De Kwal

Met een gevoel van onterechte déjà vu liep Elsemieke van Buren, samen met haar vriend Ronald en de tweeling Luuk en Bram door het familiepark Drievliet in Den Haag. Elsemieke was er nooit eerder geweest, maar het voelde vertrouwd alsof ze hier vroeger uren had doorgebracht. Als een nummer op de radio die klinkt als een vertrouwde hit van vroeger, maar net is uitgebracht. Dat had ze destijds ook met de hit Rehab van Amy Winehouse. Een nieuwe ervaring die toch vertrouwd aanvoelt.

Nadat ze een paar uur door het park hadden gelopen en beide ouders geduldig alle kinderattracties zoals de Kakelcarrousel en de Jolly Jumper hadden meegemaakt, voelde Elsemieke’s voeten vermoeid aan. Ze wilde naar huis. Het was als een hele dag shoppen, met het verschil dat ze vandaag geen volle tassen mee naar huis zou nemen. Het weer werkte ook niet meer mee. Het miezerde. Niet hard genoeg om met een paraplu rond te lopen, maar het voelde niet prettig. De tweeling van 3 jaar was inmiddels ook aardig moe en hangerig geworden.

Nadat ze samen met Ronald had besloten om weer richting huis af te rijden, wilde ze nog een laatste attractie proberen. Het was een draaimolen die haar aan vroeger deed denken. ‘De Kwal’ heette deze attractie en in haar onschuld dacht Elsemieke aan de Octopus die vroeger op bijna iedere kermis in haar woonplaats onschuldig rondjes stond te draaien. In een opwelling van nostalgie liet ze haar vriend en kinderen achter. Het was niet druk bij de attractie en al snel zat ze in een  van de 20 bakjes. Ronald stond, samen met Luuk en Bram in de kinderwagens, op afstand te wachten.

In het bakje gezeten, dat bestond uit een rugleuning en wat ijzeren stangen, zocht Elsemieke naar een veiligheidsriem, maar deze kon ze niet vinden. Op het moment dat ze besloot om dan toch maar geen rondje mee te draaien kwam de attractie in beweging. Gelaten zat ze in de attractie die langzaamaan rondjes draaide. Ze wachtte haar tijd uit. Na een halve minuut begon de draaimolen sneller te draaien en bewogen de bakjes, ook die waarin ze zat, lichtelijk schuin naar buiten. Met beide handen greep ze de ijzeren stangen stevig vast.

Elsemieke had spijt van de beslissing om in de attractie plaats te nemen. Toen de draaimolen omhoog ging en zij een paar keer over de kop ging, wist ze dat dit ritje de rest van haar dag zou verpesten. Met haar 55 kilo kwam haar achterwerk los van het bakje en dacht ze dat ze uit de attractie zou vallen. Na een lange tweetal minuten, waarin ze zich paniekerig met voeten en handen vastklemde, kwamen ze weer tot stilstand. Ronald stond op afstand te lachen en te zwaaien. ‘Klootzak,’ sneerde ze binnensmonds naar hem toe. Ze stapte verward, net als haar kapsel, uit het bakje van De Kwal.

Beter

Meneer Barend zit een beetje chagrijnig op een houten bankje in de wachtruimte van het gezondheidscentrum. Samen met andere stadsgenoten die om een of andere reden, of juist om precies dezelfde reden, een bezoek aan de huisarts nodig vinden. Hij heeft het wachten nooit bovenaan een lijst van ‘dingen-die-ik-graag-doe’ willen plaatsen.

De mevrouw links van meneer Barend hoest wel heel veel. Het lijkt niet meer met een smeersel weg te hoesten, en de ontsteking aan het oor bij de man rechts van hem lijkt meneer Barend iets te besmettelijk.

Voorzichtig schuift hij iets naar links zijn billen over het bankje, maar let op dat hij niet te dicht in de buurt van de mevrouw met de aanhoudende hoest zit.

Hij probeert de adem in te houden, in deze ruimte gevuld met ziektekiemen en ander groots microscopisch kwaad. De afspraken lopen uit en met een gesloten mond ademt meneer Barend verder door zijn neus.

