Ruzie

Om negen uur in de avond kregen ze ruzie. Ik weet niet waarover, maar dat doet er niet toe, want als het in de lucht zit, dan is iedere aanleiding te gebruiken. Het begon met het over-en-weer van kleine verwijten, maar na een minuut of vijf was zij al aan: ‘En dan zeg jij altijd…’

Dan wordt er gezegd wat hij altijd lijkt te zeggen, en als ik haar imitatie mag geloven, spreekt hij altijd heel lijzig, waarbij de tong ver uit mond hangt. Hij blijft koel en reageert hier niet op, wat haar mateloos irriteert, zodat al spoedig de situatie rijp wordt om op te staan en waardig te zeggen: ‘Goed, als mijn aanwezigheid je dan zo hindert, zal ik je daarvan verlossen’.

Opstaan, kamer verlaten en jas aantrekken. Als hij de buitendeur opent, hoort hij haar nog iets roepen. Op een compromistoon. Maar hij zet door en loopt even later op straat. De nare herinnering aan de idiote ruzie glijdt onmiddellijk van hem af, om plaats te maken voor het prettige, mobiele gevoel van een man die met een reden van huis is gegaan. Onder normale omstandigheden ga je een eindje om en moet je binnen een uur weer thuis zijn, maar wanneer je van mening bent dat je onrecht is aangedaan loop je door, omdat hij daarmee een missie uitvoert.

Hij bezoekt een kroeg waar hij al heel lang niet meer is geweest. Hij stapt binnen en als anonieme bezoeker staat hij tussen de andere gasten. De kastelein herkent hem toch en vraagt of hij het gebruikelijke wenst. Later staat hij er met een biertje in zijn hand en loopt naar een plek in de kroeg waar het rustiger is. Er wordt door de bezoekers gelachen, gediscussieerd en vooral veel gedronken. Een licht aangeschoten jongedame spreekt hem aan en vertelt een heel lang verhaal, over haar kind dat dit weekend bij haar ouders uit logeren is. Hij hoort haar gelal glimlachend aan. Na zijn derde biertje besluit hij naar huis te gaan. Zijn woede is weg. Die van zijn vrouw zeer waarschijnlijk ook.

Dromen

Ik lig in bed en ik ben in een platenzaak. Een winkel uit de tijd van voordat de compact-discs de markt veroverden. De tijd waarin muziek alleen op vinyl of via cassettebandjes werd verkocht. Grote bakken gevuld met vinyl in grote hoezen waarvoor ik geen leesbril nodig heb om op de achterzijde van de albums de tracklist te kunnen lezen. Men zegt dat platenzaken als deze weer in opkomst zijn. Ik verlang naar de winkels als Concerto aan de Utrechtsestraat in Amsterdam. Maar dan van minimaal 20 jaar geleden.

Heerlijk struin ik er langs de grote aantallen aan Lp’s en 12″-uitvoeringen van de grote hits. De bak met een paar vinyl exemplaren bij de Mediamarkt valt er in het niet bij. De grote kleurrijke platenhoezen doen bijna zeer aan mijn ogen, maar diep van binnen geniet ik intens van het moment. Het verlangen is gearriveerd en is feit. Met mijn vingertoppen tik ik de platenhoezen naar voren, en bij iedere nieuw album dat tevoorschijn komt klopt mijn hart iets sneller.

Jarenlang heb ik deze terugkerende droom gehad, waarin ik de meest zeldzame uitvoeringen op vinyl van mijn muzikale idolen in mijn handen kreeg. Een bijzondere uitgave nog mooier dan de andere. Alleen heb ik het nooit voor elkaar gekregen om deze buitengewone exemplaren bij de kassa af te mogen rekenen. Het is me in al die dromen niet een keer gelukt om deze collector items in mijn bezit te krijgen, en ik heb geen idee wat de terugkerende droom betekent. Ook nu kan ik geen kassa vinden.

Lichtelijk teleurgesteld word ik wakker en check de tijd via mijn mobieltje. Het is 03:15 uur. Ik mag nog even blijven liggen. Ik herinner mezelf eraan dat ik later de app Discogs moet checken. Hier vind ik voldoende vinylalbums. Oude en nieuwe uitvoeringen. Een ding is zeker, daar is wel een kassa. Ik val in slaap en droom verder over totaal andere dingen. Ik ben in Parijs en de regen veroorzaakt enorme watervallen langs de trappen in de stad. Parijs. Daar ben ik ook al heel lang niet meer geweest.

Uiteten

Vrijdagavond en thuis heeft geen van ons tweeën zin om te koken, of iets te kiezen om te laten bezorgen. Het is de laatste vrijdag van de maand. Laten we er dan maar voor kiezen om een nieuwe traditie te creëren. Uiteten. Er even uit, en we vinden het beiden een fantastisch idee. We weten ook waar we willen eten. Edo wilt altijd het liefst naar sushirestaurant Sake. Natuurlijk is dat het verst afgelegen sushirestaurant in Almere op loopafstand van ons huis, maar dat heeft ook weer een voordeel: de ingenomen calorieën loop je er na afloop ook weer zo van af.

Op de bonnefooi wandelen we ernaartoe, en bij aankomst hebben we geluk. Er zijn voor dit moment van de avond niet veel reserveringen en mogen plaats nemen. Aan een minuscuul tafeltje, iets groter dan een dambord, nemen we plaats. Gelijk met ons is een klein gezin naar een tafel gebracht. Een Indiase familie. Een vader, een moeder en een klein jongetje met grote bril. Het kind gaat eerst braaf in een kinderstoeltje zitten, maar wanneer de avond vordert, kan het toch niet zo lang stilzitten. Of stil zijn. De familie is er wellicht van overtuigd bij de McDonald’s te zitten.

