Huisdier

‘Een huisdier? Nou, denk daar nog maar een goed over na!’
    De blonde moeder reageert op een mededeling van haar buurvrouw. Ze is een jonge zelfverzekerde vrouw die midden in het leven staat. Ze is vrolijk en niet het type waarvan de rol van moeder haar is overkomen. Eerder een bewuste keuze. Blijheid straalt van haar gezicht.
    De buurvrouw, met donkere en treurige ogen als Sanne Wallis de Vries, kijkt beteuterd naar grond. Samen zitten ze op een bankje in het stadspark. Hun beide kinderen, buurjongens, spelen op het veldje. Het is te koud om relaxt op een bank in het park te zitten. Beide vrouwen zitten diep verscholen in hun winterjas. De jonge blonde moeder kijkt om haar heen op zoek naar haar zoon. Wanneer ze beiden buurjongens ziet leunt ze weer achterover. Ze neemt een trek van haar sigaret en blaast snel de rook uit.
    ‘Zo’n jaar geleden leek het me leuk om een dier voor Kevin in huis te nemen. Geen hond of kat. Gewoon een dier in een kooitje. Zo’n beestje dat af en toe wat aandacht nodig heeft. Wij dus op een ochtend op de fiets naar de dierenwinkel. Ongelooflijk wat een keuze! muizen, ratten, marmotten en cavia’s. De hele reutemeteut.’
    De blonde moeder neemt snel een haal van haar sigaret en checkt iets in haar tas. De buurvrouw kijkt zwijgend toe.
    ‘Het werd dus een cavia. Kevin vond het een leuk beestje en ik vond het prima. Nog mooier toen bleek dat het dier in de aanbieding was. Geen geld voor dat bedrag! Dus snel gekocht en naar huis. Dat was nog een uitdaging. Wat een ellende. Ik was op de fiets, dus Kevin in het zitje zien te krijgen en de cavia in kooi, in zo’n grote gele boodschappentas van de Jumbo. En dat dier in die tas maar piepen. Gek werd ik ervan.’
    Ze neemt nog een haal van haar sigaret en gooit de peuk in een sierlijke boog op de grond.
    ‘Nou, eenmaal gesetteld bleek het plezier voor maar even. Nadat we het best ruim een week hadden begon Kevin het benauwd te krijgen en ikzelf werd er ook niet vrolijker van. Het roken ging me tegenstaan. En je kent me: Ik rook nog door als ik een bronchitisaanval heb.’
    De buurvrouw knikt glimlachend.
    ‘Maar Kevin kreeg het op het laatst zo benauwd, dat ie begon te piepen. De cavia zou jaloers worden op het piepen van Kevin. Wat dacht je, de volgende dag? Allebei onze ogen dicht. Zware allergische reactie. Zo erg dat ik uiteindelijk met Kevin naar het ziekenhuis ben gegaan, want dat kind lag zowat op apegapen. Zo benauwd was ie. Moest Kevin nog een nachtje voor observatie in het ziekenhuis blijven ook.’
    De buurvrouw slaat de hand voor haar mond.
    ‘Dus de volgende dag, toen Kevin aan de beterende hand was en weer naar huis mocht, heb ik die cavia bij mijn ouders gedumpt. Ik was als de dood, dat Kevin er in zou blijven.’
    Ze pakt een sigaret uit het pakje.
    De buurvrouw kijkt haar bezorgd aan en zegt: ‘Nou, dat wordt dan geen Cavia voor Noah.’
   ‘Geloof me. Van een cavia wordt je echt niet gelukkig,’
    De buurvrouw knikt.
    De blonde moeder steekt haar sigaret op. ‘Tenzij je van je kind af wilt. Maar dat is een ander verhaal’

Bloemlezing

Het was in de zomermaand van vorig jaar toen tiener Tim, een zoon van een bekende Nederlander, tijdens een vakantiebaantje bij de plaatselijke bioscoop een heel mooi meisje ontmoette. Ze had blonde haren en blauwe ogen, als uit een sprookjesfilm ontsnapt. Het was rond de klok van 3 uur dat ze bij zijn loket kwam staan en hem vroeg om een kaartje met 5 Euro korting voor de hoofdfilm voor die avond. In een opwelling vroeg Tim haar waarom ze niet met hem naar de film wilde gaan.