Na een half uur wachten mag hij naar de behandelkamer en neemt uiteindelijk plaats tegenover de huisarts. De ruimte is klein en de arts is nog druk achter de computer. Het bezoek van de voorganger van meneer Barend aan het afronden. Hij zit niet meer lekker tegenover de arts. De ziektekiemen van zijn voorganger hebben een spoor op de warme zitting achtergelaten. Of wellicht had deze bezoeker alleen last van een blessure. Die gedachte verzacht de ellendige kwelling van meneer Barend.

Aanhoudende koorts en pijn in zijn lichaam zijn de reden van zijn bezoek. Meneer Barend had er geen zin meer in om langer door te kwakkelen.

Na een korte overhoring over de klachten, luistert de dokter naar de longen van meneer Barend. De conclusie is dat er geen sprake is van een longontsteking. Het is zeer waarschijnlijk maar een luchtweginfectie.

Gelukkig!, denkt meneer Barend. Hij staat op, geeft de dokter een hand en zegt dank voor het genoegzame onderzoek.

Lopend door de wachtruimte kan hij niet wachten om weer buiten te staan. Om de gezonde stadslucht via zijn geïnfecteerde luchtwegen te inhaleren.

Buiten stapt meneer Barend op zijn fiets. Hij voelt zich stukken beter.

Lucht

    Al de hele middag loopt ze geïrriteerd door de woonkamer. Heen en weer. Als een ijsbeer. Af en toe diep door de neus te inhaleren.
    Haar vriend kijkt licht geërgerd op vanuit een folder van de IKEA.
    Nadat ze nog een paar keer op en neer loopt, wordt haar door de vriend de vraag gesteld wat ze toch in godsnaam aan het doen is.
    ‘Het stinkt hier,’ zegt ze ontstemd. ‘En ik kan het niet thuisbrengen.’
    ‘Wie kan je niet thuisbrengen?’
    ‘Niet wie, maar wat!’ roept ze. ‘Die stank! Alsof er iets ligt weg te rotten.’
    Haar vriend rolt nog net niet met zijn ogen. ‘Wat moet er dan liggen rotten? Wat ruik je precies?’
    ‘Een zoete, penetrante rottende lucht. Alsof er ergens een stuk fruit ligt weg te rotten.’
    ‘Dus geen half opgevreten muis,’ zegt de vriend en doelt daarmee op de jachttrofeeën van de twee huiskatten, die af en toe via het kattenluik mee naar binnen worden gebracht. Ze schudt haar hoofd. Hij sluit de folder van IKEA, staat op en loopt ook, diep inhalerend door de neus, naar diverse hoeken van de woonkamer. ‘Ja, nu ruik ik het ook,’ zegt hij met een gezicht van ontzetting.
    ‘Zie je wel? Ik verzin het niet,’ verdedigd ze.
    ‘Dat heb ik ook niet gezegd.’ De vriend loopt meteen door naar een bijzettafeltje naast de buffetkast en ontdekt de oorzaak.
    Een gekleurde luchtverfrisser van kunstzinnig glas staat er onschuldig een lucht van mango en papaja door de kamer te verspreiden.
    ‘Hier!’ zegt de vriend en wijst met de vinger naar de veroorzaker van de stank. ‘Het is de luchtverfrisser die je zelf van het weekend uit de supermarkt hebt meegenomen.’
    Ze loopt naar het bijzettafeltje, pakt de luchtverfrisser op en loopt naar buiten. ‘Die stank gaat naar waar het thuishoort. In de container.’
    Even uur later is de lucht opgeklaard.