Na een uurtje wordt het drukker binnen en gaat het buiten harder regenen. Zo heftig dat het hemelwater via het plafond binnenkomt. Gasten worden onder begeleiding naar andere en droge tafels gebracht. Het water stroomt via de kroonluchters in de grote plastic emmers. De verlichting gaat uit, waardoor donder en bliksem nog indrukwekkender overkomen. Het schept een vreemde band met de andere gasten. Je maakt grapjes. Met elkaar verbonden door de consternatie. Alleen de oorzaak verbindt, want morgen herkennen we elkaar niet meer.

Na 4 rondjes van bestellingen zitten we vol, de ogen waren wederom groter dan de maag. Beiden zijn we ervan overtuigd dat we genoeg gegeten hebben. We drinken onze glazen leeg en wachten op de rekening. Bij het afrekenen wordt ons -net als iedere keer, gevraagd of we een stempelkaart hebben. Die hebben we wel, maar deze ligt thuis. We krijgen een nieuwe stempelkaart mee en wij beloven deze bij een volgend bezoek mee te nemen. Net als iedere keer.. Buiten zien we in de verte dat het nog onweert. Het is inmiddels gestopt met regenen wanneer we naar huis lopen.

50+

Age is just a number.’ ‘Je bent zo oud als je je voelt.’ Het zijn 2 clichés waar ik het helemaal mee eens ben. Sterker nog: ik roep deze uitspraken al jaren. Nu ik sinds afgelopen december de heilige leeftijd van 50 jaar heb bereikt, is mijn lichaam het niet helemaal eens is met de geest.

Afgelopen zondagochtend ging ik voor een rondje hardlopen om het Weerwater in Almere. Het Weerwater is een grote plas tussen Almere-Stad en Almere-Haven. Het rondje om de plas behelst een afstand van een kleine 10 kilometer. Men is daar druk met verbouwen en verleggen van asfalt. Dit in verband met de Floriade van 2022. Nieuwsgierig naar hoe het er allemaal uit gaat zien, maar door de dichte mist van zondagochtend heb ik er alsnog niet veel van gezien. Ik weet nu alleen dat er een verhoogde geasfalteerde langs de A6 ligt.

Na ruim 5 kilometer gerend te hebben, kwam ik weer op een oud en vertrouw stuk wandelpad langs het Weerwater, en daar begon de ellende. Ik kreeg een naar en pijnlijke steek in mijn rechterkuit. Ik wilde gewoon doorlopen, maar de heftige kramp besloot anders. Ik kon niet meer hardlopen. Het wandelen ging zelfs moeizaam. Ik hoefde nog net niet te strompelen. Ik had de ijdele hoop na 1 kilometer wandelen weer te gaan hardlopen, maar dat ging niet. Met een sms’je liet ik het thuisfront weten dat ik iets langer onderweg zou zijn.

Mijn lichaam doet zich mogelijkerwijs voor als een jonge god (daar ben ik van overtuigd), maar ik weet inmiddels dat het vooral bezig is met verval en dat het meer op een ruïne gaat lijken. Een blessure die vroeger met een paar dagen voorbij was, duurt nu een paar weken langer. De herstelperiode is al enige tijd verlengd in tijd. In gedachten blijft alles zoals het was, maar in belevenis wordt je op een harde manier aan de waarheid herinnerd. Daar waar ik in gedachten nog alles wil en kan, is alleen de wilskracht nog aanwezig. Het kunnen is een ander verhaal.

Op een sportdag van het werk, afgelopen zomer, was een stormbaan onderdeel van het sportieve gebeuren, en ik had er zin in. Ik had anderen al eerder die dag zien rennen, klimmen, kruipen, hangen en sluipen. Ik dacht even de dienstplicht, waarvoor ik ooit was uitgeloot, in die paar minuten alsnog te kunnen beleven. De eerste hindernis was een nauwe opening in een schutting op een hoogte van 2 meter. Vol overgave rende ik er op af. In de overtuiging om er sierlijk doorheen te klimmen. Daar liet mijn lichaam me in de steek. Als een enorm groot en lomp stuk vlees klapte mijn lichaam tegen de schutting aan.

De adem werd me ontnomen en de pijn in borstkas, heupen en knieën lieten alle pijnzenuwen gieren. Langzaam gleed mijn lichaam langs de schutting in het gras. Door de adrenaline herstelde ik snel, maar al het elegante was ver te zoeken. Traag, als een massa, ging ik verder over de stormbaan. De hindernissen werden genomen, maar alles ging als in slo-mo. Uiteindelijk haalde ik dan toch als eerste de finish lijn (de twintigers van nu zijn de twintigers van toen niet meer), maar mede ook door hier en daar vals te spelen door een hindernis te vergeten. De pijn in mijn lichaam was te dragen, maar mijn ego heeft er nog dagen last van gehad.

De kramp in mijn kuit, sinds afgelopen zondagochtend, is nog steeds niet over en ik zal de komende dagen (weken?) even niet kunnen hardlopen. Daar baal ik van, en ik begrijp nu wat mijn vader bedoelde met de uitspraak: ‘Iedereen wil oud worden, maar niemand wil het zijn.’

img_5387
Sportdag 2017.

Spijt

‘Spijt is voltooid verleden tijd,’ zeg ik soms tegen iemand wanneer de persoon aangeeft ergens spijt van te hebben. Dit om aan te geven dat je geen invloed hebt op wat reeds is gebeurd. Spijt is een negatieve emotie met de wens dat je achteraf anders had gehandeld bij het besef dat een andere handeling een beter resultaat tot gevolg had gehad. Ik heb niet vaak spijt en tegenvallers geef ik niet te veel energie. Natuurlijk betreur ik weleens een paar zaken, maar zoals het al jaren wordt bezongen in de evergreen My Way: ‘Tegenvallers. Ik had er een paar, maar dan nog te weinig om te melden.’