Verlegen vertelde ze hem dat ze dit toch eerst naar haar moeder moest whatsappen. Tim kon zijn oren niet geloven. Later zweerde hij bij zijn vrienden dat ze dat echt had gezegd. Zonder te lachen ook. Tim vroeg haar naar haar naam en leerde dat ze Annemarie heette. Waarop hij haar aankeek en zei: ‘Even naar mijn moeder whatsappen? Dat is toch uit de tijd meid, je kunt het ook aan mij kwijt!’ Annemarie keek hem even aan en het wat meteen gedaan. De dingen werden met een kus geregeld vanaf toen.

Ze maakten een afspraak voor de volgende zaterdagavond, waarbij ze aan het begin van de avond meteen duidelijk maakte dat ze wel weer voor 12 uur ‘s-nachts thuis moest zijn. Tim kon eerst zijn oren niet geloven, maar het werd een gezellige avond. De volgende dag, na het eerste afspraakje, bedacht hij dat je zoiets nog weinig tegenkomt. Tegen vrienden vertelde hij: ‘Zo’n meid verdient alle zegen.’ Tim was verliefd en in gedachten zong hij haar naam als in een chant.

Het is Tim nu duidelijk dat zijn Annemarie geen alcohol drinkt en geen sigaretten rookt. Op muzikaal vlak houdt ze meer van de oldies dan van hedendaagse top-40-muziek, maar het kan Tim allemaal niets schelen. Hij is heel blij met een vriendin als Annemarie. Iedere deur houdt hij voor haar open en er zijn dagen dat hij best een rondje met haar hondje wilt lopen. Altijd een glimlach op het gezicht bij de gedachten aan Annemarie. En iedere dag wordt bezegeld met een zoen.

db-logo-red

Vluchtweg

Zondagmiddag. Tijdens mijn hardlooprondje loop ik langs de sportvelden van Almere en hierbij passeer ik ook de bushalte ‘FBK Sportpark’. Het is de bushalte waar asielzoekers in Almere moeten uitstappen wanneer ze naar hun verblijf in Nederland lopen. Een paar meter voor mij loopt een man van nog geen 30 jaar met ingetrokken schouders en het hoofd diep in de kraag van zijn zomerjack. Ik kan me voorstellen waarom hij er zo moedeloos bijloopt. Het is koud buiten. De lucht is grijs en grauw en de aanhoudende, miezerige regen spoelt alle blijheid van de mensen weg.

Door het nare weer loop ik snel door naar huis en open haard. Wanneer ik de man tientalle meters achter me heb gelaten, kan ik de gedachte niet verzetten dat deze man niet echt gelukkig in Nederland kan zijn. Volgens mij is hij liever op de plek waar thuis is. De plek waar hij is opgegroeid. Een omgeving waar alles bekend voor hem is en waar de temperatuur ook aangenamer is. Hier in Nederland is het koud en helaas niet alleen wat betreft het weer.

Als ik nog maar 2 kilometer van huis ben, vraag ik me af hoe het voor westerse mensen moet zijn om op de vlucht te zijn. Zal er een moment in ons land komen waarin Nederlanders gevaar lopen en elders een veilige plek moeten zoeken? Zal ik ooit, als openlijk homoseksuele man, niet meer veilig in Nederland kunnen blijven? Wanneer je kijkt naar de wet op privacy, is er al zo veel informatie over het volk verzameld. In wezen vind ik dat prima, met als motto: Als je niks te verbergen hebt, dan zit het met je privacy wel oké.

Maar stel je voor dat door een onverwachte situatie Nederland niet langer een seculiere staat is, en het geloof aan de macht komt, waardoor idioot strenge wetten als een sharia worden geïntroduceerd. Dan wordt het een dagelijkse evenement dat homoseksuele inwoners van Nederland voor straf van de Martinitoren worden afgegooid. Razzia’s zijn niet langer nodig, want alle geregistreerde homoseksuelen zijn openbaar. Gelukkig is het nu nog zo dat de geaardheid van een inwoner van Nederland geen geheim hoeft te zijn.

Ik ben niet het type mens die afwachtend de dingen zal aanzien. Ik ga niet zonder slag of stoot geblinddoekt mijn ondergang tegemoet. Ik sla op de vlucht. Dan vertrek ik met tientallen, misschien honderden andere homoseksuelen, in onze goede goed en met de beste bedoelingen op de vlucht naar een veiliger oord. Naar een land waar homoseksuelen wel welkom zijn. Ik hoop dat die er dan zijn. Naar Afrika hoeven we niet af te reizen. Daar belanden we in de meesten landen in de gevangenis.