Gebarentaal

‘Wij Nederlanders zijn toch maar een tolerant volk!’ Hoe vaak ik deze zin heb mogen horen? Ontelbaar. Op het werk. Op verjaardagsfeestjes. Op Twitter. In de trein. In de media. Ik kan zo blijven doorgaan. Iedere keer als ik die zin hoor, of lees, laat ik in gedachten mijn hoofd zakken en schud zachtjes nee.
    We zijn helemaal geen verdraagzaam volk. Alles wat afwijkt, keuren we absoluut af. Met tegenzin laten het toe. Het tolereren dus. Maar algehele acceptatie is nog ver te zoeken.
    Als apen doen we elkaar na wanneer er tot saamhorigheid wordt opgeroepen. Politici die hand in hand in Den Haag rondlopen. Voetbalkenners, die niets van homoseksualiteit willen weten, staan hand in hand gebroederlijk naast elkaar op een foto. Een mooi gebaar, maar er verandert niets.
    ‘Iedereen heeft het recht te zijn, wie ze zijn.’ Alleen zolang we ons er niet aan hoeven ergeren. Ik heb bijna 25 jaar samen met mijn echtgenoot een relatie. Wanneer wij hand in hand lopen zijn we onszelf niet, want jarenlange afwijzing heeft ons gemaakt tot wie we zijn.
    Daar brengt een actie als #allemannenhandinhand geen verandering in. Probeer als heteroseksueel eens in de schoenen van een homoseksueel te staan. De afwijzing is -bijna- dagelijks te voelen. Het is de instelling van mensen voor de afwijkende, niet alledaagse dingen.
    Toen vorig jaar september de donorwet werd doorgevoerd en ik me hardop afvroeg of homoseksuelen ook mochten doneren, omdat homoseksuelen nog steeds niet bloed mogen geven, verwachtte ik eerlijk gezegd dat men met de vuist op tafel zou slaan en in ongeloof zou roepen: ‘Wat? Hoezo niet!’ Maar al wat ik hoorde was een laf: ‘Goh, is dat nog steeds een dingetje?’ Dat ik wordt uitgesloten van bloedgeven, wat verder iedereen mag doen, omdat ik tot een specifieke mensengroep behoor, is voor velen een dingetje.
    Dat geldt gelukkig niet voor alle Nederlanders. Ik kan hier met trots schrijven dat mijn eigen zus een kennis de toegang tot haar woning heeft geweigerd, nadat de persoon in haar huis een negatieve preek hield over homoseksuelen in het algemeen. Dat vind ik een straffe actie! We hebben meer mensen nodig die opkomen voor anderen. Een actie die sterker is dan het delen een mening op Facebook (probeer op een zaterdagmiddag hand in hand met een persoon van gelijke sekse door de stad lopen).
    Ik heb nog hoop.

Nachtmerrie

Een vooraanstaande Russische krant berichtte begin april dat de Tsjetsjeense autoriteiten een heksenjacht hebben geopend op mannen die van homoseksualiteit worden ‘verdacht’. Er zouden honderden mannen zijn opgesloten in geheime gevangenissen. Ze werden gemarteld en onder druk gezet om namen te noemen van andere homoseksuelen. Dit meldden enkele vrijgelaten mannen. Zeker drie mannen zouden om het leven zijn gekomen.

President Kadyrov van Tsjetsjenië ontkent alle beschuldigingen. Hij beweert zelfs dat homoseksualiteit in Tsjetsjenië niet bestaat.

Amnesty roept de Russische autoriteiten op de verontrustende berichten te onderzoeken van het ontvoeren, martelen en vermoorden van homoseksuelen in de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië. Ook vragen ze stappen te ondernemen om homoseksuelen in Tsjetsjenië te beschermen.

Vraag de Russische autoriteiten onmiddellijk onderzoek te doen naar meldingen dat homoseksuelen in Tsjetsjenië massaal worden opgepakt en gemarteld. Teken nu de petitie!
bron: Amnesty

Kastmensen

De kamer van ons hotel in Phnom Pen waar we de eerste dagen van onze vakantie doorbrachten, lag aan het einde van de gang. Wat zich ook aan het einde van die gang bevond was de voorraadkast van de schoonmaaksters van het hotel. Na een dag hadden mijn echtgenoot en ik al snel door dat deze kast niet alleen de voorraad verborg, maar tevens de woning van de 3 schoonmaaksters van het hotel.
Het blijkt dat het in de kast zitten niet alleen is voorbehouden aan de Harry Potters en closet gays.
Heel sneu was het allemaal niet voor deze 3 schoonmaaksters. Ze begroetten ons vriendelijk, en keken iedere ochtend altijd vrolijk de wereld in. Wanneer ze met de deur dicht in de voorraadkast woonden, hoorden we ze altijd op een vrolijke toon mompelen.
Het blijkt maar weer: wanneer je niet veel verwacht van het leven, dan valt het uiteindelijk allemaal wel mee.
Na een week, op de laatste ochtend van ons verblijf in het hotel hebben we een paar oude shirts en mijn bruine ‘nette’ schoenen -die ik voor de bruiloft had gepakt- in een prullenmandje achtergelaten. Ik kan  me de gedachte niet uit het hoofd zetten dat een kleine 10.000 kilometer ten oosten van Nederland, een schoonmaakster van zo’n anderhalve meter hoog, in onze XL-shirts en mijn bruine ‘nette’ schoenen, maat 44, rondklost in de hoofdstad van Cambodja.