Ik bezorg mezelf geen hartenpijn door stil te staan bij de dingen die anders moesten gebeuren. Gedane zaken nemen geen keer. Maar moet ik dan toch een ding benoemen waarvan ik enigszins spijt heb, dan is het dat ik wellicht 5 jaar eerder had moeten beginnen met hardlopen. Mijn vader, die in 2009 is overleden heeft het nooit mogen meemaken dat ik nu een fanatiek hardloper ben, en ik weet bijna zeker dat hij een van mijn grootste supporters zou zijn geweest. Vandaar dat ik af en toe spijt heb van het feit dat mijn vader niet heeft meegekregen dat ik een sportieve zoon ben.

Een lang stuk

Zondagochtend. Het is de dag van mijn tweede hardlooprondje langer dan 15 kilometer, van dit jaar. De Dam tot Damloop 2017. Nog voor de wekker gaat ben ik aan het wakker worden. Half slapend droom ik dat ik het startbewijs van zangeres Anouk met de post heb ontvangen. In de droom vraag ik me af hoe dit kan, en tevens bedenk ik dat via een persoonlijk bericht op Facebook kan doorgeven dat ik haar startbewijs heb ontvangen. Zoals het in dromen gaat (bij mij wel), staat Anouk dan ineens naast me om het startbewijs in ontvangst te nemen. Als dank wil ze wel met mij op de foto. Ik vind dat een vreemd idee en bedankt haar vriendelijk. Dromen. Ze zijn lang niet allemaal als die van Martin Luther King.

Ik schud de droom van me af en begin aan mijn ontbijt. Voedzaam, maar niet te zwaar. Mijn start is om 11:00 uur in Amsterdam. Geen tijd voor getreuzel deze ochtend! Als bij iedere officiële run ben ik vooraf lichtelijk gespannen. Dat is vaak het geval wanneer ik met de trein moet reizen. Ben ik zelf op tijd op het station, en zorgt de NS er ook voor dat de trein op tijd rijdt? Piekeren. Ik haat het, het is negatief fantaseren. Dat blijkt, want ik ben ruim op tijd op station Almere Centrum en de trein naar Amsterdam Centraal is ook op tijd. Om 10:30 uur komen we aan in hartje Amsterdam. Het is druk op het station. Veel mensen in korte broek en lange hardloop-tights, in vooral schreeuwende neonkleuren lopen er rond.  lopen Edo grapt een oude mop dat iedereen op de vlucht is voor goede smaak van kleding.

Om ongeveer 10:45 uur sta ik met honderden andere hardlopers in het startvak. We worden allemaal enthousiast gemaakt om een soort van ochtendgymnastiek te doen. Velen doen fanatiek mee. Ik niet. Ik moet straks nog ruim 16 kilometer hardlopen. Rustig aan beginnen, is mijn motto. Dan ga ik niet als een debiel op eenzelfde plek staan springen en zwaaien. Edo staat buiten het hek, aan de oostelijke kant van de Prins Hendrikkade en maakt nog een paar foto’s. Een paar minuten voor 11:00 uur begint het serieus te worden. Het duurt niet lang en dan mogen we! Bijna iedere hardloper zet de hardloop-app, gps-horloge of timer op stand by, want wanneer straks het startschot klinkt moet alles geregistreerd worden. Stel je eens voor dat de tijdsregistraties van Event Timing niet werkt!

Om 11:00 gaan we dan! Het startschot, genomen door de roeikampioenen Tycho en Vincent Muda heeft geklonken. Ik ben vol verwachting! Ga ik het halen? Ben ik fit genoeg om deze afstand in 1 keer uit te lopen of zal ik er onderweg een paar verplichte wandelingetjes moeten tussenvoegen? Na de eerste 800 meter rennen we enthousiast de IJtunnel in. Het asfalt loopt af en ik merk al direct dat ik te snel ga, ik probeer mijn snelheid te minderen, maar voel de pijn al in mijn scheenbenen opkomen. Ik pers een vierletter-scheldwoord ik uit mijn mond. Ik vertel mijn innerlijke dat ik echt niet in de IJtunnel ga wandelen. Deze ochtend nog, en de jaren hiervoor, heb ik wandelaars in deze tunnel voor watjes uitgemaakt. Ik besluit eerst de IJtunnel uit te lopen en dan nog een stukje langs de Leeuwarderweg.

Steeds weet ik een korte wandeling voor me uit te schuiven. Eenmaal bij het 5 kilometer punt aangekomen, is mijn lichaam genoeg warmgelopen en verdwijnt de pijn in de benen. Onderweg, in Molenwijk, moet ik lachen om de nuchtere opmerking van een van de toeschouwers. ‘Vanochtend vond je het nog een goed idee,’ wordt ons in het plat Amsterdams verteld. Het publiek van deze run is een van de beste. Ik raad iedere hardloper aan om minimaal een keer aan de Damloop mee te doen. Het is een feest! Na ruim 9 kilometer te hebben gelopen, rennen we Amsterdam uit, over de Verlengde Stellingweg. Een stuk van 1 kilometer het stukje naast de A8, waar we langs de Kolkweg, via de Noorder IJ- en Zeedijk eindelijk Zaandam in lopen. We passeren bijna de 12 kilometer.