In Rusland of in veel Oost-Europese en Arabische landen zijn homoseksuele mensen verschoppelingen, uitgestotenen of gewoon uitschot. Perverse mensen die niet welkom zijn. Die alleen maar op zoek zijn naar het eigen geluk. Viezeriken die niets bijdragen aan de maatschappij. Het klinkt misschien hard, maar het zou best kunnen dat er groepen mensen zijn die het liefst zien dat de eigen grenzen worden gesloten en er alles aan zullen doen om de vluchtenstroom tegen te houden.

db-logo-orange

Vrouwenpraat

Donderdagmiddag. Mijn trein komt met 10 minuten vertraging aan in Almere. De meteorologen hebben een sneeuwstorm voor de avond aangekondigd en de regen die op alle mensen in het centrum van Almere neervalt, moet een voorbode zijn. Echt niets om naar uit te kijken.

Ik loop langs de Primark richting thuis. De stoep wordt compleet geblokkeerd door een vijftal corpulente dames die allen naast elkaar lopen richting de parkeergarage. Ik moet de straat oplopen om er langs te kunnen. Met een ‘dames het hoeft niet zo breeduit over de hele stoep’, loop ik hen voorbij.

De zin ‘en wanneer ik jullie heupen zo zie, blokkeren je in je eentje al een halve stoep’, slik ik maar in. Het klinkt niet aardig en zo stoer ben ik nu ook weer niet. Mijn opmerking geeft al genoeg ophef. Ze roepen me iets na, maar ik hoor het niet. Met dit gure weer heb ik mijn hoofd in de kraag van mijn jas verstopt en kijk ik niet om.

Als ik doorloop zie ik dat verderop het verkeerslicht voor voetgangers op groen springt. Ik versnel mijn pas richting het parkeerterrein aan het koolzaadveld en stap stevig door. Een dame met capuchon met idiote bontkraag aan haar synthetische jas loopt achter me aan in het zelfde tempo. Ze heeft Willem aan de telefoon.

Dat is duidelijk te horen. De mevrouw met de foute capuchon heeft een ver dragend stemgeluid. Als een misthoorn op een schip. Het klinkt als gekras op een schoolbord. C’est le ton qui fait la musique: Het is de toon die de muziek maakt, een uitdrukking in Frankrijk. Het kan ook de toon zijn die het bloed je uit de oren doet lopen.

De vrouw praat en práát. Arme Willem aan de andere kant van het gesprek. Hij krijgt er geen woord tussen. Aan een stuk door blijft ze maar ratelen en dat in hetzelfde looptempo als ik. Wanneer ik de looppas versnel doet zij hetzelfde, en ze praat maar dóór. Ze lacht geamuseerd om haar eigen grappen. De combinatie van haar lach en het afschuwelijke stemgeluid, het is een marteling!

De haren in mijn nek staan overeind. Ik overweeg me om te draaien en de vrouw met een uithaal te vloeren. In gedachten zie ik haar al op straat liggen. Gepijnigd, maar wel stil. Ach, ik zei het al. Ik ben niet stoer, en anderen slaan is gewoon niet aardig. En ondertussen práát ze maar door. Wanneer de regen iets toeneemt besluit ik een sprintje te trekken. Ik vlucht niet voor de regen. Ik kan die stem niet meer aanhoren.

db-logo-yellow

Simon 

Toen Simon zaterdagavond alleen thuis was en een boek van Edgar Allan Poe las, werd er aan de voordeur gebeld. Hij opende de deur en zag een lange, dunne man met een porky pie-hoedje op.
‘Goede avond,’ zei hij. ‘Is de heer Anders thuis?’
‘Nee,’ antwoordde Simon.
‘Wanneer zou ik hem dán kunnen treffen,’ vroeg het hoedje.
‘Nooit,’ sprak Simon. ‘Hij woont hier niet.’
De man met het hoedje streek over zijn baardje. Meteen deed hij een stapje achteruit, en liet zijn licht op het huisnummer schijnen.
‘Tweeëntwintig!’ riep hij opgelucht. ‘Ziet u wel, ik wist wel dat ik goed was. Anders woont op tweeëntwintig.’
Simon schudde ontkennend zijn hoofd.
‘Zeker wel,’ vervolgde de man. ‘Anders is zo’n dikkerd, met een wit hondje.’
Uit beleefdheid deed Simon of hij nadacht, maar tenslotte verklaarde Simon noch de heer, noch zijn huisdier te kennen.
Het hoedje werd er ongeduldig van.
‘Hij heeft zo’n dikke kop, Anders! Ik ben al zo vaak bij hem geweest!’
‘Echt niet, meneer,’ riep Simon. ‘Als ik u toch vertel dat. ..’
Op dat ogenblik ging de deur van de huiskamer open en trad een dikke man met een opgeblazen gezicht de gang in. Hij droeg een wollen vest, en een wit hondje liep bij zijn benen. Met uitgestoken hand liep hij op het hoedje af en riep: ‘Ha die Koen! Leuk dat je even aankomt!’
‘Ziet u nou wel,’ sprak de bezoeker, terwijl hij Simon verwijtend aankeek.
Simon was natuurlijk nogal verbaasd, maar later is de zaak hem duidelijk geworden. Die Anders woont al anderhalf jaar in het huis, dat door een administratief misverstand bij woningstichting niet alleen aan Simon, maar ook aan Anders is verhuurd. Door een merkwaardig toeval hebben ze elkaar nooit eerder opgemerkt, omdat Anders altijd net in de achterkamer was, wanneer Simon vóór huisde. Liep Simon de achterkamer in, dan moest Anders net even de gang op of op het toilet zitten. Zo hebben ze elkaar al die tijd misgelopen, maar nu is de zaak door het bezoek aan het licht gekomen. Ze zullen er iets op moeten vinden. Gelukkig vindt Simon Anders geen kwade vent. Misschien een beetje te dik.