In Geuren

Een goede kennis van ons die meer dan eens graag afreist naar het verre Oosten heeft het vaak over de heerlijke geuren van specerijen die in dat verre Oosten te ruiken zijn. Nu ik zelf in een grote Aziatische stad ben geweest, twijfel ik aardig over het functioneren van het reukorgaan van die kennis.
In Phnom Penh kreeg ik alleen maar de uitlaatgassen van de grote, luxe auto’s en de tweetakmotergeur van tuktuks in mijn neus. De geurcombinatie van olie en vlees op hete barbecues en een zweem van open riolering waren hierop een kleine variatie.
Wanneer ik echt lekker aan Oosterse geuren wil ruiken loop ik thuis de keuken in en ga dan even bij ons kruidenrekje staan. Daar ervaar ik op mijn eigen, aangename manier de geur van specerijen. Wellicht uit een potje, maar het zij zo.
Opvallend en aangenaam opmerkelijk vond ik -met de hoge temperaturen overdag- dat de onaantrekkelijke en penetrante lichaamsgeuren van de Oosterse burgers afwezig bleken te zijn. Waar je in Nederland in de zomer, tijdens een hittegolf van 5 dagen met tropische temperaturen, af en toe een zweem van lichaamsgeuren je in het gezicht slaat, heb je daar in Cambodja helemaal geen last van.
Dat is iets anders wanneer je in de buurt van een in oranje gewaad gewikkelde monnik komt. Bij hen blijkt zeep zeer waarschijnlijk een barbaars gebruiksvoorwerp. Het is me in die 2 weken van reizen door Cambodja meer dan eens opgevallen dat de heilige heren  van de tempels een eigen soort van odeur de moine dragen. Het gebruik van een stukje zeep lijkt mij juist dan meer dan heilig.

Dus wel

In Cambodja werd ik mij ervan bewust dat mijn vooringenomen ideeën vaak ongegrond blijken te zijn. Dat heb je wel vaker bij vooroordelen, heb ik me laten vertellen.
Zo was ik voorheen overtuigd van het feit dat ik geen liefhebber was van Aziatische landen. Waar dit op gebasseerd was weet ik niet, maar ik was er van overtuigd dat als ik in het verre Oosten langs een barbecue liep ik meteen als vanzelfsprekend een voedselvergiftiging zou oplopen. Ik weet nu dat dit niet zo is en ik weet ook dat ik ooit weer naar het verre Oosten zal afreizen.
Zo was ik voorheen ook helemaal geen liefhebber van massages. Dat gekneed in je nek vond ik eerder irritant dan dat ik het aangenaam vond. Wanneer mij werd gevraagd om mee te gaan naar een spa of ander ‘wellness-gebeuren’ haakte ik bij voorbaat af.
Toen mij laatst in Siem Reap een massagebehandeling werd aangeboden, dacht ik: je had het al mis over de Aziatische landen, misschien moet je nu maar eens met de billen bloot en op de massagetafel gaan liggen.
Ik ben om! Hoewel ik nog geen groot liefhebber ben van het gekneed in mijn nek, is de rest me enorm meegevallen. Ik heb genoten dat anderhalf uur! Binnenkort maar eens kijken voor een fijne behandeling in Nederland.
Overigens blijft mijn vooringenomen aversie tegen het parachutespringen en het bungeejumpen gewoon van kracht, en ook zal ik niet in een slangennest of in een stalen kooi springen om onder water een witte haai van dichtbij te zien. Dat is geen vooroordeel. Dat is gewoon gezond verstand.