Nog 4 kilometer te gaan. Ik voel een persoonlijke overwinning. Het moet heel raar lopen*, wil het nu nog misgaan. Vandaag ga 16 kilometer in 1 stuk uitlopen! Geen wandelingen voor mij. Op de dijk is het bewolkt en er staat een koude wind, maar het deert me niet. Herhaaldelijk haal ik andere hardlopers in. Het tempo zit er goed in en op de Zuiddijk is het gezelligheid alom. Een laatste scherpe bocht en ik weet uit ervaring dat we de 14 kilometer aangetikt hebben. Nu nog een recht stuk richting het centrum van Zaandam. Nu kan het alleen nog maar leuker worden. Het duurt nu niet meer lang voor we de medaille om de nek krijgen gehangen. Nog een paar bochten te gaan. Ik had gehoopt de run uit te lopen. Misschien na anderhalf uur hardlopen. Wanneer ik gefinisht ben blijkt dat ik hieronder zit. 01:23:38 uur. Ik ben blij. Een medaille én mooie ervaring rijker.

*woordspeling

DTD 2017

Achtergronden

Ik ken de man al een tijdje. Ik weet niet hoe hij heet, maar ik kom hem vaak tegen. Af en toe in de trein op de heen- en terugreis tussen Almere en Amsterdam-Zuid, maar ook zie ik hem soms in het weekend in het centrum van Almere wandelen. Hij kijkt me dan glimlachend aan. Ik glimlach beleefd terug. Hij is, denk ik, ouder dan ik. Een grote man met een dikke neus in het gezicht, welke wordt geaccentueerd door een zilverkleurige bril. De man is niet lelijk. Wel een beetje opzichtig.

Fred van Leer, de -naar mijn mening- altijd aanwezige stylist, zal de man zeer waarschijnlijk omschrijven als een vitrinekast-homo: iedereen ziet dat hij in de kast zit, behalve de man zelf. En dat de kleding die de man draagt weliswaar van een duur merk is, maar er te verlept uitzien om nog iets uit te stralen. Dit omdat ze door de drager niet gewaardeerd worden. ’s Avonds stapt de man meer dan waarschijnlijk uit zijn pantalon, om deze op de slaapkamervloer te laten liggen, en deze de volgende dag weer aan te trekken.

Wanneer de man ’s ochtends in de trein zit, valt het op dat hij soms twee verschillende sokken aanheeft. Of hij is een verward persoon of hij vind het leuk om excentriek te zijn. Die mensen zijn er genoeg. Ik heb ooit dagenlang gympies in 2 verschillende kleuren gedragen. Mijn excuus is dat ik toen 15 jaar was en het was in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Een periode waarin 2 verschillende kleuren schoenen niet het meest excentrieke was dat je kon dragen.

Soms probeer ik te achterhalen wat het verhaal van de man is. Werkt hij net als ik in Amsterdam of reist hij voor de lol heen en weer met de trein? Het zal me niet verbazen wanneer het laatste het geval blijkt te zijn. Hij is volgens mij vermogend genoeg om de duurdere kleding te kopen, maar net niet rijk genoeg om een goede kledingadviseur in te huren. Ik ben niet nieuwsgierig genoeg om de man te achtervolgen waar hij woont. Of werkt.

Zo zijn er meer mensen met wie ik meereis van Almere naar Amsterdam (en andersom) die me  opvallen. Zoals de kalende man, altijd in joggingbroek, die steevast -wanneer we station Weesp passeren- zijn blikje Red Bull in een paar slokken leegdrinkt. Of die corpulente dame met dun haar en haar versleten schoenen, die iedere reis een aflevering van haar favoriete televisieserie op de tablet bekijkt. Waarom een blikje Red Bull? En welke serie bekijkt de dikke dame? Het is beslist geen comedy, want ze lacht nooit.

Een ontmoeting

Dinsdagavond. Ik loop van station Almere Centrum naar huis. Ik heb deze dinsdag het klokje rond gewerkt, van 8- tot 8 uur. Oké. Ik bedoel van kwart voor 8 ‘s-ochtends tot kwart voor 8 in de avond, als we dan toch gaan ziften. Ik vertrek een kwartiertje eerder, dat scheelt me een half uur om thuis te komen. Kortom, het is inmiddels al donker wanneer ik naar huis wandel. Op het Spoorbaanpad, een lang fiets- en voetpad net voorbij het station zie ik een man op een heuveltje van zand zitten. Een zielig hoopje. Ineengedoken, met de ellebogen rustend op zijn schoot en het hoofd treurig hangend. Ik wil in principe doorlopen en doen alsof ik niets zie, maar ineens komt de vraag ‘Is er iets?’ uit mijn mond. Ik verbaas mezelf. Hoort dit bij het ouder worden? Dat je dingen zegt voordat je besluit om ook maar iets te zeggen?

‘Och, hou maar op,’ zegt de man op de heuvel.
Ik weet niet wat me er toe drijft, maar ik loop in een rechte lijn naar de man op de heuvel.
‘Hoezo?’ vraag ik hem. De man ziet er vief, krachtig uit. Daarnaast toch ook gekrenkt.
‘Ik ben de duivel, en het is de laatste tijd niet leuk om mij te zijn.’
‘De duivel,’ itereer ik de man. ‘Als in Satan, Beëlzebub en de anti-Christ?’ Het voelt als een raar toneelstuk, waarin ik me bevind.
‘Die ben ik,’ en hij richt zijn rug.
Ik deins achteruit. Ik zie nu ook de kleine hoorntjes op zijn hoofd. Als van een jong geitje. Bijna vertederend. Maar ik blijf op mijn hoede. Het is toch een ontmoeting met een demon. Ik heb deze figuren niet eerder ontmoet, maar ik ken de huiveringwekkende verhalen. Ik heb meteen spijt dat ik het gesprek ben aangegaan.