db-logo-green

Sneeuw & Snobs

De kerstspullen zijn weer weg. Ze zitten in dozen die ruiken naar karton en vergeelde gezelligheid, weggeschoven achter de knieschotten van de zolder. Dat gebeurt altijd net te vroeg, heb ik het idee. Precies op het moment dat Moeder Natuur eindelijk besluit dat het nu écht winter mag worden. Dan pas vallen de eerste sneeuwvlokken en schuift er een dun laagje ijzel over het land. De lichtjes zijn uit, de ballen opgeborgen. Ironie is een groot woord, maar hier past het precies.

Winter is niets voor mij. Ik heb het geprobeerd, echt waar. Ik heb een muts opgezet, een sjaal omgedaan en mezelf wijsgemaakt dat het “lekker fris” was. Maar kou is gewoon kou. Het kruipt langs je wangen en onder je jas, ongeacht hoe goed je je hebt ingepakt. Op een zonnige winterdag wil ik nog wel doen alsof. Dan loop ik even naar buiten en denk: kijk eens aan, het licht. Maar uitbundig wordt het nooit.

Sneeuw waardeer ik alleen op afstand. Op een kerstkaart, in een film, of achter glas met een beker warme drank in mijn hand. Het kind dat vroeger zonder jas naar buiten rende om sneeuwballen te gooien, heb ik ergens onderweg verloren. Of misschien zelf laten verdwijnen, omdat enthousiasme ook onderhoud vergt en ik daar niet altijd zin in had.

Toch kan ik begrip opbrengen voor de mensen die wél juichen bij de eerste vlok. Die bij het zien van hun eigen adem even stoppen met ademen, om te controleren of dit het moment is. Of de rayonhoofden in Friesland al bij elkaar zitten. Of de Elfstedentocht voorzichtig fluisterend wordt uitgesproken, alsof hij anders schrikt en weer verdwijnt. Ik kijk ernaar met lichte verbazing. Enthousiasme kan mooi zijn, maar het schuurt soms tegen verdwazing aan.

In de winter verplaatst het leven zich naar binnen. Waar ik in de zomer met een boek en een glas rood in de tuin zit, zit ik nu bij de open haard. Het vuur knappert, de televisie staat aan. Wie is de Mol is hier favoriet. We kijken een aflevering en daarna nog een keer. Om te zien wat we gemist hebben. Of juist te veel hebben gezien. Ik ben me ervan bewust dat dit verdacht veel lijkt op het enthousiasme waar ik me net nog over verbaasde.

Misschien is dat wel de les van de winter. Dat iedereen zijn eigen vorm van verdwazing heeft. De een bij sneeuw, de ander bij een televisieprogramma. Het alternatief is ook niet aantrekkelijk: mensen die met zure opmerkingen het plezier van anderen onderuit halen. Die zich superieur voelen op sociale media, gewapend met geleende oneliners en bittere humor. Ze noemen het scherpzinnigheid, maar het lijkt vooral kou. En kou, daar kan ik dus niet van genieten.

Laat mij dan maar binnen zitten. Met een film, een vuur en een enthousiasme dat ik zorgvuldig probeer te koesteren. Ook al is het een beetje belachelijk. Dat is altijd nog beter dan bevroren raken.