Kampot

In een tienpersoonsbusje met airco zitten we onderweg van de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Pengh naar het stadje Kampot, in het zuiden van Cambodja. Het is een bekende stad voor mijn neef Jasper en zijn echtgenoot sinds een week, Nichy. Zij brengen hier vaak de spaarzame vrije weekenden door. Hier zullen we 3 dagen in de omgeving van de rivier Preaek Tuek Cchu doorbrengen.

We hebben meer dan 10,000 kilometer per vliegtuig afgelegd om zo’n 40 jaar terug in de tijd te (be)landen. Het straatbeeld in Cambodja geeft me het beeld van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Iedereen doet maar wat en dat gaat hen allemaal verrassend goed af. Kleine kinderen die zonder valhelm, geklemd tussen de ouders, op een scooter zitten en roken is bijna overal op straat toegestaan.

Wanneer we in Kampot over de zandwegen naar onze plaats van bestemming rijden, word ik er aan herinnerd dat er enorme armoede heerst. Welke prima samengaat met de decadente levensstijl van de financieel beter gesitueerde landbewoners van het Aziatische land. Het blijft iets raars, en ik weet niet of ik er aan kan wennen. Nadat we plaats nemen op het terras van Villa Vedici, sta ik weer voor de moeilijke keuze. Biertje, smoothie of cocktail?

Ritjes

Het was vorig jaar in Amsterdam op een terras dat ik getuige was van een gesprek tussen een mollige, destijds aantrekkelijke vrouw en haar tafelgenoot. Ze zei tegen hem: ‘De meeste hier zijn best tof, maar er zitten een paar zure exemplaren tussen. Ik herinner me een nacht… Je ken je Knappe Klaas toch wel herinneren?’
‘Nou,’ zei de tafelgenoot, met ogen als schoteltjes, alsof hij alle verhalen over Knappe Klaas kon.
‘Er zit nu geen smaak meer aan hem,’ zei de vrouw.
‘Getrouwd. En hij mag niets meer. Enorm onder de plak. Ik zag ‘m laatst met dat wijf van ‘m. Hij zag er niet uit! Vreselijk. Terwijl het vroeger zo’n bink was. Ik weet nog, een avond gingen we de kroegen af. Na sluitingstijd namhij me mee naar zijn huis. Daar nog wat gedronken tot de vogeltjes weer begonnen met zingen. Tijd om te gaan, maar ik had geen cent te makken! Knappe Klaas ook niet. Het was nog voor de tijd dat je bij de flappentap geld kon pinnen, en ik moest wel met de taxi want het goot van de regen en ik had al een aardige slok op. Knappe Klaas zei: ‘Bel een taxi. De chauffeur rijdt je wel op de pof. Die doen niet zo moeilijk.’
De taxi komt, ik stap in en ik denk: da’s mis. Het was zo’n stil type. Goed, hij brengt me thuis. Een tientje. Ik zeg: ‘Moet je luisteren, momenteel heb ik geen geld, maar morgenochtend wel. Ik zal mijn gouden oorringen als pand geven en als je morgen om 12 uur komt, krijg je je tientje, plus wat extra.’ Dat was toch een royaal gebaar?
Hij begint met schelden. Alsoftie er dagen op had geoefend. Ik zeg: ‘Als je ’t doet, dan mag je met me naar bed.’ Maar hij bleef maar doortetteren. Dat ie geld wilde zien. Nou woonde ik in de buurt van een politiebureau, waarvan ik bijna iedereen kende. Ik zeg dat ik binnen wel geld kon lenen. Dat bleek niet te kunnen, maar de jongens zeiden dat ik de chauffeur maar even naar binnen moest brengen. Zo gezegd, zo gedaan. Legt de politie uit dat zijn poen wel safe is. De chauffeur vertrekt, scheldend en tierend.
De volgende ochtend tegen 12 uur beltie aan. Ik had geld gehaald en stond ermee in mijn hand bij de voordeur. En toen zegt die chauffeur: ‘Kan ik nu dan met je naar bed?’ Ik zeg: ‘Nee, nou heb ik geen zin meer.’ Waarop hij zegt: ‘Maar ik heb er een vrije dag voor genomen.’ Ik druk hem die 15 gulden in zijn hand en ik zeg: ‘Er is kermis op de Dam. Hier. Daar kan je wel 10 keer voor in de botsautootjes.’