‘Vroeger had ik er nog een beetje lol in om de psyche van argeloze mensen over te kopen. In ruil voor wat rijkdom en een beetje macht. Tegenwoordig met social media, voelt iedereen zich al machtig en rijkdom vinden ze in de vele ‘likes‘.
‘Ik denk dat jij, als duivel wel in je element moet zijn de laatste maanden. Zeker wanneer je het nieuws een beetje volgt,’ Ik ben een beetje stoutmoedig. ‘De Aarde staat in brand. Een perfecte plek waar de duivel zich thuis moet voelen!’
De duivel staat op en zijn lichaam torent zich boven mij uit. Ik schrik.
Niet dan?’ vraag ik hem met een trillende stem.
‘Nee,’ antwoord de duivel met een grom in de keel. ‘Ik heb er geen vat meer op. De verdorvenheid in deze wereld glipt me als los zand door de vingers. ‘
‘Is het zo erg?’ ik probeer het gesprek een beetje luchtig te houden. Het is tenslotte de duivel die voor me staat.
‘Wanneer de mens niet bang is voor de hel, en deze zelf creëert op deze planeet, heb ik er geen plezier meer in,’ de duivel kijkt beledigd voor zich uit. ‘Dan is voor mij de lol eraf, Dray.’

Nog voordat ik kan reageren, is de duivel weg. Ik sta alleen naast het zandheuveltje bij het Spoorbaanpad in Almere. Een schroeilucht vult mijn neus en ik kan niet bevatten wat me zojuist is overkomen. Was het een illusie? Een beleving of een dagdroom … Ik kom weer bij zinnen en loop door het zand terug naar het fietspad. Een fietser zonder fietsverlichting passeert mij. Ik kijk hem achterdochtig na. Na een paar honderd meter gelopen te hebben, wanneer ik bijna thuis ben, besef ik dat de duivel zojuist mijn naam noemde, en ik weet niet of ik daar blij mee moet zijn.

Moeder

Ik sprak mijn moeder afgelopen woensdagavond. Dat is voor mij en mijn moeder niet zo bijzonder, want ik telefoneer al jaren met haar op de woensdagavond. Eigenlijk sinds Edo en ik in augustus van 1998 naar Almere zijn verhuisd, hou ik wekelijks contact met mijn moeder over de telefoon. De eerste jaren was het standaard dat mijn vader, leuk bedoeld, het gesprek onderbrak om te vragen wie ze aan de telefoon had. Bijna iedere woensdag. Op het laatst was het niet altijd even leuk, maar sinds mijn vader in 2009 overleed, mis ik het nu wel eens.

Afgelopen woensdag sprak ik haar weer, als vanzelf. Ze had die ochtend het weblogbericht van 6 september j.l. gelezen. Ze volgt alles digitaal via haar iPad. Deze heeft ze via thuiszorg. Om praktische redenen die waarschijnlijk alleen voordeel heeft voor de thuiszorgvereniging, maar dankzij dit apparaat blijft mijn moeder ook op de hoogte van alles wat digitaal in de wereld gebeurt. Niet altijd een voordeel. Ze snapt nog niet alles. Wat ook niet hoeft, maar zo begrijpt ze niet dat op Facebook een oude kennnis van mij niet meer vindbaar is. Leg dan maar uit dat ze ontvriend is, en het waarom. Ik lieg maar dat de persoon van Facebook is gegaan (mam, als je dit leest: ik leg dit woensdag nog wel uit).

Maar ze heeft er plezier in. Ze ziet vakantiefoto’s van (achter)kleinkinderen en andere leuke berichten van kennissen en vrienden. Ze is er actief mee bezig. Zo deelt ze zelf ook -per ongeluk- foto’s en berichtjes van anderen. Waarschijnlijk heeft ze dan net iets verkeerds aangeklikt. Zo zie ik dat ze met een onbekend iemand Facebook-bevriend is geworden. Als ik dan verder klik, blijkt het een bekende van een van mijn zussen te zijn. Dat zegt iets over mij. Maar wanneer je de leeftijd van 86 jaar hebt gehaald vind ik het heel energiek dat ze nog zo digitaal in het leven staat. Alleen het reageren op berichten doet ze nog niet. Niet online. Wel aan de telefoon. Zo wilde ze afgelopen woensdagavond toch wel weten of ik die Damloop ga lopen, of niet. Ze eindigde de vraag met de woorden: Jawel toch?

Damn Loop

Het afgelopen weekend lag het papiertje, inclusief registratiechip, weer op de deurmat. Het startnummer voor de Dam tot Damloop. Voor mij een reality check, want dit betekent dat het niet al te lang  meer duurt dat ik in Amsterdam in een startvak mag gaan staan, om na het startschot 16 kilometers naar Zaandam te gaan hardlopen. Een opgave, want de laatste maanden heb ik in principe alleen maar rondjes van ongeveer 5 kilometer gelopen. Enkele blessures hielden mij, en mijn hardlooprondjes, kort. Nadat ik toch ben overgegaan tot de aankoop van hardloop-tights, loop ik nu zonder al te veel pijn en weet ik iets meer kilometers te maken. Heerlijk.

Meteen wilde ik afgelopen zondagochtend een rondje van 10 kilometer gaan hardlopen. Het begin ging lekker, maar na 3 kilometer achter me te hebben gelaten moest ik even een rustpauze inlassen. Balen. De rustpauze bestond uit een wandeling van 250 meter (ik heb het later gecheckt via afstandmeten.nl). Hierna kon ik weer verder met hardlopen. Kan ik die 16 kilometer afstand wel rennen over 2 weken? dacht ik. Ik besloot dat als ik over een week nog steeds moeite heb met hardlopen, ik mijn startnummer maar online moet aanbieden. Het hardlopen ging niet helemaal lekker, maar uit ervaring weet ik dat ik na het afleggen van 5 kilometer de pijn tijdens het hardlopen minder wordt. Dit bleek nu ook zo te zijn.