Music & Miles

Allereerst, de beste wensen voor het nieuwe jaar! Zo wil ik graag mijn eerste blogbericht in het jaar 2017 beginnen. Een jaar met veel nieuwe ervaringen. Dat mag ik hopen. Ik ben niet van mening dat sleur een vies woord is, het betekent niets meer dan gewoonte of gewenning, en daar kan toch niets mis mee zijn? Maar het is natuurlijk net zo leuk, of misschien nog leuker, om nieuwe dingen te doen. Dat behoeft geen extreme maatregel te zijn.

Zo ben ik dit jaar het hardlopen begonnen met een nieuwe afspeellijst op mijn smartphone. Een lijst van liedjes waarop ik lekker kan hardlopen. Ik hoor het de anderen bijna denken: Is dat nu zo bijzonder? ‘Nee,’ zal dan mijn respons zijn. ‘Totaal niet, maar na een paar jaar een beetje dezelfde hardloopsongs aan te horen, is het wennen om dan rats op andere melodieën de kilometers af te moeten leggen.’

Ik heb niet gekozen voor een cold turkey-methode. Geen compleet andere nummers om op te hardlopen. Ik hou een paar oude bekende hardloopliedjes in mijn afspeellijst staan, want op sommige nummers loop ik gewoon heel prettig. Of juist zeer snel (met ‘The Obvious Child’ van Paul Simon, bijvoorbeeld). In 2017 staan er wat modernere hits op mijn hardloopafspeellijst en wat minder songs van vroeger.

Je moet soms met je tijd meegaan, en ik doe dat vooral in mijn eigen tempo. De een is na een maand moe van een afspeellijst en de ander (lees: ik) pas na ruim 5 jaar. Veranderen om het veranderen heb ik sowieso nooit echt kunnen begrijpen. Ik ben tenslotte ook maar een mens, en geen boom dat iedere herfst de bladeren moet verliezen.

db-logo-purple

 

Stappen

Vandaag is de laatste dag van het jaar en ik vind het leuk om op de laatste dag van het jaar met anderen te delen hoe vaak en hoe ver ik het afgelopen jaar heb hardgelopen. Een jaar geleden beschreef ik mijn hardloopactiviteiten over het jaar 2015 en vandaag een overzicht van mijn hardloopprestaties van de afgelopen 12 maanden van 2016.

Ik heb dit jaar 123 keer mijn hardloopschoenen aangetrokken om te gaan hardlopen (in tegenstelling tot voorgaande jaren. 2015: 148 keer, 2014: 138 keer, 2013: 126 keer), met een gemiddelde afstand van 9,11 kilometer. In totaal is dit een afstand van 1.110 kilometer over het afgelopen jaar (2015: 1835 kilometer, 2014: 1.714 km, 2013: 1.553 km). Dat is over de weg een afstand van Almere naar de Franse stad Bordeaux (dus niet hemelsbreed). Met de auto doe je daar 11 uur en 36 minuten over, maar ik heb 97 uur en 56 minuten over deze afstand gedaan.

Het afgelopen jaar liep ik minder dan de voorgaande jaren. Dit om de reden dat ik sinds februari van dit jaar het werklozenleger heb verlaten om weer full-time te gaan werken. De maand januari is dan ook de meest belopen maand en in november heb ik het minst aantal kilometers afgelegd. Het afgelopen jaar heb ik toch zo’n 75.580 calorieën weggerend. Dat lijkt misschien veel, maar het is ruim 50% minder dan dat ik vorig jaar heb verbrand. Ineens  voel ik dan toch een soort van ‘goed voornemen’ voor het nieuwe jaar opborrelen.

hardloopoverzicht2016

Oh, Danny Boom

In een land hier ver vandaan, in de buurt van de poolcirkel, staat een grote groep sparrenbomen als onderdeel van een enorm groot bos. Deze bomengroep is de familie Pinaceae, met aan kop van de familie een oude reuzenboom en directe nageslacht. Deze bestaat uit honderden sparren, en één van de jongere bomen, de 15 jaar jonge Danny, staat bekend om zijn uitzonderlijke karakter.

Danny is een buitengewoon sparrenboompje. Waar alle andere sparren dagenlang kunnen sparren en stoer praten over hoe zij -in tegenstelling tot de andere bomenfamilies in het bos, het hele jaar hun naalden houden, is Danny altijd stil. Hij is daarom vaak mikpunt van spot. Danny is altijd ergens anders met zijn gedachten. Voor de andere bomen in het bos is hij altijd afwezig. In de gedachten van Danny leeft hij in zijn eigen wereld.