Cambodian Living Arts

Vrijdagavond in Pnomh Pen. In het theater bij het Nationaal Museum van Cambodia wordt de dansvoorstelling “Traditional Dance Sow” door de Cambodian Living Arts uitgevoerd. Samen met familieleden en vrienden neem ik met een persoonlijk lichte vooringenomen instelling plaats naast een Franssprekende man. Hij kijkt nors voor zich uit alsof hij liever op zijn hotelkamer zit. Gezellig.

Enkele leden van de Cambodian Living Arts lopen vlak voor de voorstelling nog druk heen en weer. Ze dragen oortjes in die ik herken van de kassieres bij de Jumbo in Almere. Het is volgens mij iets Columbiaans: druk doen met druk bezig zijn. Maar ik kan het mis hebben. Ik ben ook maar een gemiddelde Nederlander.

Wanneer de dansers beginnen aan het eerste optreden -een dans waarin de succesvolle oogst van de landbouwers wordt uitgebeeld, ben ik aangenaam verrast. Vol overgave en plezier worden tradities, rituelen en dagelijkse gebeurtenissen uitgebeeld. Een volgend optreden is de traditionele Cambodiaanse Apsara-dans.

Het is duidelijk. De vooringenomen instelling was geheel misplaatst. De schoonheid en het enthousiasme van de Cambodiaanse kunstenaars weten me te ontroeren. Als je leert dat tijdens het genocide regime van Pol Pot, 90% van alle artiesten in het land zijn vermoord, en het cultureel erfgoed door enkele overlevenden is doorgegeven, besef je hoe belangrijk cultuur is.

De voorstelling duurt een uur. In deze 60 minuten dansen de dertig dansers de diverse culturele dansen uit alle streken van Cambodja. Van traditionele khmer-dansen tot optredens van de verschillende ethnische minderheden van het land. Mocht je ooit in Pnomh Penh zijn, dan is een bezoek aan de Cambodian Living Arts (http://www.cambodianlivingarts.org/show/) eigenlijk een must.

Sneeuwval

Het was op aandringen van goede vriendin Corine dat Elsemieke het voorstel durfde te doen aan vriend Ronald. Een weekendje skiën met z’n tweeën in Winterberg, Duitsland. Tot haar aangename verrassing reageerde Ronald positief. Hij reageerde het tegenovergestelde wat ze eerst had verwacht. Hij vond het een prima idee. De kinderen waren al groter en volgend jaar zouden ze zeker met z’n viertjes naar de wintersport kunnen gaan. ‘Leer jij maar alvast hoe je op de latten moet staan,’ zei Ronald enthousiast. Elsemieke was er helemaal blij van geworden. Zelf werd ze nog meer enthousiast toen Ronald had voorgesteld dat ze ook meteen maar naar een mooie outfit voor het weekend moest uitkijken.

Het was een feestje op zich om een middag lang op zoek te gaan naar het perfecte skipak. Elsemieke wilde er niet te veel geld aan uitgeven, maar ze wilde ook geen tweedehandsje. Via een collega had ze een adres gekregen van een sportwinkel gespecialiseerd in wintersportkleding. Toen Elsemieke het wit met blauwe pak zag hangen, wist ze dat dit het pak was wat ze in Winterberg zou dragen. Ze had er nog bijpassende handschoenen bij gekocht en een degelijke helm. Corine vroeg zich in de winkel hardop af of een helm echt nodig was, maar Elsemieke hield vol dat veiligheid voor alles ging. ‘Dan maar een weekendje geen fashionista,’ was haar antwoord.