Wikken en wegen. Tijdens het rennen in tweestrijd zijn over ik wel of niet moet gaan hardlopen op 17 september. Nadenken en hardlopen. Voor mij een perfecte combinatie. In het verleden ben ik uit heel wat dilemma’s gekomen dankzij het hardlopen, en mijn antwoord kwam al snel. In de laatste kilometers van mijn hardlooprondje, langs de Hoge Vaart in Almere (een afstand van anderhalve kilometer) liep ik gelijk op met een motorboot in het water. De schipper van het vaartuig leek me in te willen halen, maar ik bleef de boot voor en als een Forest Gump liet ik iedereen achter me. Ik beweer altijd van niet, maar onbewust blijk ik toch hartstikke competitief te zijn.

Ik wilde de boot voorblijven, en dat is me gelukt. Tot ik rechtsaf het Humberpad insloeg. Ik besloot toen dat ik dit jaar wel de Dam tot Damloop ga doen. Misschien zal het gebeuren dat wanneer ik net de IJtunnel uitgelopen ben, ik een paar honderd meter moet wandelen, maar is dat nu zo erg? Ik vind van niet. Ik kijk het de komende week nog even aan. Mocht het hardlopen te pijnlijk worden, dan zal ik mijn startnummer moeten weggeven, maar zolang ik niets forceer en niet al te gek ga doen, moet het allemaal heel raar lopen dat ik niet mee kan doen aan de Dam tot Damloop van 2017.

img_4904

Hondje

Toen we laatst, Edo en ik, terugkwamen van een avondje uiteten bij de Griek zagen we aan de overkant van ons huis, aan de rand van het grote grasveld voor ons huis, een hondje aan een boom vastgebonden zitten. Mijn liefde voor dieren, of de hoeveelheid glazen wijn die ik deze avond tot me had genomen, liet zich gelden en ik stapte resoluut naar het beestje om het te bevrijden. Wederom verbaasde ik me over de slechtheid van de mens van vandaag de dag.

Het dagelijks nieuws volg ik niet meer, want wanneer je even op de hoogte wilt blijven van wat er mondiaal aan de hand is, wordt je -boem!- geconfronteerd. Teleurstellende en veroordelende tweets van de Amerikaanse president en uitspraken van andere machthebbers. Of de idiote vergeldingsdrang van aanstellerige losers die geen bommen kunnen laten afgaan en daarom dan toch maar aanzien denken te verkrijgen door op andere mensen in te rijden. Kansloze droeftoeters zijn het. Allemaal.

Maar mijn teleurstelling in de mens viel me verrassend mee op het moment toen ik dichtbij het hondje aankwam. Het arme beestje bleek helemaal niet vastgebonden te zijn. Het zat alleen maar een beetje rillerig en depressief om zich heen te kijken. Alsof het ook teleurgesteld was om alles in zijn korte hondenleventje. Misschien had het beestje wel een carrière als blindengeleidehond voor ogen, maar bleek het een verkeerde afkomst te hebben. Van het verkeerde ras. Hartstikke ongeschikt om immobiele mensen te begeleiden.

Daar zat het dier dan met zijn toekomstdroom. Niets van dit alles. Alleen een loopbaan als schoothondje lag hem in het verschiet. Een toekomstperspectief dat het dier niet zag zitten. Totaal geen uitdaging. Dan wil je de hondenkop wel even laten hangen. Honden blijken dus ook hondsmoe te kunnen zijn. Hartstikke teleurgesteld. Je weet het natuurlijk niet echt, want je kan het zo een zielig, rillerig en depressief beestje ook niet vragen. Ja, je kan het wel vragen, maar het dier zal je toch echt geen antwoord kunnen geven.

Edo opperde het idee om met het beestje langs de deuren te gaan. Hij had het hondje al bij de halsband vast. Ik kon alleen maar bedenken dat de mensen in mijn buurt hier totaal niet op zitten te wachten: Twee mannen met een hondje onder de armen die ‘s-avonds laat nog voor de deur staan. Geen weldenkend mens die op een laat tijdstip nog de deur opent. Nee, ik heb begrepen dat het tegenwoordig hot is om foto’s van gevonden voorwerpen als bankpasjes, bibliotheekkaarten en sleutelbossen op sociale media te plaatsen. Dat vind men leuk. Dat is kicken.

Dat is net zo leuk als de met smartphone geschoten foto’s waar iedereen tegenwoordig haarscherp op staat afgebeeld. Van die mensen die zogenaamd verdacht doen. We zijn achterdochtig en vertrouwen het niet, en maken een foto van die verdachte personen. Om het dan te kunnen delen op Facebook met een onderschrift waarin een handeling wordt verzonnen. Het doel om de foto zo veel mogelijk te delen. Om die ‘klootzakken’ op de foto voor eens en altijd een les te leren. Ik vind het eng, dit soort acties. Het klinkt als een moderne heksenjacht. De overtuigende veroordeling over onschuldige mensen.

Edo hoefde ik overigens niet te overtuigen om toch niet langs de deuren te gaan, want het rillende hondje vond dat namelijk ook geen goed idee. Op een gegeven moment draaide het even fanatiek raar met het koppie, waardoor het uit zijn halsband bevrijd werd. Het beest nam rap de benen, om niet meer terug te keren. Daar stonden we dan met onze goede bedoelingen, en Edo met een hondenhalsband in zijn hand. Iets waar we totaal niets mee kunnen, omdat we het niet bij onze eigen katten om kunnen doen. Naast mensen kunnen ook honden teleurstellen.