In deze wereld is Danny geen spar. In deze wereld beleeft hij zijn droom en is hij een dennenboom. Daar bestaat geen sneeuw en is er geen koude wereld. Hier mag hij zijn die hij wenst te zijn. Hier mag hij zeggen wat hij denkt, zonder uitgelachen te worden. In de zelfgecreëerde droomwereld van Danny vindt niemand hem anders. Of abnormaal. In die gelukkig wereld is Danny alledaags.

Danny verlangt er naar onopvallend te zijn. Dan is hij voor de andere bomen in het bos geen uitzonderlijk type meer. Dan is hij geen boom, maar onderdeel van het bos. Maar in werkelijkheid ziet het woud hem toch als een uitzonderlijke boom. Een exemplaar die niet past tussen de andere sparren. Het is voor niemand een verrassing wanneer er begin december is besloten wat ze met Danny gaan doen.

Tijdens het jaarlijks familieberaad over wie als kerstboom in de brute mensenwereld mag optreden heeft de familie Pinaceae al snel beslist dat Danny, nu hij 15 jaar oud is, geofferd mag worden. Danny krijgt niets van dit besluit mee. Ondanks de koude, droomt hij dat hij is omringd door warmte en liefde. Als dan de grote dag aanbreekt en de kerstelfjes in het bos tussen de sparrenbomen staan, is het snelle afscheid van Danny verleden tijd.

Danny weet niet wat hem overkomt. Met geweld wordt hij van de plek verwijderd waar hij al 15 jaar heeft staan wortel schieten. Hij komt los van de grond en in horizontale toestand wordt hij vervoerd naar een andere plek. De zwaartekracht doet rare dingen met zijn geest en wanneer hij met een klap op de laadbak van een truck terechtkomt, verliest hij het bewustzijn. Hij merkt niet dat hij kilometers ver wordt vervoerd.

Danny voelt dat het leven uit hem is weggezakt wanneer hij langzaam bijkomt. De stam waarop hij jarenlang heeft gestaan voelt pijnlijk aan, maar wanneer hij om zich heen kijkt, ziet hij dat hij is waarvan hij altijd heeft gedroomd. Hij is versiert met zilveren ornamenten en er hangen slingers tussen zijn takken. Hij begint nog meer te stralen als hij ziet dat er een paar strengen van lichtjes zijn naalden laten glimmen.

De jonge Danny is eindelijk gelukkig. Ondanks dat het leven uit hem stroomt, is het allemaal goed. Danny is geworden waar hij al jarenlang naar verlangde. De spar is eindelijk de dennenboom van zijn droom geworden, en het kan hem niet schelen dat hij binnenkort zijn naalden zal verliezen. En niet kort daarna het leven. Wanneer Danny straks in januari buiten wordt gezet en zijn stam met hars is bedekt, dan zijn deze tranen van hars, ook tranen van geluk.

3.26 Miles

Uiterlijk vertoon

In de trein zitten twee oudere mannen tegenover elkaar. Ouder dan ik. Zeker 20 jaar ouder. Dat sowieso. De man schuin tegenover me draagt een jeugdig baseballpetje met de naam van een Amerikaanse honkbalploeg er op. De man naast me, tegenover zijn reisgenoot, heeft geen petje op. Hij heeft wel een flinke klodder haargel in het grijze, modern gemodelleerde kapsel.

Ze praten over vroeger. Niet op een negatieve toon, over dat het vroeger allemaal zo veel beter was. Over dat het tegenwoordig allemaal zo snel gaat. Iedereen lijkt volgens de twee mannen haast te hebben, en vooral bang om maar iets te moeten missen. Volgens hen rent tegenwoordig iedereen van hot naar her, met een constante blik op het kleine scherm van de smartphone.

Twee tienermeiden lopen langs, druk in gesprek. Een van hen kauwt gedreven haar kauwgom. De ander ziet iets heel belangrijks op haar smartphone. ‘Luister dan,’ zegt de kauwgom kauwende tiener. ‘Sharon heeft nepwimpers laten zetten en haar ouders hebben haar er zelf voor laten betalen.’
‘Niet cool,’ antwoordt de ander. ‘Die van mij gelukkig wel.’
Dan zijn ze alweer voorbij gelopen.

De man met het baseballpetje op het hoofd kijkt de meisjes na. Dan zegt hij resumerend: ‘De enige diepgang die de meisjes van tegenwoordig hebben is hun oppervlakkigheid. De man met de grijze haren in de haargel lacht erom. Ik kijk nog eens naar deze twee oude mannen. De een met de modieuze baseballpet en de ander met klodders haargel in het grijze haar. Het uiterlijk vertoon van de mens is van alle generaties, bedenk ik, terwijl ik met mijn vingers door mijn bijgekleurde baard ga.

elvis-nixon

Vandaag in de geschiedenis van de entertainment.