Bij de sleeplift stond de eerst uitdaging voor Elsemieke haar op te wachten. Onervaren, ondanks een luchtige instructie van vriendin Corine, pakte Elsemieke de sleeplift vast. Verrast door de snelheid en de kracht van de lift verloor ze haar evenwicht en viel voorover in de sneeuw. Verward doordat haar gezicht in de sneeuw lag en de kracht van sleeplift bleef ze de sleeplift stevig vasthouden, waardoor ze als een menselijke sneeuwschuiver de berg opsteeg. Ondanks het ‘loslassen!’ van Duitse bijstanders hielden haar handen de lift  stevig vast. Na een paar minuten van sneeuwhappen en happen naar adem liet ze eindelijk los. Haar verwarde gezicht was nat en wit van de sneeuw.

Eenmaal op de latten, bovenop de piste zag Elsemieke wat het skiën precies inhield. Het was niet anders dan naar beneden glijden. In een duizelingwekkende vaart. Vriendin Corine, met jaren ski-ervaring, had Elsemieke geïnstrueerd vooral kalm naar beneden te gaan. Ze wilde nog uitleggen dat ze veel achterom moest kijken voor andere skiërs, maar Elsemieke was al met een lichte gil aan haar afdaling begonnen. Corine riep haar na: ‘Pizzapunt! Pizzapunt!’ om duidelijk te maken dat ze haar skilatten naar elkaar moest steken, maar Elsemieke hoorde haar niet meer. Met een gil liet ze zich vallen, rolde verder in de sneeuw en voor een tweede keer die dag zat haar mond vol sneeuw. Ze vroeg zich serieus af of ze volgend jaar weer zou gaan.

Stralen

Vrijdagochtend. Het is 7 uur in de ochtend wanneer ik de voordeur achter me sluit. Ik vertrek lopend naar het station in Almere Centrum. De zon staat laag aan de hemel te schijnen, alsof het universum me wil zeggen dat het vandaag dan wel de laatste werkdag voor mijn vakantie is, maar dat ze er alles aan doet om het mij zo aangenaam mogelijk te maken. Het universum is een mooie plek om aanwezig te zijn, lijkt me. Ik zou zo ook niet weten wat er nog buiten het universum bestaat.

De vrijdag loopt vervolgens ook vlot en aangenaam. Wanneer ik rond de klok van half 5 het pand verlaat schijnt de zon nog steeds. Een dag gevuld met zonneschijn heeft een positieve invloed op de mensen. Tijdens de wandeling naar het metrostation zie ik de mensen weer glimlachen. Een enkele fietser neuriet een vrolijk deuntje mee met de muziek die uit de oordopjes komen en schoolgaande tieners lachen vrolijker wanneer ze zon hen in het gezicht schijnt.

Onderweg in de metro en de trein valt het me op dat mensen meer vrolijkheid uitstralen. De chagrijnige hoofden, eerst nog verstopt in meterslange shawls en diepe kragen laten weer een nek zien. Terug in Almere hoor ik mensen lachen en ouders hebben weer meer geduld met het aanwezige gedrag van hun kinderen. Wanneer ik een kwartier later in mijn hardloopschoenen een kleine 10 kilometer weg ren zijn de mensen nog steeds blij. De zon gaat langzaam onder en ik begin aan de laatste kilometers van mijn hardlooprondje.

Ik heb via een nieuws-app de positieve weersvoorspelling voor de komende dagen gelezen: een korte periode van aangenaam voorjaarsweer is ons aangekondigd, en ik weet dat hiermee dagen van vrolijkheid en meer verdraagzaamheid aanbreken. Je kunt er maar aan wennen. Zelf zal ik op een andere manier aan de weersverandering moeten wennen, want vanaf aankomende woensdag heb ik, een kleine 9.675 kilometer ten oosten van Nederland, te maken met zomerse temperaturen, rond de 30 °C.

Koffers

De koffers zijn na vierenhalf jaar weer eens uit de garage gehaald. Ze mogen vanaf volgende week weer dienst doen voor datgene waar ze jaren geleden zijn aangeschaft: het maskeren van onze eigendommen als bagage tijdens onze reis. Nadat we vorig weekend beide koffers hebben opgefrist, staan ze nu op zolder klaar om gevuld te worden met kleding en andere benodigdheden om zo volgende week met ons mee te reizen naar Schiphol.