Herfst

Corine zit bij de kapper. Haar haar is net door haar favoriete kapster Christel, met verf aangepapt en in de aluminiumfolie gewikkeld. Ze is toe aan een herfstig kleurtje in haar lokken. De mussen buiten laten zich deze middag figuurlijk van het dag vallen, maar Corine wil al jaren in de laatste week van augustus een andere haarkleur. Zo weet ze voor haarzelf dat de zomer voorbij is en dat de herfst er aan kan komen. Het ontdekken van de zakken pepernoten en de chocoladeletters in de schappen van de supermarkt staat gelijk aan het veranderen van haar haarkleur. ‘Bye, bye blondje en welkom terug rode Corine,’ knipoogt ze naar kapster Christel.

Kapster Christel is druk met haar handen en met haar mond kwebbelt ze lekker door tijdens het kappen van Corines haar.
‘Hoe lang zet je deze traditie nu al zo voort? Dat kleuren van je haar in de laatste week van augustus? Volgens mij had je deze traditie al voordat ik hier kwam werken, en dat is toch al zo’n 15 jaar geleden,’ ze neemt snel een slok uit haar koffiemok. ‘Gets, het is al lauw geworden,’ en Christel plaatst de koffiemok weer terug op het planchet onder de spiegel,  om het deze middag te vergeten.
‘Nou, toch wel al een hele tijd hoor Christel.’
‘Wanneer heb je je haar ooit voor het eerst laten kleuren?’
‘Dat moet in de jaren 80 geweest zijn. Kleuren en touperen. Vooral dat laatste. Hoe hoger het haar, hoe beter.’
‘Oh meis, hou op. Ik weet er alles van! Hoog haar, honderd kleurrijke sieraden en schoudervullingen. Die schoudervullingen! Met het juiste jasje aan kon ik een compleet ontbijt met alleen mijn schouders opdienen!’

Oh, de eighties! Ik wou dat ik ze mee had kunnen maken,’ roept de stagiaire Demi enthousiast. Ze heeft even niets heeft te doen. De telefoon is stil en alle haarlokken zijn van de vloer weggeveegd.
‘Hoezo?’ vraagt kapster Christel.
‘Ongeacht hoe belachelijk je er uitzag, was het leven allemaal zo veel simpeler. Naast goede muziek had je geen mobieltjes en geen internet. Je kon jezelf zijn, zonder zorgen te maken of iemand je blunder online plaatste.’
‘Ja, dat is waar,’ geeft Corine toe. ‘De jaren 80 hadden toen alleen maar voordelen.’
‘Nou, niet echt alleen maar,’ reageert stagiaire Demi. ‘Als je de eighties bewust hebt meegemaakt moet je nu kapot oud zijn.’
‘In de herfst van je leven,’ zucht Christel en kijkt weemoedig naar Corine.

Wijn en wheelies

Gisteren ontving ik een berichtje op mijn telefoon. ‘Ben er met een half uur.’ Er moest een boek opgehaald worden. Een zeer lichte vorm van paniek nam bezit van me. Ik had niets in huis. Niets om een goede gastheer te kunnen zijn. Ik wist niet of de persoon op de bank ging blijven hangen. Gelukkig woon ik in een stad als Almere waar de 24 uurseconomie algemeen is. Dus snel op de fiets naar de supermarkt om daar een paar flessen te halen. Rode wijn en rosé. Niet dat de persoon die haar bezoek per whatsapp aankondigde een alcoholistisch orgel is, maar ik wil niet bekend staan als de zuinige Nederlander. Wijn moet geschonken en gedronken worden. Het moet vloeien. Niet druppelsgewijs zuinig worden uitgeschonken.

Het berichtje ontving ik rond 8 uur en de supermarkt die ik gebruikelijk bezoek is tot 10 uur ‘s-avonds open. Enige haast was niet geboden, behalve dat ik wel binnen een half uur met alcohol in de rugtas weer thuis moest zijn. Op de fiets, onderweg naar de supermarkt, mocht ik me nog heel even verbazen over een volwassen man van het formaat Hagrid (een bekende reus, uit de Harry Potter-boeken), die het een uitdaging vond om constant op zijn fiets een wheelie te rijden. Een volwassen man die zijn stuur omhoog trekt en zo balancerend, alleen op het achterwiel doorrijdt. Je moet het maar kunnen. Ik kan het niet eens leuk vinden. Maar die man wel, en hij was nog goed ook. Tientalle meters reed hij op zijn achterwiel weg.

In de supermarkt waren de gewenste artikelen als snel gevonden en in het mandje gelegd. In no time stond ik bij de kassa de flessen wijn en een homp kaas af te rekenen. Ik vond het er verbazingwekkend rustig. Vaak zijn er mensen die op de meest onlogische tijden de weekboodschappen moeten inslaan. Zoals op een zondagochtend of op de maandagavond. Laat ze doen wat ze willen, als ik maar binnen een half uur een paar flessen wijn in huis heb. En ik was op tijd thuis. Met wijn. Het aangekondigd bezoek stond op afgesproken tijds voor de deur. Ik zag al aan haar lichaamstaal dat ze haast had, maar als een beleefde heer -zoals ik mezelf graag zie, vroeg ik haar toch binnen.

‘Het spijt me,’ excuseerde ze. ‘Ik heb echt geen tijd.’
‘Geeft niets,’ loog ik en trok daarbij mijn schouders op.
‘Een volgende keer blijf ik langer,’ werd me beloofd. ‘Echt,’ werd er benadrukt.
‘Dan zorg ik dat ik wat lekkers in huis heb.’
‘Gezellig!’
Ze draaide zich om, en met het boek in de hand stapte ze weer in de auto. Even zwaaien, en ze vertrok
Terug binnen liep ik naar de keuken en trok een fles rode wijn open.

