enigszins aankomen en daarbij heb ik veel minder leuke momenten in mijn leven meegemaakt. Dus kop op, en door gaan met je leven. Er valt altijd wel iets leuks mee te maken.

Groot was dan ook de aangename verrassing toen een tijd geleden mij het bericht onder de ogen kwam dat de Almere City Run, die doorgaans in de maand juni wordt gehouden, in een virtuele editie op deze datum werd gehouden. Snel aangemeld voor een startmoment om 09:00 uur, en een hardloopshirt voor deze gelegenheid besteld. Vanmorgen was het moment. Een speciale app was al op mijn telefoon geïnstalleerd, waarbij er vijf minuten voor de start alles vanzelf zou gaan. Daar stond ik vanmorgen. In plaats van op de Pont d’Iéna in Parijs klaar te staan voor het startschot, stond ik in mijn eigen voortuin af te tellen.

Voorzichtig begon ik aan mijn rondje van tien kilometer en al snel voelde het alsof ik aan een officiële run meedeed. Via mijn hoofdtelefoon hoorde ik het gejuich en andere achtergrondgeluiden, zo bekend van het meedoen aan een run. Waar ik in Almere rondliep bij de sportvelden langs de Muziekdreef werd er mij in de oren verteld dat ik door het Lumièrepark liep, en kreeg ik achtergrondinformatie over de recreatieve track waarop ik mij zogenaamd op bevond. Ook kreeg ik, naast de veel virtueel aanwezige aanmoedigings- en muziekmomenten, bij iedere kilometer vermeld welke tijd ik liep en wat mijn plaats was in het klassement.

Hardlopend langs de Noorderplassen kreeg ik informatie over de fauna van de bossen langs de Lange Wetering, zes kilometer zuidelijker gelegen dan waar ik me bevond. Ik werd steeds meer enthousiast. Ook toen ik hoorde dat ik -net als bij de real life hardloopwedstrijden, sneller liep dan ik gemiddeld doe. Toen ik via de app werd aangemoedigd om het kuitenbijtertje, de Bosbrug in Almere-Haven, over te steken, begon het bij mij aan de Noorderledeweg flink te regenen. De regen kon me niet deren. Ik moest even inwendig lachen toe ik via de app werd geïnformeerd over de Floriade Expo in 2022. Een stille sponsor?

De laatste kilometers van mijn run gingen lekker en vlot. Over het Von Draispad, langs de Hoge vaart was het voor mijn alleen nog de run uitlopen. Ik was benieuwd naar het uitbundige gejuich bij de finish en de muzikale aanmoedigingen, maar dit viel me een beetje tegen. Na de tien kilometer gelopen te hebben werd ik alleen via het scherm op mijn telefoon gefeliciteerd. Misschien had ik iets niet goed ingesteld, of heb ik het zelf niet goed gehoord? Ik kreeg nu alleen de mogelijkheid om een finish-selfie te maken. Ondanks deze stille finish ben ik toch enthousiast over deze virtuele editie van de Almere City Run. Wat mij betreft is er volgend jaar, naast de echte run, weer een extra virtuele editie!