Op 21 december 1970 bezoekt Elvis Presley The Oval Office op het Witte Huis in Washington. Hij ontmoet daar president Richard Nixon. Presley zegt zich in te willen zetten voor de strijd tegen het drugsgebruik in de Verenigde Staten. President Nixon benoemt de zanger tot  special agent van het narcoticabureau van de FBI.

Op de kortste dag van het jaar brengt Walt Disney de eerste tekenfilm met een speelfimlengte uit. Snow White and the Seven Dwarfs. In tegenstelling tot wat veel critici hadden verwacht, werd de film een groot succes. Zelfs veel mensen die aanvankelijk tegen Disney’s plan waren geweest om de film te maken, feliciteerden hem nadien met het resultaat.

Wisselen

Vrijdagochtend.Om 7 uur in de ochtend trek ik thuis de deur achter me dicht om naar het werk te gaan. Onder mijn jas ben ik enigszins opgedoft gekleed (in pak en feestelijke stropdas) omdat er voor vrijdagavond een kerstfeest van het werk op de agenda staat, en aangezien ik geen zin heb om me aan het einde van de middag op het werk nog eens te gaan omkleden, ben ik in principe op dit vroege tijdstip al helemaal klaar om te feesten.

Mijn trein is op tijd. Even voor 07:13 uur rijdt deze het station in. Voor het eerst op tijd sinds de wijzigingen van de nieuwe dienstregeling, vorig weekend. Niets lijkt me nog in de weg te zitten om op tijd op het werk te komen. Maar met de Nederlandse Spoorwegen weet je inmiddels dat je daar niet altijd uit van kan gaan, want eenmaal onderweg, daar waar we normaal voorbij Weesp richting Diemen rijden, rijdt de trein nu richting Amsterdam Centraal.

De conductrice probeert ons te informeren dat we -waarschijnlijk door een wisselstoring, onderweg zijn naar Amsterdam Centraal in plaats van station Amsterdam Sloterdijk. Door de abominabele geluidssysteem is er verder ook bijna niets van de informatie te verstaan. Door deze rare situatie, waarbij we een compleet andere richting op reizen, en de niet te begrijpen conductrice, reageren de reizigers eerder lacherig dan boos.

Iedereen schijnt de situatie leuk te vinden Velen bellen lachend naar het werk, of naar andere personen die op hen zitten te wachten. Ik zie dat ik nog genoeg tijd heb om op tijd op het werk te komen. Ik hoef alleen maar door te reizen naar Amsterdam Sloterdijk om daar op de metro naar mijn werk te stappen. Mede hierdoor vind ik het ook wel allemaal grappig.

Een andere reiziger met luide stem heeft waarschijnlijk ook last van een slechte verbinding. Met zijn telefoon. De mededeling aan zijn collega is door de hele trein te horen. Dit tot hilariteit van anderen. Een reiziger merkt op: ‘Als die conductrice nu eens sprak zoals hij kan, dan weet ik waar ik werkelijk naar onderweg ben,’ en bijna alle andere reizigers en forensen moeten (glim)lachen. Net als ik. Maar heel even denk ik toch: Thank God It’s Friday.

amsterdam-centraal
Een rustig Amsterdam Centraal, vrijdagochtend om 07:40 uur.

Vandaag in de geschiedenis van entertainment.

Op 18 december 1976 gaat in Hollywood de bioscoopfilm A star Is Born in première. De hoofdrollen worden vertolkt door Barbara Streisand en Kris Kristofferson. De film is een remake van A Star Is Born uit 1937. Love Theme From A Star Is Born (Evergreen) van Barbara Streisand is op 11 december van dat jaar binnengekomen in de Billboard Hot 100.

Joy Division treedt op 18 december 1979 voor het laatst live op in de Les Bains-club in Parijs. Op 18 mei in het volgende jaar pleegt de zanger Ian Curtis in Macclesfield (Engeland) zelfmoord. De overige leden van de band gaan verder als New Order.

3.72 Miles

Lijstjes, Feitjes en Muziek

Zoals uit de laatste blogberichten hier blijkt, ben ik dol op rijtjes, lijstjes, opsommingen en naslagwerken. Ik hou van die overzichten. We hebben hier bijna alle edities van het Top 40-dossier in huis. Net als de meer dan 50 jaar oude boekenreeks Het Aanzien van, waarin opsommingen van nieuwsberichten van een afgelopen jaar worden uitgelicht. Ik hou van die ‘Oh ja-momenten’. En met mijn 50 jaar krijg je dat niet meer uit mijn systeem.