Vakantiedagboek

Vrijdag, 18 maart 2005.

Vanmorgen ging de wekker om 04:50 uur. Ik wilde nog 10 minuten snoozen, maar Parijs gaf me net genoeg adrenaline om me uit het bed te laten springen. Vandaag zal ik voor het eerst de Franse hoofdstad bezoeken! Ik kon vanmorgen rustig aan doen. Alles stond al klaar (de avond ervoor al geregeld), dus heel relaxt liepen Edo en ik even voor 06:00 uur naar station Almere Centrum, om met de trein van 06:11 uur naar Amsterdam Centraal te rijden. Hier aangekomen konden we dan eindelijk overstappen naar de Thalys om richting Parijs af te reizen.

Hierboven een fragmentje uit een vakantiedagboek dat ik van het weekend terugvond. Je komt nog eens wat tegen bij het leegruimen van oude kastjes. In het dagboekje staat, zoals hierboven ingeleid, onze eerste stedentrip naar Parijs. Maar ook andere vakanties. Zoals de 3 weken durende roadtrip in 2001 door het zuiden van Frankrijk, waarin we liters heilig water in Lourdes hebben gedronken en geheime plekken van kruisridders hebben bezocht. Het is leuk om het weer terug te lezen. Vooral hoe je ruim 15 jaar geleden tegen de dingen aankeek. Of hoe netjes ik nog kon schrijven. Sinds we steeds vaker toetsenborden gebruiken, heb ik het schrijven een beetje verleert en lijkt een doktershandschrift op kalligrafie-kunst in vergelijking met mijn huidig handschrift.

Ik ben inmiddels begonnen om het vakantiedagboek digitaal te vertalen en online te zetten. Hierbij met toevoegingen van foto’s en andere plaatjes, die in het vakantieboekje zijn geplakt. Tegenwoordig is alles met een mobieltje te scannen (dat kon 16 jaar geleden nog niet met mijn Nokia 6210) en zo weer over te zetten naar dit weblog. Zo kan ik onze vakantie naar Nice (wederom Frankrijk) met de gehele schoonfamilie online zetten en de strandvakantie naar de Canarische Eilanden. Wanneer ik een ander vakantiedagboek (het vervolg op dit gevonden exemplaar) heb gevonden, zal ik ook deze digitaal vertalen. Maar dat is iets voor de lange, donkere avonden, over een paar maanden. Tegen die tijd plaats ik hier een link. Dan kan je onze vakanties -als je het wilt, meebeleven.

 

Zaterdagochtend

Zaterdagochtend, kwart over 6. Ik draai me om in bed, maar mijn blaas verplicht me tot opstaan. Slaapdronken strompel ik naar de badkamer. Iedere stap doet pijn. De 6 kilometers aan hardlopen straffen mijn lichaam af in de enkels, of misschien is het gewoon de leeftijd? Dat je zo oud wordt om te leren dat je lichaam langzaamaan aftakelt. De waarheid ligt waarschijnlijk in het midden, en is het een combinatie van beiden. Hardlopen en van gemiddelde leeftijd. Mijn blaas is leeg en ik loop weer naar de slaapkamer. Het was een kwestie van op gang komen. Ieder stap doet steeds minder pijn en zonder pijnlijke enkels stap ik weer in bed om nog even weg te dromen.

Om kwart over 9 schrik ik wakker. De deurbel. What the fuck?, denk ik. Maar meteen weet ik dat het de bezorger is. Edo heeft van de week een crosstrainer besteld en deze zou vandaag bezorgd worden. Lekker op tijd, dat wel. Ik spring (niet gracieus) in een korte broek en loop snel naar beneden. Mijn enkels doen toch aardig mee, dus ik hoef niet als een senior van de trap te sjokken. Ik open de deur en de bezorger staat met een grote kartonnen doos bij de voordeur. Er wordt getekend voor ontvangst en we zijn een crosstrainer rijker. Met zijn tweetjes tillen we de doos naar boven, waar Edo het in elkaar mag zitten. Een jarenlange relatie heeft geleerd dat apparaten als deze niet samen in elkaar gezet gaan worden.

Ik zet koffie en parkeer mijn kont op de bank. Op mijn mobiel check ik wat social media. Ik lees het verdriet van Roos Schlikker en verder nog wat columns. Eén van een vriend over roze vakanties en de wekelijkse column van Youp. Ik vraag me af waarom er vaak in columns mensen of dingen, grappig bedoeld, afgezeken moeten worden? Sinds de jury van Idols bestaat is het doodnormaal om iemand te verguizen. Wat weer resulteert in mensen die beledigd zijn. Youp heeft het over ‘die getatoeëerde beroepspuber en de Nijmeegse krottenmelker’. Nu kan ik op mijn beurt een wijze opmerking hierover maken, maar kunnen we het over leuke dingen hebben? Misschien moet ik nog goed wakker worden, maar er is al genoeg ellende in de wereld. Doe eens aardig.

Inmiddels is het half elf en op Twitter meld ik mijn volgers dat ik iets ga doen. Ik ga douchen om daarna een paar regels op mijn laptop in te tikken, welke ik om 12 uur wil plaatsen. Net wanneer ik denk klaar te zijn, gaat de deurbel weer. Ik doe open en een stoere knul van Post.nl staat met een doosje in zijn handen in de voortuin. De door mij bestelde hardloopbroek wordt me overhandigd. Misschien dat ik vandaag een rondje ga hardlopen. Maar dat zie ik de zaterdagmiddag wel.