Na maanden van voorpret begint het nu echt spannend te worden. Ik probeer zoveel mogelijk rekening te houden met de dingen die ook echt meegenomen moeten worden, zoals contactlenzen of een oplader voor een elektrisch apparaat. Toch weet ik dat wanneer we in het vliegtuig zitten, ik opschrik en realiseer dat ik  dan toch iets ben vergeten in te pakken. Dat is dan jammer, want ik heb me voorgenomen dit maar te zien als gewoon pure pech is. Soit.

Al het nodige voor een geslaagde trip is inmiddels wel geregeld. Wat ons de komende dagen nog rest is de bekende, figuurlijke puntjes op de ‘i’ te zetten. De e-reader, camera’s en andere gadgets zijn stand by. De andere zaken verdeeld over de koffers en onze handbagage. Het enige wat we helemaal niet kunnen inpakken is ‘goede zin’, maar dat is niet nodig, want dat hebben we vanaf volgende week sowieso wel bij ons.

Geheime Boodschap

Er wandelen rare mensen op deze wereld. Zo heb je meneer van Dalen. Op het eerste gezicht is hij een vriendelijk man. Inclusief een vriendelijk uiterlijk. Meneer is 65-plusser en kijkt altijd serieus de wereld in. Niet per se nors. Meneer groet de mensen met een vriendelijke glimlach en bijna iedereen groet hem net zo vriendelijk terug. Verder valt hij niet op. Maar ik kan niet zeggen dat hij een grijze muis is. Meneer van Dalen doet nu bijna wekelijks iets wat niet voor iedereen geheim is, maar waarvan niemand weet dat het meneer is, die achter deze actie zit.

Zijn geheim begon ooit op een dinsdagochtend, een paar jaar geleden. Meneer was net een paar maanden aan zijn pensioen begonnen en bij zijn afscheid kreeg hij van zijn collega’s een Gazelle fiets. Een degelijk exemplaar. Stevig, maar licht genoeg om er lange afstanden mee af te leggen en dat deed meneer van Dalen. Vanuit het schuurtje in Julianadorp stapte hij altijd enthousiast op de fiets om door de duinen van Noord-Holland te rijden of voor een rondje om het Amstelmeer. Het was tijdens een rondje om dit meer dat meneer van Dalen voor het eerst zijn geheime boodschap achterliet.

Meneer van Dalen was bij het gehucht Van Ewijcksluis begon met het rondje om het Amstelmeer. Tegen de klok in. Op de terugweg, na 45 minuten, in de buurt van de Haukessluis voelde meneer van Dalen een enorme aandrang. Het was er geen die hij kon negeren tot zijn thuiskomst. Hevige krampen gaven een ondraaglijke pijn in de onderbuik . Bij Westerland besloot meneer zich van de pijn te ontdoen. Hij wierp voorzichtig zijn fiets in het hoge gras en sloop voorovergebogen naar de struiken. Snel trok meneer fietsbroek en onderbroek naar beneden en ging gehurkt zitten. Met veel lucht kwam de ontlasting naar buiten. De verlichting werd als hemels ervaren.

Schichtig keek meneer om zich heen om of niemand getuige was van deze situatie. Er werden pollen gras geplukt. Bij het opstaan werden onderbroek en korte broek in een keer opgetrokken. Hij schudde even met de heupen om alles op zijn plaats te krijgen en liep naar zijn fiets om zijn rondje te vervolgen. Meneer had nu een glimlach op zijn gezicht staan. Een glimlach als je iets stiekem hebt gedaan en waar je zonder problemen bent mee weggekomen. Toen meneer van Dalen de Amsteldiepdijk opreed werd zijn glimlach breder.

Meneer van Dalen had nooit gedacht dat het stiekem in het wild poepen hem zo een kick kon geven. Hij was van mening dat alleen jongeren nog een kick konden krijgen. Niet de mensen van zijn leeftijd. Onderweg naar huis, op de Balgweg bij Breezand wist meneer van Dalen dat hij dit vaker wilde gaan doen. De adrenalineboost die door hem was gegaan toen hij weer op zijn fiets sprong, deed hem verlangen naar meer ervaringen. De erectie in zijn broek van het idee om binnenkort weer in het wild te poepen, overtuigde hem dat dit voornemen een juiste was.