Zo ontving ik van de week een overzicht van het afgelopen jaar van Spotify in mijn mailbox. Het blijkt dat het meest gestreamde nummer van 2016 Slow Down van Douwe Bob is. Dit komt omdat ik alle deelnemende inzendingen van het  afgelopen Eurovisie Songfestival via Spotify heb beluisterd. Dus veel nummers in mijn top 10 van het afgelopen jaar bevat veel inzendingen voor het songfestival. Verder ontving ik een overzicht van de meest afgespeelde artiesten. Dit waren The Supremes, David Bowie en Jim Croce.

Mede hierom lijkt het me een leuk idee om de komende blogberichten te eindigen met een kleine muzikale wetenswaardigheid. Een gegeven dat helemaal los zal staan van wat ik schrijf in een blogbericht. Gewoon voor de entertainment van dit weblog. Doe er je voordeel mee. Of niet. Zoals ik nu als vijftig-plusser denk: mij maakt het niet uit wanneer je het niet leuk vindt. Klik gerust verder. Er zijn vast nog wel anderen die er van kunnen genieten. Ik weet dat ik er in ieder geval wel van geniet.

25-years-ago

Muzikaal feit van 14 december 1977.

In New York gaat de film Saturday Night Fever in première. De film is gebaseerd op Tribal Rites of the New Saturday Night, een artikel uit de New York Magazine van juni 1976. Geschreven door Nik Cohn. John Travolta speelt de hoofdrol van Tony Manero in de film. John Badham is de regiseeur, Robert Stigwood de producent en The Bee Gees schrijven geschiedenis met hun legendarische soundtrack.

Vijftig

Morgen, 12 december, is het zo ver. Dan weet ik waar Abraham de mosterd vandaan haalt. Of in een andere strekking: morgen ben ik een halve eeuw oud in leeftijd. Een leeftijd waarvan ik vroeger dacht: dat is pas echt oud. Daar denk ik inmiddels anders over. Ik vind het leven te leuk om nukkig en ouds te doen. Morgenochtend, 50 jaar geleden kwam ik rond 06:25 uur ter wereld in de -toen nog- nieuwbouwwijk De Schooten in het afgelegen marinestadje Den Helder.

Het jaar 1966. Ik heb het jaar niet bewust meegemaakt. Dat zou wel heel beangstigend zijn. Sterker nog: ik ben maar 19 dagen in het jaar aanwezig geweest. Met deze laatste periode was ik, zeg maar, de kerst op de taart van dat jaar. Een rumoerig jaar. Prinses Beatrix trouwt op 10 maart met de Duitser Claus von Amsberg. Een foute keuze van de prinses, volgens het volk. Het is maar goed dat er dan nog geen internet is. De petities en Facebookpagina’s tegen het huwelijk waren overweldigend geweest. Gelukkig trekt het volk bij en blijkt zo’n 35 jaar later dat prins Claus een van de populairste leden van het koninklijk huis is.

Het jaar 1966 is ook het jaar dat Star Trek voor het eerst in de Verenigde Staten wordt uitgezonden. De jaren zestig zijn een tijd van ongekende mogelijkheden. Zo ook op ruimtevaartgebied.  In 1966 lijkt het een kwestie van tijd voordat de mens zich zal vestigen op een van de vele planeten in ons oneindige universum. Ook populair in het Nederland van 1966 is het fonduen.  Aanvankelijk is eerst de kaasfondue populair, maar al snel is ook de vleesfondue in trek. Met name het gemak wordt geprezen. Huisvrouwen hoeven niet langer meer uren in de keuken te staan. Goed smeltende kaas. Heet vet of olie is de basis van veel gezellige fondue-avonden.

Met de populariteit van het fonduen wordt duidelijk dat het in de toekomst allemaal makkelijker en sneller moet gaan. Dat blijkt ook wel in de afgelopen 50 jaar. Met name de laatste jaren gaat alles snel. Veel zaken zijn via het internet te regelen. Of nog sneller: via een app op de smartphone. Ik hou ervan. Gemak dient de mens. Ik zal een van de laatsten zijn die roept dat vroeger alles beter was. Flauwekul. Ik vind dat je met de tijd mee moet gaan. Niet de hakken in het zand, omdat het zo al jaren gaat. En hoewel het goed is om van de geschiedenis te leren, vind ik het net zo belangrijk dat we vooruitkijken. Daar ligt de toekomst, en daar kan iedereen iets mee.